Referenda en contradictorisch beleid schaden democratie



Kritiek

De democratie en de
publieke zaak
De wereld verbeteren?

René Nicolas de Maupeou voerde
in naam van Louis XV een nieuw
belastingssysteem in dat in
zekere mate de privilegies van
de verschillende adelijke
groepen beperkte. Maar na
de dood van Louis XV zou
men terugkeren naar de oude orde. 
Mobiliteit? Men moet minder rondrijden, al helemaal niet met de auto, want alles slibt dicht. Het openbaar vervoer dan maar? Het blijft moeilijk om in de late avond te vertrouwen op het openbaar vervoer, want het is er niet. Op zondag een wandeling in landelijk gebied? Met de wagen, want de bussen werden afgeschaft. Of hoe men in wezen contradictorische eisen stelt; hoe men wil doen geloven dat we fout gebruik zouden maken van de middelen en instrumenten die ons ter beschikking staan. Want er is geen domein waar men niet op gestelde tijdstippen ontstellend te kijk worden gezet.

De regering moet problemen oplossen. Zo simpel is het, alleen, de vraag of iets een maatschappelijke kwestie van eerste orde zou wezen, blijkt niet zomaar objectief vast te stellen. Erger nog, We zijn vergeten dat de private levenssfeer meer behelst dan gegevens over de kleur van het schaamhaar bloot te geven, maar dat het ook betekent dat we zelf keuzes maken over allerlei zaken, van de kleur van de tegels in de badkamer of over het feit dat we in onze tuin enkele bomen willen planten, kerselaar of notelaar, terwijl de buren er alles aan doen om geen blaadje te zien vallen in hun tuin. Dat we niet altijd origineel uit de hoek komen, kan het punt niet zijn, wat we merken is dat we uitgenodigd worden om in onze keuzes zomaar mee te zwemmen met de zalm. Maar leven in een democratie betekent ook dat niet alles wat ons aanbelangt ook politiek, publiek zou moeten worden.

Tegelijk is het ook niet altijd duidelijk wat het publieke domein dan wel behelst. Persoonlijke veiligheid hoort erbij, in de mate dat het gaat over het verzekeren van de interne veiligheid, dat mensen elkaar niet afmaken op straat of bij elkaar binnendringen. Maar ook een billijke rechtsbedeling maakt deel uit van de publieke sfeer. Openbaarheid van de rechtspraak is dan ook weer van belang. Militaire beveiliging van het territorium, het land is verder ook aan de orde. Maar als we bij zoiets als onderwijs of gezondheidszorg uitkomen, dan wordt het beeld wat minder scherp, zij het dat het eigen aan een hoogtechnologische samenleving dat deze domeinen vanzelfsprekend als handelingsterrein voor de politiek wordt geacht.

De situatie van de gezondheidssector in de VSA is tekenend: nergens wordt meer geld aan gezondheid besteed, maar nergens missen meer mensen mogelijkheden om goede en betaalbare zorg te krijgen. Men liet de mensen begrijpen dat Obamacare een al te linkse ingreep zou wezen, terwijl veel mensen die republikeins stemmen er net wel baat bij zouden hebben. De reden is dat de medische sector daar als zeer persoonlijk wordt beschouwd zodat wie er geen beroep op kan doen, op dokters en verpleging wel duidelijk een verliezer is. Hier heeft men de gezondheidszorg gecollectiviseerd tot op zekere hoogte, waarbij de mutualiteiten een grote rol spelen en de verzekeringsfunctie niet op basis van individueel gedrag berekend wordt. Nu de vergrijzing (in de vergrijzing) toeneemt, zal men wel opmerken dat meer mensen ziek worden, maar dat vele van die aandoeningen gewoon komen met de jaren. De ene mens is op 85 nog kras en kranig, anderen kunnen niet meer zelfstandig leven op 80. Of dat veel met een gezonde levensstijl te maken heeft, valt nog te bezien, want Drs. P werd 95 ondanks zijn eeuwige sigaartjes - ik gun ze hem wel - en anderen hebben tijdens hun leven gezond gegeten, zeer gevarieerd, met vis, veel groenten en weinig vet, maar hadden op hun manier een zwaar leven. Voorbeeldig leven loont dus niet altijd en het zal misschien ooit duidelijk worden, als we de adepten van de genoomanalyses mogen geloven, dat het er misschien zelfs niet toe doet, gezond leven. Maar kan men het uitlezen van het genoom op allerlei aandoeningen wel hanteren als een goed instrument voor het persoonlijke leven?

Maar goed, juist daar ligt de grens tussen het persoonlijke en het publieke wel ergens maar wie ze kan aantonen, mag het zeggen. Er is evenwel meer, want we zien dat het "geen schade-principe" er dezer dagen toe kan leiden dat mensen actie ondernemen om een kinderopvang te laten sluiten. Lawaaihinder van vliegtuigen? Moet stoppen. Tot op zekere hoogte valt dat te begrijpen, maar er zou wel eens een punt kunnen zijn dat we er als samenleving veel bij inschieten. Moet ik de VZW Ademloos nog vermelden? Men wil geen fijn stof aan de ene kant van de stad, maar verhindert zo oplossingen voor een dagelijks fileprobleem en vervuiling aan de andere kant, want hoe men de verkeersstromen zal beperken zonder de bewegingsvrijheid van mensen in te perken, blijft mij een raadsel.

Daarom is het goed dat we opnieuw in vraag stellen hoe we de publieke zaak behartigen en tegelijk beseffen dat mensen inderdaad hun persoonlijke belangen behartigen. Niet altijd is er een oplossing mogelijk, niet altijd kunnen de belangen verzoend worden. Het valt overigens op dat men gemakkelijk het foute gedrag van mensen in de kijker zet, terwijl men dan niet begrijpelijk maken kan dat onze samenleving relatief goed functioneert. Het punt blijft dan wel te weten welke criteria te hanteren.

Francis Fukuyama schreef in zijn tweede deel van "De oorsprong van onze politiek" onder meer dat in de VSA de burgerbewegingen en -initiatieven omvangrijk zijn en vele domeinen van het beleid bestrijken. Wel merkt hij op dat het schijnbare pluralisme ervan het feit verdoezelt dat het de grootste muilen zien die het meest aan hun trekken komen. Wie goed geschoold is, zin heeft een initiatief te nemen en de politici weet aan te spreken, zal gemakkelijk gehoor vinden, maar velen blijven monddood. Links in Vlaanderen, waar veel actiegroepen gemakkelijk aansluiting bij vinden, zoals gebleken is bij de discussies over de aansluiting van Zeebrugge op het netwerk van kanalen voor de binnenvaart, zodat links, c.q. Vuile Mong en zijn Vieze Gasten de bondgenoten werden van de grootgrondbezitters, enfin, villabezitters rond Damme. Terwijl er vele redenen zijn om het kanaal Gent-Brugge niet verder te belasten en al helemaal niet het rak rond de stad.

Men moet geen burgeractivisme afwijzen, wel begrijpen dat het niet evident is dat die bewegingen ook oog hebben voor andere belangen. En dat is nu net wat Francis Fukuyama aanstipt, wie ervan uitgaat dat al die groepen die zich voor goede en andere zaken inzetten, meteen de hele maatschappelijke agenda bestrijken en iedereen laten delen in de vreugde, komt bedrogen uit, want niet alle belangen worden even rechtmatig behartigd. Ten tijde van Ronald Reagan sprak men over de Silent Majority,  de zwijgende meerderheid die zich noch door de actiegroepen noch door de politici bediend wisten - omdat de politici vooral de luidste stemmen horen, bijvoorbeeld de wapenlobby, de aanhangers van het Tweede Amendement op de Grondwet. Op dat terrein speelt het voortdurende zoeken naar evenwichten tussen de machten juist de minder welstellenden en minder hoog geschoolden een lelijke toer, terwijl die groepen wel gemobiliseerd worden, zo te zien tegen hun belangen in.

Politici die pleiten voor een referendum in een systeem van volksvertegenwoordiging, op lokaal niveau en hogere, vergeten dat ze daarmee hun publiek de valse indruk geven dat ze finaal over hun eigen lot beschikken. Zwitsers vertellen me wel eens dat ze bijvoorbeeld op het vlak van lokale referenda niet altijd goed weten hoe de vork aan de steel zit en dat veel mensen als ze deelnemen, vaak blind varen op onvolledige informatie - wat de media zich wel zouden mogen aantrekken. Bij referenda en andere vormen van geformaliseerde inspraak kan men dus vaststellen dat alleen mensen die zich echt betrokken weten hun stem laten horen. Politici m/v zouden dus meer bewust moeten luisteren naar deze groepen, dat wil zeggen dat zij, de politici zich niet mogen blindstaren op de mooie verkoopspraatjes, willen ze billijk de belangen van eenieder trachten te behartigen.

Als men dan kijkt naar een beweging als 'Hart boven Hard' dan moet men zich afvragen of die strijd tegen een kille regering echt wel de belangen van de zwaksten in de samenleving behartigen. Hier geldt wat Fukuyama zo ampel demonstreert, dat een goede autonome administratie die dossiers, casussen op hun merites beoordelen en niet "à la tête du client" voor precies de minder bedeelden en minder mondige mensen een veiliger borg is voor hun belangen dan de actiegroepen. Net in dit domein blijkt overigens de grens tussen het persoonlijke en het publieke zeer te vervagen, ook bij de publieke opinie. Aan de ene kant blijft men zitten in het discours van het slachtofferschap, dat wil zeggen dat wie niet door de overheid naar behoren bediend wordt, kan zich slachtoffer noemen. Het is een verworvenheid, maar zou het kunnen dat we er wel eens excessief gebruik van maken. De kwestie graaft diep in de relatie tussen burger en overheid en kan tegelijk de rechten van derden tekort doen, eenvoudig weg omdat de overheid niet op elke vraag kan ingaan. Bovendien kan men vaststellen dat op vele terreinen van onderwijs over zorg tot mobiliteit heel wat ten behoeve van de gemeenschap geregeld is en vrij toegankelijk. Bijkomende maatregelen kunnen de positie van andere rechthebbenden tekort doen.

Met andere woorden moet men bij besluitvorming over bijvoorbeeld pensioenen er zich rekenschap van geven dat we wel bepaalde beroepsgroepen bijzondere rechten kunnen toekennen, maar dat dit dan voor anderen een nadeel kan betekenen. Nu, inzake het opnemen van het pensioen blijkt dat sommige mensen inderdaad zware beroepen uitoefenen, terwijl anderen vinden dat de wettelijke pensioengerechtigde leeftijd misschien nog te laag is en ondervinden zij het als een nadeel te vroeg te moeten opstappen. Bovendien werden voorheen rechten toegekend die nu door de demografische evolutie en de toegenomen levensverwachting wellicht niet te handhaven zijn. Het spanningsveld tussen algemene maatregelen, het wettelijke kader en de persoonlijke situatie impliceert dat er wel eens gezocht moet worden naar aanpassingen, maar dat we als rechthebbenden niet het onderste uit de kas halen.

Daarom kan het soms ondoenlijk zijn zomaar op een issue te gaan hameren, zonder de andere peilers van het maatschappelijke en bestuurlijke apparaat in het gedrang te brengen. Het debat verloopt daarom soms al te vaak op het niveau van de grote principes, zoals het bestrijden van onrechtvaardigheid, dat overigens niet vanzelfsprekend als ongelijkheid vertaald dient te worden.

Toch dienen we niet te vergeten dat er een aantal groepen zijn die wel degelijk het algemeen belang voor ogen hebben staan en er een eigen vertaling aan geven. Dat debat kan men niet vervangen door technocratische bestuursvormen, waarbij men zich volkomen op econometrische en andere objectieve data zou richten, terwijl men zo aan het feit voorbij gaat dat men ongewenste neveneffecten niet kan bijsturen. Politiek is immers niet enkel een zaak van belangenconflicten, maar ook op het vinden van een gemeenschappelijke grond om zowel concrete kwesties als meer ideële belangen te behartigen. Ook de wijze van uitvoeren van beslist beleid moet men goed onder ogen nemen en begrijpen dat bepaalde doelen niet zomaar bereikt worden, maar ook dat de remedie te zwaar kan zijn voor een gegeven patiënt. Inzake onderwijs heeft men decennia lang gemikt op democratisering, terwijl die al lang en breed een feit was. Tegelijk mag men dan de instroom van mensen met een migratieachtergrond niet uit het oog verliezen en daar zal men onderwijsbeleid en dus vooral onderwijs opnieuw aantrekkelijk moeten maken en als een weg naar ontvoogding en sociale mobiliteit.

We hebben nog slechts een paar aspecten van het democratische debat behandeld en duidelijk is dat wie zich met het politieke bezig wil houden heel veel geduld moet hebben om alle facetten te kunnen overzien en veel moed om algemeen gunstig geachte voorstellen toch niet in overweging te nemen omdat de schadelijke gevolgen zwaarder wegen dan de voordelen. Natuurlijk is het iedereen gegeven zich met de publieke zaak in te laten, maar onderweg moet men dan wel rekening houden met het feit dat men dan geen ja of nee kan krijgen, maar alleen besluiteloosheid. Echter, neemt men besluiten dan kan men niet altijd iedereen plezieren. Daarom is de representatieve democratie van belang.

Hadden we het al over de vraag of de scheiding der machten kan betekenen dat de rechter, zelfs de raadsheren van het Hof van Cassatie niet op de zetel van de politieke besluitvormers mogen zitten, die van de wetgevende en van de uitvoerende macht. Het is een van de zwaktes van het Amerikaanse besluitvormingsproces dat zetelende rechters zoveel beleid kunnen maken, waarbij vaak de rechten van partijen onderkend worden, maar niet van het commun good. Geldt zo een uitspraak ook nog eens een keertje als precedent, dan kan men juichen, als men in de positie van de gunstig bejegende partij zit, maar als het publieke domein, het algemeen belang in zicht komt, dan ligt dat anders. De rechter spreekt recht in concrete dossiers, de wetgever schept het wettelijke kader en dat is al behoorlijk complex.

Ik ben niet tegen referenda, maar toch denk ik dat men beter een legitiem aangestelde raad kan laten besluiten, waarna burgers, na vijf jaar beleidvoeren een oordeel mogen vellen. De afgelopen twee decennia klaagde men over de volatiliteit van de stemmen, maar men weigerde aan de mogelijkheid ter verklaring te denken dat mensen hun belang wel begrijpen. Een stem voor rechts of een stem voor links, in deze tijden? Rechts is voor de bourgeois, Links zegt voor de arbeiders te zijn - die steeds minder aandeel hebben in het electoraat en zelf ook behoorlijk burgerlijk geworden zijn - maar ontneemt niet zelden kansen tot sociale mobiliteit, waar het nodig is. Vergeten we niet dat op dat vlak ook de persoonlijke inzet, impetus, nodig is, want wie niets doet... Intussen leerden we dat de ongekwalificeerde uitstroom van jongeren uit het onderwijs bijzonder laag blijkt te liggen, rond 7,5 maar men sprak voortdurend over 1 op 13,  1 op 14 haalt geen einddiploma of -attest. In percentages zit men dan aan 7,1 tot 7,6 %. Maar goed, de formulering wil ons ongerust maken, terwijl men voor die zeven procent van de jongeren nog wel iets kan doen, zonder voor het overige de goed presterende leerlingen kansen te ontnemen. Maar juist het onderwijs is het jachtterrein van specialisten en daar is weinig debat over mogelijk, want de ouders, zelfs de leerkrachten zijn onvoldoende onderlegd, zeggen de experten. Juist die houding van de overheidsdienaren maakt dat veel debat blijft steken in het ventileren van grote principes en abstracte noties. De kracht van verandering kan erin bestaan dat men niet zomaar experten volgt, als die niet kunnen aantonen dat ze hun verhaal ook buiten de achterkamers kunnen uitleggen. In het democratische debat immers, hebben sommige actoren meer mogelijkheden dan andere, zich vaak ook nog eens beroepend op academische adelbrieven. In de sociale wetenschappen werkt dat dan toch anders dan bij de exacte wetenschappen. De vervreemding van de kapitaalkrachtige middenklasse brengt men dan nauwelijks in rekening.

Tot slot zou een referendum over de tax shift een toppunt van democratie lijken, maar tegelijk zou men de poten onder onze welvaart wegzagen als men zomaar besloot een rijkentaks in te voeren. De tax shift moet gaan over de bruto loonkosten en over een vereenvoudigen van de fiscale wetgeving, al was het maar om minder expertise van node te hebben om de juistheid van aangiften te toetsen en alle handelingen te verrichten.  Maar hierover hoort men nauwelijks iemand spreken en toch zou dat al veel ongenoegen wegwerken. Of nog: de complexiteit van de wetgeving is begrijpelijk, maar overschrijdt men bepaalde drempels van complexiteit, dan bestaat de kans dat men met ongewenste of zelfs nefaste neveneffecten te maken te hebben. Op dat vlak kan men verwijzen naar California, waar via referenda een stringent en gul, progressief beleid geëist werd op vele vlakken, maar de belastingen ook verlaagd dienden te worden. De gouden staat ging net niet bankroet, maar kan onmogelijk beide strategieën die via referenda werden gevraagd
even volkomen invullen.


Bart Haers

Reacties

Populaire berichten