De Zevende dag en het onderwijsdebat



Dezer Dagen

Het onderwijs en de emancipatie
gelijkheid en sociale mobiliteit

Hilde Crevits, onderwijsminister moet vele elkaar
wel eens uitsluitende inzichten met elkaar weten te
verzoenen of in beleid te gieten. Dat blijkt niet zo evident...
maar vooral vergeet men, vergeten onderwijsexperten
dat burgers echt ook wel geschoold zijn of minstens
enige wijsheid in petto hebben,
Zondag ging het over onderwijs in het wekelijkse magazine "de zevende dag" en het was helaas geen hoogvlieger. De fundamentele discussie werd niet aangesneden: moet onderwijs mensen helpen eigen wegen te bewandelen of moet het een instrument worden, zijn om gelijkheid te bevorderen.  Het ene leidt ertoe dat velen voldoende kennis en inzicht meekrijgen om hun eigen weg door het leven vorm te geven, het andere lijkt me blijk te geven van een gebrek aan ambitie en wellicht ook tekort te schieten als het over immanente rechtvaardigheid gaat.  

De moeilijkheid is dat we vandaag door allerlei rapporten gewezen worden op de tekortkomingen van ons onderwijs, maar de relevantie van het onderzoek, de methodologie komen zelden of nooit aan de orde. Het gevolg is dat men zonder blozen enormiteiten verkoopt, zonder dat er ook maar een begin van discussie over de correctheid op gang komt. Wat is de betekenis van onderwijs voor een individu? Hoe vertaalt zich het verschijnsel dat er bij elke geboortecohorte tot meer dan 50 % een hoger onderwijsdiploma halen? Maar wat betekent dat voor de arbeidsmarkt, voor onze manier van leven? In de hele discussie over de onderwijshervormingen steekt veel energie om theoretische aannames verkocht te krijgen. Maar men moet wel begrijpen, denk ik, dat als ouders al willen dat al hun kinderen of jurist of dokter worden, men dan wel de samenleving heel veel schade zou toebrengen. Wie laat ons keihard genieten van onze tuin? Wie zorgt ervoor dat de lichten veilig branden in huis? Wie zorgt voor de groenten en de drank? We leven in een samenleving waar veel mensen zeer verschillende doen moeten opdat we het met zijn allen goed zouden hebben. Men zegt dat we te weinig mensen opleiden voor de verpleging in onze ziekenhuizen en zeker bij de diensten spoedeisende hulp zou er een dramatisch tekort bestaan. Maar worden we niet dagelijks geconfronteerd met berichten over de leeghoofdigheid van cafébazen, de gebrekkige dienstverlening in kinderdagverblijven? Het leven in Vlaanderen lijkt een hel, terwijl we nauwelijks onze zegeningen kunnen tellen. Het onderwijs kan dus maar beter de diversiteit aan beroepen weerspiegelen. Maar hoeveel van die intellectuelen hebben respect voor de mensen die de kantoren komen poetsen?

Ik denk, zonder op het welnemen van wie dan ook te wachten, dat men zich de afgelopen decennia inzake onderwijs zeer vergist heeft. Men wilde iedereen algemene vorming geven, ook jongens en meisjes die vooral een boterham willen verdienen of die plezier hebben in het leggen van buizen voor centrale verwarming of die er veel genoegen in scheppen mensen te verzorgen. Men moet mij niet komen zeggen dat het anders is, maar men vindt dat die mensen zich nergens op moeten laten voorstaan en dat lijkt me fout.

We hebben een mensen nodig met veel verschillende vaardigheden om het samenleven goed mogelijk te maken, dus ook ambachtslui die trots kunnen zijn op hun werk. Want als het goed gaat, merkt men, zijn er die later verder gaan, nadat ze een basis gelegd hebben. Intellectuelen die vinden dat gelijkheid voorop moet staan vergeten dat dit mensen onrecht doet en dat onderwijs mensen kan helpen hun eigen weg in het leven te vinden. Iemand als Alfons De Ridder, ook gekend als Willem Elsschot werd een gerespecteerd burger, welstellend, los van zijn literaire verdienste omdat hij als gewiekste zakenman de vraag naar passende publiciteit voor zijn klanten wist in te vullen en omdat hij enigszins vooruitziend een monopoliepositie verwierf voor kiosken in de stations. Hij was niet alleen, maar de segmentering van de markt zorgde dat hij wel degelijk een goed cliënteel had en mooie revenuen mocht incasseren. Maar op college en/of atheneum lukte het hem niet tot de rethorica het hele curriculum met vrucht af te werken. Ook Jacques Brel bleef steken maar beiden waren meer dan succesvol, de een als deeltijds schrijver, dan ander als voltijds zanger en tekstschrijver..

Maar hoe boeiend deze mensen zijn, ze verhinderen te zien dat mensen hun eigen waarde en betekenis hebben in hun kleine kring en dat men daar niet laatdunkend over moet doen. Cultuur is belangrijk, maar mensen die in de land- en tuinbouw werken, een eigen bedrijf uitbaten zijn net zo belangrijk als de dokter in de hoofdstraat, de landmeter of de griffier bij het provinciebestuur. Waar we beroepsmatig terecht komen is dan nog een goede tweede vraag.

Maar waar moet het onderwijs dan op mikken? Op talent, zegt men, maar dat zegt niets. Het punt is dat jongeren hun talenten moeten ontdekken en dat ze vervolgens ook de volhardendheid aan de dag moeten leggen om de eindmeet te halen. Voor mensen met achtergronden buiten de Europese tuin, kan die kwestie moeilijk zijn, al mag men niet zeggen dat migranten uit Marokko of Turkije, Kosovo of Vilnius niet zouden beseffen wat voor een kans dat degelijke onderwijs is. Nog eens moet ik verwijzen naar de heer August van Istendael, die niet voor school in de wieg gelegd was, wiens ouders in Sint-Truiden ergens in de marge leefden, er geen idee van hadden dat hun zoon ooit in Chili en Buenos Aires een geziene gast zou zijn. Maar toch, zonder de toewijding van een kapelaan had hij waarschijnlijk zijn lagere school nauwelijks afgemaakt. Kinderen beginnen lang niet altijd spontaan te studeren, maar naarmate de jaren hen kneden, leren ze er plezier in te vinden of niet.

Zou het kunnen dat men zo zit te zeuren over GELIJKHEID, omdat men niet goed weet wat het is respect op te brengen voor wie anders is, andere dingen doet. Een psychiater vertelde me ooit dat hij niet graag met collegae op stap gaat, omdat ze altijd maar, soms met galgenhumor, over psychopathologieën spreken, terwijl een collega van hem liefst niet met gewone mensen aan tafel zat, want dan werden hem de oren van het hoofd gezaagd. Nu ja, de verleiding is wel eens groot wanneer er een specialist of expert aan tafel zit, hem of haar de oren van het hoofd te zagen en te bomen over zijn dagelijkse kwellingen. Maar anderzijds, mits enige takt kan men wel goede gesprekken op gang krijgen, behalve over geschiedenis of filosofie, want daar meent iedereen alles over te weten.

 Het punt is dat men mensen in staat moet stellen na een opleidings- en vormingsproject zelfstandig te leven. Kijken we goed om ons heen, dan lukt dat vaker dan men ons wil doen geloven. Maar het is wel zo dat er bijvoorbeeld in het ASO een aantal richtingen zijn ontwikkeld, die noch de talenten aanspreken noch een echte vorming en opleiding lijken te brengen. Is het erg dat iemand die hout- en bouw deed in het Beroeps secondair onderwijs niet naar de universiteit kan? Tegelijk zien we dat men jonge leraren m/v niet zomaar kan vertellen dat men lankmoediger zijn met deze of gene leerling. Onderwijs moet leerlingen dan wel niet harden, ze moeten wel leren dat het zonder leren niet altijd kan. Voor de een is wiskunde onverwerkbaar en anderen gaan van begin af aan spelen met stellingen en bewijzen.

Sinds de jaren 1960 heeft men de idee gevormd dat men geen elites zou nodig hebben, maar er heeft zich een intellectuele, politieke elite gevormd die andere inzichten graag als ketterijen afserveert en dus de dragers ervan voor domoren houdt, voor grenzeloos geborneerde kleinburgers.  Neem nu de discussie over het onderwijs en de onderwijshervormingen, waarbij men alleen vooruit wil, maar waar het om gaat, dat is dat onderwijs zowel maatschappelijk van belang is als in het individuele leven meer met zich brengt dan het verdienen van het dagelijks brood.

De pedagogie? Tja, dat ook is zo iets, want het wil wel wat zeggen dat men de vorming van mensen volgens vaste methodes zou kunnen realiseren, want ook betekent het dat er een vaste vorm van zo een goed opgeleid iemand zou bestaan. Natuurlijk is er nood aan methodes om wiskunde of Latijn over te dragen, muziek of houtsnijkunst, maar ook om te leren zien hoe men een betrouwbaar circuit in een huis kan aanleggen voor domotica of gewoon de lichten te laten branden. Heel veel over debat over passende pedagogische benaderingen wordt er overigens ook niet gevoerd, behalve dan dat het niet traumatisch mag wezen. Het blijft de zaak van experten, want mensen, gewone mensen begrijpen dat niet, terwijl zij in grote aantallen geschikte burgers en oplettende jongens en meisjes aan de wereld schenken, na 20 jaar of meer zorgen, natuurlijk. Hier komen we vanzelf terecht bij mensen als Boris Cyrulnik, bij Richard Sennett en Susan Neiman, die elk op hun manier juist wel in het gezonde inschatten van het leven door gewone mensen moet vertrouwen. Meer nog, zij laten elk op hun manier zien dat een expert niet enkel zijn vakgebied moet overzien, maar ook proberen aan de weet te komen hoe dat past in een breder kader.

Inzake onderwijs zien we dat men wel eens vergeet dat kennis verwerven en leren weer te geven wat we vandaag geleerd hebben of vorig jaar of... altijd weer een stuk training vergt, oefeningen. Men wil daarbij niet erkennen dat het schrijven van opstellen of verhandelingen, redevoeringen in sommige scholen helemaal van het programma is verwijderd. Het thuis is leren werken, lijkt sociaal niet correct omdat sommige leerlingen dat niet kunnen. Terwijl het net een voorwaarde kan zijn om een eigen toekomst vorm te geven.

Ik vond het hele gesprek, de verschillende onderdelen vooral gericht op het doorduwen van de idee dat onderwijs gelijkheid moet bewerkstelligen, alsof het niet onbillijk zou zijn dat hard studerende jongeren die ook een sociaaleconomische achterstand kunnen inbrengen, niet te honoreren, want daar gaat het om, dat men inspanningen, verdienste ook maar beter kan erkennen. Of schoolmoeheid voorkomen wordt door de keuze uit te stellen, blijft onzeker.  De ideale student deed ASO? Natuurlijk, want de opleiding heeft geen andere finaliteit dan voor te bereiden op hogere studies. Maar is student worden de enige rite de passage voor een geslaagd leven? Men blijkt hiermee het eigen uitgangspunt te negeren, want alleen de ideale student deugt? Niet dus. Goede ambachtslui, goede, loyale werknemers krijgen van de bazen en respect en betere verloning, als de werkgever zelf deugt natuurlijk.

Het is maar omdat wie om zich heen kijkt en volop in het leven staat, merkt dat men niet gestudeerd hoeft te hebben om een goed en voldoening schenkend leven te kunnen leiden. Mogen studeren hangt inderdaad samen met voorrechten... niet altijd per se zou dat zo zijn omdat papa apotheker of advocaat is, maar wel omdat ouders het van belang achten en daarom stimuleren. Maar allerlei mensen menen dat ouders er niet de boterham of minstens het beleg voor uit de mond hoeven te sparen. Er zijn mensen die menen dat het geen financieel voorrecht mag zijn, maar er zijn genoeg zoontjes van welgestelde burgers die het zeer moeilijk hebben om in hun schoolloopbaan te slagen en met succes hogere studies af te leggen. Maar goed, er zal altijd wel 15 % van de mensen het minst welgesteld zijn en dus arm. Betekent dat volkomen behoeftigheid? Soms wel, maar sociologen zien niet altijd dat dit soms tijdelijk is, erkennen de factor weerbaarheid noch veerkracht. Ook voor de kinderen kan de negatieve thuissituatie een stimulans zijn om het goed te doen op school.

Het is dus overduidelijk dat de uitgangspunten en doelstellingen van de onderwijshervorming niet enkel voor jonge mensen, leerlingen, maar ook voor de samenleving bedenkelijk zijn. Het grote verhaal gaat over het toelaten dat jongeren zich te ontplooien, of ze nu jenever willen stoken of verteller van verhalen over wulpse vrouwen in een donkere huid. Maar ook "gewone" mensen hebben voor anderen een grote, soms onvervangbare betekenis en dat vergeet men in de wandelgangen van pedagogen en sociologen. Sociologie kan best boeiend zijn, maar het moet dan nog altijd over de samenleving en mensen gaan zoals die is, zijn, want anders jaagt men een ideaal na dat mensen ernstig tekort kan doen en dat lijkt men, ook in deze aflevering van de zevende dag weer eens vergeten: morele helderheid.


Bart Haers



Reacties

Populaire berichten