Aan vlijt ten onder



Dezer Dagen


Tegen de windmolens
over behoudsgezinden

Max Dendermonde, De
wereld gaat aan vlijt ten onder.
Deze roman uit 1954
laat zien dat kritiek
van vooruitgang en
ondernemingszin ouders is dan
we denken. Overigens,
voor WO I waren er ook al
pogingen om te ontsnappen aan
de dwang te presteren. 
De klimaatconferentie in Parijs nadert met rasse schreden en sommigen laten de alarmklok luiden dat horen en zien ons vergaat; anderen vinden het zwendel, dat schreeuwen dat de aarde naar de verdoemenis gaat en velen onder ons weten niet meer wat we kunnen doen.

In het debat over de onderwijsbegroting klinkt een zinnetje zeer vertrouwd: de crisis sleept te lang aan en de besparingen die zich enten op besparingen maken het onderwijs onmogelijk. In Wallonië wordt wellicht ook bespaart, maar daar horen we doorgaans niets van. Het onderwijs in de oude Europese landen lijkt hopeloos op zoek naar een doel, maar over de leermiddelen beschikt men wel.

Dat is zo ongeveer het raam waar vele publieke kwesties debet aan zijn, dat men weet welke middelen er zijn - altijd beter - maar dat we niet goed weten waarom we die in zouden moeten zetten, bij gebrek aan een duidelijk doel. Het goede leven? Sociale rechtvaardigheid? persoonlijk welbevinden? Maatschappelijke stabiliteit zal wel een hoog goed zijn, we vinden vooral de persoonlijke uitkomsten van belang, waarbij we de financiële basislijn als norm aanhouden. Begrijpelijk is dat genoeg, maar het gaat om zoveel meer, namelijk om wat die financiële middelen ons toelaten te doen.

Maar als de voorstanders van een strak klimaatbeleid iets over het hoofd zien, dan is het wel dat hun visie op het omgaan met de voorhanden zijnde middelen onvoldoende aangewend worden zonder dat dit negatieve klimaatgevolgen zou hebben. Maar dat heeft te maken denk ik met de aannames die men hanteert. Zo zou men opnieuw naar de menselijke geografie moeten kijken, waarbij ook de ruimtelijke mobiliteit als belangrijk element gehanteerd wordt. We willen voor een weekend naar New York? 136 € per nacht zonder de vlucht, maar ook daar kan men goede prijzen vinden. Maar het blijft merkwaardig dat we geen andere optie lijken te zien dan het vliegtuig. Hebben we dan echt geen zin of tijd om per boot over te steken. Duurde de reis in 1833 nog 18 dagen, dan was het mogelijk om binnen de vijf dagen aan te komen aan de overkant in 1936. Snelle schepen konden niet op tegen vliegtuigen, maar misschien moeten we wel eens durven te kiezen voor trager vervoer.

Het gaat om organisatie van onze tijd, voor elke persoon, maar ook als samenleving en dan is traagheid uit den boze. En toch, maar toch, helaas, mensen die zich hard inzetten voor de klimaatzaak, blijken in het debat over het promoten van waterwegen buiten beeld, zij steunen vaak tegenstanders van het aanleggen van een nieuw kanaal, zoeken massa's argumenten om hun stelling te ondersteunen, maar tegelijk valt het moeilijk die argumenten te weerleggen. Biedt Zeebrugge geen economische meerwaarde? Overslag alleen al levert een weliswaar maar wel onmiskenbare meerwaarde. Maar herverpakking voor de locale markt volgens de normen van die markt vormt ook meerwaarde. Bovendien, dan zouden strikt genomen Gent noch Antwerpen, Rotterdam noch Hamburg meerwaarde opleveren. Maar ja, die hebben belendende percelen zoals petrochemie en andere bedrijven. U ziet het, met zulke argumenten zou men door een beetje journalist naar huis gestuurd worden.

Het gaat ons dan ook, in vele discussies, hoe men gewenste antwoorden wel acceptabel vindt en andere niet. De tweede groep worden dan ook vaak scherper van kritiek voorzien in de media. Een derde groep antwoorden op actuele kwesties blijken dan weer gemeen te hebben dat de oorzaak ervan bij de mensen ligt, die niet zouden weten hoe het moet. Van voeding over sukkelseks tot autorijden en het huis organiseren: u weet niet hoe het moet, mevrouw. Mijnheer, denk toch even na, als u hout gaat stoken voor de gezelligheid.

Met dat al staan we voor een moeilijk op te lossen kwestie, dat de grote kwesties, over het samenleven, het gedeelde welbevinden, de draagkracht van de aarde, ons gemeenschappelijk ruimteschip, dat we vooralsnog niet kunnen verlaten, voor grote controverses zorgen. Ik ben er een groot voorstander van de traditie van de Verlichting levendig te houden, inbegrepen daarbij het vermogen de waarde van een persoon los te zien van maatschappelijk aanzien of publiek nut. Ik zal evenwel niet betogen tegen de islamisering van Europa. Ik begrijp de angst wel, maar ik denk dat we eerder opnieuw onze eigen waarden naar waarde zouden kunnen schatten. Dat wil zeggen dat we de autoriteit van bepaalde stemmen niet zomaar voor juist of zeker nemen.

Het is een kwestie van moed en het onderzoeken aandurven van bepaalde stellingen. Maar men zal meer moeten doen, zoals aandacht besteden aan retorica, het vermogen en de moed wat men meent, ook uit te spreken. Het gaat om Parresia, de bereidheid waarheden onder ogen te zien en die ook uit te spreken, ook als ze ons in gevaar kunnen brengen. Als we kijken naar de omgeving waarin we nu leven, dan merkt eenieder dat velen graag alles bij het oude zouden laten. Het oude dat dan niet meer bestaat, want er blijkt sinds 1989 heel wat veranderd: technologie, gewoonten, voeding, internationale verhoudingen. Wie tegen ggo gekant is, moet maar eens uitleggen of echt elke genetische wijziging van gewassen bedreigend zou zijn voor de locale ecosystemen. Ontkennen dat de landbouw de afgelopen eeuw, als gevolg van razendsnelle veranderingen en mogelijkheden schade heeft berokkend, heeft geen zin, maar we moeten wel afdoende voedsel produceren.

Ook de samenleving veranderde en we hebben er niet altijd gepaste antwoorden op gevonden, wat de politieke overheid betreft, maar tegelijk bleken er mensen wel een goed leven te vinden in onze steden en dorpen en sommigen bleven trouw aan de Islam, maar vinden dat ze kunnen doen zoals katholieken dat meestal doen, zonder veel gerucht. Want kan iemand een ander herkennen als katholiek? Ik heb het niet over de mensen van Pro vita en dergelijke, die wel heel expliciet hun geloof presenteren. Wie kan nog met goed fatsoen tegen de wet gekant zijn die abortus toestaat, zonder daarom de mening toegedaan te zijn dat men dat zelf moet willen voor een geliefde of naaste? De wet laat immers toe dat mensen niet onnodig lijden moeten, al blijkt na de uitvoering niet elke vrouw gelukkig met de afwikkeling. Maar blijkbaar zijn dit soort benaderingen te zeer uiting van subtiel denken.

Ook wat het levenseinde betreft ben ik al langer de mening toegedaan dat het niet nodig is de samenleving te verdelen in voorstanders en tegenstanders van de bestaande wetgeving. Het is goed dat mensen kunnen kiezen voor een medisch begeleid sterven, zonder dat ze daartoe gedwongen of gemanipuleerd worden. Maar oud worden moet men niet licht opvatten en dus moet de discussie gaan over het goede levenseinde, waar de betrokkene en diens/haar omgeving vrede mee kunnen hebben. Soms gaat het over het ophouden met medische handelingen, maar het kan dan weer dat iemand boven de 85 jaar aan levenskwaliteit wint door een pacemaker...

Met dat alles moeten we vaststellen dat onze samenleving gekenmerkt wordt door scherpe en toenemende tegenstellingen, maar tegelijk, moet ik vaststellen, vergen de meeste problemen een meer genuanceerde en overdachte benadering. Soms kan men niet het hele probleem in een keer oplossen en zal men een stapsgewijze benadering voorop moeten stellen.

Gelukkig zijn? Alle problemen opgelost? de wereld gaat aan vlijt ten onder, zoals Max Dendermonde schreef, maar tegelijk willen we vrij zijn, van werk, van beslommeringen, maar telkens we iets aanvatten, zoals beeldhouwen of het verkennen van de natuur, scheppen we weer moeilijkheden, mogelijkheden. Iets beginnen, iets aanvatten en weten dat het kan mislukken, blijft voor veel mensen dezer dagen lastig. Maar wil men een goede maaltijd bereiden, dan kan er ergens iets mis gaan; wil men een tuin heraanleggen, dan kan het zijn dat men na enkele jaren de foute keuzes gaat zien. Is dat een ramp?

We lachen met anderen de tegen windmolens vechten, negerend dat waar wij molens zien, de andere inderdaad reuzen kan zien. Als het echt chimaeren zijn, dan moet men die andere wel trachten duidelijk te maken. Maar in het debat over de klimaatverandering klinkt het doorgaans dat die andere zot is, niet wil zien wat evident is en zo meer. Ik denk dat die aanpak niet zinvol is, want wie het klimaat wil redden kan niet bewijzen dat we over dertig, vijftig jaar met de voeten in het water zullen lopen in Brugge. Aan de andere kant, de bizarre en rare evolutie van de prijzen voor fossiele brandstoffen, over enkele jaren 40 € naar 130 € per vat en weer terug, maakt het verhaal van het opraken van de brandstoffen twijfelachtig en met de kwestie of ze werkelijk zo schadelijk zijn, gaat het al net zo. Zij die menen dat het nergens op slaat, al die paniek, hebben het wel door, denken ze, maar verliezen uit het oog dat we niet zomaar alles kunnen gebruiken, al zou het einde van deze wereld aanstaande zijn.  

Ergens zit er een probleem in het debat, want sinds 1974, het begin van de petro-crisis - die werkelijk niet 40 jaar heeft aangesleept, al spreekt iedereen in die termen - is het zo dat auto's uit bepaalde stadsdelen zijn verdwenen en dat we niet meer met kolen verwarmen of zelfs met petroleum. Er is de afgelopen veertig jaar heel wat gedaan, maar we hebben ook wel onzorgvuldig gehandeld. Een ding is zeker: wie beweert dat de wereld naar de knoppen gaat, overdrijft. Wie het allemaal optimistisch wil bezien, zal zich ook verkijken.

Bart Haers   







Reacties

Populaire berichten