Hongeren en dorsten naar inzicht



Dezer Dagen


Gesprekken over het leven
Hebben we zicht op een zending

Een van die mooie plaatsen op de oude vesten rond de stad
Brugge
Kijken we er wel naar uit, naar gesprekken die plots dieper boren dan we zelf in gedachten hadden? Ik weet het niet, maar zo een gesprekken kunnen ons een wijle gelukkig maken, maar als men er ruimte aan geeft, dan kan het echt wel een bron van welbevinden worden. Alleen, zo zegt men mij, moet men dat niet echt zoeken, want men moet zich niet bloot geven.

Niet zo lang geleden las ik een briefje dat in mijn brievenbus was achtergelaten van iemand die me wilde danken, al wist ik niet en weet ik nog niet of ik er echt wel verdienste aan heb, maar de dame die me het berichtje stuurde, maakte me wel duidelijk, denk ik, dat ze genoegen had beleefd aan een gesprek in het park. Toevallig als altijd was ze langs gelopen, terwijl ik al even toevallig op een bankje zat te kijken naar het water en het groener wordende gras. Toen ze een paar minuten later terugkeerde, was het niet per abuis, maar omdat ze... dacht me te kennen. Ze nam ook plaats op de bank in het park en vroeg wat er mij zo boeide en wat flirterig: jij. Dat vond ze grappig genoeg, maar nog voor we vijf minuten aan het praten waren, ging het over het leven zelf en vond ze dat ze het niet getroffen had. Toch vond ik haar best aangenaam om te zien en ook wel aangenaam in het gesprek. Maar waarmee ze het niet getroffen had, dat wilde ze wel uitleggen.

Toen was ik getuige van een monoloog waar ik steeds meer door werd aangegrepen, want wat die jonge vrouw vertelde, stond ver van mijn leven en bezigheden, maar raakte me wel en ik bleef luisteren. Het ging ongeveer als volgt: ze had tijdens haar jonge jaren haar vader zien vertrekken en ook wel terugkeren, haar moeder ziek zien worden en, weer genezen, in haar eigen leven zien komen. Hoe ze het ook probeerde, een logisch verband tussen de tijdelijke scheiding en de ziekte van haar moeder zag ze niet. Bovendien, ze had niet de indruk dat ze toen echt ongelukkig was geweest, maar wel dat ze al eens gehuild had, als haar oma haar vertelde dat ze bij haar mocht wonen, terwijl haar mama in het ziekenhuis was. Haar papa kwam haar vaak opzoeken en kon goed overweg met de schoonmoeder, terwijl ze zelf regelmatig bij haar mama op het bed zat. Ze deed wat moest voor school en mocht op dansles en leerde piano spelen, eerst onder de hoede van d'r oma en later op het stedelijk conservatorium. Of ze dus redenen had om ongelukkig te zijn, wist ze niet, maar nu ze de dertig naderde, vond ze dat het allemaal niet zo was als ze zich gedroomd had en voelde zich schuldig. Waaraan kon ze schuldig zijn?

Af en toe keek ze of ik niet afhaakte, verveeld raakte, maar ik bleef rustig naar haar kijken en zegde niets, alleen af en toe een knikje. Plots vroeg ze zich af waarom ze het vertelde aan een wildvreemde, maar misschien was het een soort veilige situatie, want ik zou het haar nooit voor de voeten werpen. Na ontvangst van het briefje kwam ik ertoe haar een mailtje te sturen, waarin ik haar dankte voor d'r waardering van het moment maar dat we wel konden spreken over dat schuldgevoel? Ik keek uit naar een antwoord, maar verwachtte verder niets. Tot  de ochtend van gisteren dus, toen ze vroeg of ze even mocht langskomen. Ze had vrij op het werk, zodat ze wel eens langs kon lopen. Ik was wel even verwonderd want mijn woonkamer was wel heel geen ramp maar goed, het blijft altijd wel een beetje een levendige bedoening, niet vlekkeloos proper. Dat vond ze bij het betreden niet zo erg en dus zaten we even tegenover elkaar met een koffie zonder iets te zeggen. Zonder me op te dringen, legde ik haar een boek voor, van Peter Sloterdijk, Du musst dein Leben ändern. Maar ze vond dat niet nodig, direct naar dat boek te kijken en toen liet ik haar maar een gedichtje lezen en toen kwam het gesprek wel op gang. De lange monoloog waarvan ik slechts de hoofdlijnen heb weergegeven, omdat de details mij niet toebehoren, maar het gedicht "Verdoofd" kon ze wel waarderen.


Verdoofd

De nieuwe maan zorgde voor een sterrenrijke hemel
de lucht was helder en licht woei een noordenwind
over de stad waar geen agent meer rondwandelde
verklarende dat het nacht was en alles rustig bleek

af en toe gleed een auto langs hen heen wijl ze stil naar huis gingen
na een concert met van Beethoven's triple concerto en een heerlijk
slijten van de tijd in een van de weinige cafés waar men nog
eens een sigaar roken kan, want zij hield van de geur hij van de rook

Het leven lacht hen toe, vonden ze beiden maar toch tristesse
hun leven liep op wieltjes en toch aarzeling
hun leven speelde zich af in 't paradijs en toch ijs
van wantrouwen tegen de toekomst, anderen, eigenwijs

Verwachtingen zullen wel ingelost worden,
wensen worden werkelijkheid
niets staat hen in de weg
behalve zijzelf

want de anderen realiseren hun wensen niet
zelf hebben ze geen idee meer
van wat strijd is
van wat streven is
van wat leven is

Aude sapere
zegden ze tot elkaar en ze kusten elkaar vurig
maar in de ochtend bleken ze vergeten
dat ze iets konden doen, mochten doen
maar gingen ze weer lopen in de tredmolen

ze spraken over vrijheid en broederschap
waren tegen atoomwapens en voor integratie
maar van Malala Jousafzai , Vaclav Havel of
Navid Sharifi
kenden ze niet de pijn noch de vreugden

ze zochten hun zinnen te prikkelen
merkten niet hoe verdoofd ze waren
gingen naar concerten, klassiek, jazz

maar als ze wilden voelen
dan kwam er niets binnen
verdoofd van zinnen
verkleumd het hart
achten ze zich gehard

keken ze neutraal naar het leven
waren verlangens plannen
was waar en niet waar van ondergeschikt belang
want voor niets zouden ze nog beven

tenzij, merkten ze later
voor het leven zelf, voor de liefde, voor gevaar
iets te verliezen dat hen geviel
maar zij hadden gelijk, maar ook een kater

 b Art





 Ik had wel de indruk dat zoiets haar wel kon raken en ze wist vooraf dat ik af en toe wel een gedichtje pleeg, niet te zwaarwichtig, maar vooral, niet hermetisch. Toch, vond ze, laat het zich niet eenvoudig lezen, want er zit iets in, dat ze niet direct kon duiden, maar waar ze wel iets mee aankon. Meteen ging het gesprek over hoe we over onszelf plegen te spreken. Om aan te geven dat ik nog wel andere dingen schrijf, liepen we intussen enkele teksten langs en kon ze stilaan een beeld van me vormen, zegde ze. Nu ze de deur weer uit is, want ze moet nog wel een en ander doen, kan ik er wel om glimlachen, maar tegelijk, het verhaal van het schuldbesef blijft hangen. Hoe kan zo een jonge vrouw zich met schuld beladen weten?

Nog voor ze echt weg is, haar geur uit de woonkamer vedwenen is, komt er al een sms, met de melding dat ze hoopt me deze avond nog te bellen om iets af te spreken. Ook voelde ze zich verlicht, haar schuldgevoel is er veel kleiner op geworden. Maar wat is het dan, vraag ik me af, dat haar blijkt te beknellen? In het gesprek vertelde ze wel dat ze de laatste tijd met geen man meer wilde zoenen of hem ontvangen... jawel, ze gebruikte dat woord. Ik moet blijkbaar erg verbaasd hebben gekeken, want ze ging verder en vertelde dat ze zich opnieuw zuiver wilde voelen. Hoe kan een man daar zinvol op antwoorden? Een verhaaltje ophangen dat seks hebben best zuiver kan wezen? Het is wel mijn inzicht, maar als ze het anders zag, dan kon ik spreken als Brugman, het zou niet helpen. Maar het bleek heel diep in haar te woekeren, dat verlangen naar zuiverheid en reinheid, wat me deed denken aan een oud concept dat in Joden- en Christendom maar ook in andere culturen van belang is geweest, de maagdelijkheid in christelijke zin, maar in het jodendom ging het vooral om reinheid. Toen ze dat hoorde was ze wel verbaasd, want daar kende ze niets van. Wie dan wel? Eigenaardige ouder wordende mannen die wat geschiedenis hebben gestudeerd en zich enigszins verdiept hebben in wat men antropologie wenste te noemen.

Ik vertelde haar dat er daarbij niet altijd veel interesse voor het vrouwelijke in de cultuur bestond, dat wil zeggen voor de vraag hoe vrouwen in de samenleving hun weg gaan en aldus levend volgens de geplogenheden van de samenleving, de cultuur dus. Dat vond ze nu wel een interessante invalshoek, want behalve van Ruth Benedict, hoort men weinig van vrouwelijke onderzoekers, al moeten die nu ampel voorhanden zijn. Zelf studeerde ze geografie en werkt ze, vertelde ze me pas nu aan een studie in menselijke geografie en dan kwam, ging ze verder, zo een uitspraak als die van mij wel even aan. Menselijke geografie? Ik vind het nog steeds een mooie benadering van de ruimte waarin we leven en inderdaad, het heeft ook raakpunten met cultuurstudie, natuurlijk.

De schuld van vrouwen? Het vat van de duivel? Zo heette het dus in de middeleeuwen, maar vandaag, hoe staan vrouwen in het leven, tegenover hun vruchtbaarheid en tegenover moederschap, tegenover de rol iemands geliefde te zijn en iemand lief te hebben? Maar hoe zal men dan een eigen leven ontplooien? Ik heb het begrepen, zegde ik haar, dat we nog veel te bespreken hebben en hopelijk ook te beleven. Mar toen ging ze dus weg, niet zonder me dankbaar een innige kus te hebben gegeven.

In media res schrijf ik dus dit stukje, omdat er dingen aan de orde kwamen die me al langer bezig houden, zeker omdat we ons leven niet meer volgens vaste patronen kunnen organiseren of laten vorm geven door geplogenheden. De taak van mensen in deze wereld? Of gaat het om iets anders, een zending? Velen vinden dat nonsens, want we moeten gewoon maximaal genieten, maar werkelijk, is dat ook zo? Of kan men genieten van de wijze waarop we onze zending ontdekken en vorm geven? Dat houdt me dus bezig, maar haar smsje maakte me duidelijk dat het gesprek nog maar pas begonnen is. Zouden andere mensen ook zo praten met elkaar? Waarom niet, denk ik dan, want we zijn niet de enigen die hongeren en dorsten naar inzicht en verlichting en helemaal alleen vinden we het ook niet.

Bart Haers


Reacties

Populaire berichten