Overwinnen is niet overtuigen



Brief


over beginselen
van begrip en menselijkheid, 
Gelijkheid staat niet op zich

Brugge, 14 september 2015

Adelheid, amice

Franco kwam niet uit de lucht
vallen, toch? Maar hij had ook
verstandige tegenstanders,
zoals de academicus Miguel
de Unanumo. We kijken
te lichtzinnig een kant op,
ook en helaas in het academische
leven. 
We worden op de proef gesteld, merkt men ten allen kante, maar neen, het gaat niet over de vluchtelingen. Dat gebeuren wordt nu duchtig gepolitiseerd, dat wil zeggen dat niet langer de aanpak van die mensen centraal staat, maar de vraag die het potje armworstelen zal winnen, waarbij de menselijke schade dan wel enig soelaas de collaterale gevolgen zijn, maar daar malen we niet om. Neen, als we op de proef gesteld worden, dan omdat we vernemen dat men een universitair diploma volgens sommigen niet te ernstig hoeft te nemen, want men zou het haast als een recht moeten beschouwen. Juist, ook in deze gaat het niet over plichten, niet over verdienste en nog minder om het plezier te studeren.

Toch is er een band tussen beide kwesties, maar dat heeft te maken met wat we als onrechtmatige ongelijkheid moeten beschouwen. De nieuwe fractieleider van Labour, ene Jeremy Corbyn, wil duidelijk zijn linkse stokpaardjes laten horen in het Lagerhuis, met de bedoeling aan te tonen dat zijn partij het vertrouwen waard is. Dus heeft hij het ook over ongelijkheid en onrechtvaardigheid. Dan kan er niet veel meer mis gaan, toch?

Dat veel mensen dezer dagen geneigd lijken de schouders op te halen als die termen vallen, ontgaat anderen dan weer volkomen. Wie tegen onrechtvaardigheid is, wie zich kant tegen ongelijkheid, lijkt niet te beseffen dat deze strijdpunten ook nog eens hoogst abstract zijn. Is het hemeltergend dat een blinde niet kan genieten van Vincent van Gogh of Marc Rothko? Allicht wel, maar zal men dan proberen ten allen prijze iets van het werk met hen te delen? Dat kan altijd, wanneer men zo een blinde begeleidt en uitleg geeft over het werk. Maar het is schier onmogelijk zo een persoon die het gezichtsvermogen mist met de indrukken van zo een expressief schilderij in verbinding te stellen. Het lijkt me ook moeilijk een mens met ernstige gehoorproblemen te laten horen hoe mooi de vier Jaargetijden van Vivaldi - toch een evergreen - wel niet blijken. Het probleem is dat de omstandigheden dit met zich hebben gebracht en er zijn mensen die doof geboren worden of blind - heel soms zelfs beide. Dit laat verder onbesproken dat mensen soms zeer snel een tentoonstelling hebben doorkruist. Of dat mensen allergisch zijn voor schone klanken; dat heeft met opvoeding, maar ook met voeling, met gevoeligheid te maken. Ook wie een behoorlijke opvoeding genoot, kan immers blind blijken voor bepaalde vormen van esthetiek, voor esthetische ervaringen.

Het is ook niet obligaat zomaar mee te lopen met anderen en het eigen esthetisch aanvoelen te koppelen aan wat anderen goed en mooi vinden. In die zin is de gedachte dat conformisme niet echt aan te bevelen valt wel gepast, maar om dan van de weeromstuit in een of andere subcultuur te duiken, kan ook weinig interessant blijken.

Rik Torfs voert dus campagne voor de universiteit als een centrum van kennis, jazeker, ook dat, maar ook als een centrum waar die kennis inzet wordt van iets, namelijk nadenken. De feiten zijn wat die zijn, daar helpt geen lievemoederen aan. Maar feiten kunnen in een verband geplaatst iets leren, dat niet onmiddellijk te vatten valt, al is het wel zo prettig als ons plots een licht op mag gaan bij het overwegen van bepaalde feiten. Neem nu de plaats van Hitler in de geschiedenis. Daar valt weinig goeds over te zeggen, maar John Lukacs heeft in een mooi essay laten zien dat er zelfs dan nog heel wat in overweging genomen moet worden. De man mag dan niet echt normaal lijken, gek in de betekenis van waanzinnig was hij dan wel niet, maar vooral hij kon mensen overtuigen door zijn voorstelling van de zaken, van de zwakte van Weimar bijvoorbeeld of door de gevolgen van de Vrede van Versailles steeds weer opnieuw op te rakelen. Er zat een systeem in zijn benadering en van hoog tot laag waren er mensen die hem wilden volgen. sommigen menen dat Hilter tot 1938, misschien zelfs tot september 1939 best veel heeft gepresteerd voor Duitsland, maar van begin af aan werden mensen op grond van politieke overtuigingen vervolgd en wie tot het verkeerde "ras" behoorde kon maar beter Duitsland verlaten. Zelfs schrijvers van naam en faam, met een Nobelprijs in de portefeuille waren van hun bestaan niet meer zeker.

Met andere woorden beantwoordde Duitsland in die jaren na 1933 niet meer aan de criteria van een rechtsstaat, terwijl ook de democratische principes en vormen niet meer in acht werden genomen terwijl de nazi's wel de ambtelijke, accurate cultuur overnamen - alleen bleken vele ambtenaren net dan niet autonoom genoeg. Daarover valt niet te redekavelen. Wel is het probleem hoe een Oostenrijker dit voor elkaar heeft gekregen en daar durft men minder goed over te spreken. Dat Hitler tijdens zijn hechtenis in Landsberg tot het inzicht kwam dat een putsch, een coup weinig zinvol bleek om het land onder controle te krijgen, mag ons verwonderen, want 8 jaar door het maquis trekken, het is niet iedereen gegeven. Maar was er ook een vraagzijde? Zelfs 70 jaar na het einde van WO II blijft dat een heikele kwestie, want wie zal erkennen dat men een vraag heeft om zo een heerschap. En toch, jaar na jaar, met het wisselen van de seizoenen - bij wijze van spreken - hoort men deze of gene roepen dat we leiderschap nodig hebben. Maar wat bedoelt men dan? Opvallend is wel dat mensen die zich verzetten in Duitsland zelden onder de aandacht komen. Voor Hans en Sophie Scholl wilde Geert van Istendael zijn hoedje even lichten? Die jongelui gaven hun leven voor hun poging prominente Duitse intellectuelen ervan te overtuigen uit de kast te komen en zich publiek te verzetten.

Men krijgt tijdens deze periode, het interbellum en de oorlogsjaren verschillende vormen van leiderschap, maar ook van populariteit, zoals "Le Tigre" Clémenceau, die tijdens en na WO I heel wat in te brengen heeft in de Franse politiek maar die voor de Franse publieke opinie nog steeds sacrosanct blijft en blijkt. Philippe Pétain en de oude baas Hindenburg krijgen we altijd weer gepresenteerd als machteloze marjonetten, maar of dat of dat zo is? De Tsjechen vinden dat Tomas Masaryk veel in zijn mars heeft en hij blijft president van 1919 tot 1938, wanneer hij sterft. Maar er zijn ook Mussoloni, Franco en Hitler. En wat met Lenin en Stalin? Of wat met figuren die later een prominente rol opnemen en die met glans vervullen, zoals Franklin Delano Roosevelt, Winston Churchill en Charles de Gaulle? En bij ons? Een figuur als Hendrik de Man, die zich tijdens de oorlog onmogelijk maakte door zijn, de vakbonden aan de Duitse bezetter aan te bieden, heeft in de vroege jaren 1930, ten tijde van de Grote Depressie indruk gemaakt. Maar ook Paul van Zeeland bleek een rol te kunnen spelen en Gaston Eyskens liet voor het eerst van zich horen door te proberen met het VNV zaken te doen.

Het mag duidelijk zijn, als we deze zaken bekijken, dan komen we er niet vanaf met clichés te gooien? Wie kent nog Miguel de Unamuno? Studax en rector, die in botsing kwam met Primo de Rivera, de voorloper van Franco? Dat hij oppositie durfde te voeren was voor velen wonderlijk, dat hij in een toespraak stelde dat Overwinnen is nog niet overtuigen moet ons wel interesseren en toch blijft de aandacht zozeer op de Spaanse burgeroorlog gericht dat de voorgeschiedenis, de moeilijke modernisering van Spanje niet op de voorgrond treedt. Ik denk niet dat vele opleidingen Geschiedenis en Letteren in Vlaanderen aan een figuur als Miguel de Unamuno aandacht besteden. Maar ook Primo de Rivera komt niet uit het stof van de archieven naar voor.

Derhalve heeft Rik Torfs gelijk als hij stelt dat het wel bekend zijn met kennis van belang is maar er dient veel op te volgen, want de feiten zouden nieuwsgierigheid moeten wekken, maar, helaas worden ze al te vaak als veilige borstwering ingezet. Academische vrijheid, het recht op dwalen, het zijn termen die we nog nauwelijks horen zoemen in het zwerk en al helemaal niet in de hallen van onze universiteiten.

Neem nu een onderzoek dat moest aantonen dat er binnen N-VA nauwelijks linkse mensen zouden rondlopen. Het definitieprobleem stelt zich daarbij ontegensprekelijk maar het is niet alles. Ethisch staan voor zaken als homohuwelijk of euthanasie is nog iets anders dan geloven in een samenleving waar het vrije initiatief gevrijwaard moet worden - maar ook geen garantie op succes kan bieden. Bovendien kan wie strijdt tegen onrechtvaardigheid blind blijven voor het feit dat men wel de wetgeving voor iedereen op gelijke basis moet handhaven. Het debat is evenwel te gepolitiseerd en te zeer gepolariseerd opdat het nog enig inzicht bieden kan. Ico Maly schreef een boek, een doctoraat bij Jan Blommaert als promotor over het gedachtegoed van de N-VA en ik moet zeggen dat ik enigszins verbaasd was na lezing van het werk.  De man toonde aan dat de achterban op krantenfora scherp uit de hoek zou gekomen zijn - de fora zijn intussen zowat afgeschaft, heb ik de indruk, maar interesseren doen ze me ook niet meer echt - en ook vooraanstaande figuren uit de partij deden dat met verve, maar dat wist ik wel. Neen, het ideologische deel, de funderingen van de ideologie zoals Maly die uitspelde moesten mij wel stomverbaasd laten. Herder voorstellen als een conservatief? Tot daar aan toe, maar zijn visie op de natie waarbij dus de vorst niet meer bij de gratie gods macht zou verwerven, maar door het bestel, in het beste geval het volk, moet ons wel verbazen. Hij dacht na over de natiestaat toen het oude regime wankelde, niet toen de natiestaat zich ging voeden met het bloed van de eigen en andermans kinderen. Doch voor de politieke wetenschapper heeft Herder een nationalisme gepromoot dat alleen verderfelijk kan heten. Okay, soms verwerd nationalisme tot blind geloof in de eigen voortreffelijkheid, maar Herder dacht genuanceerd over de macht van die staat die hij zich voor Duitsland wenste. Een defensief leger, zoals ook Georges Waschington dat wilde, geen machtig instituut binnen de staat, daar ging het beiden om. Maar bij Maly herkent men daar weinig van. En Burke? Conservatief? Jazeker. Et alors? Dat is te makkelijk, ik weet het, maar Burke had bedenkingen bij de Franse Revolutie en stond daar niet alleen mee. Wellington, Neslon, ze bevochten Napoleon te land en op zee, maar nog niet in de lucht zoals meen weet en deden dat onder het toezicht oog van het parlement. Vergeten? Edmund Burke was lid van dat parlement.

Amice, we moeten echt opnieuw nadenken over wat denken is, te rade gaan bij Kant, bij Hannah Arendt en anderen. Niet elke filosoof kan ons in al zijn of haar werk bekoren, zo zij het, maar het denken betekent ook dat we durven dingen te zeggen die ons iets kosten, waarvan we weten dat de machthebbers van het moment die niet in dank zullen afnemen. Mag ik denken aan de Arkprijs, de bekende prijs die voor auteurs en denkers bestemd is die de vrijheid nemen boeken te schrijven die tegen de communis opinio ingaan? De prijs werd opgericht voor Marnix Gijsen, maar geen haan kraait meer naar hem. Recent was er gedoe omdat de gelauwerde het woord gaf aan anderen die dringend gehoord moesten worden, dames van Boe! als ik het wel heb. Ontstond de prijs als verzet tegen de almacht van de katholieke kerk in het Vlaanderen van 1951 op initiatief van Herman Teirlinck, maar in 2015 werd er campagne gevoerd door dames, moslima's die de vrijheid opeisen te leven naar de normen van de Islam, vooral vestimentair. Veel gedoe, maar dan? Ik vraag me nog altijd beduusd af of het hier om vrijheid ging in de betekenis die Herman Teirlinck voor ogen had staan.

Een antwoord valt niet in een split seconde te bedenken, dat klopt, maar het blijft wel duidelijk dat begrippen als vrijheid, gelijkheid en broederschap het overdenken waard blijven. Maar eenvoudig valt dat niet altijd, dwaalwegen, voetklemmen en schietgeweren, stropers en boswachters liggen op de loer. Een groende politica in Frankrijk, Cécile Duflot[i] werd aan de tand gevoeld over haar boekje en daarbij bedacht zij zeer overtuigd dat de kernwaarde van de republiek de Gelijkheid is. Nou, na Lenin en Stalin zoiets beweren blijft een heikele zaak. Gelijkheid zonder vrijheid neigt naar dictatuur, zoals Vasili Grosman schreef in "Alles Stroomt".

Vale,

Bart Haers









[i] Zij verscheen bij "On n'est pas Couché" en maakte er geen verpletterende indruk. Haar boek dat ze kwam promoten - zo gaat dat - kwam er bekaaid af: "Qu'est-ce qu'on attand pour être heureux" zou een handboek voor ecologisten, geschreven door nullen zijn, wat misschien wel het zere been is van het politieke boek dezer dagen. 

Reacties

Populaire berichten