Vertrouwen als hoeksteen



Brief


wie het bouwen aan morgen
veronachtzaamt

Brugge, 8 mei 2015

Onderhandelingen op de veemarkt in Den Bosch (Wiel van der Randen fotograaf
1934). Het verloop van die onderhandelingen beruste op het wederzijds
vertrouwen en op de ervaring van de betrouwbaarheid van de koper en
verkoper. Het lijkt erop dat dezer dagen de handel in vee vaak
electronisch verloopt en dat men kijkt naar de papieren waarde.
Of dit het vertrouwen bij verkopers en kopers versteerkt, valt
nog te bezien. 
Men schrijft vandaag dat Bart de Wever zijn positie goed berekend heeft, terwijl Abu Jahjah meent dat men een misdaad tegen de mensheid en tegen de menselijkheid geen fout kan noemen, laat staan een vergissing. Een aantal argumenten heeft hij daarvoor wel, maar toch, het woord fout heeft blijkbaar niet voor iedereen dezelfde betekenis. Fout is fout, maar kan men een fout opvatten als een misdrijf, een misdaad? Of zou het alleen maar een eufemisme heten. We gebruiken nu eenmaal graag verhullend  taalgebruik, waarmee we elkaar en onszelf begoochelen, opdat we, zo heet het, de werkelijkheid niet tot ons door laten dringen. Men zegt dat het kapitalisme niet op vertrouwen gebouwd zou zijn, maar dat kan men slechts een misvatting noemen.

Als je die gedachten leest van Abu Jahjah dan kom je tot de conclusie dat men in Vlaanderen nog altijd een weigering ziet van de werkelijkheid, terwijl men ook in Vlaanderen wel degelijk begrepen heeft, denk ik, dat de positiebepalingen voor WO I en tot en met het Interbellum, de periode tijdens WO II en de repressie maar vooral de epuratie wel eens disproportioneel konden uitpakken, maar daarom niet per se onterecht waren. Gaan vechten voor de vijand was voor wel meer mensen problematisch. Dat binnen de Vlaamse beweging een virulent antibelgicisme kon ontstaan, lijkt men maar niet te begrijpen. Voor WO I dus had je over alle fracties in de kamer in de Vlaamse taalgroep een vrij stevige steun voor de Vernederlandsing van de samenleving en cultuur. Men kan overigens niet doen alsof de strijd van de hogeschoolcommissie met Louis Franck, Camille Huysmans en Frans van Cauwelaert al in het teken stond van iets waar niemand toen van gehoord had. Zij waren democraten, maar zochten wel naar middelen om de samenleving te vernederlandsen en dat was, wat Lode Wils ook mag beweren, zelfs niet a priori een zaak van katholieken alleen. Ook mensen als Cyriel Buysse of Karel van de Woestijne steunden voor WO I zeer ruimhartig en overtuigend die politieke strijd, zonder zich katholiek, laat staan als klerikalen te laten kennen.

Na WO I werden activisten gestraft, maar geleidelijk probeerde men de helden van de IJzer, die politiek bereid waren Belgisch patriottisme op de helling te zetten met de activisten te associëren. Er zijn mensen uit de Frontbeweging en Frontpartij die tegen 1932 eerder naar Links bewogen, er zijn mensen die van zeer Vlaams via het Groot-Nederlandse gedachtegoed naar nieuw Bourgondisch, in wezen Belgisch ideaal bewogen, de heer Joris Van Severen, zoon van een notaris in Wakken vatte sympathie op voor een meer democratische samenleving en zou in een eerste beweging mee de Frontpartij mee vorm geven. Later vond hij er geen kansen genoeg en richtte zijn eigen beweging op, Verdinaso. Rechtlijnigheid kan men hem niet altijd verwijten, maar toch denk ik dat, gezien het feit dat sommige mensen nog tijdens de Oorlog, toen Van Severen in Abbeville op 20 mei 1940, waar hij op last van de Procureur-generaal Ganshof-van der Meersch heen was gezonden als lid van een vermeende vijfde colonne, was neergeschoten door een Franse soldaat, gingen zijn mensen verschillende richtingen uit. Na 1936 was Van Severen in wezen opnieuw Belgisch gezind, maar viel het lastig de publieke opinie voor zich te winnen. En bestond hij het een autoritair leiderschap te ambiëren, finaal werd hem de mond gesnoerd.

Voor ons zijn de verhoudingen duidelijk, want de collaboratie was zonder meer fout en kon vanaf 1943 zeker op grond van de besluitwetten vervolgd worden. De verschillende gradaties van collaboratie werden onder ogen gezien, van wapendracht voor de vijand tot gewoon lidmaatschap van een collaboratiepartij, alles werd gewogen. Natuurlijk  waren er veel die vonden dat men het communisme diende te bestrijden, maar tegelijk was er ook, voor ons moeilijk te vatten, het aannemen van de uitgangspunten van de nazi's. Het is wel zo lastig dat te zien in de context, zonder daarom een en ander te vergoelijken, want contextualiseren lijkt vaak synoniem voor het vinden van een verschoningsgrond. Maar de omstandigheden, persoonlijke ambities en nog wat van die zaken zijn wel degelijk van belang in de gebeurtenissen van personen en van grotere collectiviteiten, zoals gemeenten, landen en dat kan men wel eens beter overwegen, zonder er verschoning voor te vinden.

Het valt me op dat de drukdoenerij vandaag rond WO I en WO II wel eens scherp in de schijnwerpers zet dat we over deze, onze tijd vaak net zo min proberen te vatten als sommige lieden dat toen deden. Het voorbeeld bij uitstek blijft Martin Heidegger, die zelfs een leidende rol wilde opnemen in de nieuwe orde van Hitler, maar er werd hem weinig ruimte gegund. Anderen die wel degelijk begrepen hoe nefast de ideologie van de NSDAP wel niet was, konden nauwelijks overleven. Maar als er lieden waren die goed zagen dat het gevaar van de NSDAP en Hitler en de verleiding die ervan uitging voor elkeen groot kon zijn, als men niet zag dat het een reactie was op aannames over hoe het met Duitsland én met de wereld was gesteld, toen... Wie bovendien de ellende van joodse medeburgers, meestal in de eigen familie kon ervaren, begreep wel waar men op uit was. Voor onze tijd is het wel zo dat er nog altijd wel mensen zijn die antisemitisme niet zo vreemd vinden, al verdween veel van de Joodse cultuur uit ons gezichtsveld. Maar het zijn wel andere bedreigingen die onze cultuur onder druk kunnen zetten.

Het is niet a priori zo dat de Islam bedreigend zou zijn, wel is het zo dat de polarisering tussen zij die vinden dat men overal onverkort moslim moet kunnen wezen en zij die vinden een religie aanhangen of omhelzen niet meer van deze tijd is, gevaarlijk kan zijn. Het gaat er evenwel niet om dat men alle verwezenlijkingen van onze cultuur, van moderne technologie en vooral wetenschappelijk begrijpen moet afwijzen, zoals men wel eens doet, maar een voor zover mogelijk afwegen van de inzichten en mogelijkheden voor de samenleving van morgen blijft wel aangewezen, wil men niet plotseling en blindelings met de keerzijde van de medaille geconfronteerd worden.

Die samenleving van morgen kunnen we niet zomaar optuigen met onze intiemste wensen en verlangens, maar ook kunnen we er niet over denken zonder ergens een ideaalbeeld ervan voor ogen te hebben zweven. want zoals Safranski het ook al met kracht van argumenten betoogde, kan men niet naar de samenleving kijken zonder een idee van wat het zou kunnen zijn. Hoever ideaal en werkelijkheid van elkaar verwijderd mogen of kunnen zijn, heeft dan wel degelijk belang. Echter, door de demonen van het verleden wakker te houden, slaagt men er niet goed in dat verhaal bij elkaar te lezen waar we nu mee bezig zijn. De kritiek op het neoliberalisme mag van belang zijn, niet alle kritiek op dat neoliberalisme is van tel voor het omgaan met de vrije markt en het marktdenken. Meerwaarde scheppen is nog altijd een voorwaarde voor een sociale welvaartstraat. Men kan proberen het beste van twee werelden bij elkaar te brengen, maar de keerzijde - nog eens - kan men lang niet altijd ontwijken, maar nogal wat organisaties en mensen menen van het verafschuwde kapitalisme en de vrije samenleving vooral de schaduwzijden te moeten zien, wel over het ziende dat dit de beste mogelijkheden biedt er iets van te maken, voor het eigen leven en voor derden.

Kortom, het kan goed zijn te onderzoeken wat er gebeurd is, waarom mensen kozen voor collaboratie, maar ook hoe mensen bereid waren onderduikers te helpen en daarbij grote risico's voor lief namen. Maar dan komt men bij iets dat mij paradoxaal voorkomt, waar links en neoliberalen elkaar uitstekend kunnen vinden, bij de afwijzing van zoiets als de samenleving, de gemeenschap van mensen die zich met elkaar verbonden weten omdat ze gemeenschappelijke belangen hebben, patriottisme, eventueel een milde vorm van nationalisme, maar dat men meent te moeten afwijzen omdat dit zowel de eigen lotsbestemming zou inperken als het gevaar zou inhouden dat men mensen uitsluiten kan. Hoe nobel ook, men kan niet als een staat functioneren als men het concept van de natie helemaal afwijst. Men kan geen engagement in praktisch beleid vertalen als men niet weet voor wie. Overigens, wie illegale activiteiten ontplooide deed dat vaak ook om de oude natie weer in ere te herstellen. Anderen, zoals de communistische verzetsgroepen, na 22 juni 1941 dus, wilden net ook zo een totalitair regime vestigen. Zou het dan echt lood om oud ijzer geweest zijn? Er waren ook wel burgerlijke verzetsgroepen, blijkt na ampel onderzoek. Precies die groepen wilden het individu alle kansen geven door een staatsopvatting naar voor te schuiven die men democratisch noemt, maar die volgens sommigen sinds Mei '68 elitair moet heten. Het gaat om een staatsopvatting waarbij de staat door de ontwikkeling van het recht en de aanpassing ervan aan de mogelijkheden van de tijd tot proportioneel handelen wordt aangezet. Controle vanwege de overheid? Moet kunnen, maar binnen evidente grenzen die de grondwet stelt. Toch mag dat ook niet tot machteloosheid voeren, want dat kan leiden tot politiek verval.  

Het komt mij bedenkelijk voor als men in al die vehikels van onze visie op samenleving de brug niet weet te slaan tussen het gemeenschappelijke en het individuele. Het gelijkheidsdenken, maar ook de idee van het sociaal contract laat onverlet dat men ook moet zien hoe het individu daarin eigen wegen kan gaan en zonder misdadig te worden wanneer die de heersende normen niet geheel accepteert. Daarom kan men niet zomaar over "de collaboratie" spreken maar evenmin zal men negeren dat anderen een ander totalitarisme helemaal van zonden vrij achtten, vooral dan de afwijzing van de menselijke waardigheid in het kader van het bewerken van een samenleving waar gelijkheid de norm is. Gelijkheid nastreven zonder de uniciteit en individualiteit van personen in de verdrukking te brengen vergt niet enkel nuanceren van het concept gelijkheid, maar ook het nastreven van proportionaliteit. Want vergeten we tot slot niet dan men het graag zo voorstelt dat de voorkeur voor nazisme en fascisme bij de middenklasse te vinden was, maar de werkelijkheid is stugger, want onder meer de Duitse SPD verloor aan aanhang aanzien tijdens de jaren van de Republiek van Weimar bij de eigen achterban.

Tot slot, de visie op morgen vergt analyses van wat er vandaag aan mogelijkheden bestaat. Dat kan men niet per se aan de hand van oude strijd- en twistpunten. Zonder die te vergeten en de omvang van het lijden te negeren, zonder ook de bereidheid eraan mee te werken te ontkennen moeten we dus aan de slag met wat zich vandaag aan mogelijkheden en risico's presenteert. ik denk dat hier nog heel wat boven te spitten valt en in overweging te nemen. Denken dat men de vooruitgang zonder meer kan omhelzen, lijkt me risicovol. De toekomst gaandeweg vorm geven , is dat niet een mooie opdracht. Maar ik denk ook dat we een aantal mogelijkheden over het hoofd zien, zoals het koesteren van wederzijds vertrouwen. En de oude tweespalt, polarisering koesteren stelt het vertrouwen in anderen vaak in de schaduw of men vindt het naïef. Dat schaadt het samenleven, al zal men niet zomaar geloven dat we iedereen zomaar kunnen vertrouwen, maar het zou een goed begin zijn.

We zegden al dat wie meent dat het kapitalisme, de vrije samenleving niet op vertrouwen gebaseerd zou zijn, negeert het wezen van het handelsverkeer en van het concept eigendomsrechten. "Eigendom is diefstal" hoorde ik zonen en dochters van welgestelde burgers wel eens beweren, waarna ze gezwind begonnen eigendom te verwerven. Overigens vertrouwen als basis voor de samenleving erkennen, impliceert ook dat men minder van bovenaf zou moeten sturen, van het scheppen van voldoende woningen tot het organiseren van de mobiliteit of de toegang tot kennis, via het onderwijs en via de media, het internet. Er staat dus wel een en ander op het spel, waarbij men het verleden niet altijd als stok achter de deur moet hanteren. Maar goed, sommige mensen menen dat controle (van anderen) zekerder vruchten afwerpt dan vertrouwen, terwijl in een organisatie net vertrouwen meer zal motiveren tot grote inzet.

Salve & vale


Bart Haers  

Reacties

Populaire berichten