pleidooi voor waarheid en waarachtigheid



Kleinbeeld

In de stroom der dingen
Een boekvoorstelling om in gedachten
te houden

Boekhandelaren zoeken nieuwe
manieren om hun publiek te bereiken,
zoals ontmoetingen met auteurs
organiseren, voor boekvoorstellingen.
Donderdag 15 oktober nodigde
Thomas Barbier van De Reyghere
op de Grote Markt in Brugge
Tinneke Beeckman uit. 
Iemand vroeg me vriendelijk per mail waarom ik aan sommige boeken soms drie, vier stukjes wens te besteden. Het valt inderdaad wel voor dat een boek voor mij meer te zeggen heeft dan ik in een korte recensie kan verwerken. Het gaat erom dat boeken, sommige, aan het denken kunnen zetten, zoals de biografie van Goethe die Safranski schreef, of de bundeling van essays van Tony Judt. Maar wat is er dan dat ik die boeken zoveel aandacht wens te besteden?

Wijl ik me aan het inlezen was in het nieuwe essay van André Klukhuhn, de grenzen van de rede, begon ik mij af te vragen wat ik van de avond met Tinneke Beeckman zou mogen verwachten. Ik besloot het als een feest van het denken voor te stellen en begreep dat ze me betreffende haar eigen boek weinig nieuws zou kunnen vertellen. Ik had het gelezen en was er vrij intens mee bezig geweest, bijvoorbeeld rijdend en met wat rustige muziek op de achtergrond. Wellicht was ik er mij niet altijd van bewust dat ik met het boek bezig was, maar het kwam ook wel terug, zonder opdringerig te zijn.

De boekhandel De Reyghere had haar uitgenodigd om over het boek te spreken, waarvoor mijn dank. Ik denk dat het goed is dat boeken zo in de etalage gezet worden. Omdat ik de morgen na de boekvoorstelling schrijf kan ik refereren aan de recensie die Maarten Boudry schreef voor DS. Deze vindt het boek aan samenhang ontbreken, dat de analyse van het werk van Heidegger of van de belangstelling voor Ayn Randt er teveel aan waren. Het zal wel nooit goed komen als het over Maarten Boudry gaat, want als ik het boek kan waarderen is het dat het om een filosofische verkenning van dit heden gaat en hoe een en ander in elkaar past, ook al (b)lijken het stukken van verschillende puzzels.

Bijkomend was de erkenning van de filosoof, Tinneke Beeckman, dat ze over Ayn Randt ging nadenken na het zien van het toneelstuk Fountainhead, wat het boek zelf nu net een meer pregnante lading heeft. Hier komt denk ik een probleem aan de orde dat we de academische filosofie kunnen toeschrijven, waar men zich exclusief beperkt tot een thema, een kwestie en die vervolgens exhaustief en monomaan gaat uitwerken, aantonen bijvoorbeeld dat Freud en de psychoanalyse gebukt zouden gaan onder een cirkelredenering. Beeckman heeft met dit boek de kans gezien en gegrepen verschillende aspecten van onze cultuur onder ogen te zien en er een samenhang aan te geven.

Maar misschien ligt de kregeligheid van Maarten Boudry hierin dat "Macht en onmacht" een ontsporing van het denken, ook het academische denken bloot blijkt te leggen, waar we niet zo gauw mee klaar zullen zijn. Een uitmuntend stuk, een interview met een Algerijnse auteur, laat zien dat we in Europa ernstig zullen moeten nadenken over hoe we met ons patrimonium zullen omgaan. Ook de filosofie, ook Freud behoort tot dat patrimonium en we zijn het ook aan Michel Foucault, maar zeker ook aan Leo Apostel verplicht ons niet te laten wegglijden in zelfgenoegzaam accepteren van een denken dat geen denken meer wil zijn.

Toch nog even uitleggen aan de heer Boudry, dat we kunnen aannemen dat als we denken wel niet geheel in de wereld aanwezig zijn, maar dat het voorwerp van ons denken nu net wel de wereld zoals die is, betreft. Denken is dan, zoals Beeckman bij Arendt terug vond een poging in het contingente samengaan van allerlei gebeurtenissen, handelingen en uitspraken een begrijpelijk verhaal te vinden. Dat was ook waar Tinneke Beeckman gisteren mee afsloot: een oproep terug te komen tot het ontdekken van verhalen, verhalen die wel de toets van de kritiek kunnen doorstaan of desondanks van betekenis blijven.

Nu is er een punt waar ik niet geheel in het spoor van de filosoof Beeckman meega en dat is de interpretatie van Foucault. Ik bedoel dit: me herinnerende dat ik "Les mots et les choses" las, begreep ik dat woorden inderdaad machtsverhoudingen weergeven. Voor de historicus in wording was die lectuur best wel belangwekkend, want zo kon ik ook proberen via taalkundige analyse te begrijpen wie waar staat bij een bronnenonderzoek. De cursus bij professor Dominique Willems - niet toevallig onder de titel: taalkundige analyse van historische teksten - bood daarbij een uitstekend exercitieterrein.  Zelf heb ik behalve teksten van Charles de Gaulle ook de gewoonte aangenomen regelmatig teksten te bekijken vanuit die invalshoek. Maar om nu te zeggen dat ik sowieso elke autoriteit sowieso ging wantrouwen, van elke hegemonie aan te nemen dat ze vanzelf de boel zou belazeren en automatisch alleen onderdrukkend zou functioneren.

Nadat Beeckman kort haar boek had voorgesteld waarbij ze doorheen de hoofdstukken wandelde, wat ze omwille van zichtbare vermoeidheid niet zonder moeite deed, vroeg ik haar waarom ze de twee lezingen van Nietzsche niet met meer emfase had gebracht, want het klopt dat filosofen geneigd zijn Nietzsche zo te lezen dat alles wat we doen "umsonst" is, vergeefs, want er is de eeuwige wederkeer, waardoor we in een permanente lus zouden bewegen. Ook het probleem dat ons weten, nu God dood zou zijn, nog altijd besmet zou wezen door theologische concepten. Maar Nietzsche had ook in gedachten dat men wel degelijk tot waardevolle inzichten kan komen, waar men wel voor wil gaan staan.

Het zou interessant kunnen zijn de ontwikkeling van het postmoderne denken opnieuw te gaan bestuderen, hoorde ik enige tijd iemand fluisteren, maar Tinneke Beeckman laat in haar boek zien dat dit wel kan, waarbij ze onder meer het werk van Luc Ferry en Alain Renaut, waarin zij "la pensée '68" dissecteerden en precies de invloed van Heidegger en Nietzsche op de hogepriesters van het postmodernisme los hebben losgelaten. Het kan dus niet verwonderlijk heten waarom Beeckman die reflecties mee heeft genomen.

Want het mag toch wel wonderlijk heten dat men uit het denken van Nietzsche, Heidegger en Marx - Louis Althusser - een aantal inzichten heeft geponeerd die toelaten het conceptualiseren van een Waarheid als vergeefs voor te stellen. Heeft het dan zin te beweren dat elke opinie, elk denken zomaar gelijkwaardig zou zijn? Tinneke Beeckman meent dat het ontkennen van de mogelijkheid van gedegen denken dat tot inzichten leidt waar we op kunnen vertrouwen, bedenkelijke gevolgen heeft. Daar kan een mens iets mee. Zelf heb ik na lectuur van Foucault vooral de gedachte met me mee gedragen dat een persoon waarheden die hem of haar voortdurend worden aangereikt, moet wantrouwen. Maar wat te doen met dat wantrouwen? Ik probeerde het uit wat dit kan betekenen ten aanzien van de gebeurtenissen om me heen: stelden de media mij iets voor, een boek, meer nog, een auteur, dan kon het gebeuren dat het gedruis me heel erg ging irriteren, vooral als er een discrepantie bleek tussen de toeters en bellen enerzijds en de argumenten die men aandroeg.

Maar was het echt wantrouwen? Onderweg naar huis vroeg ik het me af, want ik dacht aan de lectuur van Huizinga, de biografie van Erasmus en ik begreep dat ik de meester wel volgen wilde, maar nadien toch ander werk over de Rotterdammer ging lezen, bijvoorbeeld Teun de Vries, maar ook werk van de man zelf, niet enkel de Lof der Zotheid, maar ook brieven, betogen en ander werk. Doorheen de jaren heb ik begrepen dat Huizinga best eens een vervolg zou krijgen, want net Erasmus zou in deze tijd voor een held kunnen doorgaan. Overigens, we weten het, een van de mantra's die dezer dagen opgeld doen luidt: vertrouwen is goed, controle is beter. Controle impliceert wantrouwen en dat betekent dan ook dat dit wantrouwen reflexief gaat werken. Maar het kan inderdaad geen kwaad zich af te vragen of het die kinderen en kleinkinderen van gastarbeiders - er zou een taboe op het woord rusten, maar dat waren ze toen ze naar Gent en Limburg gehaald werden - echt redenen hebben om onze cultuur af te wijzen.

Hier hoort een intermezzo: ooit was het zeer vreemd dat mensen zich bekeerden tot de Islam, zoals Cat Stevens, die nu een andere naam draagt. Vandaag merkt men dat meer jongeren kiezen voor de Islam. Boualem Sansal heeft een nieuwe roman uit en ik las een interview, waarin de Algerijn zegt zich niet te laten verleiden door het grotere comfort in Europa te gaan leven, om aan aanslagen te ontkomen. Die zouden voortkomen uit het feit dat hij openlijk aan de Islam heeft verzaakt, wat niemand schijnt te aanvaarden, van moslims; maar zich als een proseliet gedragen, zoals we deze week nog zagen, laat zien dat de Algerijnse auteur een goed oog op de situatie heeft, wanneer hij stelt dat ook in Europa jongeren verleid worden of beter bekeerd tot de Islam. Hij geeft als redenen op dat er in Europa geen weerwerk meer bestaat omdat het christendom op sterven na dood is en omdat de democratie inderdaad niet begeesterend genoeg kan inwerken. Met Erich Fromm kan men verwijzen naar de angst voor de vrijheid, maar ook Tinneke Beeckman stelt een diagnose, namelijk dat we niet meer weten wat nu onze cultuur aan verdienste heeft.

Dit intermezzo laat toe opnieuw na te denken over wat de filosoof vertelt over Foucault, Heidegger en Nietzsche, over het postmoderne gekeuvel in de salons van de universiteiten en in televisiestudio's. Elke gedachte die niet verwijst naar een autoriteit is welkom, ook al komt ze net van een autoriteit. Je had de afgelopen decennia mensen als Jan Hoet, Gerard Mortier en Etienne Vermeersch - de laatste werd voorgesteld als de leidende intellectueel in Vlaanderen door Knack, wat bij mij een heilige verontwaardiging opwekte, die precies tegen de intellectuele elite gericht was die zich achter de brede schouders van Vermeersch gingen verstoppen. Maar toen Vermeersch toch wel ging deelnemen aan "De Gravensteengroep" die een links of minstens progressief Vlaams Nationalistisch antwoord wilde formuleren tegen de identiteitsloze postmoderne deconstructivisten, was dat voor hen een brug te ver. Maar de gewone acolieten blijven Vermeersch graag het woord geven. Goed voor hem, maar men snapt niet dat men daarmee net het gezag van de filosoof Vermeersch ondergraaft. Mijn heilige verontwaardiging was en is in de eerste plaats tegen de idolatrie gericht. Een terechte opmerking dat al deze stukken over het boek van Beeckman niet getuigen van groupie-gedrag, mag gesteld, maar die aandacht verdient het boek wel en vervolgens, ik denk dat we toch eens af moeten van de idee dat men een boek kan lezen zonder er verder over te spreken, tenzij een kort signalement van een bladzijde in de krant.

Door haar aanpak, kijkend naar Heidegger, naar Ayn Rand laat Beeckman zien dat ons tijdgewricht een complex mengeling van tegenstrijdige invloeden en ideeën, visies te zien geeft, die mensen tureluurs maken. Haar hoop legt ze nog maar eens bij Spinoza, maar het blijft voor mij een mooie ervaring eens een werk te lezen dat niet zegt dat de Amsterdamse filosoof belangrijk is, maar net waarom dat zo is. De Ethica lijkt stroef en strak, maar in boek III en IV komt een mensbeeld naar voor dat we misschien wel ter harte kunnen nemen, maar het vergt wel studiewerk. Ook Herman de Dijn schreef over de humanistische filosoof Spinoza, die niet enkel rozen in de aanbieding heeft, maar de doornen er ook graag bij heeft gegeven.

Charlie Hebdo? Ik kende het blad, vond het inderdaad soms overdreven, maar af en toe kwam er iets uit dat mij wel op andere gedachten bracht. Tinneke Beeckman schrijft over Emmanuel Todd en diens gedachte dat we ons over die eenheid en vooral van die bewuste strijdvaardigheid van miljoenen in de straten van Parijs, Nancy, Lyon... om tegen de aanslagen in te gaan, geen illusies hoeven te maken. Het waren de nazaten van de Chouans, zegt Todd, van de tegenstanders van de Revolutie en dus verdacht. Maar vooral, zij gingen de straat op met een vals bewustzijn. Ik begrijp volkomen de reactie van Beeckman dat Todd iets onbetamelijks doet, namelijk oordelen over het onmiskenbare vermogen van die miljoenen om de situatie goed te vatten. Todd zou dus, net als ik, achter de schrijftafel zijn blijven zitten om aan de strijdvaardigheid de eenheid te ontnemen die er de motor voor kon zijn, een strijdvaardigheid de betekenis van onze cultuur toch maar eens uit te spellen. Want wie stelt dat vrijheid ene illusie zou wezen, komt dus precies uit waar Todd en co ons hebben willen. "Het Handwerk van de vrijheid", het boek van Peter Bieri? Nooit is er aandachtig over gesproken in de brede pers. Zouden die persjongens en -meisjes echt geloven dat zo een boek geen kat interesseert?[i]

Maar ik denk niet dat die miljoenen nu allemaal schuldbewust naar de meester opkijken en wachten op de roede. Ik zat ook achter mijn schrijftafel, was ook sceptisch over de waarachtigheid van die massa - de witte mars indachtig. Tegelijk vond ik het feit dat wanneer zoveel burgers tegen het geweld van die bende wilden manifesteren,  die manifestatie tot een daad maakt om ernstig te nemen. En "je suis Charlie"? Dat vond ik eerst goed gevonden, maar toch wel problematisch; Ik hoef me niet te vereenzelvigen met Chab en de leden van de redactie om hun gewelddadige dood niet enkel een aanslag te vinden, maar de moordpartij te veroordelen. Wat doet er dan toe, Haers? Veroordelen? Wie kan jij, schrijvelaartje met kracht veroordelen? Nja,kracht kan nog wel, maar wie hoort het?

Dat is nu net het probleem, dat mensen zich niet meer durven uit te spreken, luisteren naar autoriteiten die elke autoriteit afwijzen, luisteren naar lieden die niet meer geloven dat iets waarachtig kan zijn. In het boek kan men lezen over hoe Georges Orwell vertelt dat het volledige verlies van een ware toedracht, van kennis omtrent de ware toedracht van wat geweest is, van feiten die geweest zijn mensen tot een speelbal maakt van machthebbers, autoriteiten om te vertellen wat past in hun kraam. Zoals we dus nu soms op de gekste manieren op het verkeerde been gezet worden. We worden geacht te aanvaarden dat mevrouw Beeckman door Etienne Vermeersch op de troon gezet wordt om haar meteen ook boven alle twijfel verheven te weten. Ik leerde haar boeken over Spinoza kennen en vond haar denken best de moeite van het vernemen waard, maar of zij nu per se en ten allen tijde een boodschap zal hebben die ik zomaar wil aannemen, ik dacht het niet. Dat ik haar zal blijven waarderen, ook al kijkt ze naar economie enigszins anders dan ik, belet niet dat het te overdenken blijft. Maar als het om Orwell gaat, 1984, dan denk ik dat we vandaag inderdaad met nog meer aandacht relativistische en erger nog, deconstructivistische benaderingen van de geschiedenis, onze geschiedenis als deel van een globale geschiedenis, of beter, geschiedschrijving moeten afwijzen, anders weten we domweg niet meer waar het om gaat. Napoleon als held? Kan best, maar liefst ook met een goed relaas. Jozef II, keizer Koster? Maar wel een modernistisch vorst, zoals Willem I, koning van het verenigd Koninkrijk der Nederlanden, de kanalenbouwer goed bestuurde, maar ook tegelijk wel autocratisch handelde en meer nog, blind was voor de werkelijkheid die hij vorm wilde geven.

Waarheid en waarachtigheid, zegde Tinneke Beeckman zijn cruciaal voor een vruchtbaar gesprek en voor het vermijden van een collaps van onze cultuur en samenleving. Wie zou daar bij gebaat zijn? Nu ben ik geenszins een cultuurpessimist, maar men moet met de filosoof begrijpen dat we inderdaad op enig moment onszelf uit deze wereld zullen wegprijzen. Boualem Sansal ter harte nemen, zoals men dus ook misschien eens bij Hermann Hesse of Thomas Mann te rade kan gaan. Schrijven om het ware en het waarachtige terug te vinden, daar gaat het zo te zien bij Hesse om - in het Kralenspel - maar ook bij Mann en andere auteurs. Maar ontzegt men de mogelijkheid waarachtig te leven en te denken, dan riskeert men veel te verliezen. In die zin zal men toch de plaats van het christendom in onze cultuur heroverwegen, want het is niet alles wreedheid, verlakkerij en pedofiel machtsmisbruik, het is een cultuurgeschiedenis, die precies bij Spinoza, bij Diderot en Nietzsche kon uitkomen.

Dit alles om mee te geven dat ik het feit graag vaststel dat met dit boek van Tinneke Beeckman een ernstige poging ondernomen werd na te denken over de vele facetten van wat men de crisis van de democratie kan beschouwen. Het zal van de receptie en van de waarachtige kritiek afhangen of het debat inderdaad opnieuw kan gaan over wat we van belang achten, voldoende van belang om ervoor te strijden, met woorden, met betogen en uitspraken op de markt. Juist, dan kom ik uit bij Foucault en diens oproep tot parresia, tot waarheid spreken, ook kost het ons wel iets, soms meer dan ons lief is.

Bart Haers





     



[i] geen kat interesseert? Zou dit te informeel taalgebruik zijn, dan kan men nog altijd bedenken dat de vraag zo wat meer aan helderheid en scherpte wint. 

Reacties

Populaire berichten