Amor Mundi versus tomeloze afwijzing



Reflectie


Terrorisme bestrijden
Wat is deze wereld ons waard?

Dit boek zou een pleidooi zijn?
Kan best wezen, maar het is er
een dat we best kunnen
aangrijpen om onze kijk
op deze tijd beter te begrijpen. 
Deze wereld is de enige die we hebben, zegt een rationeel mens, die ervan overtuigd is dat er van een leven na de dood geen sprake kan zijn. Maar houdt zo een mens van deze wereld zoals die is? Ach, de liefde voor de wereld, met alles wat er in is, met allen die erin zijn, mag geen naam hebben, want er is veel voor verbetering vatbaar. Hoe het dan wel moet worden?  Ik zou het niet weten, want het punt is dat als men een keitje verlegt, de rivier een hele andere loop kan krijgen. Het zit: wij verleggen dat ene keitje, maar zoals Heraclitos al wist, veranderen we daarmee de rivier en zal het water net iets anders stromen. Daarvan kunnen we de gevolgen niet voorzien. Moeten we het daarom laten, keitjes te verleggen? Neen, maar we moeten ons verstoppen achter de illusie dat het geen gevolgen zal hebben.

Joke Hermsen schreef een aantal essays die samen het essay "Kairos" (pleidooi voor) Een nieuwe bevlogenheid vormen. Het gaat over de tijd die we allen kennen en meten, de chronos-tijd en er zit in een adder, want als we gaan meten wat we beleven, dat blijkt de tijd die we ervaren soms ongemeen snel te vlieden, terwijl we wel degelijke een halve dag in de weer geweest zijn met iets. Dan weer raken we maar niet aan het beoogde, verlangde moment, omdat de tijd vertraagd lijkt te verlopen. Misschien hebben we geen zin om onze gedachten te laten dwalen, kijken we niet en horen we niet, alleen dat moment, vijf uur, moet luiden en dat blijft maar duren.

Veel mensen weten dus dat de tijd meten met een uurwerk of stopwatch niet veel zegt over hoe we de tijd ervaren, wat de ouden wel wisten, er is de tijd die verloopt, waar we geen vat op hebben maar die we steeds bij ons houden, op een polshorloge of een mobieltje van nu of van vroeger. Maar hoeveel mensen kunnen enige tijd loslaten wat hen nu onmiddellijk zou moeten beheersen. Als we inderdaad een grotere greep hebben leren krijgen op de tijd, dan blijkt ook dat velen door de tijd in de maling worden genomen, zowel professioneel als in het emotionele leven.

Over afzienbare tijd zal ons weer publiciteit bereiken waarin ons gezegd wordt dat we beroep moeten doen op een tuinman, want de tuin, dat is keihard genieten. Alleen het passieve genieten, liggen in de ligstoel die pas in de etalage van het tuincentrum is verschenen, niet het werken aan de tuin. Niet het proberen zelf iets te maken van het leven in de tuin, met de tuin. Eerlijk is eerlijk, ik ben er evenmin een held in, maar tegelijk, dat men het genieten wil beperken tot het passief ondergaan van de aangerichte schoonheid, dat laat zien dat we er niet geheel meer bij horen. Oh ja, u kan volgend jaar de helft van uw tuin laten heraanleggen, omdat het niet helemaal naar uw zin is. Maar u zal zelf niets doen aan die tuin.

Het kon wel eens zijn, zoals Hermsen schrijft, dat het ons aan bevlogenheid ontbreekt, omdat we er niet toe komen iets echt aan te vangen. Opgelet, lezer, voor we denkfout maken dat eenieder in hetzelfde schuitje zit. Er zijn mensen die graag en met genoegen in de tuin bezig zijn of in een atelier, schilderen, anderen maken in hun vrije tijd meubels of doen aan fotografie. Maar het lijkt erop dat jongeren zoveel mogelijkheden zien dat het niet lukt er een uit te kiezen en ervoor te gaan. Sporten, intensief een sport onder de knie krijgen en daar vele uren voor trainen, bijvoorbeeld acrogym lijkt de levensvreugde te voeden, terwijl het toch wel eens  afzien is als er een oefening wat uitgebreid wordt en de bewegingen van drie meisjes tegenover elkaar ook op elkaar afgestemd moeten worden. Er gebeuren al eens ongelukjes, maar tegelijk kan de voldoening groot zijn op een competitie goed te scoren. Maar de oefening goed brengen is dan nog de grootste voldoening.

Natuurlijk, dat is een sport voor de middenklasse, waardoor het niet weggelegd is voor... Aan het einde van de 19de eeuw was het in de arbeidersbewegingen in Europa bon ton dat men gymnastiekverenigingen ging oprichten, waar men dan bij tijd en wijle grootse manifestaties ging oprichten. Hoewel die wereld ook van begin af aan verzuild was, raakte ze, voor zover ik het kan overzien, ook vrij vroeg ontzuild, omdat de spoeling voor de competitie anders te dun bleef.

Maar het dagelijkse leven kan ook een bron van inspiratie zijn en van voldoening. Het arbeiden, het construeren van duurzame objecten, huizen, maar ook gedachten, kan ook een bron van bevlogenheid zijn, behalve als men er voortdurend wetenschappelijke methodes op los laat. De vakbonden protesteren wel eens, als gezegd wordt dat het management de snelheid van een band, de lengte van een ronde voor postbodes te lang wordt en dan begint te discussie over minuten en seconden. Overigens, ook in de zorg klinkt de klacht dat de tijd die men mag besteden aan patiënten slechts zoveel seconden, ga weg, zoveel luttele minuutjes mag bedragen. Dat de wijze waarop men zo naar patiënten kijkt en hun zorgen hun zelfbeeld niet ten goede komt, is voor de ingenieurs van de zorg niet echt aan de orde. Nie pleuje.

Ik overdenk dit alles om te begrijpen wat mensen tot destructieve gedachten kan brengen. Terecht kan men vragen stellen bij uitsluitend economistische verklaringsmodellen, omdat die dan niet verklaren waarom zovele anderen niet tot haat bewogen worden. De moeilijkheid is dat we zelf ook vaak eenduidig kritisch tegenover onze omgeving staan en vooral wetenschappers, sociale wetenschappers lijken er plezier in te vinden vanuit hun vakkennis de onwetendheid van anderen dik in de verf te zetten. Als het op gewoontes aankomt, krijgt zowat iedereen de boter te vreten, maar dan zien we hoe mensen die de "voedselvoorschriften" ernstig ter harte nemen, in feite hun kind ondervoeden. Iemand heeft eens gezegd dat we geen brood meer hoeven te eten, maar wat zal men dan eten in de plaats? Spelt? Okay, maar waarom zouden gluten plots voor iedereen schadelijk zijn? Het lijkt erop dat men het voedselregime van u en mij op grond van enkele stofjes uit den boze verklaart, terwijl de levensverwachting de laatste honderd jaar zeer is toegenomen. Maar die mensen, die nu 80 zijn, waren veertig jaar geleden al zoekende naar gezonde voeding en sommigen gingen daar ver in. Maar zij deden dat uit liefde voor het leven, want ze vergaten niet te feesten. Vandaag krijg je dag na te dag te maken met wetenschappelijke uitkomsten, die het welbevinden domweg verknallen.

Als er dus mensen zijn die onze westerse levenswijze afwijzen, dan zijn we zelf de eerste om elkaar af te troeven met verwijten. Het gaat dan ook niet om het goede leven, wel om, helaas, ego's die macht willen uitoefenen. Want die voedingsadviezen komen niet altijd op een goed moment, een moment dat we er de zin en het nut van inzien. Maar soms gaat het over een dwangmatig afwijzen van het goede leven. Ik denk dat hier veel onvrede zit. De adviseurs van de regering op het vlak van gezondheid gaan ervan uit dat wij leven ten behoeve van de regering, van de staat, maar dat slaat nergens meer op. Niemand is een kostenpost, niemand kan gedwongen worden zich te voegen naar de normen van de overheid, in die zin dat die overheid daarmee een gebrek aan respect ten toon spreidt tegenover de burgers.

Het is naar mijn inzicht zo dat mensen vandaag dag na dag geconfronteerd worden met afwijzing van hun manier van zijn, met hun zijn zonder meer en dat gaat niet enkel om migranten in Molenbeek. Leraren in het onderwijs worden vaak geschoffeerd door commentatoren en analisten in de media, zelden krijgen ze een verdiende pluim voor hun inzet. Alles kan altijd beter, zeggen pedagogen dan, terwijl ze denken: ze doen toch maar hun verdomde plicht. Maar welke leerkracht doet dat ten behoeve van die pedagogen? Een aantal wel, maar de meeste mensen in het onderwijs willen kinderen en jongeren helpen hun weg in het leven te vinden. Hoe dat verloopt, hangt af van het onderwijstype: in het Kunstsecundair onderwijs kunnen leraren m/v haast individueel leerlingen begeleiden en kunnen zo hun waarden, normen en mensbeeld spelenderwijs meedelen. In het klassieke onderwijs, de oude Humaniora met Latijn en Grieks, kreeg men niet enkel "Querolus sive asinus" te lezen, dat waren vingeroefeningen. Men kreeg ook Vergilius, Cesar, Cicero en Ovidius te lezen en in het Grieks kwamen ook teksten op tafel, zoals stukjes uit de Phaedo of een redevoering van Demosthenes. Was dat heerlijk? Soms was het zwoegen, zeker Tacitus, maar ook de Illias, Herodotos en Thucidides. Zij worden niet meer gelezen en de pedagoog zal zeggen: maar goed ook, want te traumatisch. Mag men echter niet vrezen dat daardoor een hoop menselijke ervaring verloren gaat. Elk van die auteurs hebben ons zaken nagelaten, die vaak lange tijd vergeten waren geraakt, waar we iets mee aan kunnen. Meer nog, wetende hoezeer van die geschriften die we nu als waardevol beschouwen in een ruimere context van teksten, van discussies ontstonden, die verloren gingen en waarvan we niets meer afweten, hoogstens een paar details, een auteur, een titel, een citaat, moeten we ons laven aan wat de tijd ons naliet. Wat we dus niet mogen doen, kunnen doen, is het alles gewoon laten verdwijnen, hoogstens voor een paar geleerden op een Amerikaanse campus, omdat er iemand een fonds voor in leven heeft geroepen.

Mag ik dan zover gaan te bedenken dat we in wezen autodestructief doende zijn en terwijl we geloven dat we beter doen dan vroeger, is het ook met de scheppende kracht niet zo best gesteld. Dat wil zeggen, er zijn altijd die verrassingen die een mens omver kunnen blazen, maar het valt op dat de kunstkritiek noch de literaire kritiek er in slagen nog mensen te overtuigen. Het heeft te maken met de idee van de brede media dat men dingen brengen moet die iedereen kan waarderen, terwijl niet iedereen van dezelfde dingen houdt. Maar bij die verscheidenheid van smaak heeft men twee strategieën ontwikkeld: wie de mainstream niet lust, is een snob en dus moet men dat niet ernstig nemen. Aan de andere kant zal men zeggen dat wie een liedje niet kan pruimen, geen smaak heeft, want een dorpse boer. Het probleem is dus dat de criticus altijd gelijk heeft en dat afwijkende meningen dwalingen zijn, terwijl men toch stilaan zou kunnen bevroeden dat juist de verscheidenheid aan smaken niet echt wonderlijk mag heten en zelfs wenselijk blijkt, voor de creatieve vermogens.

Men vraagt zich wel eens af waarom die jongens en meisjes die naar Daesh willen of hier die beweging steunen, zoveel afkeer kunnen krijgen van het leven hier zoals het is. Maar hebben we zelf wel zoveel op met onze samenleving? Voor de een is die niet perfect genoeg en voor anderen is onze samenleving te ver doorgeschoten, zonder dat men kan zeggen waarheen. Want zij die zich kanten tegen de aanwezigheid van migranten, sinds 50 jaar zullen op andere vlakken de geneugten van het moderne leven niet schuwen. Iedereen heeft redenen om deze samenleving allerlei kwalijks toe te schrijven, maar wil er wel de baten van meepikken. Ook de aanhangers van Daesh staan meer ambivalent ten aanzien van onze samenleving dan ze zelf voor ogen hebben, want als een paar jongedames die naar Syrië waren gegaan, zouden bevallen kwamen ze terug naar Europa. Natuurlijk, zal men wel zeggen, men wil het beste voor zijn kind. Maar de waardering voor de medische wetenschap spreekt er wel uit.

Wat we dus voor onszelf moeten bepalen is in welke mate we loyaal kunnen zijn aan onze cultuur, zonder dat we aan kritische scherpte inboeten. Waarom kunnen we die ambivalentie niet goed opbrengen? In Vlaanderen zijn er genoeg die graag afgeven op de rurale levenswijze in de provincie, terwijl er nog nauwelijks boeren over blijven. Anderen menen dat er hier nauwelijks sprake is van beschaving, terwijl er toch wel heel wat gaande is. Men uit kritiek om een eigen positie te bevestigen, maar schept daarbij verwarring over de werkelijkheid. Wil ik dan kritiek bannen? Geenszins, maar kritiek dient meer chirurgisch gebracht te worden, goed gericht en met oog voor het omliggende weefsel, want soms klinkt kritiek schril, zelfbevestigend en neerbuigend, maar vooral banaal. Bovendien vergeten we soms dat onze kritiek blijk geeft van wantrouwen tegenover anderen, even anonieme burgers.

De aanval van de overheid op burgers die de weg opgaan, ervan uitgaande dat u en ik vanzelfsprekend de regels zullen overtreden, domweg omdat we ze niet kennen, geeft weer dat men via het preventiebeleid - dat twintig jaar geleden wellicht een goede aanpak bleek - maar als ergens heen rijden, dan zien we dat dezer dagen mensen ontiegelijk veel de weg opgaan, met reden, want overdag werkt men en des avonds wil men nog eens een stapje in de wereld zetten. Maar waarom wantrouwt de overheid u en mij? Overigens, het gaat niet enkel over het verkeersgedrag, het gaat ook over onze leefgewoonten en nog zoveel meer.

Hoe zou men met dat alles nog kunnen spreken over Amor Mundi? Voor sommigen is dat een illusie want men kan niet van het leven en van de wereld houden. Men spreekt dan over de lelijkste gebouwen van België, over het verloederde landschap en zoveel meer. Er is enige grond voor, maar het is maar omdat mensen een andere smaak hebben of omdat sommigen ooit de overheid een bepaalde afwijking van het gewestplan konden aftroggelen. En toch, als we wat meer respect aan de dag legden voor wat mogelijk is gebleken, begrijpelijk konden maken waarom het hier goed leven is, dan zou men wellicht ook een aantal  jonge migranten of autochtone bekeerlingen tot andere inzichten kunnen brengen. Want kiezen voor de Islam en voor islamisme getuigt ook van een afwijzende houding, die vaak geformuleerd wordt met argumenten die men dag na dag in de media te horen krijgt.

Sterven zal ik eens en het lijkt me vooralsnog geen punt van angst. Maar dat ik leef en geboren ben, kansen heb gekregen, vervult me met dankbaarheid, maar ook laat het me toe deze wereld lief te hebben, al kan ik niet zeggen hoe ik dat in een moeite zou kunnen zeggen. Dat ook ik kritisch ben, zal wel geen geheim wezen, maar ik denk toch dat de waardering voor het leven het andere overtreft.

Hoe kunnen we de haat tegen en afkeer van onze cultuur, in de brede zin van het woord, beantwoorden? Jongeren vertellen over de ontdekking van supergeleiders, van het denken van Spinoza en Kant, zodat ze misschien gegrepen worden en er meer willen van weten. Men moet dan niet alleen zeggen dat Spinoza de Ethica schreef en dat wonderlijk helder en overzichtelijk deed, naar de gewoonte van de wiskunde dus, maar ook wat hij stelde. Dan kan men over diens godsbeeld, Deus sive Natura spreken, over de natura naturans en de natura naturata spreken. Men kan dan ook de grote filosofische vragen die bijna elke filosoof behandelde te berde brengen en als het goed is bij Bergson uitkomen, bij Nietzsche en bij Hannah Arendt. Juist, zij schreef over de amor mundi, over de gedachte ook dat niet de dood wezenlijk is, maar dat het leven vernieuwen van belang is, het vermogen te beginnen, telkens weer.

Tot slot moet ik vertellen dat ik wel enigszins kritisch sta tegenover de inzichten van Patrick Loobuyck  omdat die zou stellen dat in zijn visie leergangen over levensbeschouwingen alleen neutraal mag gesproken worden, maar dat hij grotere aandacht wil voor het brede aanbod, kan ik wel steunen. Maar goed, wil men leerlingen mee krijgen om over het eigen bestaan en de samenleving waarin we leven na te denken, dan is het van belang te begrijpen dat de docent zelf ook gegrepen moet zijn, bevlogen moet zijn. Nu heb ik wel een aantal van de leraren gehad, naast andere, die het niet kon verdommen wat ze gaven. Leraren moeten de problemen waarover het dezer dagen gaat niet oplossen maar kunnen wel een en ander overdragen, zoals bijvoorbeeld het werk van Deleuze of van René Girard overdragen. Later komt dan het kritische onderzoek, maar dat zou er niet komen, als men er niet door gegrepen is. Kan men proberen mensen gedreven te maken voor onze cultuur, liever dan hen te zien kiezen voor het islamisme? Natuurlijk, als iemand een Damascus-ervaring ondergaat, dan kan het zijn dat die gelooft dat het einde nabij is. Maar misschien kan het ook dat die dan bij  Korinhtiërs 13 uitkomt. Maar dat zal niet zoveel lawaai veroorzaken als het feit dat zo een verlichte geest in het nakende einde van de wereld gaat geloven en dat met modern wapentuig wil voorbereiden.

Bart Haers


Reacties

  1. De geschiedenis als 'open boek' voor de toekomst, niets is nieuw onder de zon. Raak geschreven!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie plaatsen

Populaire berichten