Homunculus of de technologie overdenken



Reflectie


Europese Waarden (bis)
Verder denken over technologie


Goethe vond de idee van de homunculus niet
uit, want de alchemisten waar er langer
mee bezig, maar aan het einde van de 18de
eeuw, kwam men dichter bij een
wetenschappelijk inzicht in wat leven uit
chemische verbindingen en energie zou
kunnen puren. Nu kunnen we het genoom
lezen en het wordt duidelijk dat sommigen
alweer dromen van androïde robots
waar het leven in wordt ingeblazen.... 
Schreef ik net iets over Europese waarden, de gedachten staan niet stil en de omstandigheden dwingen ons verder te gaan op het pad dat we insloegen. Neem nu de gedachte van Goethe dat we op onze intuïtie mogen vertrouwen, waarbij we er ons moeten voor hoeden van die intuïtie een ding te maken, iets dat we omschrijven, controleren kunnen, want wellicht gaat het zoals  in  Tasso: men kan niet volkomen voortgaan, in het dagelijkse leven, op wat de vereisten buiten de eigen activiteit oplegt, zonder aan focus en aandacht te verliezen maar we kunnen ook niet leven zonder wat de verbeelding, het creatieve in petto hebben: realisme en verbeeldingskracht. Goethe bepleit de autonomie van de kunst en dat moet ons wel aanbelangen, zeker als we zien hoe men vandaag wel eens kunst wil brengen die geen andere verdienste heeft dan dat ze ontspruit aan de gedachte dat het de menselijke benepenheid, vergankelijkheid zou moeten uitdrukking. Natuurlijk kan niemand bogen op het eeuwige leven en misschien moeten we dat ook niet wensen, vanwege de oeverloze saaiheid. Net Goethe die een gezegende leeftijd bereikte was zijn leven lang bezig en doende, vooral als hij moe werd van de lasten die hem drukten of als tegenslag hem trof. Hoewel, Goethe noemde zich zelf gelukkig en gezegend, maar hij verloor natuurlijk zowat al zijn naasten bij leven.

Maar zoals ook Hannah Arendt het zou ontwikkelen, de mens is nu precies in staat steeds de beginnen, ook te herbeginnen en iets nieuws aan te vatten. Alleen zal Arendt niet hebben kunnen bevroeden dat we dezer dagen met een almachtige gedachtepolitie te maken hebben, net zo machtig omdat ze niet gecentraliseerd of Jacobijns georganiseerd is, maar uitgaat van allerlei groepen en groupuscules die hun eigen waarden als norm hanteren en iedereen, elke uiting van een individuele expressie langs hun eigen morele meetlat leggen. Zo ontstaat een cultuur van voortdurende vervolging. Of men nu het rationalisme is toegedaan of net heftig zweert bij een strikte levensopvatting, gebaseerd op een geopenbaarde waarheid, men zal de andere nauwelijks serieus willen nemen en elke uiting van kritiek als een aanval, belediging, nederlaag beschouwen die gewroken moet worden en zeker aan de kaak gesteld. Bovendien zijn er nu instellingen, sociale media, waar men een zo breed mogelijk publiek wil bereiken, zodat allerlei vormen van censuur mogelijk worden, die men doorgaans verbindt met reactionaire en retardaire geesten, bisschoppen en verkrampte fatsoensrakkers. Maar die zitten nu elders, want als we de regels van de politieke correctheid bekijken, dan kan men wel niet om de goede intenties heen, maar de uitwerking fnuikt niet alleen de vrijheid van meningsuiting, maar zelfs het denken, de zelfcensuur. Dat gaat dan in tegen het vermogen tot oordelen want de normen liggen vast a priori en dat schaadt de creativiteit. Want al roemt men graag de creativiteit van monstres sacrés, creativiteit dat nergens lijkt toe te leiden, vindt men verloren moeite. Maar is er nog sprake van creativiteit als het resultaat zeker is. Overigens, het mislukt vaak genoeg, die verzekerde successen.

Nu kan men opmerken dat politieke correctheid als begrip vaag en leeg is geworden, want je hebt een politieke correctheid die zich verzet tegen discriminatie, racisme, machismo en al dat soort dingen, terwijl net die mensen bij een bepaald rechts net de politieke correctheid situeren, die racisme relatief noemen of discriminatie niet te veel aandacht willen geven. Het mag duidelijk zijn dat beide stromingen diametraal tegenover elkaar staan. Het concept van politieke correctheid dat ik voor ogen had staan, betreft nu net dat modieuze denken dat men racisme gewoon kan uitroeien, dat men mannen kan leren hun machismo helemaal af te leggen - wat duidelijk niet alle vrouwen wensen, als ze ooit zo verlekkerd waren op Marcello Mastroiani en nu op Georges Cloony. Een beetje mannelijkheid mag wel.

Het probleem met politieke correctheid, in beide richtingen is dat het voortdurend wordt gedicteerd, geformuleerd als een heteronome norm, die men dan moet interioriseren, zonder enige vorm van kritiek. Ik ken een jongeman, Europese, Vlaamse moeder en Afrikaanse vader, maar al zou ik hem daar nooit op aanspreken, het is wat hij mee heeft gekregen, dan toch moet ik aanduiden, ook om sommige problemen waar hij mee worstelt te begrijpen dat hij die bijzondere achtergrond heeft, zodat ik de Afrikaanse afkomst ook moet in rekening brengen, niet om de kerel te fnuiken, maar net omdat hij zo een eigen identiteit kan opbouwen.

Racisme bestrijden mag dan nobel heten, het zou tot de intuïtie over het menselijke bestaan moeten leiden dat men dit niet zomaar in het ijle kan doen. Racisme berust inderdaad op foute aannames dat het ene ras superieur zou moeten heten en het andere dus vanzelfsprekend inferieur en daar moeten we ons inderdaad niet toe lenen of laten verleiden. Maar het erkennen van verschil, van individualiteit blijkt net zo goed een verworvenheid van de Verlichting als het begrijpen dat die verschillen er niet toe kunnen leiden mensen gelijke rechten te ontzeggen. Men zal dus de geschiedenis van het racisme onder ogen moeten zien om te begrijpen hoe de focus veranderde: aan het begin van de twintigste eeuw spraken Duitsers, Fransen, Vlamingen en Britten over hun eigen volk als een ras, terwijl we nu begrijpen dat we allen kinderen van Europa zijn.

Het probleem dat ik heb met politieke correctheid is dat het geen innerlijke contradictie accepteert en bovendien menselijke intuïtie negeert, maar volkomen doorgedacht is, rechtlijnig ook. Wie zich in een politieke correctheid opsluit, wordt een manicheïst, iemand die gelooft in de strijd tussen goed en kwaad, waarvan wij dan het strijdtoneel zijn. Het is ook een fnuikende oefening want het maakt het, zoals bij sekten te doen gebruikelijk is, onnodig de eigen uitgangspunten nog te onderzoeken.

Dat proces zien we ook als het over vooruitgang en technologie gaat, waarbij we de gevolgen voor anderen, zelfs niet altijd voor onszelf in kaart brengen, omdat de vooruitgang goed is. Maar men noemt zich progressief en verzet zich tegen ggo omdat het tegen de natuur zou zijn. Ik weet het, mijn verhaal is eentonig, maar het voelt zo raar aan, dat men de vooruitgang wil volgen, zonder te betrachten er enig inzicht in te hebben en zonder te begrijpen dat niet alle vormen van (technologische) vooruitgang heilzaam moeten heten noch a priori onderworpen aan het voorzorgsprincipe.

Het verschil tussen wetenschappelijk onderzoek en technologische maakbaarheid moet ons dan ook helder voor ogen staan: de onderzoeker bekijkt hoe het nu wel is en hoeft daarom niet per se de werkelijkheid aan die bevindingen aan te passen. Vooral de ingenieurs van de ziel en de gedachte dat we met big data en algoritmen aanwijzingen zouden moeten krijgen over wat ons te doen staat, zou men ernstig op verdiensten moeten narekenen. Bovendien weten we sinds enige tijd dat niet alle sociaal psychologisch onderzoek zo waardenvrij wordt bedreven als men het ons wil doen geloven. Komt het voor dat er met data gesjoemeld werd, zodat ons bepaalde inzichten als feiten werden voorgesteld, die wellicht minder het marmer gebeiteld zijn dan men het graag wil doen voorstellen, dan geeft de benadering ook aanleiding tot het vermoeden dat men mensen graag wil inpassen in een mal, zodat men, zoals Aldous Huxley beschreef nergens anders toe in staat is, dan waartoe men in het leven geroepen is. Dat aspect van moderniteit zou men toch ernstiger kunnen nemen, want het betekent dat we mensen niet accepteren zoals ze zijn. Oh ja, ouders van kinderen met Down hebben een probleem en moeten zich verantwoorden...

De technologie is nu in staat mensen te helpen om zich in hun ware ik te hullen, mannen kunnen hun vrouwelijkheid beleven en omgekeerd, want de medische wetenschap staat voor niets. Het is ook op straffe van excommunicatie verboden eraan te twijfelen dat het goed is voor deze mensen dat ze hun ware ik kunnen beleven. Dat de mogelijkheden er zijn kan men inderdaad vooruitgang noemen, maar of elke jongen van zestien of meisje van veertien die zich onwennig voelt in het veranderende lichaam ook via hormonenkuren en andere ingrepen ook daadwerkelijk gebaat is bij het verkrijgen van een min of meer nieuw lichaam, zal men niet vooraf kunnen verzekeren. Of het moet verboden worden? Niet dus, maar hoe artsen met dergelijke vragen omgaan, mag wel besproken worden.

We zijn, ik zegde het al, in andere paradigma terecht gekomen. Waar we vroeger gelaten ons lot dienden te ondergaan, leert men ons nu dat ons leven maakbaar is en dat we dus niet hoeven te lijden als we er niet uitzien als Marlène Ditrich of als John Wayne. Vrouwen laten wel eens vlugger dan nodig hun lichaam met het scalpel bijwerken, maar of elkeen er gelukkiger om is? De perfectie is niet goed genoeg. Men zou de vraag moeten stellen welke vorm van maakbaarheid inderdaad mensen kan helpen een beter leven te hebben, terwijl andere ongewild de ervaring van onvolkomenheid zullen versterken.

Hier helpt geen enkele theorie of principiële uitspraak, maar is men ten volle onderworpen aan de toevalligheid der dingen. Sommige vrouwen die weten dat ze niet helemaal op een model lijken, kunnen perfect elegant door het leven stappen, terwijl andere, hoewel best mooi en aanbiddelijk toch voortdurend zichzelf in de spiegel tegenkomen en er de onvolkomenheden van zien en daaraan onredelijk lijden. Kan niemand hen dan leren, bijbrengen dat ze best gelukkig mogen zijn met hoe ze voorkomen en wie ze zijn? Wellicht gebeurt het wel, maar evengoed lezen we dan over mensen die een dertiende keer hun neusvleugels zouden willen laten verfijnen en nul op het request krijgen omdat de chirurg weet dat het mooie neusje al volkomen naar de verdoemenis is. De vraag is dan waar we tussen lijdzaamheid en maakbaarheid een kantelpunt vinden waar we het beste met de omstandigheden omkunnen.

Dat speelt zich niet af op het niveau van de perfectie, noch op dat van het platte "god heeft het zo gewild", maar daar waar Peter Bieri het over heeft in "Het Handwerk van de vrijheid". Die vrijheid heeft niets met een abstract begrip te maken, maar blijft een vorm van levenskunst, waarbij men weet wat men kan willen, wat men mag kennen, kan kennen en wat hopen, geloven. In die zin is Kant een praktischer filosoof dan men het graag voorstelt, want te weten wat de mens is, kan tot oeverloze discussies leiden, maar voert ons meteen binnen het domein van algemeen geldende, universele en tegelijk met wat we vandaag, hier en nu mogen verwachten. Vrijheid vergt enige discipline, vergt enige moed en dus ook bij tijd en wijle enige lijdzaamheid. Dus hebben we het niet over kadaverdiscipline, noch over overmoed dan wel totale passieve overgave. Zijn het niet die elementen die Safranski ontwaart in het werk van Goethe, zeker het latere werk?

In Europa hebben we terecht vormen van lijdzaamheid die ons heteronoom door mijnheer pastoor werden opgedrongen terzijde geschoven. Integendeel, op vele vlakken werd juist Faust de na te volgen figuur die zich niet door de omstandigheden liet afschepen om te verkrijgen wat hij wilde, zoals Gretchen, zoals de grond van Philemon en Baucis. Maar tegelijk zien we dat Goethe begrijpt dat het menselijke gemoed ook mag versagen, ook de rust vinden en zeggen dat het goed is geweest voor hem of haar. Hoe nu stellen we ons de westerse waarden voor en als we alles mooi met een stift op een glazen wand zouden schrijven, die waarden, hoe verhouden die zich tot ons persoonlijke leven?

Vrijheid wordt door sommige filosofen als een illusie gepresenteerd waarbij ze beroep doen op neurologisch onderzoek. Anderen menen dat vrijheid niet kan omdat we nooit rationeel genoeg kunnen denken om te weten wat het beste is voor ons. Maar we moeten in deze toch ook de vaststelling van Savater in het geding brengen, ook willen samenleven met anderen is een vorm van vrijheid. Als we ons laten opsluiten in ons geisoleerde, autonome ik, lopen we het risico inderdaad niet meer greep op het eigen bestaan te hebben dan als we ons aan strikte goddelijke wet zouden houden, alleen zou dat wel eens grilliger kunnen uitpakken dan mensen die zich geheel aan regels en normen van een religieuze gemeenschap onderwerpen.

Gelijkheid wordt zo hooglijk geprezen dat men zou vergeten dat mensen relatief uniek zijn en nooit aan hun identiteit kunnen ontsnappen; alleen is gelijk een abstractum dat men altijd nog moet in een bepaalde vorm gieten, terwijl die uniciteit precies met contingentie te maken heeft, eruit voortkomt en dus voor sommige filosofen al vanzelfsprekend onbestaande is. Maar de vormen van gelijkheid die men nastreven wil, fnuiken het individuele en dwingen hem, haar tot onderwerping en dat kan toch de bedoeling niet zijn.

Broederschap? Een onverklaarbaar fenomeen dat men dit begrijp zelden in kaart brengt, maar toch, als we bedenken dat men altijd weer zoeken moet naar hoe we het samenleven vorm kunnen geven, dan maakt solidariteit dezer dagen opgeld, zonder dat we er de vinger op kunnen leggen. Duidelijk is dat wie rijker is degene helpen zal die het minder heeft, maar dat bestond vroeger al, via aalmoezen, via weldadigheid.  Fernando Savater schreef in een boekje over het samenleven als iets waar best over na te denken valt, het betere samenleven wel te verstaan, want samenleven doen we dus vanzelfsprekend en dat met miljoenen. In wezen blijft het wonderlijk dat we zo dicht op elkaar levend elkaar niet vaker de strot afknijpen of het hoofd inslaan, wat men, afgaande op evolutionair psychologen wel zou mogen verwachten. Want we zijn dus egocentrisch en alleen gericht op het persoonlijke overleven. Afgaande op de hangbare praktijk hebben we wel degelijk aandacht voor anderen en voor hun belangen, begrijpen we dat we anderen die bepaalde behoeften niet kunnen voldoen maar het beste helpen.

Een clash van inzichten

Wat we westerse waarden noemen, waar we graag ook universele betekenis aan geven, zijn de kwesties waar we belang aan zouden hechten, maar sommigen hebben, niet zonder reden vraagtekens gezet bij een begrip als vrijheid, bij zoiets als gelijkheid - en rechtvaardigheid - en nog anderen spreken dus liever over solidariteit dan over broederlijkheid of broederschap - dat zal wel iets voor gezellen, meesters en grootmeesters van de loge wezen - en velen vinden we dat alles rationeel onderzoeken moeten en ons niet aan emoties overgeven. Maar zou het mogelijk zijn mens te wezen en abstractie te maken van onze emoties. Bovendien, er zijn genoeg politici en mensen in het middenveld, in ngo's die drijven op hun verontwaardiging, maar niet kunnen aannemen dat zorg voor het bestaande en liefde voor wat is, voor wat hier aan patrimonium én aan inzichten werd ontwikkeld, ook een motor tot handelen kan zijn. De fouten van het verleden? Tja, voor de een was Marx een misfit terwijl anderen dan niet aarzelen Alexis de Tocqueville een conservatief te noemen en derhalve te verwerpen.

Susan Neiman schreef over "Morele helderheid" en wilde daarmee aantonen dat het niet goed mogelijk is de vele facetten van het menselijke bestaan en zelfbegrijpen te negeren in naam van een zekere wetenschappelijke benadering die ze zelfs niet speculatief meent te mogen noemen maar gewoon blijk gevend van een misleidende vorm van reductie. De mens zou dan een eenling zijn, die desgewenst een sociaal contract  aangaat, waarbij men zich afvragen moet of  dat befaamde sociaal contract in de wolken is geredigeerd dan wel volkomen onderhevig is aan de omstandigheden en de dingen des daags. Historiciteit zou het sociaal contract vreemd zijn en de mens die het sluit zou niet onderhevig zijn aan wat het lot hem of haar heeft toebedacht, maar in zekere mate een ideaal wezen zou zijn. Susan Neiman stelt hier terecht vragen bij, want als iets eigen is aan de vroegste geschiedenis van de mens, zelfs tot de 18de, 19de eeuw, dan is het vooral dat niemand alleen kon overleven. Meer nog, wie uit de gemeenschap werd gestoten stierf in de wildernis een gewisse dood. Juist, we kennen de trappers in de Verenigde Staten en Canada, maar ook in Siberië, maar ook zij hadden nood aan contact met de bewoonde wereld.

Zijn we dan onderhevig aan de samenleving, de gemeenschap? Niet geheel, want het feit dat we bij machte zijn zelf keuzes te maken en binnen het aanbod van samenlevingsvormen een eigen positie in te nemen, zonder dat er nog sprake is van excommunicatie, laat vermoeden, zoals ook Martha Nussbaum betoogt in haar werk over politieke emoties, dat we niet enkel op woede en verontwaardiging moeten afgaan, maar dat, zoals Franklin Delano Roosevelt het stelde, best ook een welwillende positieve emotionele binding moeten aanprijzen. Wetenschappelijk zou daar geen grond zijn, zagen we al vaker geleerde mensen poneren, maar zelfs wie zich met wetenschappen inlaat en technologie ontwikkeld kan dat doen om andere redenen dan winstmaximalisatie. Natuurlijk dienen ondernemers winst te maken... maar liefst  op een eerbare wijze en met oog op de continuïteit van de eigen onderneming en oog voor de belangen van de stakeholders, dus niet enkel de aandeelhouders.

In de strijd tegen ongelijkheid - qua inkomsten - blijkt dezer dagen een groot engagement los te maken bij mensen, die dan vergeten dat het eigendomsrecht een van de steunberen van de rechtsstaat is en dat men dus niet zomaar kan eisen dat mensen hun vermogen aan "de armen" uitdelen, zoals Franciscus van Assisi dat naar het voorbeeld van de apostelen wilde realiseren. Natuurlijk is men vrij zijn of haar vermogen aan anderen te schenken, maar als men hen niet leert om te gaan met de mogelijkheden die dat schept, als men niet de gat in de hand weet dicht te houden, dan is een schenking een tijdelijk soelaas.

Tot slot, als het zo zou zijn dat onze westerse waarden eenduidig zouden blijken, dan zou het leven weliswaar eenvoudiger uitpakken, maar wellicht zou er dan ook geen lol aan wezen. Hoe het moet, blijkt telkens weer, kan men niet voorop stellen en soms ontspoort het, zoals de nazi's en de marxisten-leninisten leren, maar die ontsporingen liggen in het spectrum van de kritiekloosheid en het afwijzen van reflectie op de eigen positie, op de relatie tot anderen. Zelfs de tegenstelling tussen het (overdreven) individualisme en zij die menen dat de gemeenschap, de collectiviteit voorrang verdient, kan men een dwaling vinden, want zijn we niet per definitie individuele personen in een open omgeving met anderen, iets wat men een gemeenschap noemen kan? Net omdat de samenleving blijk gegeven heeft van het vermogen spanningen te verdragen, als er geen oorlog, burgertwist van komt.

Pas als we daarover ernstig gaan nadenken, over het persoonlijke, het individuele, over de waarden die we hanteren als we de toepassing van technologieën accepteren, zal men begrijpen dat niet de technologie an sich bedenkelijk, laat staan bedreigend is, maar dat ons denken, hic et nunc over wat een technologie betekenen kan, hoe het ons leven kan verbeteren, de kwaliteit, de voldoening, zal het mogelijk zijn er oordeelkundig mee om te gaan. En dat betekent ook dat we niet alle arbeid en werk mogen uitschakelen of overdragen aan artificiële intelligentie. Maar nog eens, dan moeten we weten wat weldadig is voor mensen, of ze nu geschoold zijn of vooral handig in het atelier. De weldaden van technologische vooruitgang kan men noch afwijzen, noch er zich aan onderwerpen. En misschien zal men toch ook beroep moeten doen op intuïtie, op redelijkheid, eerder dan op strikt rationele benaderingen, hoewel het wel altijd een uitdaging blijft zo een strikte, elegante argumentatie op poten te zetten, want velen lukken er doorgaans wel in irrationele binnen te smokkelen. Wat we niet als een zwakheid van de rede moeten zien: le coeur a ses raisons que la raison ne connaît pas. 

Bart Haers



Reacties

Populaire berichten