racisme versus lankmoedigheid



 Dezer Dagen


Wederzijds onbegrip
waarom het debat over racisme
een zeer christelijke schuldopvatting expliciteert

Bernard Mandeville? Arts in Londen
(1670-1733) afkomstig uit Rotterdam,
die poneerde dat particuliere ondeugden,
publieke weldaden kunnen betekenen. Maar
ook zegde hij dat mensen bewust niet willen
dat de toehoorder hen begrijpt. Zou het? 
Alain Finkelkraut stelt ons voor de vraag - na de aanslagen op Charlie Hebdo - of we en hoe we met racisme moeten omgaan en stelt vast dat antiracisme zichzelf te buiten gaat. Dat hij ook nog eens de discussie over Nadine Morano herneemt en de term Race Blanche ter sprake brengt, wordt hem kwalijk genomen. Men zal het antiracisme niet in vraag stellen, aldus la France bien pensente? Finkelkraut stelt zich op als een erfgenaam van een oude cultuur, levend in het Post-tijdperk. Mogelijk is het dat hij overdrijft, dat hij er vanuit gaat dat veel ten onder gaat, maar de oorzaak ligt niet bij de immigranten, maar bij wat hij "links" noemt. Het punt is dat men cultuur soms al te breed opvat, want alles wat mensen doen is doordrongen van cultuur, maar niet alles beantwoordt aan een bepaalde standaard. Zegt hij nog dat we geen standaarden meer mogen hanteren en dat maakt het bijzonder moeilijk om niet vertwijfeld te geraken. Want laten we eerlijk proberen te zijn en erkennen dat in het debat over vreemdelingen, immigranten en dus ook de vluchtelingen de taal ons wel eens parten speelt en dat sommigen er handig gebruik van maken om de toehoorder te doen geloven dat we over een begrip als ras niet zouden mogen nadenken, zonder zelf racist te wezen.

 Nu ja, weet men wel waar men aan begint als men iemand van racisme beticht? Er worden, zoals in religies en felle overtuigingen het geval blijkt te zijn, hekken rond de wet te worden gezet. Ook als iemand onschuldig iets vindt over immigratie, want die persoon kan zelf niet discrimineren, leeft en werkt maar kan geen studio verhuren, kan misschien een brief moeten bussen en denken, wat doet die hier? Wel, misschien is het niet goed, maar volgt er iets, zelfs maar een schuine blik?

Omdat men uitbarstingen van gewelddadig racisme vreest, zal men hekken rond de norm zetten, maar die norm, die verdwijnt in een donker krachtveld, waar niemand nog van weet wat het moet betekenen. Want zeg nu zelf, als je geen racist bent, geen greintje, waar sta je dan wel voor? Dat antwoord valt hoe dan ook niet te geven en dat zorgt voor onaangename gewaarwordingen die een katholiek onmiddellijk herkent: gij weet niet wat goed is, maar god weet het wel en ziet alles. Zonder schuld kan men dus niet leven en wat men ook doet, altijd is er de mogelijkheid dat men per ongeluk zondigt.

Een positieve benadering van het samenleven in diversifiërende samenlevingen formuleren blijkt moeilijk en voor zover ik de discussies volg nagenoeg ondoenlijk. Het ideaal, waar men naar talen kan, blijft buiten beeld en wordt niet benoemd. Want als men zegt dat men zich moet bekommeren om slachtoffers van onrecht, vergeet dat niet iedereen blind gelooft dat er geen sloebers tussen zitten. Of ze daarom alle migranten/vluchtelingen (wie gooit beide groepen niet eens op een hoop?) ervan kunnen of mogen verdenken? Dat blijft moeilijk te vermijden, omdat mensen mensen zijn. Maar of dat altijd tot racisme leidt, valt nog te bezien. Want dan moet men naar het concrete gedrag gaan kijken.

Het probleem van de bestrijders van racisme en van discriminatie binnen de eigen bevolking ook discrimineren, maar ze menen goede argumenten te hebben. Alain Finkelkraut was dan wel niet helemaal overtuigend, hij begrijpt wel dat men omzichtiger moet omspringen met mensen, zeker zij die voortdurend achter de veren gezeten worden. Maar ook hij kan niet vertellen wat we uit al die negativiteit aan goeds kunnen bedenken. Thomas Mann had dat al begrepen, want in zijn roman "De Uitverkoren", liet hij begrijpen dat, hoe onvermoed het ook weze, uit het grootste kwaad toch iets goed voortkomen dan.

De bestrijders van het kwaad, het racisme willen wellicht niet dat mensen omwille van hun afkomst, religie of sociale status anders  behandeld worden, wat nobel is, maar mensen hebben affiniteiten en ook soms antipathieën, puur op het gevoel. Moeten we dan niet besluiten dat we (vooralsnog) in een redelijk beschaafd land leven en dat de botsingen, als die er al zijn altijd vrij beperkt van draagwijdte zijn en niet of zelden tot doden aanleiding geeft? Ja, in Duitse opvangcentra wordt er gesteggeld en druk uitgeoefend tussen de vluchtelingen  en de minderheid van christenen zijn er dan de dupe van. Duitsland wil die minderheid beschermen en sommigen vinden dat dit niet goed is. Hoe kan dat? Omdat men niet mag discrimineren, terwijl even goed het adagium gelden kan dat men mensen in bescherming neemt tegen onderdrukking.

Kijk je naar On n'est pas Cocu - sorry; on n'est pas couché - dan merk je dat de media inderdaad, zoals Alain Finkelkraut het stelt mensen een geweten willen schoppen, maar niet altijd geven mediamensen blijk van wat de ouden een gevormd geweten noemden. Een gevormd weten werd in het oude Rooms Katholicisme begrepen als het vermogen dat mensen verwierven na jaren van vorming onderscheid te maken tussen goed en kwaad en te begrijpen dat kiezen - inderdaad - verliezen kan betekenen. Het hogere doel was het persoonlijke zielenheil, zeker, maar ook een dienst aan anderen, een inzet voor iemand of vele anderen en finaal de bereidheid het eigen leven min of meer te offeren, lagen hoog in de lade. Of nog: vrijheid is ja zeggen tegen het goede? Wat het goede is? Zie Socrates, Plato, Nietzsche. Vandaag zijn dit noties die we nauwelijks nog hanteren, maar het was wel het emotionele kader waarmee links en rechts in de moderniteit hun voordeel hebben gedaan.

Natuurlijk moet men racisme niet billijken, maar begrip opbrengen voor uitspraken die u of mij niet zinnen maar wel vergeeflijk zijn, is een vorm van beschaving die ik dezer dagen node mis. Zoals een eminent kerkhistoricus het terecht voorstelt, moeten we niet lankmoedig wezen voor wat we zelf waarderen, maar vooral voor wat we eerder willen afkeuren. Nu, lankmoedigheid ontziet de persoon maar niet datgene wat we niet waarderen kunnen. Het hele debat over vluchtelingen ontbeert evenwel een kader waarin we die lankmoedigheid benoemen en ertoe aansporen.

Het cruciale probleem van de verdraagzaamheid en de tolerantie die zich sinds de zeventiende eeuw ook theoretisch vertakt heeft in allerlei proposities en attributen, rijst niet als men in een homogene omgeving of samenleving leeft. Pas als men andere inzichten ontmoet en ermee geconfronteerd wordt, zal blijken of men die kan verdragen dan wel meent moet te bestrijden. Pas dan komen persoonlijke affiniteiten aan de orde en zullen die de toon van het debat kleuren. Helaas, maar de vluchtelingen kunnen vooralsnog een sentimenteel kapitaal aanspreken en van affiniteiten is er vaak geen sprake. Leuk vind ik dat ook niet, maar als men het anders zien wil, zal men moeten aantonen dat zo een baby of kleuter op het strand iets betekenen kan.

Racisme bestrijden? Men doet maar, want men treft dan al te vaak mensen die zelf bescherming verdienen, behalve de leiders van bewegingen die het niet schromen, zoals Geert Wilders, Marine Le Pen of die mijnheer van Grieken. Maar zij spreken mensen aan die zich verlaten voelen door de bestuurlijke, culturele en intellectuele elite. Die elite moet dus zorg op zich nemen, lankmoedigheid betrachten en finaal mensen proberen op andere gedachten te brengen. Zonder vertrouwen gaat dat niet, maar die zogenaamde en vaak zelfbenoemde elites doen er veel aan het vertrouwen van mensen die vatbaar zouden zijn volgens sociologisch onderzoek voor racisme te beschamen. Dus hanteert men de tactiek van de dekens van vroeger: afschrikken, verstoten en zelfzekerheid afnemen. In naam van God? Uiteraard niet, wel in naam van een goed geweten. Of de samenleving er beter van wordt, kan toch niet de kwestie wezen.

Met andere woorden en tot slot, de verwijzing naar Bernard Mandeville en diens dialogen over de vraag waarom mensen spreken om niet begrepen te worden, heeft voor ons hierom belang dat mensen die anderen racisme verwijten, zelden in het eigen hart kijken. Erich Fromm had het over de betekenis van de exodus en de gedachte dat Farao weigerde op de vragen van de joodse mensen in te gaan, omdat zijn hart verharde. Men bouwt geen samenleving op, geen goed samenleven als men anderen voortdurend op hun zwakheden wijst . Als men in het hart verhardt, dan valt het algauw zo uit dat ook anderen aan een exodus gaan denken, uit de EU bijvoorbeeld.

Bart Haers







Reacties

Populaire berichten