sociale afkomst geen alles bepalend gegeven



Dezer Dagen


Muzikale smaak en klasse[i]
Hoe ver zijn we afgedwaald

André Rieu? Voor wie maakt
hij zijn shows met veel glitter
en glamour? Voor de armen
van geest of voor "de miljoenen"?
Hij maakt escapistische shows,
maar wie houdt ervan? Juist,
sociologisch onderzoek laat
misschien toe een beeld te
schetsen. Maar bijvoorbeeld
Richard Sennett was cellist tot
een accident dat verder verhinderde.
Toch woonde hij in een woonblok in
Chicago, voor armere mensen.  
In Knack beweert men dat de stelling waar is dat onze sociale achtergrond onze muzikale smaak zou bepalen. Waarom zou men er een probleem mee hebben als het zo is? Maar ook, waarom zou er geen fout in de analyse zitten?

Johan Fleerackers en Frans van Mechelen hebben met anderen in Vlaanderen zowel culturele centra opgezet als het deeltijds kunstonderwijs bevorderd. Hun namen zijn lang vergeten en men beweerde zo rond 1985 dat hun werk vergeefs was geweest: cultureel kapitaal laat zich niet zomaar doorgeven.

Ik heb ernstige twijfels over de wijze waarop men tot dit inzicht kwam, maar kan daarvoor geen beroep doen op sociologisch onderzoek. Mag ik zo vrij zijn dit soort onderzoek te wantrouwen? Want het mag duidelijk zijn dat de uitgangspunten van zo een onderzoek niet waardenvrij zijn. De oorsprong ligt bij de visie van Pierre Bourdieu die in zijn onderzoek de gedachte bevestigd zag dat sociale mobiliteit in wezen niet leiden zal tot culturele assimilatie. In wezen is het vreemd dat links hier vast aan wenst te houden, want het betekent dat integratie van mensen met een migratieachtergrond zich nooit goed kunnen voelen bij Satie of Mozart, bij Smetana of John Adams; dat geeft ook mee dat het instellen van het Deeltijds Kunstonderwijs nergens toe dient, tenzij het Matthaeuseffect bevestigen: wie veel heeft, zal gegeven worden.

Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje, zegt men, maar deze volkswijsheid werd zo ongeveer met de Franse Revolutie en vooral met dank aan de Industriële revolutie terzijde geschoven, maar het was uiteraard ook een stevige troost voor wie niet de maatschappelijke ladder kon beklimmen. Het blijft bevreemden dat men deze waarheid zo prominent blijft handhaven, want het was precies op het moment dat Pierre Bourdieu zijn artikel schreef, zag men de colleges en athenea vollopen met mensen die er voordien niet zo gauw aan gedacht hadden de humaniora te verkiezen boven andere opleidingen of ambachtelijke vorming.

Vreemd is ook dat men dezer dagen nog muzikale genres als minder of beter wil bestempelen, terwijl men er alles aan doet om schlagers en het genre salonfähig te maken. Eddy Wally krijgt ook in De Standaard aandacht, de rector van de universiteit ging een paar jaar geleden speciaal langs op het Sint-Baafsplein om hem te horen. Ook andere charmezangers krijgen vanuit wat we gemeenzaam de elite noemen, aandacht en waardering. Populisme zonder meer, zoveel is duidelijk, maar tegelijk denk ik dat er een redeneerfout in het geval zit, want het gaat hier niet meer om een gearticuleerde smaak van een bepaalde cultuur, maar om het exploiteren door commerciële bedrijven van steeds weer nieuwe dingetjes. Tegelijk kan men houden van Jacques Brel, van Ramses Shaffy en ook nog eens Joan Baez in herinnering hebben en koesteren. Maar dat zal wel allemaal behoorlijk elitair zijn. En toch, toch waren het niet de BCBG of Bobo's in de betekenis van Bourgeois-Bohémiens die me dat aandroegen. Het aanbod was er en ontstond vrij spontaan een bepaalde voorkeur.

Het was prof. dr. Raymond Vervliet die ons vertrouwd maakte met noties als High Brow en Lawer culture. Maar tegelijk werd het verhaal van de working class hero in allerlei variaties en toonaarden steeds opnieuw geclaimd door mensen die men nog nauwelijks met de zogenaamde arbeidersklasse kon vereenzelvigen. En ja, ik kende, dankzij vakantiejobs bij een vleeswarenbedrijf, maar ook dankzij het voetbal en judo mensen die toen, net na 1970 nog echt arbeiders mochten heten en er zelf fier op waren. En ja, in de academie in Waarschoot zaten kinderen van bankfiliaaldirecteuren en wevers bij SAW - Société Anonieme de Waarschoot - maar dus ook kinderen van onderwijzers en dokters, de toen nog enige tandarts in het dorp bij elkaar. Notenleer, dictie, voordracht, beeldende kunsten... maar Bourdieu zou er gemerkt hebben dat sociaal en cultureel kapitaal wel migreren kon.

Het artikel in Knack laat nog maar eens zien dat men de idee van emancipatie, zowel de persoonlijke ontvoogding en ontwikkeling als de maatschappelijke ontvoogding verlaten heeft. Meer nog, het lijkt er sterk op dat deze oude gedachte die de bouwers van de Arbeiderskathedraal, de Vooruit in Gent, het feestpaleis, begeesterd had, achterwege is gelaten, naarmate de ontvoogding en de sociale mobiliteit het proces van verburgerlijking van de arbeidersklasse een succes bleek.

Ten andere, dat een aantal intellectuelen het maar logisch vinden dat ze niet om de cultuurtaal, het Standaardnederlands hoeven te geven, terwijl net dat proces van culturele regressie de jongeren uit sociaal achtergestelde gezinnen kansen ontneemt om zich maatschappelijk te ontplooien en persoonlijk nieuwe expressiemogelijkheden te zoeken.

Er moeten niet meer woorden aan dit thema besteed worden, want het is een aanfluiting van wat men zou horen te koesteren: de mogelijkheid eigen smaak te ontwikkelen en niet per se gehinderd te worden door de zogenaamde sociale barrières. Dat men op die manier aan fact checking doet, gaat alvast mijn petje te boven. Dat er sociale barrières zijn, kan niemand ontkennen, maar men kan wel bedenken dat het onderwijsaanbod ertoe kon en kan bijdragen nieuwe horizonten gaan verkennen. Die gedachte botst met wat in Knack genoteerd staat en bevestigd wordt als waar. Het klopte domweg niet een halve tot een kwart eeuw geleden, waarom zou het nu dan wel kloppen. Alleen past het aardig in het kraam van de eeuwige verontwaardigden, die vinden dat de rijken gepluimd mogen worden. Rijkdom als misdaad, hoge cultuur als snobisme wegzetten, het is gewoonte geworden. Het is een oude truuk, maar ze spoort niet met de werkelijkheid. Richard Powers roman "the time of our singing" waar twee jonge Afro-Amerikaanse jongens aan de befaamde Juliard School of music mogen gaan studeren maar uiteindelijk in Atlanta terecht komen, na de glorietijd van de kuststad met name. Toch komt een van de twee naar Gent en suggereerd Powers dat hij zich daar, in Gent, inlaat met historische muziekuitvoering en gaat zingen bij Collegium Vocale. Want zo is het toch wel, veel (klassieke) muzikanten zijn werkelijk working class heroes, andere kwamen aangespoeld uit de voor Joden verplichte woongebieden in Oekraïne en kwamen in Europa en de VS tot grote roem.

Bart Haers









[i] Ik vond het artikel in Knack van 24 juni, maar vond het niet terug op de website van het weekblad, waarin gesteld wordt dat sociale klasse onze muzikale voorkeur bepaalt

Reacties

Populaire berichten