Conventie van Genève zorgt voor debat

Kritiek


Menselijke waardigheid,
daar valt niet op af te dingen
Mensenrechten, EVRM, Conventie van Genève

Ico Maly stelt dat N-VA bij monde van voorzitter in 2012 nog stelde niet aan de Conventie van Genève te willen raken. Zo distantieerde hij zich van het VB. Nu zou hij dat onderscheid niet meer (hoeven te) maken. Maar raakt Ico Maly zo wel de kern van het probleem?

Europa kende de afgelopen veertig jaar al
meerdere momenten waarop massaal veel
mensen haard en huis verlieten. Tot aan de vooravond
van het verdwijnen van de communistische
regimes in Oost- en Midden-Europa kwamen mensen
naar het Westen. Ook de Balkanoorlogen
zorgden voor de vorming
van diaspora ver buiten het gebied, omwille
van bloedige oorlogen. De samenleving
kon dat opvangen, maar niet altijd
zonder problemen aan bede zijden. 
Me dunkt dat de omstandigheden, de feiten sinds 1951 grondig gewijzigd zijn, want de Koude Oorlog is lang en breed voorbij - al blijven er fricties tussen Europa en Rusland - terwijl de evolutie in Afrika en Azië ook grondig gewijzigd is. De reden waarom men de Conventie best intact kan laten, lijkt me overigens paradoxaal genoeg ook te liggen in het feit dat men onderscheid kan maken tussen mensen die onder die conventie asiel kunnen zoeken en gelukzoekers, eerlijker is het te spreken van economische vluchtelingen. Dat onderscheid te maken komt de toeschouwer overigens wel eens moeilijk voor omdat armoede en uitzichtloosheid vaak te maken heeft met dictatoriale en corrupte regimes, die aan mensenrechten een broertje dood hebben.

Bovendien zou men Ico Maly kunnen meegeven dat alleen dwazen en paarden niet van mening veranderen als de feiten veranderen, om de doodgewone reden dat sommige ontwikkelingen inzake gevolgen ver de vooraf bedachte omvang overschrijden, waar men niet blind kan voor blijven. Het hoeft er niet om te gaan dat men de principes loslaat, maar wel dat men bij het beantwoorden oog heeft voor proporties.

Neem nu het probleem van discriminatie, waarbij men meent dat het dragen van een bourquini niet mag verboden worden maar het dragen van een zwemshort dan weer niet aanvaardbaar is om hygiënische redenen. Dat hygiëne in publieke zwembaden van belang is, zal niemand ontkennen, maar discriminatie inroepen over een vreemdsoortig badpak, roept ook vragen op. En inderdaad, niet alle moslims willen de regels op de letter volgen en gehoorzamen of zijn juist hierheen gekomen om aan de dwingende controle te ontsnappen.

Maar waar het om te doen is, blijft de vraag hoe bij de exodus van vluchtelingen uit Syrië en andere oorlogsgebieden voorzieningen te treffen die niet raken aan standaarden inzake menselijke waardigheid. Dat blijkt dezer dagen het discussiepunt te zijn in politieke gremia. Dat burgers daar niet altijd onmiddellijk aan denken, maar wel bereid zijn mensen zonder meer te helpen, mag men ook niet buiten beschouwing laten. De vraag is dus of we menselijke waardigheid tastbaar en vooral meetbaar zouden kunnen benaderen. Het antwoord luidt domweg dat we dat niet kunnen. Contingentie, de omstandigheden en het aanvoelen spelen hierbij een grote rol.

Immers, kan iedereen stellen dat men niet mag raken aan de menselijke waardigheid, dan zal men het wel meemaken dat de ene de repressieve politiek van Stalin niet in rekening wil brengen en anderen vinden dat de Amerikaanse politiediensten nogal eens schromelijk tekort schieten. U leest het goed, de omstandigheden zijn verschillend, voor individuen en bevolkingsgroepen zijn verschillend.  Maar voor de betrokkenen, de slachtoffers zijn die verschillen niet relevant, wel het leed dat hen berokkend werd en wordt. Maar menselijke waardigheid?

Machtsmisbruik kan de integriteit ernstig aantasten, maar ook de wetgeving kan een uitdrukking zijn van pogingen tot machtsmisbruik. Herinneren aan de Neurenberger Wetten hoeft daarbij niet, net zo min als aan de wetgeving in Zuid-Afrika die de Apartheid vorm gaven en vergrendelden, tot Nelson Mandela de zaken openbrak. Maar zelfs 50 jaar na de Burgerrechtenwetgeving van Lyndon B. Johnson blijkt het in de VS soms moeilijk te ontkennen dat Afro-Amerikanen het zwaarder te verduren hebben dan anderen bij gelijke inbreuken. De politie handelt eerst en stelt dan vragen, het verhaal van die mensen kennen wij, maar ook van de volksjury's die de agenten buiten vervolging stellen.

Het blijft dus een moeilijke zaak te ontkennen dat mensen niet altijd even welwillend anderen bejegenen en hun in integriteit, waardigheid te beschermen. Er zijn vele redenen om aan te nemen dat we goedheid moeten afdwingen bij wet, zoals de afschaffing van de slavernij en van de slavenhandel. Laten we de zaken ernstig bekijken, dat wil zeggen dat we het vraagstuk van de menselijke waardigheid ernstig nemen, maar het gaat er dan nog altijd om, dat we mensen waardig bejegenen.

Het blijft dan wel zo dat de Conventie van Genève werd uitgewerkt als gevolg van WO II, toen de menselijke waardigheid voor velen een bijzaak was, ook in hoofde van regeerders en bestuurders in geallieerde landen, zoals Nederland[i] en Frankrijk. Tegelijk heeft men heldhaftige blijken van respect voor menselijke waardigheid gezien, van mensen die zichzelf op waardige wijze overeind wisten te houden, zonder daarbij over het hoofd te zien dat ze ook wel geluk hadden maar ook van mensen die voor anderen zorgden, zoals die dominees in de Haute Loire, die tal van kinderen herbergden toen ze vervolgd werden om wie ze maar waren in de ogen van de vervolgers. Maar niemand is wat de ander er als stempel op drukt, men is altijd meer dan dat. Overigens moet men zich ook iemand als Clemens August von Galen herinneren, waarbij de man wel de oorlog tegen het communisme steunde, maar geenszins Project T, waarmee de nazi's zwak begaafden en andere mensen met een mentale disfunctie wilden euthanaseren, een eufemisme van formaat. Toch moeten we ons bij actuele discussies ook bewust zijn dat de waardigheid van mensen erkennen ook wel persoonlijk gedrag mag veronderstellen en een hartelijke, welwillende attitude impliceert.

De discussie die Bart De Wever voert heeft te maken met aandacht voor het leven hier en hoe het functioneren moet. Daarin weegt het probleem van de toevloed van vluchtelingen uiteraard mee door. Of het zou moeten blijken dat de zaak van de vluchtelingen een aantal overtrokken reacties wekt, wat mij onwaarschijnlijk lijkt. Laten we niet vergeten dat er al bewegingen zijn in Europa, partijen die gretig inspelen op de tegenstelling tussen autochtonen en vooral Islamitische immigranten. De vluchtelingen komen dus aan  in een samenleving waar sommigen menen dat, om monsieur Mitterand te citeren, men rekening moet houden met drempels waar mensen nog verdraagzaamheid en solidariteit kunnen opbrengen. Ook de verdediging van de Europese waarden wordt duchtig opgenomen en we noemen hen dan extreem-rechts.

Misschien moet Links ook maar eens nadenken over hoe we de waarden van de Aufklärung, dat wil zeggen waarden die we menen te hebben mogen afleiden uit het denken van Diderot, Voltaire, Kant en anderen. Maar het waren wel Quakers die voor het eerst met succes het strijdperk hebben betreden om de slavernij te laten afschaffen, in 1783. De Aufklärung heeft meer in petto dan wat Jonathan Israël als de radicale verlichting voorstelt. Bovendien maakt zo een benadering onze omgang met waarden en normen vrij steriel. Maar belangrijker nog blijkt de kwestie te zijn dat die waarden niet in het ijle zweven maar alleen werkzaam kunnen blijken als we ze invulling geven in het concrete leven.

Beweren dat dit een eenvoudige zaak is, doet de omstandigheden waarin we verkeren geweld aan. We kunnen omtrent de mensenrechten noch omtrent de waardigheid van de menselijke persoon marchanderen, over wat voor onze medemensen het beste is en hoe we rechtmatige wensen en verlangens invulling geven, valt wel veel af te wegen en in beschouwing genomen te worden. De oorlog in Irak (2003 - ?), de Arabische Lente en de hardvochtige, wrede aanpak van eigen burgers door Assad, de vier lange jaren voor sommigen in kampen in de buurlanden, het zijn elementen die we mee moeten laten wegen en tegelijk is het dan nog zo dat we op gedane zaken geen greep hebben, andere kunnen we wel nog ten gunste laten keren.

Zou het verstandig zijn de beschikkingen van de Conventie van Genève opnieuw te gaan onderhandelen? Maar wie tekende toen die conventie? Hoe heeft men het gegeven meegenomen in de discussies over de Wende? Plots bleken er geen gewetensgevangenen en dito vervolgden meer denkbaar in Europa ten Oosten van de Elbe, terwijl het vestigen van de democratie er minder gesmeerd verliep dan sommigen hadden gehoopt.

Voor sommigen blijkt de Conventie sacrosanct, maar zo creëert men geen welwillendheid bij de eigen bevolking. Meer nog, als men sommige stemmen, zoals die van Ico Maly hoort, zou de autochtone bevolking niets in de pap te brokken hebben. Vormt dat geen aanfluiting van de goede werking van de democratie? Pleiten voor deliberatieve democratie en grotere burgerparticipatie? Uiteraard, maar met mate. Omgekeerd kan men niet tegelijk menen dat de buikgevoelens van medeburgers louter onzin zijn. Boerken Haas was wel niet moedig, maar ook niet dom, toch? Het slapen van de rede? Niemand is er vrij van, want meestal zijn we er ons niet zo van bewust als de Rede slaapt, wel dat we gemakzuchtig voorgekauwde meningen nabrauwen.

Het probleem met abstracta blijft dus aanhangig en weinig politieke denkers lijken er zich om te bekommeren. Ze hebben de mond vol voor Inspraak, over Mondige Burgers en dus ook over de Menselijke Waardigheid, maar als de concrete kwesties op tafel komen, wordt het lastig, want principes geven in het dagelijkse leven aanleiding tot actie, tot doelstellingen die men wil bereiken, wat met abstracta minder het geval is.

Wie voorstander is van het beschermen van menselijke waardigheid in zijn of haar leefomgeving weet dat dit soms lastig kan uitpakken, omdat men daarbij wel eens conflicten moet aangaan en onderkennen dat er misverstanden ontstaan. Met de Islam heb ik niet zo heel veel en ik vind bepaalde gebruiken nogal bizar, maar dat geldt ook voor punkers of voor de dance-generatie, zelfs voor het wereldje van de cyclocross - ik ben nogal elitair, weet u wel - maar dat mensen zich mogen uitdrukken en uitleven staat als een paal boven water. Een religie omhelzen is natuurlijk nog van een andere orde en kan dieper in het gemoed verankerd zitten, maar tegelijk kan men wel in overleg gaan over bepaalde praktijken. Links gaat die discussie liefst uit de weg en vindt dat meisjes en vrouwen een hoofddoek mogen dragen. Jawel, er zijn daar redenen voor aan te geven. De rituele slachting? Dat is barbaars? Uiteraard en toch, vrouwen verbieden om alleen het huis te verlaten of alleen gesluierd op straat te laten komen, vind ik ook niet echt een blijk van respect voor vrouwen. En toch, een moslim zal me met handen en voeten uitleggen dat hij dat volgens de profeet moet doen uit respect voor de vrouw en zijn eigen vrouw dochter, zus in het bijzonder. Hier ontstaat en bestaat dus een conflict over de invulling van een en dezelfde waarde. De discussie is oud, ik weet het en al bijna versleten, maar er zijn nog altijd slachtoffers onder ons. En wat met het gearrangeerde huwelijk? Past dat in onze visie op persoonlijke vrijheid?

Het besluit mag duidelijk zijn: wie de Conventie van Genève wil aanpakken zal wellicht niet zo gauw een gunstig resultaat bereiken dat niet op enig moment als een boemerang in het gezicht van de initiatiefnemer kan terecht komen. De teksten zo fundamenteel beschouwen dat er geen toetsing mogelijk is, gegeven nieuwe omstandigheden, moet men ook vermijden. Een vluchtelinge van een vorige stroom, uit de Balkan zat bij Pauw en sprak over de angst van mensen in Enschede en zij begreep hen. Goed geïntegreerd? Zeker, maar ook een dame die zich bewust is van de cultuurschok. Of zoals Alicja Gescinska - een dochter van vluchtelingen uit Polen, omdat zij dachten dar er geen einde zou komen aan Jaruzelski en co - terecht opmerkte: hier is het land van de vrijheid, maar zij kwam met haar ouders en het duurde even voor ze van ouders cadeautjes kreeg die ze gezien had bij Bart Smit. Met dat laatste is de vraag gesteld op welke manier wij voor die vluchtelingen een klimaat kunnen scheppen waarin ze kunnen genieten van de vrijheden die hier volgens de grondwet gelden.

Bovendien blijkt nergens uit dat deze mensen meteen het onderste uit de kan willen, wat rechten betreft, maar een welwillende bejegening, die wel enigszins begrensd is, doet voor hen niet per se afbreuk aan hun waardigheid. Eenduidig zijn de antwoorden niet, mijnheer Maly, maar u wil Bart De Wever aanspreken, niet nadenken over het mogelijke bij de opvang van vluchtelingen. Want dat blijft nog altijd het wezenlijke van de politiek: wensen en betrachtingen realiseren binnen wat mogelijk is.

Bart Haers


  





[i] Nederland probeerde in de aanloop van mei 1940 neutraal te blijven, maar kon vaak de schijn niet ophouden. De bejegening van Joodse vluchtelingen na 1933 uit Duitsland viel eerst nog mee, maar na 1938 werd men wel zeer streng. Frankrijk zou in september 1939 de Vijfde colonne hebben aangepakt: Joodse vluchtelingen uit Duitsland werden in kampen opgesloten, terwijl België zeer lang probeerde opvang te bieden aan vluchtelingen, waarmee het in sommige gevallen geïsoleerd stond. Naar men zegt zou dit land daarom zeer hebben aangedrongen op akkoorden over behandeling van oorlogsvluchtelingen, over mensen die op de vlucht gaan om vervolging en erger te voorkomen in het land van herkomst, wegens oppositie en kritische uitspraken... 

Reacties

Populaire berichten