Politiek en de menselijke maat


Dezer Dagen



Niet alleen de toon 
van het debat
De brief van koning Willem-Alexander

Over de goede bedoelingen van
minister van Staat Guy Verhofstadt
zal ik niet twijfelen, maar soms
schakelt hij te hoog in zijn
redevoeringen; Het debat over
de Griekse verplichtingen?
Misschien was tachtig procent
in orde, maar ergens voelde
men aan dat de man niet enkel
Alexis Tsipras raken wile, maar
ook de Eurogroep en dan wordt het
schril... 
Nooit werd het me zo duidelijk dat er veel debat gevoerd wordt met geen ander doel dan zichzelf op de voorpagina te krijgen van belangrijke kranten, wat doorgaans niet lukt. In Nederland, stelt men vast, kan men niet over de vraag spreken of men een behoorlijk aantal vluchtelingen kan opvangen. Aan de ene kant was er de heer Dijkhof die het dorp Oranje voor schut zette, aan de andere kant verstoorden mensen van een beweging "Nederlandse Volksunie" een inspraakvergadering. Iedereen boos, de toon verhardend, komt men niet meer aan spreken toe. De koning zelf sprak er schande van in een brief. 

Het feit dat parlementsleden, fractieleiders nu alarm blazen, mag ons niet verwonderen, maar of het helpen zal? Bedenken dat in de Westerse wereld de afgelopen decennia het debat voeren vaak een zaak was en is van machtswoorden, waarbij het zogenaamde volk zich bij verkiezingen vaak zeer eigengereid uitsprak, zoals toen Pim Fortuyn aan de boom ging schudden. Maar wat de man deed, was blijkbaar niet dovemansoren gevallen: de arrogantie van de macht, de vanzelfsprekendheid der dingen. De woningcorporaties, de banken de hogescholen kwamen in zwaar weer terecht - door foute bestuursbeslissingen - want telkens bleek dat de heren en dames in de bestuurskamers om hun job niet gaven, wel om het inkomen.

De organisatie van diensten, van onderwijs over zorg tot infrastructuur zit op het oog mooi in elkaar, maar wie nader toekijkt merkt dat de keuze voor grootschaligheid en kostenefficiëntie mag een mooi principe blijken de managementscultuur, managementsculpturen, die, zo valt op niet over het organiseren van het werk zelf gaat, het mogelijk maken dat men het werk in optimale en toch kostenbewuste omstandigheden kan doen, maar andere doelen moet dienen.

Wat heeft dat te maken met die testosteronbommen te maken die vrezen dat onder de inreizende vluchtelingen flink wat testosteronbommen te vinden zijn? Alles. Het debat werd niet gevoerd over de vraag waarom de migranten in Oranje of Steenbergen onderdak gegeven moet worden, dan wel in een groot tentenkamp bij Nijmegen. Wie de inwoners niet wil horen of enigszins begrijpen, heeft een groot probleem, want men mag het niet evident vinden dat mensen zomaar vluchtelingen opvangen. Maar het probleem legt een cruciaal facet van onze democratie bloot, dat best meer aandacht verdient: Een minister voert beslist uit, maar het is een administratie die in contact komt met de lokale overheden en met vrijwilligers en organisatie in contact komen, maar dus ook met weinig welwillende burgers. Wanneer evenwel politici, verkozenen in het parlement en de gemeenteraad vasthouden aan hun rol als bestuurder, dan kunnen ze aan het publiek en zij die zich beschadigd weten geen luisterend oor meer verlenen.

Mijn stelling is het al langer dat politici en belangrijke opdracht hebben: namens hen die hun stem hebben uitgebracht het gesprek aangaan, wat niet betekent dat men meteen mag toegeven aan de vragen van de burger; verondersteld is dan dat die gewoon alleen maar eigen, persoonlijke desiderata te berde zal brengen, want dat zou betekenen dat nagenoeg niemand bereid zou zijn de samenleving te zien als een belangengemeenschap. Niet iedereen is tot burgerschap bereid, daarover moeten we ons geen zorgen maken, of liever, men kan aan die vaststelling moeilijk voorbij, want men ziet wel heel wat mensen die denken over wat voor de gemeenschap goed of wenselijk zou wezen, maar in het maatschappelijk debat geven politici, commentatoren en experten, universiteitprofessoren politieke wetenschappen de indruk dat burgers best aan zichzelf mogen denken, niet aan de gemeenschap waar u en ik deel van uitmaken.

Wil ik dan het vrije woord inperken? Geenszins, wel dat is de zorg, wel het mens- en wereldbeeld dat we hanteren. Men hoort zelden historici, vergeet dat bijvoorbeeld de vakbonden - ooit - ontstaan zijn door mensen die belang hadden bij het delen van de risico's voor ziekte en ouderdom, naast kassen voor vrouwen die zwanger werden en kindjes kregen. De mutualiteiten waren dus werkelijk het product van het inzicht dat de onderlinge verzekering iedereen goed kon uitkomen, maar dat besef is vandaag niet meer aan de orde. Voor zover ik het begrepen heb is de Nederlandse ziekteverzekering nu geen zaak meer van (ideologisch gecompartimenteerde) zuilen meer maar in hoofdzaak van de vrije markt. Hoe of het werkt?

Maar daar zit dus niet het cruciale probleem, wel in de vraag hoe de politiek met een steeds complexere zorgvraag moet omgaan. De vooruitgang van de wetenschappelijke geneeskunde en de technologische mogelijkheden heeft namelijk twee gevolgen: mensen worden ouder en steeds complexere pathologieën kunnen behandeld worden. Maar men moet dan tot een kostenbewuste geneeskunde komen en weten wie dat moet krijgen. Het stoort natuurlijk te beseffen dat men de kwaliteit van de zorg niet ten allen tijde kan verzekeren.

Nog eens, de minister moet in principe de wet doen naleven, maar kan dat alleen via ambtenaren en die ambtenaren zijn er enkel om toezicht te houden, want het echte werk gebeurt door artsen, verpleegkundigen kinesisten en ander paramedisch personeel. Ziekenhuizen draaiende houden blijft een heel intensieve activiteit en slechts zelden lijken we nog verwondert over wat er daar allemaal bij komt kijken. We kunnen aantallen medewerkers zoeken te vinden, maar dat die zorg voor zoveel patiënten mogelijk is, blijft al bij al een wonder van technologie, van vakkennis en van beroepsernst ook.  Dat laatste valt in begrotingscijfers niet te verdisconteren, maar moet ook wel in de balans gelegd kunnen we worden als ons afvragen waarom het hier goed leven is: we hoeven ons in principe geen zorgen te maken over plaatsen in het ziekenhuis, hoogstens over de hoogte van het remgeld en het supplement dat een arts zou kunnen vragen.

Aan de weldaden van ons bestel hoeven we niet te twijfelen, dat het wel eens fout kan gaan, mogen we niet uitsluiten, maar ook dan doen het gerecht en de bevoegde instanties wat nodig is. Toch zijn we graag geneigd te geloven dat alles, maar dan ook alles mis zou gaan en dat die al die vluchtelingen blaasjes zijn wijs gemaakt. Ik denk dat we onze eigen gezegende situatie niet voor onheil bewaren kunnen, als we niet goed weten hoe degelijk het wel is. Pleit ik dan voor een blind geloof in het systeem? Natuurlijk niet, maar ik denk wel dat we de vele participerende mensen in ogenschouw die nodig zijn, om het te laten draaien, in ogenschouw nemen, dat we dan onze negatieve vooroordelen wel wat zullen temperen. Het gaat dus alweer om de vraag of en hoe we een kritische ingesteldheid begrijpen kunnen: het falen van het systeem bloot leggen? Of er de kosten en baten van begrijpen, maar ook of de baten aan de juiste personen, groepen toekomen?

In de affaire van de foute trein, de F*** kon men ook al vaststellen dat de berekeningen en afwegingen met vlot treinverkeer niet zo heel veel te maken hadden, wel met de machtsverhoudingen tussen de verschillende partijen in het spoorverhaal, de overheid, de NS, de treinbouwer en Prorail. Winstmaximalisatie zal ook wel hebben meegespeeld, maar men ziet dat aan het einde van de rit de verantwoordelijken bij naam genoemd worden, waarna een politica ontslag neemt. Maar ook de Tweede Kamer had vroeger in het besluitvormingsproces kunnen nagaan of men wel de vanuit de juiste aannames vertrok. Sommige lezers zullen zich de plechtige zitting van vertegenwoordigers van de Tweede Kamer en de Kamer in het Belgische Paleis der Natie herinneren, waar gezamenlijk hoorzittingen werden gehouden. Het symbolische gebeuren, waarbij twee parlementen samenkomen in het parlement te Brussel, heeft men niet goed in de verf gezet, want dat was sinds 1830 niet meer denkbaar. Echter, er bestaat een Benelux-assemblee, al horen we daar zelden iets over. Er is nu ook het Europees Parlement, dat sinds 1979 bestaat uit rechtstreeks verkozen afgevaardigden vanwege de 28 lidstaten.  Alleen, daar kennen we vooral de retorische zelfbevrediging van sommige politici van, maar de werkzaamheden zelf verdwijnen soms uit de aandacht. Men heeft de instellingen van de EU, de Commissie op kop, maar ook het parlement, jarenlang en vaak met enige grond kritiek gehad op de regulitis, de neiging tot het uitvaardigen van overdreven veel regels en dat met zeer gedetailleerde gevolgen verweten maar tegelijk zijner regels, zoals de vogelrichtlijn die voor ecosystemen best belangrijk zijn en ons burgers ook voordelen bezorgen zoals het wegwerken van de overdreven dure roaming-tarieven. Wat we goed vinden mag men niet vergeten worden bij de afwegingen en het is moeilijk denkbaar dat zonder de EU de afzonderlijke landen effectief met punctuele verdragen zo ver hadden kunnen komen. Dat is wat mensen als David Cameron en Thierry Baudet vergeten.

Waarom dan al die drukte, erger nog, dat wil geraas? De vluchtelingen? Jawel, die komen met velen, zeer velen en zij willen naar de beste landen om er een beter leven te leven. Zij willen niet naar Polen of Bohemen, want daar is men niet zo gastvriendelijk. Maar in Nederland, in België en Duitsland wordt de druk groot. Wie dat ontkent of meent dat het "gewone volk" dit wel zal accepteren, vergist zich. Maar men moet mensen wel overtuigen van het feit dat a) we de vluchtelingen niet zomaar tegenhouden en b) dat we er belang bij hebben dat de opvang goed verloopt en deze mensen niet nog meer ontberingen moeten lijden, want dat zou hun draagvermogen kunnen ondermijnen en c) zolang we niets willen of durven doen om hun land, Syrië en Irak, Eritrea niet kunnen veilig maken door de oorlog te stoppen en vervolgens een grote vredesconferentie voor het Midden-Oosten, waar ook Israël en Palestina kunnen betrokken worden, zal die stroom niet opdrogen.

Sommigen menen dat we die vluchtelingen gewoon moeten opnemen, maar daarmee impliceren ze dat niemand daarop kritiek mag uitoefenen. Anderen geloven we dat we hen niet mogen opnemen, omdat onze bestaande orde dan in gevaar zou komen. Velen weten niet goed wat te denken, ergeren zich vooral aan de intellectuele gemakzucht van de wewillenden die voor opname zonder meer gaan, maar weigeren ook mee te gaan in het sluiten van de poorten. Het heeft wat mij betreft te maken met de risico's die we lopen als we de deur niet openhouden, maar wel wetende dat Europa goed moet samenwerken om die mensen een plek geven om te leven. We lopen namelijk een groot risico dat we op termijn niet enkel onze poorten sluiten maar ook onze horizon als we gewoon zeggen dat het land vol is.

De regering, lokale overheden moeten spreken met de mensen en niemand moet zomaar beaat luisteren, gehoorzaam wezen, wel moet men kunnen en mogen aangeven dat men zich onveilig voelt. Ach, het kan zijn dat er van wetenschappelijke zekerheid dat die angst echt is, maar daar gaat het niet om. Voelt een vrouw zich niet veilig, des avonds in de metro, dan zal zij daar niet gaan wachten tot er een rijtuig aan komt denderen. Toch weten we dat de metro in wezen veilig is. Men moet ook niet doen alsof mensen een illusie koesteren als ze denken dat ze die mensen buiten kunnen houden. In het debat gaat het erom dat politici, verantwoordelijken en burgers met elkaar over de kwestie van opvang kunnen spreken en vervolgens aangeven dat de verwachtingen van de andere begrepen zijn. Maar of men moet ingaan op de vraag niemand op te vangen? Dan bezorgt men andere mensen problemen.

 Vrijuit spreken? Moet kunnen, maar mag men dan schelden? keet schoppen? Ik denk dat we stilaan tot een verzadigingspunt zijn gekomen wat de boertigheden en stommiteiten betreft en die komen heus niet van "gewone mensen" alleen, wel integendeel. Het zijn toonaangevende figuren die vaak niet schromen andere mensen te kijk te zetten - ik had ook een andere uitdrukking kunnen kiezen. Men kan, hoop ik nog altijd, op een normale toon en beheerst een mening te kennen geven, met respect voor de toehoorder, voor de geadresseerde, maar daar lijken we zelf geen zin meer in te hebben. Sinds Oud Nieuw-links weer in de lift zit, merkt men dat velen durven te beweren dat ondernemers wel dieven moeten zijn, minstens van het zweet van hun arbeiders, dat 99 % van de mensen slachtoffer zijn van de rijkdom zijn van  1 % rijken en dat de armoede zelfs nog stijgt, ook en vooral ten onzent. De juiste analyse? Of kreten waar men nergens mee komt?

Het politieke debat gaat over wat we willen en over hoe het uitgevoerd kan worden, maar het zijn ambtenaren die dat waarmaken. Maar kunnen politici zich minder ambtelijk opstellen? In de ogen van de journalisten niet, al vinden ze dan weer dat het ambtelijk functionerende debat in het Vlaams Parlement of in de Tweede Kamer wel saai zijn. Maar de discussie over een scholengemeenschap echt 5.000 leerlingen moet omvatten, liefst het dubbele, is een politiek besluit nadat men heeft afgewogen of zo een grootschaligheid voor de leerlingen, de leraren v/m echt wel het beste is. In het lopende debat blijkt het wel problematisch dat onderwijsinstellingen zelf pleiten voor grootschaligheid, zogenaamd om de algemene kosten te beheersen, maar of dat de menselijke maat is, ook voor directies, vormt geen punt van discussies.  

Bart Haers


Reacties

Populaire berichten