ANgst voor Europese/Angelsaksische eenheidsworst

Reflectie


Europa: verscheidenheid en samenwerking
Contra-Intuïef denken

Baantjer, Flikken Maastricht, het filsosofisch
quintet... telkens weer hoor ik om me heen zeggen
dat we de taal van die "Ollanders" niet zouden
begrijpen, maar zelfs het Zeeuwse accent
van Ad Verbrugge heeft zo een eigen
charme; in details zich onderscheiden
en toch de grond van gezamenlijkheid
erkennen. En toch, een zekere Vlaamse
elite wil er niet meer aan, aan die Hollandse
identiteit. Zelf vind er meer mijn goesting
dan in wat de Vlaamse media in de aanbieding
hebben. Eenheid vrezen en zelf eigenheid
benadrukken, het blijft een aardige paradox.  
Hoe moeten we ons Europa voorstellen? Hoe gaat het verhaal verder? Volgens sommige analisten is het kalf verdronken, volgens anderen staat de constructie op instorten. Anderen menen dan weer dat Europa kan werken als men de nodige divergentie en verscheidenheid aanvaardt. Maar dat zou dan weer de eengemaakte markt in het gedrang brengen. Het hangt er dan maar vanaf, meen ik te begrijpen, op welk niveau men die divergentie in beleid situeert. Nu Europa uitgedaagd wordt en de lidstaten zich wat verweest voelen, lijkt een goede status quaestionis aan de orde.

Over de geschiedenis van de Europese Unie wil ik het niet hebben, probeer ik het niet te hebben, want dat verhaal mag men bekend achten, dat wil zeggen dat iedereen zou moeten weten hoe na 1945 de ellende van twee oorlogen zwaar genoeg woog om iets nieuws te beginnen en het ging al bij behoorlijk snel, zoals na de val de Muur de eenmaking verder gezet werd, met een aantal weeffouten die men toen voor lief nam. Men bedreef de politiek van het mogelijke, van whealen en dealen en begreep dat men op een aantal punten niet verder komen zou. Wat zou erop tegen zijn dit in rekening brengen als we de politiek vanaf 2008 in ogenschouw nemen? Toch slaagt men er met zoveel gemak in ons te laten geloven - of als objectief wetenschappelijk bewezen feit doen aannemen - dat de Unie a) niet beantwoordt aan het ideaalbeeld van de Verenigde Staten van Europa; b) teveel soevereiniteitsoverdracht met zich heeft gebracht; c) de uniformiteit tussen de lidstaten heeft versterkt en dat zou men niet moeten willen. Mensen als Guy Verhofstadt gaan ervan uit dat er een ideaalbeeld van de Europese Unie als Verenigde Staten van Europa bestaan zou, ergens boven de wolken en dat men dat moet nastreven. Daar valt veel tegenin te brengen, omdat de constructie precies een project sui generis is en men niet kan stellen dat de Unie beantwoorden moet of kan aan een heel precies beeld. Tegen het tweede punt valt in te brengen dat waar mensen als Hugo de Groot en Jean Bodin dachten dat soevereiniteit een en ondeelbaar zou zijn, de werkelijkheid van gedeelde soevereiniteit in de Republiek der Zeven Provinciën al in hoge mate gerealiseerd werd, onder een leidende provincie, Holland. Nog anderen menen dan weer dat de EU niet onverkort op eenvormigheid van wetgeving moet mikken, want het is beter dat er verschillende modellen bestaan, die met elkaar in concurrentie gaan.

Aan de ene kant eerder socialistisch-Jacobijns aangestuurde staten en aan de andere kant neliberaal zichzelf excuserende staten, waar het apparaat weg gesaneerd is geworden. Daartussenin een middengroep die op een of andere manier proberen het beste van verschillende werelden met elkaar te verzoenen. Eenvoudig is dat niet, maar tegelijk is het wenselijk te begrijpen dat vooral die laatste groep landen het zichzelf niet altijd gemakkelijk maken, want men moet toch altijd weer zien te komen tot een enigszins begrijpelijk model.

Bestaat er geen ideaal vooraf bestaand model, dan zal men iets moeten uitvinden dat ergens toe leidt. 70 jaar vrede is al iets, zou een mens denken. Toch is die vrede niet echt als een verdienste erkend van de Europese constructie, laat staan dat we die vrede op het conto van de EU en voorgangers schrijven; sommigen menen, met enkele goede redenen dat er elders, in Algerije, Vietnam, in Centraal-Afrika voldoende oorlog is gevoerd opdat we niet echt van vrede zouden kunnen spreken. Europa echter kende vrede en liet de verdediging over aan de troepen van de VSA, tot en met de plaatsing van raketten in onder meer Florennes om de Russen het gebruik van raketten voor de middenlange afstand, voorzien van kernkoppen te ontraden, de zogenaamde SS-20. Er werd betoogd voor de vrede en tegen de raketten, maar zelf vond ik het wat hypocriet, want men negeerde het andere luik van het befaamde dubbelbesluit, door de toenmalige kanselier Helmut Schmidt afgedwongen en dat stipuleerde dat men zou onderhandelen over het wegnemen van die SS-20. Later zou Schmidt beweren, dixit onder meer Karel van Miert, dat hij belazerd was geworden, maar de werkelijkheid is dat de Sovjet-Unie verdween en dat links zich enigszins verveeld voelde dat het systeem om allerlei redenen niet werkbaar was gebleken, gewoon omdat de leiders wel het communisme, het Marxisme-Leninisme zegden aan te hangen, maar er slechts lippendienst aan bewezen.

Men verwijt de EU een neoliberale politiek te voeren, maar de vraag is dan hoe men dat definiëren zal. Want men vereenzelvigd het neoliberalisme met dereguleren en met uniformiseren, onder meer door het opleggen van standaarden voor producten, vaak maar niet per se in het voordeel van de grote spelers. Sinds de uitvoering van de Eenheidsacte is er op dat terrein veel werk verzet, maar soms met negatieve ervaringen voor de burger; want bijvoorbeeld de behandeling van ouder wordende paarden werd geregeld... en toch kon er in Roemenië nog een frauduleuze handel in paardenvlees opgezet worden, die dan tot afgrijzen van de verwende consumenten in de industrieel geproduceerde lasagne terecht was gekomen.

Tegelijk is de EU begonnen met de erkenning van streekgebonden producten die net aan zeer ambachtelijke normen dienen te beantwoorden. Handhaving is in beide gevallen nodig en we zien dat zoals Karel van Miert en zijn opvolgers als concurrentieautoriteiten het niet over hun kant hebben laten gaan vormen van onbillijke concurrentie,  kartelafspraken of oneerlijke productbepalingen - bepaalde programma's voor computers die aan elkaar gelinkt waren - aan het licht kwamen, terwijl ook de kostprijs van internetgebruik geleidelijk is gezakt door roamingtarieven aan banden te leggen. Dit batig saldo van het Europese beleid raakt altijd weer op de achtergrond, maar komt burgers ten goede.

Bestaat er vrees dat Europa altijd maar weer meer integreren ertoe zou leiden dat een er eenheidsworst zou ontstaan en dat de samenlevingen van Finland tot Malta steeds meer op elkaar zouden lijken, dat "nationale identiteiten" zouden verdwijnen. Dat risico bestaat, denkt een oplettend mens dan, in de mate dat de globalisering toeslaat en laat nu net de ontspanningsindustrie daar nog het meest gevoelig aan zijn, zodat we vooral daar op bijna alle zenders gemakkelijk dezelfde series kunnen volgen. Tegelijk zien we dat in de Nederlanden velen er alles aan doen ons te laten geloven dat we Baantjer niet zouden verstaan, terwijl die mijnheer De Cock en zelfs Vledder best goed Nederlands spreken en zelfs Louistje is niet helemaal onbegrijpelijk. Maar goed, Vlaanderen, of beter, een bepaalde zelfbenoemde elite in Vlaanderen wil liever niet meer schatplichtig zijn aan Nederland. Er is een soort vreemde mix aan de gang, waarbij globalisering, multiculturaliteit en het behoeden van eigen identiteit voortdurend van kant lijken te wisselen en progressieve politici plots gaan vertellen dat ze niet achterover vallen van de Nederlandse, Duitse, Franse.. cultuur. Alleen de Italiaanse zou er enigszins immuun voor zijn.

Inzake cultuur overigens erkent de EU een "exception culturelle" die de Fransen hebben afgedwongen, maar waarover verder niet veel gesproken wordt. Kort door de bocht? Het komt erop aan dat de Franse overheid eigen cultuurproductie mag subsidiëren en anderszins ondersteunen om op te blijven kunnen tegen de Angelsaksische ontspanningsindustrie. Ook kleine landen en cultuurgemeenschappen maken wel eens gebruik van die uitzondering, maar als men naar het Vlaamse medialandschap kijkt, valt op dat er veel producten van eigen bodem tot stand komen, behalve op het intellectuele gebied.

Opvallend is vooral dat sommigen menen dat we de universiteit verder moeten digitaliseren, terwijl het risico zo ontstaat dat de academische vrijheid nog verder ondergraven wordt. Iets zegt mij dat de politieke keuzes die leidden tot de Bologna-verklaring op dat vlak de specificiteit van de afzonderlijke universiteiten ondergraven hebben. Het gaat hier niet om diepe kloven, maar net om die kleine accentverschillen, die een universiteit een eigen couleur locale geven. Men kan menen dat diploma's in Europa overal gelezen moeten kunnen worden en erkend, daar valt niets tegenin te brengen, maar laat de universiteiten vooral zorgen dat hun professoren eigen richtingen kunnen inslaan. Zoals Pieter de Somer zegde, het is eigen aan intellectuelen en onderzoekers om te durven dwalen. Ik denk dat het beleid van de rectoren die zich inlieten met Bologna en de politici hier doel en middel door elkaar gehaspeld hebben. De leesbaarheid van diploma's, daar valt niet aan te tornen, maar elke universiteit, elke faculteit moet ervoor zorgen dat de eigen studenten binnen dat kader een optimale opleiding krijgen. En neen, dat hoeft niet per se in het Engels, want voor mijn studie had ik ook Duitse, Franse en Italiaanse publicaties te lezen...

Het komt er mijns inziens niet op aan te streven naar een Europese eenheidsworst - als die cultureel al niet gedraaid wordt - maar toe te laten dat landen hun economie, binnen de bandbreedte die het streven naar convergentie toelaat, naar eigen inzichten te organiseren, maar bedenken we wel dat het niet enkel om de economie gaat, maar ook om sociale zekerheid en andere facetten van het samenleven, van begrafenisrituelen tot de babyborrel... Europa mag en zal sterker worden, maar men zal begrijpen dat voor WO I de culturele convergentie als gevolg van de opeenvolgende golven van de industriële Revolutie sterker was dan wij nu voor waar aannemen, net omdat het staatsnationalisme vooral in landen als Frankrijk en het UK, naast Duitsland de kop opstak en zo onze blik vertroebelt. Ik vraag mij af of dat fenomeen zich momenteel niet herhaalt: uit angst voor een vermalen geraken in een eenheidsworst, wil men vooral zichzelf met eigen, nationale uitingen identificeren. Het zal er dus maar op aan komen dat we tegelijk onze eigen "nationale" cultuur niet uit het oog verliezen en de gedeelde en gemeenschappelijke belangen en mogelijkheden niet uit het oog verliezen. Dat lijkt me een mooie opdracht voor parlementsleden in het Europees parlement.


Bart Haers

Reacties

Populaire berichten