Goethe over esthetische ervaring; over kleuren en relaties



Kritiek



Goethe en de wetenschappen
Tegen speculatie en mathematische onttovering



Ik ben nog aan de slag met
Safranski en diens biografie
van en over Goethe, maar ik
vond dat dit boek ook even
aandacht verdiende. 
Zoals Goethe blijkbaar Spinoza las, zoals hij met zijn inzichten bezig was, dat wil zeggen door erover sprekend inzichten betrachtte te verwerven of fijner af te stemmen, zo kan ik mij er niet van onthouden het over de biografie van Rudiger Safranski te hebben. Als er een auteur zich met de Duitse Verlichting heeft ingelaten, dan is het wel Safranski en toch lijkt men Goethe maar niet bij de Verlichting te willen rekenen of hem een eigen invloed laten hebben. Zijn Farbenlehre zou een farce zijn, zijn gebrek aan patriottisme een blijk van gebrek aan inzicht en zijn romans, zoals "Die Wahlverwandschaften"* een gebrek aan dramatische bevlogenheid vertonen.

De biograaf maakt omstandig duidelijk dat de Farbenlehre voor Goethe die er twintig jaar mee rond zeulde een zeer persoonlijke visie op de omgang van zijn tijd met kennis en inzicht worden. Over de kleur had Newton al alles gezegd, zo blijkt, omdat hij door het gebruik van het prisma de breking van het licht kon waarnemen en beschrijven: van violet tot rood in het zichtbare spectrum en verder ultraviolet enerzijds en infrarood anderzijds in de onzichtbare spectra, voor ons onzichtbaar dan toch... Waarom zou Goethe er geen vrede mee gehad hebben? Men kan inderdaad rustig dat omvangrijke werk terzijde leggen, maar er zit volgens Safranski wel een schat aan inzichten in die ook in zijn roman over de chemie van menselijke relaties uitdrukking vindt.

Goethe die zelf met Werther het stormachtige emotionele, zelfs sentimentele leven van een jongeman schreef, via brieven, maakt in een latere fase van zijn leven de balans op en komt tot de vaststelling dat we niet enkel mysterie moeten zoeken in de natuur of de mens in de natuur plaatsen, maar ook de natuur in de mens onderkennen. Onze driften, zeker de eros, kan men moeilijk ontkomen. Maar mensen springen er verschillend mee om en geven het niet per se dezelfde plaats in hun leven. In de figuur van Ottilie, die zich door abstinentie, zowel wat de liefde betreft als het voedsel, waaraan ze overlijdt, volgens de slotwoorden heilig wordt of geheiligd.

Niet iedereen houdt van deze roman, omdat het ons confronteert met het eigen onzekere handelen in het domein van de liefde. Men vindt het einde wel eens al te melig, maar bij elke lezing vallen me details op die het lezen altijd weer boeiend maakt. Het punt is dat we niet aanvaarden dat we als mensen wel tot de natuur behoren maar dat het bewustzijn elke mens tot een raadsel maakt voor zichzelf en voor anderen. Dat we zouden handelen als basen en zuren, c.q. gedetermineerd zouden zijn en niet aan die natuur ontkomen, mag men volgens Safranski niet in de schoenen van Goethe schuiven. Wel is het zo dat de tweede natuur, de cultuur mensen kan verpletteren, met schuldgevoel of vrees voor moreel falen. Gaat hij hiermee Jean-Jacques Rousseau achterna? Is het de cultuur, de samenleving die de mens bederven kan of in het verderf storten? Ik denk dat Safranski die conclusie niet trekt, maar er wel aan refereert. Belangrijk is dat sommige mensen, zoals Charlotte wel staande blijven en ook de kapitein kan binnen de regels en normen van de goegemeente leven en doet zichzelf niet tekort.

Eduard heeft een probleem, lezen we, want telkens wanneer iets te lang zijn aandacht vraagt, wordt hij bang zich te vervelen. Hij vreest domweg de verveling, zowel die van het nietsdoen als die van de steeds herhaalde activiteit en staat daarmee als een modern mens voor ons. Het komt me voor dat Goethe hier inderdaad dieper in de menselijke ziel kijkt dan we het graag hebben. Hij kiest ervoor als auteur te laten zien dat Ottilie niet buiten hem om kan, dat zij echter niet aan hem ontkomen kan en hem telkens weer nabij treft, hoe ze ook probeert uit zijn buurt te blijven. Men kan dit verhaal dan ook niet afdoen als een gekunstel, want hij, Goethe wilde net zoals Friedrich Schiller niet dat men het bijzondere van een kunstwerk zou negeren, maar toch mocht het niet zo zijn dat het, zoals in de Opera alleen maar het sentimentele uitvergroot aan bod komt, maar daarom niet zinloos moet heten. Maar het mag ook niet zo zijn dat het leven volkomen objectief bejegend wordt, maar dat men peilt naar wat het leven en vooral ervaringen met ons doen.

De Farbenlehre blijkt op dat vlak meer een aanmaning te zijn om, zeer modern, te peilen naar wat mensen en dingen voor ons betekenen. Waar Newton wetenschappelijk en mathematisch een kleurenleer opbouwt, brengt Goethe ons bij wat de kleuren met ons doen. Het komt me voor dat deze benadering die wetenschappelijk inderdaad weinig zinvol moet heten, menselijk gesproken best belangwekkend kan zijn. Goethe zal zijn tijd ver vooruit geweest zijn, maar in zijn tijd en later hebben wetenschappers zijn werk niet ernstig genomen. Dat valt hen niet kwalijk te nemen, maar dat literatuurwetenschappers, zo meent ook Safranski aan die benadering voorbij gaan en de collega's uit de faculteit exacte wetenschappen nabrouwen, kan men maar moeilijk verdragen. Wat Goethe doet met de kleurenleer gaat immers om meer dan om wetenschappelijke kennis, het gaat om wie we zijn en hoe we naar de wereld kijken.

In deze optiek kan men de ontmoetingen van Goethe met Napoleon niet uit het oog verliezen, want ze hebben op de auteur grote indruk gemaakt. Goethe wordt na de ontmoetingen verweten onpatriottisch te handelen en op te treden. Zelfs met de hertog, Carl August kan hij even niet meer zo goed opschieten, maar daar speelt veel in mee, zoals de familiebanden van de hertog van Weimar met Pruisen en de Tsaar. Goethe wil ook dat Weimar zo neutraal mogelijk opereert, maar de slag bij Auerstadt is het gevolg van politieke besluiten in Potsdam, door Pruisen. Auerstadt zet het leven van velen op losse schroeven, ook Goethe kan ervan meespreken. Nog meer dan voorheen hecht hij aan helderheid over zijn positie, echt daarom zijn vrouw, die hem ook nog eens zo ongeveer het leven heeft gered heeft, vraagt aan de hertog het huis aan de Frauenplan volledig in bezit te geven en zal geleidelijk ook zijn politieke ambt vaarwel zeggen.

Deze hoofdstukken brengen ons ertoe de vraag te stellen waar het de Goethe die Napoleon mocht ontmoeten nu om te doen is. Want ooit geloofde hij in het genie dat mensen gegeven kan zijn, maar de ouder wordende Goethe lijkt zich niet meer zo op dat talent voor te laten staan. Zijn visie is meer op de werkelijkheid gebaseerd en hij merkt na het overlijden van Schiller dat verdienste ook wel van belang is. Zijn "Farbenlehre" kan men bezwaarlijk wetenschappelijk noemen, maar dat zal hem niet raken, want hij brengt, lang voor anderen een kritiek uit op de idee dat het verklaren van iets ons sowieso tot inzicht brengt. Maar Goethe wantrouwt die kennis en wantrouwt ook de kennis die met instrumenten verworven wordt. Prisma's en andere zaken gaan hem niet aan, maar toch heeft hij respect voor Spinoza, hangt op de een of andere manier diens visie aan dat God en Natuur alleen maar kunnen samenvallen, maar wijst ook het monotheïsme aan.

Vertaling op vraag van de hertog van "Mahomet" van Voltaire leidt tot een bewerking, waarbij Goethe de afkeer van Voltaire tegen de profeet bijschaaft en zo de ontwikkelingen van de achttiende weergeeft, want aan het begin van de 18de eeuw leefde nog de herinnering aan de oorlog tegen de Turken die Wenen te voeren had, terwijl aan het einde van de eeuw het exotische en het exquise van de cultuur van het Ottomaanse rijk naar voor komen. Maar er is nog de vaststelling: dat Voltaire zo scherp de profeet diende aan te pakken omdat hij zo zonder bezwaar de Katholieke zeloten kon beschimpen. Zijn boodschap zou niet tegen de Islam gericht zijn geweest, maar tegen de katholieken en dan vooral de fanatieken, zoals bijvoorbeeld de Jansenisten. Goethe had met die constellatie weinig uitstaans, maar vond ook dat de polemische traditie een goede kijk  op de zaken verhinderde. Goethe als de vervreemde intellectueel? In zekere zin kan men aan die conclusie niet voorbij, want gaat hij zoals Herder welwillende aandacht opbrengen voor niet-christelijke religies, dan is ook duidelijk dat Goethe bijvoorbeeld het nieuwe Duitse patriottisme dat na Auerstadt 1806 vorm krijgt voor hem niet deugt. Hij ziet in Napoleon meer dan de geweldenaar, maar als een kracht die vrede kan brengen op het continent - wat wellicht na 1813 anders begrepen zal worden - zodat de vorstendommetjes in peis en vree kunnen leven. Napoleon is dan meer dan de man, zelfs dan de keizer een noodlot dat iedereen ten goede kan komen, dat Duitsland ook miste. Het einde van het oude Keizerrijk, het Heilig Roomse Rijk onder Habsburg maakt het dan weer voor Duitse patriotten in Berlijn en elders mogelijk een Duitse geest op te roepen.

Goethe wilde niet zomaar aannemen wat hem gezegd werd te geloven, maar hij wees af wat hem speculatie toescheen en tegelijk begreep hij dat de methodes en resultaten van wetenschappelijk onderzoek voor een cognitief probleem zorgen:

Hij wil niet verdedigen maar met zijn vorm van fenomenologie zijn vlag planten in het hart van de tegenstander. Daarin heeft hij zich laten leiden door zijn persoonlijkheidsideaal.      Het kennen moet alles waar de mens naar streeft en al zijn capaciteiten in harmonie brengen en incorporeren; zintuiglijkheid en redelijkheid, verbeeldingskracht en verstand moeten samenwerken. Deze capaciteiten verkeren in een natuurlijk evenwicht. Wie waarnemingsprothesen,  bijvoorbeeld de telescoop  of een microscoop, te hulp roept, kan daardoor weliswaar ontdekkingen doen, maar zijn zintuig voor de buitenwereld en zijn innerlijk oordeelsvermogen raken daardoor uit balans       
Safranski, Goethe, Kunstwerk van een leven, p. 499)

Goethe neemt hier uitgesproken een standpunt in dat men als antimodern kan afserveren, maar zijn bezorgdheid, aldus de biograaf, mag ons niet onberoerd laten: als de media ons dag na dag vertellen over gevaren in verre oorden, over oorlogen ver van hier, kan het zijn dat we ze voor reëler houden dan we denken, terwijl we wat nabij zien of ervaren, misschien net veilig veraf achten. Goethe liet zijn dagbladen enige tijd liggen, voor hij ze ter hand nam. Kritische zin? Nood aan afstand? De vervaging van de grenzen van het eigen perkje, de eigen sfeer, daar had hij het lastig mee, maar wij menen dat het allemaal niet zo erg is.

Toch zit in deze kritiek op de moderniteit, waarbij Goethe dus Newton te lijf ging, niet zomaar afwijzing, maar hij wil een bestaan afbakenen en ontwikkelen waarin de scheppende en spontane levensvorm, waarin het esthetische een prominente plaats krijgt, niet als dilletantisme maar met grote aandacht en betrokkenheid. Een onderscheid dat we vandaag niet echt maken, in die zin dat de esthetische ervaring van een gefotoshopte deerne gelijk geacht wordt aan een schilderij van Borremans, om maar eens een actueel schilder te noemen. In het werk van Goethe, valt dan op, zit een belangwekkend conflict verweven, want de dichter is ook politicus en eigenaar van gronden en huizen. Hij wil die esthetische ervaring veilig stellen, maar niet de bewoner van een goed ingericht appartement in de wolken worden. Tasso en Antonio, de hoofdfiguren van een paradigmatisch stuk, waarin Tasso staat voor de dichters, wereldvreemd en Antonio, de bestuurder, misschien geslepen en sluw, maar wel klaar kijkend naar de realiteit. Goethe was fier op zijn Farbenlehre, maar als men zijn demarche afzet tegen de wetenschappelijke praktijk, dan kan men er weinig mee aanvangen. toch zal men accepteren dat hij probeerde iets van het menselijke, al te menselijke veilig te stellen. Komt hij tussen twee stoelen terecht, dan wel omdat hij aan de ene kant religieuze of charlataneske speculatie afwijst - hij leefde in een tijd waar spiritisme en andere begoochelingen hoogtij vierden - maar aan de andere kant meent hij dat de wetenschappelijke, mathematisch uitgedrukte inzichten teveel onttovering brengen. Dat we de voordelen van moderne techniek kunnen genieten, moet niet betekenen dat we gewoon alles aannemen. Alleen zal men zich afvragen op grond van welke argumenten men dingen afwijzen wil of omarmen, want dat kan ook. Neen, we hebben een wereld geërfd, kennis en inzichten geërfd en ook wel schoonheid. Jawel, er is ook veel viezigheid, maar vindt men een film vies om twee mensen elkaar teder lijken te beminnen en elkaar desondanks de duvel aandoen. Of is vies, goor en vuil misschien zeer persoonlijk. Zelf heb ik de indruk dat er sinds mijn jonge jaren een nieuw soort fatsoen is komen opduiken, dat ook nog eens mensen echt in een kooi plaatst en hen niet toelaat authentiek met de dingen om te gaan.

Rudiger Safranski beschrijft in de bladzijden die ik las en die ik hier aan u wilde voorleggen een persoon die met beide voeten in de eigen tijd staat, maar erin slaagt afstand te houden wat hem al te opdringerig wordt aangereikt. Zijn Kleurenleer, maar ook "Affiniteiten", zoals de roman "Die Wahlverwandtschaften" vormen een poging enerzijds ons kijken naar de wereld vanuit de eigen ervaring helder te poneren als mogelijkheid, terwijl de roman onze omgang met liefde, affiniteit, maar ook zichzelf aardig schildert. Men kan de roman gedateerd noemen - maar hoe zou het anders kunnen - maar toch hooglijk waarderen.

Het verkennen van Goethe's leven brengt mij er alvast toe te geloven dat men zelf ook een levensweg kan zoeken en zelfs vinden, waarin we niet geheel door de buitenwereld verdrongen worden, maar ook het bewustzijn koesteren dan ons zelfbewustzijn ook een begoocheling kan wezen. De wetenschappelijke vooruitgang heeft ons leven danig en ten goede veranderd, maar tegelijk laat Safranski zien dat we vaak ook het spoor bijster zijn als het om het humane én om het samenleven met anderen gaat. Goethe is evenwel zozeer een monstre sacré dat men er gemakkelijk vele frustraties en ressentimenten op kan loslaten. Maar dan komt men niet nader tot diens denken en benaderen van mens en wereld. Men moet hem niet navolgen, maar kennis ervan nemen, kan wel inspireren.


Bart Haers 

Zie ook: http://www.dereactor.org/home/detail/alleen_de_grootste_nabijheid/

Reacties

Populaire berichten