Vaste patronen en ongewisse paden van de geest



Reflectie

conservatief, eclectisch maar niet elitair
Over waardering en gedachten

een van die filmervaring die lang zijn
blijven hangen, al hoor ik wel eens laatdunkend
spreken over Kenneth Branagh. Feit is dat
ik toen pas echt begreep dat theater
echt overtuigen kan.
Elisabeth Kantor verzet zich tegen een feministische of marxistische lezing van Shakespeare en meent dat de bard ons heel wat te vertellen heeft zonder al die vermeende en verwaten theorieën. Meteen neemt ze dus stelling in tegen wat men stilaan ook een traditie van tekstanalytische methodes op grond van een vooraf geconstrueerde waardeschaal kan noemen. Karel van het Reve had heel wat te stellen met de literatuurwetenschappnen omdat die volgens het wezenlijke van de leeservaring voor onbelangrijk hield.

 Thierry Baudet legt uit dat hij het gehad heeft met de oikofobie van de elite, dat dus expliciet een antwoord moet wezen op de xenofobie die de elite het domme volk voor de voeten werpt. Oikofobie houdt in dat leden van die elite alles wat in eigen huis tot stand is gekomen van nul en generlei waarde zou zijn. Helemaal consequent kan men in dat oikofobisch discours niet zijn, want men kan alleen van die elite deel uitmaken als men uiteraard de verdienste van de Aufklärung, de Verlichting en de Lumières onderschrijft: gelijkheid van man en vrouw en ook: de scheiding van kerk en staat. Alsof de Verlichting zich tot dergelijke mantra's laat herleiden. Precies dat is het probleem dat mensen stellen die zeggen de verwezenlijkingen van de verlichting te willen bewaken, zoals een Geert Wilders dat wel eens durft te pretenderen: de vruchten van de Verlichting laten zich niet in een paar mantra's samenvatten.

De hang naar exclusiviteit en het bewust schokkeren van de goegemeente wordt vaak als een uiting van modernisme gezien, maar al een paar decennia heb ik de indruk dat veel van die kunst wel eens lijkt op de nieuwe kleren van de keizer, waarbij het altijd nog de vraag is of er ruimte blijft voor een eigen interpretatie. Grote kunst namelijk, laat wel degelijk die ruimte, of het nu sonetten zijn van Shakespeare of een schilderij van Gustave van de Woestijne. Die ruimte voor inspiratie laat moderne kunst lang niet altijd open, waardoor men het wel eens als een draak kan voorstellen. Juist, zoals een bepaalde vorm van Jezuïetentoneel al te moralistisch overkomt, is, zo kan men bij veel actuele kunst de interpretatiearbeid wel laten vallen. Soms valt er gewoon niets te interpreteren.

Op dit punt komt dan de vraag aan de orde of Elisabeth Kantor het bij het rechte eind heeft dat de literatuur, de kunsten een eigen betekenis hebben waarbij de lezer en/of toehoorder eigen inzichten kan ontwikkelen. Thierry Baudet en Dalrymple komen hier naar mijn inzicht net iets minder overtuigend over, maar toch, het blijkt voor elk van de gesprekspartners in het boek van belang dat men niet zomaar nieuwe boeken of nieuwe installaties de hemel in zal prijzen. Persoonlijk denk ik wel eens dat bepaalde onverslijtbare klassieken misschien niet zo erg overtuigend blijken en zogenaamde mindere werken juist wel zeer waardevol. Zo ben ik er nog steeds van overtuigd dat "Boerenpsalm" van Felix Timmermans een existentialistische roman mag heten, al is het nog zo katholiek. Maar de term existentialistisch staat doorgaans voor onleesbare experimenten, waarin onderzocht kan worden wat nu het meest wezenlijk aan ons bestaan is. Boerenpsalm laat zien dat zo een levensweg langs hoogte- en dieptepunten voert en dat onze zwakheden niet zomaar tot kwalijk handelen hoeft te leiden. Maar voor sommigen was Boer Wortel wellicht een slachtoffer van de uitbuitende grondbezitter, liet de pastoor, zijn goede vriend hem geen keuze en was zijn zoon Fons die verloren liep in de stad een slachtoffer van de patriarchale gezinsverhoudingen. Ik verwijs bewust naar deze roman om aan te geven dat zonder de nostalgische ondertoon die de lezer zelf erin kan leggen, het boek voor ons als lezer laat zien dat we veel te verstouwen hebben in het leven, maar dat we er zelf, ondanks alle misère wel iets van kunnen maken en er zelfs van kunnen genieten.

Want mag men veronderstellen dat conservatieven niet wat inschikkelijker blijken ten aanzien van het leven en niet elk lijden sowieso als onaanvaardbaar afwijzen, want om iets te bereiken moet men ook wel eens diep kunnen gaan, dan kan het afwijzen van elk lijden want zinloos, het leven ook wel verarmen. Wie met kanker of met de dood van een geliefde te maken krijgt, zal dit anders begrijpen, maar ik begrijp dat dit leed dan ook van een andere orde is, omdat ik het ook wel mocht ervaren. Het blijkt ook telkens weer hoe men de inzichten van de Stoa, maar meer nog van de Griekse tragediedichters opzij wil zetten. Als Hugo Claus "de sexstaking" naar een stuk van Aristofanes, een komediedichter "Lysistrata" op het toneel brengt, krijgt het obscene de volle aandacht, maar toen ik een Franse vertaling las, bleek Aristofanes ook wel enige fijngevoeligheid in de comedie te hebben laten opborrelen. Maar belangrijker is nog dat we vandaag blind blijken voor het tragische in onze benadering van het eigen leven en van het bestaan zelf. Progressieven immers menen dat onze cultuur van beheersing juist tragische gebeurtenissen moeten vermijden, waarbij men niet altijd voldoende aandacht aan de dag legt voor het onderscheid tussen drama en tragedie. Een drama is een ongeval dat iemand of mensen overkomt zonder dat ze zelf mee de omstandigheden hebben aangebracht voor dat ongeval, zoals meisjes op de fiets op een vroege ochtend en op een veldweg worden omver gereden door een dronken chauffeur. Voor die meisjes is het een drama. Voor die kerel? We vragen ons af of hij wel begrepen heeft dat zijn gedrag hem die ellende bezorgd heeft? Want dat is, zoals altijd weer blijkt wat de tragedie kenmerkt: in onze handelingen, hoe juist ook, hoe welbegrepen ook, sluipt iets dat autodestructief blijkt en dat we, eens de handelingen op gang gekomen, de zaak onafwendbaar laat uitlopen op een tragisch einde voor de protagonist.

In het dagelijkse leven kunnen we de ijzeren theaterwet van de eenheid van handeling niet altijd waarnemen, maar het neemt niet weg dat we soms getuige zijn van tragedies. Aan de andere kant geeft ons risicomijdend gedrag wel eens aanleiding tot tragische toestanden en ook onze jacht op succes kan tragisch eindigen, in suïcide. Het betekent dat we best eens beter overwegen hoe we ons leven inrichten en in welke mate we de gang van zaken in handen wensen te houden. Eenvoudig is dat niet, want we willen toch graag de regie over de dingen houden, maar wellicht nemen we dat te letterlijk en willen we ineens ook de regie over anderen in handen nemen. Dat komt dan weer in conflict met andere uitgangspunten, zoals de autonomie van individuele personen.

In die zin roept het progressieve denken meer vragen op dan het conservatieve, want progressieven willen immers een samenleving waarin men dan wel autonoom zou zijn, maar wel volgens de normen van het sociaal contract, onderworpen zou zijn aan de algemene volkswil en dus zeer heteronoom zou leven. Net wat Thomas More in Utopia beschreef en wat ook Aldous Huxley in "Brave new world" wilde aantonen, voor de grap, naar hij zelf zegde. Het individuele gaat nu eenmaal verloren in al die vermeend ideale samenlevingen en systemen.

Toch denk ik dat men ietwat huiverig kan staan bij de ovedenkingen van Thierry Baudet, terwijl Herman De Dijn nu net wel oog heeft voor die paradox. Baudet wil immers terug naar de natiestaat, wil hoogstens bilaterale verdragen met de buren zonder er zeker van te wezen dat de burgers op die manier niet ook hun greep op het geheel zouden verliezen.

Als men deze gesprekken herleest, dan ontkomt men niet aan de gedachte dat de waarlijk wijze mens er een conservatief denken op na houdt, maar graaft men dieper, dan komt ook de gedachte opzetten dat de polarisering tussen progressieven die ook hun monopolie op waarheid en juistheid boven alle twijfel verheven zien en ook conservatieven op een aantal vlakken het denken en het argumenteren verder overbodig maken.

De uitkomst voor de conservatieven is alleen minder duidelijk dan voor de progressieven, waarbij er dan wel aan toe gevoegd moet worden dat de progressieven ook wel aan een zekere nostalgie onderhevig kunnen zijn, omdat ze oude strijdperken maar niet verlaten willen, al speelt de strijd zich net op andere domeinen af. De vraag of men moderne fertiliteittechnieken kan inzetten om een koppel mannen toch een kind te bezorgen, kan vandaag maar een antwoord krijgen en dat is dus "ja". Want die twee kerels hebben recht op vaderschap, op een kind. Komt dat met zekerheid het kind ten goede? Men mag de vraag zelfs niet stellen, want een man kan even goed opvoeden als een vrouw, toch? Misschien wel, maar zo een kind is vandaag voorwerp van a) verering; b) afgunst op ouders met beter geslaagde kindjes en c) een recht en een voorwaarde sine qua non voor een gelukkig bestaan. Conservatieven zullen hier vragen bij stellen en zelf meen ik dat een kind krijgen nog altijd ook aan de natuurlijke gang van zaken toegeschreven kan worden. Dat vrouwen en koppels geholpen kunnen worden met IVF kan men zeker toejuichen, maar als ook die technieken falen, dan blijven zo een vrouwen vaak met een groot schuldgevoel dan wel een niet te stillen gemis achter.

Men zegt mij dan wel in dit geval alle medisch-technische middelen ingezet moeten worden, maar veel van die mensen zullen menen dat we wel geen ggo mogen inzetten om honger uit de wereld te helpen. Juist, gebrek aan consistentie zullen we aan deze vaststelling niet verbinden en toch... zal men mensen die homokoppels het recht op de vervulling van hun kinderwens in twijfel trekken als homofoob brandmerken, terwijl er redelijke argumenten zijn om hier voorzichtigheid aan de dag de dag te leggen bij het hanteren van die medisch-technische mogelijkheden. Is dat conservatief? Mij dunkt het niet, want men kan de mening toegedaan zijn dat men de natuur wel kan helpen, maar geen onmogelijke combinaties moet vergen. Natuurlijk als een van de partners een welwillende dame op natuurlijke wijze bezwangert, dan is er niets aan de hand, waarom dan, vraagt zo een voorstander zich af zou men de voorhanden zijnde technieken niet aanwenden om tegemoet te komen aan de kinderwens? Gaat het fataal fout aflopen? Niemand die kan beweren dat elk kind in een heteroseksueel gezin het zo goed heeft, maar tegelijk kan men de ethische vragen niet terzijde schuiven.

In deze immers moet men er ook rekening mee houden dat een aantal aandoeningen niet of nauwelijks behandeld kunnen worden omdat de aandoening als weesziekte voor de farmaceutische industrie geen grote meerwaarde betekent. Dat apothekers niet altijd meer magistrale bereidingen mogen bereiden of er geen zin meer in hebben of dokters zelf ook niet altijd meer bij machte zijn te zoeken naar een passende remedie omdat de geneeskunde dezer dagen net zo technisch geworden is, mag men ook niet uit het oog verliezen. Het recht op een gezinnetje? Natuurlijk, zeggen sommige mensen dan, maar je moet het er zelf op aanleggen.  Hoe onburgerlijk men ook uit de hoek wil komen, hier kan men niet voorbij aan de meest kleinburgerlijke wens, die men zich inbeelden kan. Nu, het heeft te maken met de gedachte dat we ons leven perfect kunnen inrichten. Tegelijk, als er koppels zijn die hun kinderwens realiseren, ook al geeft de natuur er voorlopig geen mogelijkheid toe, dan is dat hun wens en moet men die lui ook niets verwijten.

Het is in dit perspectief dat men bij het progressieve geloof in maakbaarheid wel vraagtekens moet zetten. Ook beklijft de gedachte dat ontbreken van redenen om zich ongelukkig te voelen een begin van geluk kan betekenen terwijl dat ook niet zo hoeft uit te pakken. Anna Karenina, Eline Vere of Hedwig Marga de Fontaine in de Koele Meren des doods joegen hun geluk na en werden diep ongelukkig. Alleen Hedwig Marga de Fontaine kan na een heel lange tocht langs de koele meren des doods toch terug bij het leven aansluiting vinden. Ook Louis Couperus  schreef in "De boeken der kleine zielen" hoe het onbestemde in ons leven en de aanvaarding ervan ons kan aansterken, zoals Constance van der Welcke laat zien. Deze vrouw die eerst deed wat er van haar verlangd werd, namelijk trouwen met de beste vriend van haar vader die dus ruim een generatie ouder was, vervolgens vreemd ging en zwanger werd van een nog jonge ambassaderaad, en kreeg gedurende jaren voortdurend de verwijten van haar wangedrag voor de voeten geworpen, terwijl de wandaad lag in de suggestie dat ze zou trouwen met de veel oudere man, zodat het overspel niet zo moeilijk te voorspellen viel. Maar Constance wordt geen slachtoffer, hoe moeilijk het haar allemaal wel kan vallen. Zij neemt de regie over van haar zuster, nadat haar schoonbroer bij een vreselijke familieruzie in elkaar gezakt was. Zij aanvaardt na veel worstelen dat ze met haar echtgenoot Van der Welcke wel een zoon heeft maar minder deelt dan ze had gewenst. Ze wordt uiteindelijk nog behoorlijk gelukkig, ondanks de omstandigheden. Het leven brengt niet altijd cadeaus en zeker niet op een zondag op het vliegveld Orly.

Wat Jelle Dehaen brengt is een staalkaart van het conservatieve denken en hoe verscheiden de verschillende posities wel niet uit blijken te pakken. Thierry Baudet en Herman De Dijn vallen niet zomaar te rijmen, ook al omdat de emeritus hoogleraar er niet op is gebrand conservatief uit de hoek te komen, te pas en te onpas.  Ook Elisabeth Kantor, die dan toch meer uitgesproken conservatief wil overkomen, legt toch de nadruk op de kwesties zelf die haar aanbelangen, waar ze belangstelling voor aan de dag legt. De vraag is of we zozeer van ons gelijk doordrongen moeten zijn dat we bepaalde benaderingen uitsluiten, omdat ze nu eenmaal conservatief moeten heten? Wat is dat dan? Na de gesprekken gelezen te hebben, blijkt de aantrekkingskracht er juist in te liggen dat men niet per se een voorgekauwd antwoord moet hebben; zoals katholieken vrijzinnigen verwijten dat ze op alles een helder antwoord hebben en katholieken net geloven dat ze altijd weer zoveel in de weegschaal moeten afwegen, maar door vrijzinnigen ervan verdacht worden van bovenaf de juiste en altijd weer parate antwoorden te hebben. Conclusie? Dat we mogen erkennen dat we met zoeken naar een passend antwoord wel eens wat tijd stuk slaan, maar tegelijk dat de onmiddellijke antwoorden - van anderen - niet altijd de beste lijken, kan ons ook opmerkzaam maken voor onze vooringenomenheid.

Maar het is niet alles, want de status van het slachtoffer in de progressieve benadering der dingen spoort soms merkwaardig met de lijdzaamheid die men vroeger aangepraat kreeg vanuit een paternalistische kerk. Lijdzaamheid kan het slachtoffer niet helpen, aanvaarden van de omstandigheden evenwel kan ertoe leiden dat iemand toch een eigen weg kan gaan, zoals Boris Cyrulnik, zelf toch een slachtoffer van de Jodenvervolging en Endlösung in Frankrijk, terwijl zijn ouders al waren moeten vluchten voor Stalin. Het trauma van de vervolging, de razzia's en de wegvoering van zijn beide ouders, heeft hij min of meer kunnen opvangen dankzij de veerkracht die anderen bij hem wisten aan te boren en waardoor hij dus eigen wegen kon bedenken.

Een andere benadering van het vandaag welig tierende slachtofferdom kan erin bestaan dat men vergeten is dat het feit dat men geboren wordt meteen ook inhoudt dat men zich doorheen het leven een weg hoort te vinden. Daarbij komt leed voor en soms meer dan een mens denkt te kunnen dragen. Maar als men zich alleen slachtoffer weet, zonder in te zien dat anderen dat ook kunnen claimen, op andere gronden, om andere redenen, zal men zich ook laten voorstaan op dat lijden. Hangt er ons dan altijd leed boven het hoofd? Dat mag niet de gedachte zijn. Overigens, als men ook nog eens geloven wil dat we sowieso alleen tegenover de anderen staan, dan zullen we inderdaad smeken om een sterke staat, maar geloven we, nemen we aan dat anderen ook kunnen deugen, ter goeder trouw kunnen zijn dan kunnen we met hen bouwen aan een goed bestaan. Het is in deze zin dat de discussie voor of tegen conservatief denken, veel onbesproken laat. Bovendien hoeft men niet tot de happy few te behoren om te mogen werken aan een goed leven.

Bart Haers



Reacties

Populaire berichten