Solidair met boeren



Dezer Dagen

Grasduinend in opinies
Duitse consensus en het Rijnlandmodel

Op weg naar Dadizele zag ik in Lichtervelde
boeren, tractoren op de brug staan. De afrit
was geblokkeerd en toch ging het verkeer vlot
verder. In zekere zin leek de actie me meer
een wanhoopspoging toe; De druk op landbouwers
wordt er niet minder op, want in sommige
gebieden krijgen ze een rode kaart, omdat ze
een gevaar zouden betekenen voor de waterkwaliteit,
ook als er alles aan doen om biologisch te werk
te gaan... Bedenken we toch maar even dat zij
ook onze landschappen, doorgaans cultuur-
landschappen in stand houden. 
Het blijken boeiende tijden voor wie eens goed wil uitstippelen hoe de wereld er morgen uit zou moeten zien. Tegelijk groeit de argwaan over de beheersbaarheid want als we niet opletten vecht onze minister van defensie eerlang niet meer met soldaten en officieren, maar laat hij volautomatischeze robots het werk doen. Maar 'de vijand' zal dat ook doen en dan dreigen wij, civiele stervelingen, het kind van de rekening te worden. Overigens, ook in het civiele leven zal Artificiële Intelligentie onze condition humaine ernstig beinvloeden, al is niet duidelijk wat er aan positieve gevolgen zal uit voortkomen en wat we negatief moeten beoordelen.

Die discussie is niet eenvoudig omdat we toch wel antropologisch naar de evolutie moeten kijken. Onze visie op arbeid was er lang een van een 'straf' omdat we - volgens de bijbel hadden te wrochten om ons dagelijks brood te verwerven. Hoewel we al lang en breed God en co uit ons geheugen hebben gewist, blijven velen geloven dat arbeid, werk een straf van het lot is en dat we onze intelligentie moeten inzetten om dom werk overbodig te maken. Anderzijds hechten we zeer aan activiteit, hebben we het graag druk, druk en zeer druk, maar vragen we ons vervolgens af wat we nu echt grondig hebben gedaan. Gaan we verder met het inzetten van Artificiële intelligentie, dan bestaat de kans dat we gebruiksgoederen, voeding en hebbedingetjes aangeboden krijgen waar nog nauwelijks mensenhanden bij betrokken zijn, behalve voor de design. Waarmee zullen we ons dan onledig houden? Verveling.

Het is in die context dat zowel de positie van Duitsland aan de orde komt als het gaat om het beheer van de Euro en de EU, als over die andere kwestie: welk maatschappij model willen we in stand houden en eventueel verder ontwikkelen? Het Rijnlandmodel, waarin ondernemers en werknemers bij monde van de vakbonden met elkaar gepaste vormen van herverdeling en solidariteit weten te koppelen aan vrijheid en autonomie. De kwestie is, zoals Mia Doornaert aangeeft, urgent, maar het debat raakt veeleer gepolariseerd zodat het zoeken van een goede consensus steeds moeilijker wordt.

In het programma "C dans l'air", had op 28 juli 2015 een gesprek plaats over de uitspraak van de Franse president Hollande dat hij niet zou deelnemen aan de volgende presidentsverkiezingen als het peil van de werkloosheid niet duurzaam en gedurende een langere periode zou dalen. Iedereen blij, maar het debat wees uit dat Frankrijk grote problemen heeft de arbeidsmarkt open te breken en ondernemingen tot aanwervingen, ook van laag geschoolden te bewegen. De discussie over Harz IV en dus de politiek van de sociaal-democraat Schröder leidde ertoe dat een van de gesprekspartners vond dat men niet teveel flexi-jobs moet beogen. Ook hier kwam finaal aan bod dat de macro-economische discussies voor personen, burgers wel vaak gevolgen hebben die vooral op het vlak van het psychische welbevinden te situeren vallen. Die kunnen hard aankomen, overigens.

Wat er zich voordoet? Mia Doornaert meent dat het kapitaal wraak genomen heeft op de arbeid en dat klopt, gedeeltelijk dan toch. Het punt is namelijk dat het Rijnlandmodel in de ogen van beleggers en investeerders op het oog onverantwoordbare kosten met zich mee heeft gebracht, want de loonkost werd te zwaar belast in functie van de afgesproken solidariteit. Een deel van het antwoord vond men dan ook in het wegwerken van routineuze processen door er machines toe uit te rusten. Vooral laag geschoolden werden en zijn daar het slachtoffer van en vele pogingen van de overheid die werkkrachten te braderen, leiden tot nog meer onzekerheid over de job. De werknemer werd uiteindelijk een speelbal van overheid, werkgevers en de arbeidsbemiddeling. Het brengt mee dat mensen een instapjob krijgen maar vervolgens administratief en financieel in de tang genomen worden, zeker als zo een tijdige job niet op een vast contract uitloopt. Goed bedoeld, maar men ziet niet in dat mensen emotioneel in de knel kunnen komen.

Maar mevrouw Doornaert heeft wel een punt als ze de stelling poneert dat we een nieuw evenwicht tussen kapitaal en arbeid zullen moeten vinden en dan kan het interessant zijn dat we als burgers niet meer alleen als prosumenten optreden, doch ook keuzes maken in wat we kopen aan goederen. Men zegt mij dat het toch zo gemakkelijk is bij Amazon.com boeken te kopen, maar tegelijk stel ik vast dat Amazon een grote greep gekregen heeft op de uitgevers en zo de boekenmarkt gaat manipuleren. Men kan alleen maar hopen dat er nog uitgevers zijn die op het vlak van rentabiliteit hun mannetje staan, dat wil zeggen voldoende winst maken om verder te blijven bestaan, maar ook de moed hebben niet per se gemakkelijke successen zoeken.

Maar het valt op dat in vele discussies, ook pleidooien voor meer e-commerce uit het oog verloren wordt dat op die manier vaak de grote spelers zwaar in het voordeel zijn. Wie moet er niets aan doen? Wie kan dat? Een eerste vaststelling is dat men het dan vaak zo gaat voorstellen dat niet gerealiseerde omzet verlies zou wezen, terwijl men nooit kan weten hoeveel omzet men niet realiseert, maar soms kan men er vrede mee hebben dat men een voldoende omzet realiseert zonder het  onderste uit de kan te halen. Het is van belang te begrijpen dat tegelijk het betalen een eerlijk loon geen zuivere kost is, als een eenheid bij de processen om het eigen product te maken. Lopen de kosten te hoog op, dan zal men desinvesteren, maar de eigenaar-ondernemer weet ook dat hij zijn personeel best naar waarde schat en dus zal die niet zomaar ondermaatse lonen aanbieden, tenzij er sprake is van een monopolie als werkgever, dat er dus weinig of geen concurrentie is; men kan ook gewagen van kartelafspraken om de lonen te bevriezen.

Hoe we het model verder laten evolueren zal afhangen van goed overleg waarbij de partijen elkaars positie respecteren, maar waarbij de regering op enig moment moet kunnen besluiten. Wat we nu meemaken met de boeren die hun werk niet beloond zien, zeker als het om de prijs van melk en varkens gaat, blijkt de markt hen in de knel te hebben genomen: alsmaar betere productiemethodes en dure investeringen die ze niet kunnen aflossen, maar wel opgelegd werden, door de overheden enerzijds en door de afnemers anderzijds, maakt hun situatie precair. Men zou dus kunnen overwegen een minimumprijs af te spreken die de boeren moeten krijgen, maar ik ben er niet van overtuigd dat dit alleen maar gunstiger zal uitpakken en het perkt de vrije markt in. Nu, gesteld dat consumenten en afnemers accepteren dat de boeren per verkochte eenheid/product inderdaad accepteren dat die minimaal 5/4 zou moeten bedragen van de productiekosten, dan weten we dat er contractboeren zijn, die daar zelfs niet over kunnen onderhandelen, zolang het contract loopt.

Het Duitse model? Te veel consensus, schrijft Tymothy Garton Ash, bij gebrek aan oppositie en partijen, actoren die durven te protesteren. Maar ligt dat niet in de lijn der verwachtingen? Duitsland werd na WO II een democratie en hoewel niet alles rozengeur en maneschijn is, werd ook de integratie van de vroegere deelstaten van de DDR in de Bondsrepubliek - zo blijkt toch 25 jaar later - een succes, net omdat het land op consensus is gebaseerd. Bedrijven en vakbonden onderhandelen over loon- en arbeidsvoorwaarden en doorgaans gaat dat zonder veel lawaai. Ook andere beleidsdomeinen kennen een goede overlegcultuur waarbij betrokkenen hun verwachtingen kunnen inbrengen. Na de gewelddadige acties van de Rote Armee Fraction en het ouder worden van vroegere activisten als Joshka Fischer zag men dat de politiek nog meer op een zakelijke basis wordt bedreven. Toch kan men Garton Ash wel aanwrijven dat hij wat blind is, want onder meer over het Europese beleid zijn de tegenstellingen bij politici en academici toch wel scherp en wordt het debat met veel engagement gevoerd, tot voor het hoogste rechtscollege in Karlsruhe.

De voordelen van een consensuscultuur mogen helder zijn, de nadelen zijn er niet minder om, want finaal krijgt men de indruk dat er geen duidelijke, heldere uitspraken gedaan kunnen worden. Het is een issue waar Susan Neiman op heeft gewezen en dat ons niet mag ontgaan: teveel uitgaan van hoe de dingen, vooral mensen zouden zijn en niet hoe het is, kan op termijn tot bedrijfsblindheid leiden. Morele helderheid accepteert mensen zoals ze zijn, maar laat niet na te onderzoeken hoe dingen beter kunnen. Hoe kan men ondernemers ertoe bewegen meer te investeren, kan men niet bereiken door hen (nog) steeds voor uitbuiters te houden. Ze hebben in hun hoedanigheid zekere verplichtingen, ook aan hun werknemers, zoals het verzekeren van de continuïteit van de onderneming. Maar uiteraard kan men soms gemakkelijker mooie winsten boeken door goed te beleggen, al blijkt dat met een volatiele beurs niet altijd zo goed voorspelbaar. Men zal dus met elkaar moeten spreken over hoe we ons als personen tot arbeid, tot winst en tot belastingen behouden. Met dank aan Piketty en Stéphane Hessel hebben we de notie van de 1 % en de 99 % anderen goed ingelepeld gekregen, maar het blijkt moeilijk vanuit die benadering de vele verschillen binnen die 99 % nog te zien en het is alweer een afwijzing van zoiets als de middenklasse. Op die manier wordt het debat altijd weer een dupespel.

De basis voor goed overleg kan rechtvaardigheid zijn, maar het is maar de vraag of het ooit genoeg rechtvaardig kan zijn, dat loon. Bovendien hoor ik maar weinig protesten als de lonen van Chris Froome of Vincent Company, Lionel Messi aan de orde komen. Voor mij geen probleem, maar dan kan men ook niet blijven zeuren over meer gelijkheid. Want men kan niet aan die heren voetballers of tennissterren als de Wiliams-sisters dat ze hun marktwaarde weten op te krikken, maar aan ondernemers verwijten dat ze niet investeren. Maar ja, die ondernemers zijn toch maar losers, niet? Dat gebrek aan fundamenteel respect speelt mij in de aanslepende discussies over de rechtvaardige samenleving. Dat zal er wel eens van komen, maar misschien zal ze toch nog niet de volkomen gelijkheid realiseren, al was het maar omdat er altijd wel sluwe en geslepen lieden zullen zijn die de boel belazeren. En bovendien, als de vrijheid om hals gebracht wordt, hoeveel rechtvaardigheid realiseert men dan? Als men mensen niet toelaat hun roeping te volgen en iets te creëren, een meubel, een onderneming, hoe rechtvaardig is dat? Tony Judt legde het uit over de Kibboetz waar hij meerdere jaren tijdens de vakantie had verbleven en die van hem een bepaalde studie eisten, ten behoeve van het collectief. Dat is een vorm van vrijheidsbeperking die oneerlijk moet heten. Die discussie laat Links al te gemakkelijk onberoerd. 

Maar ware het niet beter dat men echt tot overleg kwam, opnieuw, waarbij men ook de kosten van het apparaat, de overheid beter zou moeten beheersen. Dan moeten politici ook proberen zich te disciplineren en niet, zoals met de toekomst van de provincies het geval is, alles proberen bij het oude te laten en de provincie als werkgever in takt te houden. Gelukkig is men nu bezig dat bestuursniveau weg te werken, traag en misschien zelfs niet zeker. En wat met de senaat? Prof. em. dr. Wilfried Dewachter schreef dat de zogenaamde hervorming van de senaat in wezen een aardig gelukte poging was op verdoken manier de particratie veilig te stellen. Wie zijn wij om daaraan te twijfelen. Dat falen van de politiek en de weigering bepaalde posities los te laten, draagt niet bij tot een grotere geloofwaardigheid van politieke actoren. Het roept ook vragen op of en hoe men geloofwaardig in het economische gebeuren kan ingrijpen. De crisis op het platteland bij de boeren laat zien dat iemand de inkomens van de boeren in bescherming moet nemen, want de grootdistributie gaat ervan uit dat wij, de klanten de laagste prijs willen. Maar zijn we ook niet een weinig solidair met de boeren?


Bart Haers  



Reacties

Populaire berichten