Napoleon behoeft geen vakhistorici



Dezer Dagen


Napoleon?

Het Waterloo van de Geschiedschrijving


Gedenkteken opgericht door Willem I, ter
ere van zijn zoon Willem Frederik, aka
koning Willem II, die men een held mag
noemen van de slag bij Waterloo. Het
beeld van de leeuw kijkt  naar het Westen,
Frankrijk ontradend nog eens de
Nederlanden binnen te vallen
of te willen annaxeren.
18 juni 1815? Enkele jaren geleden waren er bij een quiz maar weinig die de vraag, zo gesteld, konden beantwoorden. Bovendien, de dagen voor en na de veldslag zijn op zich ook best interessant als men militaire geschiedenis ernstig neemt. Maar toch, het blijft merkwaardig dat sommigen deze fatale dag herdenken en daarbij niets willen afdoen aan de grootsheid hunner held. Kan men Napoleon wel begrijpen als men aan het feit voorbij gaat dat zijn Corsica pas door Frankrijk werd verworven toen Napoleon ter wereld kwam - een oorzakelijk verband is er overigens geenszins. Toen was Louis XV koning, de wel beminde, maar vooral zeer verguisde. Tegelijk was dat verhaal van de verovering of verwerving door Frankrijk een mooie illustratie van de machtsverhoudingen binnen Europa en van wie probeerde de tegenpartij een hak te zetten of voordeel te halen uit de situatie. Hetzelfde verhaal zou men kunnen vertellen als het over Duitse staatjes als Weimar of Saksen-Gotha ging, waar ook vele verwikkelingen, afwegingen en manke besluitvorming de gang van zaken bepaalde. Als we de radiospotjes over Waterloo dezer dagen mogen geloven, zijn er historici, zoals Bart Van Loo of Johan Op de Beeck - geen van beide heeft een diploma master of licentiaat, laat staan doctorsbul in de geschiedenis -  zodat men zich kan afvragen waarom ook hier weer de vakmensen buiten beeld moeten blijven.

Natuurlijk mogen die mensen over Napoleon schrijven en als het goed is, zal ik het ook wel laten weten, maar bij mijn weten, halen ze het in hun hoofd de bestaande literatuur over Napoleon, de revolutie in te dikken tot enkele clichés. Neem nu Maximilien de Robespierre, die de inzichten van Jean-Jacques Rousseau praktische uitvoering wilde geven en dus vond dat de Volonté Générale  maar vorm kon krijgen als de tegenstanders en de bedreigingen werden uitgeschakeld. De Terreur maakt deel uit van het verhaal, zoals ook Lenin goed wist en ook Pol Pot nog eens overdeed, lang niet zo dunnetjes, zodat wie de rol van Napoleon in het proces wil beschrijven, moet wel opmerken dat kort voor hij zijn kansen kreeg en greep de Franse samenleving, maar daarmee ook de hele Europese maatschappij niet enkel trilde en beefde, maar ook dat men niet goed wist hoe men het allemaal weer op orde zou krijgen. Welke orde? Hier heeft Napoleon het zijne toe bijgedragen door het beëindigen van de "Guerres de l'Ouest", de opstanden in Bretagne, maar ook Normandië en ook de langjarige opstand in de Vendée. Maar wie spreekt er vandaag nog over de Chouans? Of over de Boerenkrijg?

Niemand kan ontkennen dat Napoleon in de mate dat hij het bestuur ter hand nam, de grillige gang van zaken sinds de bijeenkomst van de Staten-Generaal in 1789,  tot rust wist te brengen, maar zijn militaire ambities lijken - hier bijzonder terecht - daar dan weer tegenin te gaan. Die ambiguïteit kan men niet wegmoffelen, want de bestuurlijke prestaties, waarbij de verschillende ideeën die de Conventie of de Nationale vergadering hadden uitgedacht onder Napoleon een meer vaste vorm kregen, kan men ook niet zomaar in een oogwenk uitleggen, laat staan verklaren. Zijn originaliteit? Dat blijkt wel de meest navrante vergissing als het over politici gaat, dat ze origineel  horen te zijn. De tegenstelling tussen de beate verering voor Louis XIV en de voortdurende neiging Louis XV maar liever te vergeten, terwijl de laatste wellicht meer bijgedragen heeft aan de betere levensomstandigheden voor de Fransen, niet in het minst in dorpen die tot dan toe soms niet toegankelijk bleken. Analfabetisme nam af en het lezen kwam in zwang. Ook dat is dan wel geen typisch Franse ontwikkeling, want het gaat om de groei van de bemiddelde middenklasse in Europa, waar een grote dynamiek van uitging en die mee de sfeer mogelijk maakte waarin de Tiers Etat een eigen koers ging varen. Dat was de zaak waar de gang van zaken leidde tot een omwenteling

Het had anders kunnen lopen als de jonge Louis XVI andere raadgevers had gehad die niet per se de voorrechten van de kerk en verschillende adelsgroepen wilden herstellen. Maar tegelijk kan men ook niet blind blijven voor de ontwikkelingen die hoe dan ook op gang waren gekomen. Vorsten hebben een rol, maar het mag niet zomaar aangenomen worden dat hun handelen alles bepalend was. Dat geldt ook voor Napoleon, die ook wel heel bijzondere inzichten had, zoals het concordaat met de Paus, waarbij de traditie van de Gallicaanse kerk nog een paar standjes verder doorgeschoven werden - niet afgeschaft dus, verre van. De instelling van parochies die een vaste pastoor kregen waardoor niemand die pastoors kon verplaatsen tenzij de keizer, laat zien hoe stevig de greep van Napoleon wel niet was, in beginsel. Overigens zou men tijdens de Restauratie ook hier niet zo heel veel verandering in aanbrengen. Men kan zeggen dat het Gallicanisme opgegeven wordt, maar de inrichting van de kerk in Frankrijk en België zal tot 1905 en tot vandaag in België veel aan belang behouden. Vooral de relatie tussen kerk en staat blijft altijd complex en onzeker.

De rol van Napoleon valt niet te onderschatten, maar men moet wel opletten dat men bepaalde aspecten van zijn optreden niet wegmoffelt, evenmin kan men zich ertoe laten verleiden teveel ideologische zuiverheid in zijn optreden terug te vinden. Pragmatisme, opportunisme en ook wel een aantal inzichten die ons tot vandaag wel iets hebben gebracht, zoals een rechtsstaat, gecodificeerd recht, maar men mag de nadelen ervan niet ontkennen, heeft hij handen en voeten gegeven. Maar tegelijk merkt men dezer dagen dat zijn voorkeur voor heldere concepten en bestuurlijke systemen al lang en breed gestrand zijn op de wensen van juristen, rechtbanken en belangengroepen.  

Of moeten we het voorbeeld, het ideaaltype van de politiechef, Joseph Fouché, over wie Stefan Zweig schreef, niet ter sprake brengen? De man die er geen punt van maakte zelfs Napoleon of Talleyrand te laten volgen. Met andere woorden, we kunnen veel zeggen over Napoleon Bonaparte, maar zonder zijn omstandigheden goed te belichten, zonder zijn tijdsgewricht goed te vatten, blijven we steken in beate heldenverering, zoals Stendhal dat zelf aan de dag legde, of beter, in zijn helden Julien Sorel - in Le rouge et le noir - en Fabrice Del Dongo, de hoofdrolspeler in "La Chartreuse de Parme. In die roman merkt men overigens ook hoe Stendhal het wel gehad had met die heldenverering, waar hij zelf ook wel het zijne toe had bijgedragen. Ook Lev Tolstoj heeft van de Napoleontische oorlogen een onvoorstelbaar rijk geschakeerd beeld geschetst, waarbij hij evengoed de Oostenrijkse keizer, de Pruisen als de Russische maarschalk Koetoesow te kijk zet. Wie de oorlog won? Tolstoj stelt het vrij boud vast dat het niet de generaals waren, maar de manschappen en dan vooral de partizanen, die na de vlucht uit Moskou Napoleons troepen voortdurend belaagden op de lange weg naar het Westen.

Men weet dat mijn voorkeur uitgaat naar de benadering van Jacques Presser, die net voor de oorlog, in 1940 dus, een weinig vleiend maar wel betrokken beeld van de keizer op heeft gehangen, daarbij geïnspireerd door de gedachte dat dictators domweg niet kunnen deugen: Napoleon niet, Hitler niet, Stalin evenmin. Het boek verscheen pas na WO II, die Presser kon overleven als duikeling, onderduiker. Toch wordt over dit boek maar heel zelden gesproken, terwijl het als benadering wellicht het best de afwegingen presenteert die men maken kan als Napoleon in het vizier genomen wordt. Hij is dan ook mijn beste bondgenoot om te stellen dat men best wat meer naar historici luisteren zou in plaats van hobbyisten zoveel aan het woord te laten. Iedereen meent geschiedenis te kunnen schrijven, maar als puntje bij paaltje komt, blijkt toch dat men heel goed het vele materiaal in de vingers dient te hebben om het verhaal te vertellen. Om tot de synthese te komen, dient men vele deelaspecten goed te bekijken, af te wegen wat bij verklaringen - niet enkel in een strikt causale zin - het zwaarste wegen moet en wat wel mee kan gespeeld hebben en toch in feite grote gevolgen heeft gehad.

De historiograaf heeft een mooie, omvangrijke maar niet zelden complexe taak evoluties bij elkaar te brengen die elkaar niet per se invloeden, maar elk op zich wel voor individuen en gemeenschappen, samenlevingen van belang zijn. Descartes presenteerde in 1637 zijn bekende "Discours de la méthode" om aan te geven wat voor denkers de beste zou weg zijn om tot heldere, rationele inzichten te komen. Men weet dat voor Descartes het opdelen van de stof, van de beschikbare kennis voor de hand lag omdat men anders in het geheel zijn weg zou verliezen. Die methode afwijzen brengt niet veel zoden aan de dijk, alleen moet men zijn precept met overleg volgen. Zo kan men aannemelijk maken dat als het doel van de geschiedschrijver wezen zou de opgang en ondergang van het Romeinse Rijk te onderzoeken en aan de lezer kond te doen, hij toch eerst zelf eerst alle primaire bronnen zou moeten lezen, maar dan niet enkel Titus Livius, maar ook al dat epigrafische materiaal, de vele herdenkingsstèles die her en der in het Romeinse rijk door belangrijke burgers werden opgericht. Niemand kan dat gigantische werk op eigen houtje verrichten. Ook de historiografie rond Napoleon, over de Franse Revolutie en over de Restauratie kan men nooit zelf geheel uit primaire bronnen optrekken, want dan zou men in de verschillende talen en cultuursferen van Europa thuis moeten zijn. Men zou dus, om even een detail eruit te lichten, heel vertrouwd moeten zijn met de ontwikkelingen in de Po-vlakte, maar ook het hele Lombardije om de positiebepalingen van Napoleon, de bourgeoisie en adel in dat gebied, maar ook dient men de positie van Wenen en Madrid te begrijpen om de handelingen van Napoleon en het nachleben ervan goed in te kunnen schatten. Zo geldt het ook voor de politiek van Napoleon in de Duitse landen. Finaal zou men zich moeten afvragen waarom Napoleon per se die keizerstitel wilde en wat ervan de gevolgen zijn geweest.

Het is wel goed dat we die veldslag van 18 juni 1815 herdenken, maar beseffen we wel dat het tot de taak van de historicus m/v kan behoren niet enkel het einde van Napoleon te belichten, niet enkel de Restauratie zoals die ideologisch gekaderd werd - als een terugkeer naar het Ancien Régime, want dat was het geenszins - maar ook hoe overal in Europa een periode aanbrak die men met recht de Lange 19de eeuw noemt, die een IJzeren eeuw zou worden. De restauratie wilde niet zomaar de oude privilegies herstellen in de toestand van weleer, maar zocht op basis van redelijkheid naar middelen en instituties om de chaos, de lange periode van onzekerheid in rustiger vaarwater te brengen. Natuurlijk streefde Metternich ernaar, met de hulp van iemand als Fouché de censuur te handhaven, maar men zal toch hopelijk niet vergeten dat de negentiende eeuw ook al niet zo gemakkelijk te vatten valt. Overigens, noemt de periode na het Congres van Wenen enerzijds de Biedermeierzeit, noemt waarbij het kleinburgerlijke element zou hebben gezegevierd, maar het was ook de tijd van de Duitse Romantiek en verder kan men het ook hebben over de Vormärz, de periode die eindigt in het Parlement van Frankfurt, 1848 - 1849. Intussen kreeg Nederland door toedoen van Johann Thorbecke een liberale grondwet. Intussen gebeurt er vanzelfsprekend ook wel een en ander in Frankrijk, de Nederlanden en Engeland, Oostenrijk. De evoluties in de kunsten laten zowel het particuliere van die verschillende sferen zien als het grotere geheel. Beethoven? Overleefde Napoleon 10 jaar en schreef toen grensverleggende muziek. Schubert? Hector Berlioz liet zich inspireren door von Beethoven en gaf zijn fantasie vorm in "Harold en Italie" en andere stukken. De Faust van Goethe werd ook al door een Franse componist als opera uitgewerkt: La damnation de Faust werd verklankt door Charles Gounod. Berlioz componeerde het werk in 1848...

Hoe kan men die hele periode proberen te vatten in een paar slagwoorden, kernbegrippen? Als het al niet eenvoudig is, dan nog is een gewichtiger vraag of we dat wel moeten willen. Wie een eenvoudig verhaal zou willen, zal zich licht bedrogen willen. Dat is de reden waarom ik bij het schrijven van dit stuk vooral betreur dat we zo weinig vakhistorici m/v hoor. Stellen dat ze blasé zijn, te blasé om zich in de herinneringscarrousel te laten opvoeren, is niet zo een vriendelijke verklaring, maar het is meteen ook de kern van de zaak: men herdenkt vandaag hoogstens nog los van de omstandigheden hoogte- of dieptepunten - dat hangt af van het perspectief, het standpunt.

Het is niet zonder belang te begrijpen dat de historicus die zich met Napoleons handelen Eerste Consul en als keizer inlaat, wel heel veel werk zal moeten verzetten en voor zowel het concordaat met Rome, de keizerskroning als de oorlog tegen Moskou heel veel debatten op het spoor zal moeten komen, archivalia zal moeten doornemen en de correctheid ervan proberen in te schatten. Maar niemand komt zomaar op het ijs, want er is al zoveel geschreven, bij elkaar onderzocht, ontwikkeld zodat wie nu iets meent te vertellen te hebben, maar moeilijk origineel uit de hoek zal komen. Maar tegelijk is het ook wel zo nuttig dat mensen goede en misschien dan wel geen stichtelijke lectuur over de Held meekrijgen, dan nog een betrouwbaar beeld van de gebeurtenissen. En dat blijkt ook bij deze herdenking weer onder de radar te blijven: hoe krijgen we een betrouwbaar beeld van Napoleon, Waterloo en alles wat er uit is voortgekomen? Mensen als Van Loo en Op de Beeck mogen dan wel hun best doen, er is iets in hun benadering dat hen niet meteen geschikt maakt als gidsen: ze bevestigen de bestaande beeldvorming, al menen ze in ernst afstand te houden van clichés.

Bart Haers




Reacties

  1. Ik weet het, ik schreef al over de man en zijn werken, maar ik vrees dat het niet voldoende aan de orde gesteld kan worden, hoe weinig vakhistorici ten onzent nog in de media aan het woord komen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Uw probleem met de boeken van Van Loo en Op de Beeck (die onderling erg verschillen) is ideologisch en u hoeft dat niet weg te steken achter een gebrek aan het juiste diploma wat een sofisme is (in de zin van fallacie).

    U heeft er erg veel woorden voor nodig maar het punt voor u blijkt uit:

    "maar beseffen we wel dat het tot de taak van de historicus m/v kan behoren niet enkel het einde van Napoleon te belichten, niet enkel de Restauratie zoals die ideologisch gekaderd werd - als een terugkeer naar het Ancien Régime, want dat was het geenszins "

    Vervolgens probeert u dit hard te maken met wat nuances en excuses die niet kunnen overtuigen. Het lijkt wel cognitieve dissonantie reductie.

    De Ongeletterde

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Mijn waarde anonymus, ik weet dat sommige mensen menen dat diploma's er niet toe doen, maar dat hangt af van het vakgebied. Dat wil zeggen, van een arts of ingenieurs nemen we aan dat die zeer goed onderlegd. Wat taalkunde betreft zullen we dat ook nog wel aanvaarden, maar als het om geschiedenis gaat, is iedereen bekwaam, die vijf lijntjes lezen kan.

      Ik denk dat de restauratie zoals Metternich en zelfs Talleyrand die voorstonden een poging was het oude regieme te herstellen, maar glansrijk faalde. Hoezo? Omdat de restauratie wel ideologisch de praktijk van de revolutie wilde negeren, maar bijvoorbeeld in onze contreien botste op de eis van mens die "zwart goed" gekocht hadden, die aankoop niet terug gedraaid wilden zien. Zwart goed? Eigendommen van Kloosters die door Jozef II en onder de Fanse annexatie waren genaast door de staat en vervolgens verkocht.

      Maar ten gronde wilde men ook niet terug naar het ancien régime? Dus, van cognitieve dissonantie is er geen sprake, behalve als u nuanceringen niet van belang acht. Maar dat is de enige manier om met geschiedenis om te gaan.

      Verwijderen
  3. Intussen kreeg ik vanweg Bart van Loo het boek toegestuurd en na het verwerken van Safranski, Goethe, zal ik het met grote aandacht lezen, net als ik Jacques Pressers biografie van Napoleon zal herlezen. .

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie plaatsen

Populaire berichten