Een onbeheersbaar probleem: de bootvluchtelingen uit Libië



Kritiek

Na de Arabische Lente
het vluchtelingenvraagstuk

Beelden als deze raken iedereen diep, maar het
geeft geen pas op de regeringen van Italië,
Griekenland of Spanje te schieten, maar tegelijk
over het hoofd te zien dat die volksverhuizinngen
de uitdrukking vormen van hoop op een beter leven
van mensen die geen toekomst zien in eigen land.
Mensensmokkelaars hebben een zware
verantwoordelijkheid voor wat onderweg gebeurt,
maar het zijn de landen van oorsprong waar
onbestaand bestuur de motor vormen
van de stromen, al mag men dat niet
alleen als oorzaak zien. Gelukszoekers kan men
men moeilijk hun onbedwingbare reislust
aanwrijven. 
Wat was het ook weer, die Arabische Lente? Eenvoudig gezegd, een strijd tegen corrupte en cliëntelistische regimes, waar men met eerlijk werk niet tot een beter leven komt. Van Syrië tot Algerije leek men gebeten om de problemen die de falende overheden veroorzaakten aan te pakken en dus diende men die corrupte regimes af te zetten. Maar het lijkt allemaal spaak te lopen: oorlog in Syrië en Irak, een nieuw militair regime in Egypte en Tunesië kreunt onder de dreiging van jongelui die in terrorisme een uitweg vonden voor hun frustraties, zegt men. Kan het zo zijn dat ze vooral een ambitie hebben, actief willen leven en niet geleefd willen worden? Die ambities zinnen ons niet, maar zin voor avontuur is des mensen en zeker bij jongeren kan men wel eens overmoed ontwaren. Want wat wij avontuur noemen, is dat wel echt de luxe en veiligheid op het spel zetten? Avontuur is precies zonder levenslijn paden gaan die anderen niet begaan.

Men begrijpe mij correct: ik probeer te begrijpen wat deze mensen drijft maar geloof niet dat alleen frustratie tot terrorisme voert, want ik herinner me Gudrun Enslin en Ulrike Meinhof, die niet uit achtergestelde families kwamen. Maar terreur en guerilla komen voort uit strikt opgevatte inzichten en daarbij is men bereid veel te offeren, ook vrijheid en een eigen oordeel. Tunesische jongeren hebben het lastig, zal men zeggen, maar via Google blijkt het niet evident concrete cijfers over werkgelegenheid, mediaan inkomen per hoofd van de bevolking en andere ratio's die de economische situatie weergeven aan de weet te komen. Maar er is ook wat de mensen denken van de gang zaken, de perceptie dus, die vaak negatiever is in tijden van onzekerheid dan nodig. Nu, de redenen voor de opstand, na de zelfverbranding van een man die voortdurend door de overheid en overheidsambtenaren werd gesard, kan men begrijpen en de strubbelingen vielen mee, gegeven de omstandigheden in andere landen, zoals Libië.

Men zegt nu dat men Khaddafi had kunnen laten zitten, maar ook in Libië was de opstand al aardig op gang gekomen en er waren veel wapens in het land die gemakkelijk toegankelijk waren. Nu zitten er in dat land twee regeringen en is het land onbestuurbaar, waar zo te zien onder meer mensensmokkelaars goed hun brood mee verdienen en bovendien lijkt IS er aardig van te profiteren, zegt men dus. Europa worstelt met de stroom van vluchtelingen en men voelt zich verantwoordelijk voor het leed dat de vluchtelingen te verduren hebben. Maar dan ziet men, lees ik, dat er mensen uit Ghana hierheen willen komen, terwijl het in dat land relatief goed leven moet zijn. Anderzijds, hoeveel Europeanen weten wat er in Tsjaad, Zuid-Soedan of Eritrea aan de hand is?

Al vele decennia kennen we in Europa onze plicht en dragen individueel en via de overheid bij aan projecten als Vredeseilanden, Broederlijk Delen, 11 11 11 en moeten vaststellen dat het nergens toe geleid zou hebben. De balans zal wel gemengd zijn, maar deze organisaties willen hun bestaansreden telkens opnieuw bevestigen door te wijzen op de armoede en elke vijf tot tien jaar komen nieuwe thema's aan de orde: "omdat het Zuiden plannen heeft"? Mooi, maar Het Zuiden bestaat niet of beter, je hebt failed states, je hebt landen die verscheurd worden door burgeroorlog of door dictaturen die het begrip rechtsstaat negeren. Maar er zijn ook landen als Tanzania, dat dertig, veertig jaar geleden op weg leek een socialistische volksrepubliek te worden onder de bijna mythische president Julius Nyerere, maar Francis Fukuyama meent dat het land desondanks geleidelijk erin slaagde niet enkel een staat te worden, maar ook een natie werd, waarbij de burgers zich meer en meer zijn gaan identificeren met de Tanzaniaanse republiek. Ook blijkt het land economisch en bestuurlijk beter af te zijn dan andere. Omgekeerd leek Kenya decennia lang een voorbeeld van stabiliteit, behoorlijk bestuur en redelijke welvaart te kennen, maar de oorlogen in Somalië hebben het land met vluchtelingen opgezadeld en met endemisch geweld. Toch kan men volgens analisten vaststellen dat Afrika stilaan de weg inslaat van beter bestuur en betere levensomstandigheden. Kon men na 1960-1970 lang beweren dat de politieke instabiliteit in voormalige kolonies toegeschreven aan bijvoorbeeld het dogma van het indirect bestuur dat de Britten hanteerden of het betuttelende en paternalistische beleid in de Franse - en Belgische - kolonies, dan wordt de afgelopen jaren duidelijk dat de oorzaken van armoede, corruptie en cliëntelisme niet meer aan die voormalige status te wijten is, maar een bizarre mengeling van Europese eisen omtrent mensenrechten en inherente vormen van machtsuitoefening waarbij verkiezingen doorgaans eerder verdelend werkend de tegenstellingen op de spits drijven.

Toch ziet men dat sommige landen er wel in slagen de verdeeldheid om te zetten in een sterker nationaal bewustzijn. Voor sommigen zal dit aanstootgevend zijn, maar het komt mij, na lezing van Fukuyama's werk "De oorsprong van onze politiek II: orde en verval" voor dat zo een betrokkenheid bij de natie van belang is om tot een besef te komen dat men de problemen samen moet oplossen. Dat wil zeggen dat politici met plannen moeten komen, maar dat men over een toegewijde en autonome administratie moet beschikken om de burgers zowel rechtszekerheid als perspectieven te bieden. In vele landen van Afrika zijn al aanzetten gegeven, maar zoals de "vluchtelingen" uit Ghana laten zien, zijn het net burgers van die landen die beseffen dat als ze echt vooruit willen erop uit moeten trekken. De demografie laat immers zien dat de jonge bevolking niet vanzelf een plaats kan verwerven in de samenleving, een inkomen verwerven en een gezin kan stichten.

Over het feit dat er over onze aardbol massa's mensen rondzwerven die huis en haard verlieten op zoek naar een beter leven, naar een rechtmatige plaats in een gemeenschap, worden al tijden scherpe discussies gevoerd. De lectuur van "Job", een sublieme roman van Joseph Roth over een familie uit Oekraïne, die aan het einde van de negentiende eeuw op zoek gaat naar een beter leven, heeft me ervan overtuigd dat men mensen, die in eigen land niet als volwaardige burgers erkend worden en gediscrimineerd worden, moeilijk tegenhouden kan als ze menen dat ze het elders beter zouden hebben. Bij de opening van het museum "Red Star Line" liet men ook niet na te tonen hoe mensen uit Binnen-Vlaanderen aan het einde van de negentiende eeuw naar de VSA wilden of naar Canada om er een beter leven te vinden. Dat men in de VS weinig ophad met zwakke elementen, mogelijke criminaliteit en zieken, is geweten. Maar in mijn eigen familie was er een oudoom van mijn vader die naar de VS ging en twintig jaar later terug kwam. Om een of andere reden zou mijn vader erven, maar het enige wat er te erven viel was een fiets. Ook Knut Hamsun trok naar Amerika en ook hij keerde terug. En de vader van Cyriel Buysse stuurde zijn zoon naar de VSA om een schandaaltje toe te dekken, maar Buysse zou terugkeren. Maar hij wist wel waar al die mensen die via Antwerpen naar New York trokken terecht zouden komen. Ook bij die migratiegolven kan men spreken van een ronselen van mogelijke vertrekkers, die gouden bergen beloofd werden en tickets kochten voor de Red Star Line...

Nu staat Europa dus voor een onoplosbaar kluwen van problemen: Libië als staat en als politieke orde bestaat niet meer; vluchtelingen uit oorlogsgebieden trekken daarheen, worden erheen geloosd of vinden hun weg daarheen omdat daar de mogelijkheden het meest optimaal lijken om naar Europa over te steken. Maar we horen dat die vluchtelingen daar soms weken en maanden in barre omstandigheden moeten wachten voor ze weinig zeewaardige schepen worden gezet en dat die wel eens zinken of kapseizen. Een derde probleem is dat de oeverstaten Malta, Italië en - voor een andere route - Griekenland de eerste landen zijn waar ze toekomen. Maar die landen kunnen de stroom nauwelijks aan en andere landen menen dat het hen niet aanbelangt. Pas nog liep een raad van ministers van migratie op een sisser af omdat men niet voldoende ratio's kon vastleggen voor de verdeling van vluchtelingen zodat de verdeling die men wilde doorvoeren er een was van cijfertjes, een beetje willekeurig leek het wel, terwijl men toch probeerde aan de hand van parameters de opvang van vluchtelingen te verdelen. Mag men het de Poolse regering euvel duiden? Het is een moeilijke vraag, maar Spanje deed lastig, terwijl ik me meen te herinneren dat Spanje met haar enclaves op de Marokkaanse kust, Ceuta ook een "frontlijnstaat" mag heten...

De hoofdfiguren uit de roman Job gaan naar de VSA en proberen er het beste van te maken. Maar sardonisch laat Roth ons zien hoe de meest succesvolle van de familie de jongen was die in Oekraïne was achtergelaten en mentaal geretardeerd leek, vele jaren later als dirigent en componist naar de VS reist om er concerten te geven. Hij ontdekt zijn vader en de vader ontdekt hem. Roth laat zien dat 's mensen lot niet altijd in de sterren geschreven is. Omdat er ook in onze familie mensen hun heil zochten in Canada en er als migranten een zware tijd hebben gehad, maar later goed in de slappe waren gekomen, mijn oom en tante dus, kan ik de voorspellingen over doorgaans weinig succesvolle migratieverhalen counteren. Alleen, wij verwachten van onze overheid bescherming tegen te grote veranderingen. De immigratie door het aantrekken van gastarbeiders schokte pas tien, twintig jaar later echt de goede burgers, want plots leken scholen concentratiescholen en veranderden hele straten van aanzicht. De nieuwe immigratie kwam op gang toen bleek dat mensen beroep konden doen op de conventie van Genève (1949 en latere versies), maar men maakte onderscheid tussen asielzoekers en economische vluchtelingen. Dat onderscheid zal wel rechtmatig zijn, maar het blijft moeilijk de stroom te beheersen en men kan mensen niet verbieden op tocht te gaan.

Omdat we tijdens de periode die we kennen als de Arabische Lente meenden dat we de opstanden in Egypte en zeker in Libië niet zonder meer mochten laten mislukken en vooral de burgers aldaar beschermen tegen het geweld van de machthebbers, werd afgesproken een no fly area in te stellen. Uiteindelijk viel Khaddafi maar meteen stonden de poorten open, afhankelijk van het perspectief de poorten van de hel, het vagevuur of de hemel.

Als Europees burger en Belg moet ik me wel afvragen of de aanpak die gekozen werd, de beste mag heten. Sarkozy en vooral Bernard Henri Levi hadden het wel goed voor, maar het grote probleem is gebleken dat men geen toekomstplan had voor Libië. Nu, in zekere zin is ook dat weer begrijpelijk, want men mag zich niet zomaar mengen in de binnenlandse aangelegenheden van een derde, soevereine natie. Toch hadden Sarkozy, Levi en anderen ook contacten kunnen leggen met de opstandelingen om te zien hoe men samen het post-Khaddafitijdperk vorm kon geven. Niet enkel ten behoeve van de Libische bevolking, maar ook om samen de instroom van de vluchtelingen beter te beheersen. Europa maakte in Libië in bescheiden mate dezelfde vergissing als de Amerikanen in Irak: men was al lang en breed opgetogen dat een dictator verdween, maar begon niet met zinvolle trajecten om 's lands bestuur op orde te krijgen. De moeilijkheid daarbij is dat men dat niet paternalistisch, betuttelend mag opzetten, maar moet nadenken over wie men kan betrekken bij het bestuur en hoe men met hen in overleg kan gaan.

De Syrische opstand tot slot vergt een aparte behandeling omdat daar de Arabische Lente is uitgelopen op horror. De heer Assad vertegenwoordigt een bestuur dat totaal onverantwoordelijk naar geweld heeft gegrepen, al zal men erkennen dat machthebbers in theorie alle recht hebben hun positie veilig te stellen en naarmate ze zich verder boven wetten en normen verheven achten, zal hun aanpak minder rekening houden met humane overwegingen. Dat de Verenigde Naties geen unanimiteit kon bereiken over de bescherming van de burgers van Syrië tegen excessief overheidsgeweld, lag niet alleen aan de machtspolitiek van de grootmachten, maar maakt duidelijk dat men de mogelijke inmenging niet aandurfde, ook al omdat de geopolitieke situatie nog het best met een addernest te vergelijken valt, zodat elke vorm van inmenging grote gevolgen kon hebben op andere terreinen. Nu blijft wel staande dat de aanpak van Irak door George W. Busch en zijn administratie mee de basis gelegd heeft voor het verder ondergraven van de staat en het staatsapparaat in Irak.

Nadenken over wat er gaande, staande en hangende is op de internationale scène blijkt altijd weer veel aandacht te vergen voor onderscheiden gebeurtenissen en feiten. Men kan daarom maar best betrachten enig realisme aan de dag te leggen als men overweldigende problemen als de vluchtelingen die via Libië naar Europa komen wenst aan te pakken, maar we kunnen ook proberen een en ander in humanere banen te leiden. Maar wie een onfeilbare formule zou hebben, mag het zeggen.

Bart Haers




Reacties

Populaire berichten