Ergens deel aan hebben Ja



Kleinbeeld


Wie we zijn, wat we doen
Gesprekken over de toekomst

Jacques Brel zong over Bourgeois,
les Flamandes en "ces gens-là", maar
tegelijk was hij ook haast wanhopig op
zoek naar vrienden en naar een kring
om in te leven. Hij wees conformisme
af, maar tegelijk wist hij, zoals
in L'homme de la Mancha, dat
onze dromen niet enkel voor onszelf
betekenis kunnen hebben. Zelf iets doen
en tegelijk niet voor zich alleen.
En toch, Don Quichote wilde
de onbereikbare ster grijpen. 
Laatst had ik een aangenaam en boeiend gesprek over wat ik van het leven vond. De dame vroeg het me met enige verstoordheid omdat ze vond dat ik soms te optimistisch tegen de dingen aankijk, terwijl ik het vooral over mensen heb. Dat legde ik dan ook uit, maar of het is blijven hangen, bleek pas gisteren, in een sms: "Je hebt gelijk het vooral over de mensen te hebben, of beter over mensen". Ik dacht even na een stuurde een berichtje terug "wat we (niet) maken doet er ook toe". Deze morgen kwam dan het antwoord: "hoe we het doen, speelt ook mee". Toen kon ik niet meer volstaan met een tekstje. Maar het is ook geen brief, wel een kleinbeeld, hoezeer ik ook dacht een reflectie te pennen. Maar het blijft bij beelden.

Kan men zichzelf zien en doen alsof het ik een ander is? Daarover hadden we gesproken, want zij meende dat dit de opperste vorm van zelfkritiek moest heten. Dat lijkt alleen maar zo, want kunnen we naar onszelf als een ander kijken zonder daarbij subjectief uit de hoek te komen? Misschien, zegde ik haar, moet je ook voor jezelf een beetje mysterie blijven, weten dat je op een dag onverwacht uit de hoek komen zal. Wel heb je een punt, want als je naar anderen kijken kan, zoals je naar jezelf kan kijken, dan komt er iets bovendrijven dat we best koesteren. Het gaat om het erkennen en herkennen van een band met die anderen, die deel heeft aan de eigen wereld.

Maar ook is er de vraag of ons handelen er nog toe doet, want met Hannah Arendt hecht ik er wel aan, alleen blijkt het maatschappelijke leven meer dan voordien verrafeld is geraakt, wat voordelen heeft en toch blijken er ook nadelen aantoonbaar aanwezig. Nu ben ik van nature geen royalist of monarchist, maar symbolen voor het uitdrukken van een eenheid kan ik wel hebben. Dat men het koor uit de negende symphonie als Europese hymne koos, kan ik onderschrijven wel beseffend dat ook Stalin deze hymne over universele broederschap gebruikt en misbruikt heeft, is me bekend. Ook de vlag zal ik altijd wel even groeten, als ik die zie, net als de Vlaamse leeuw. De tricolore Belgische vlag? Zij is er en ik zal ze niet verscheuren.

Waarom ik het daarover heb? Omdat ik denk dat we individualiteit en lid zijn van een gemeenschap niet als tegenstelling mogen zien. Natuurlijk is het ontwikkelen van een individuele persoonlijkheid van belang, want het gaat niet op dat mensen verantwoordelijk zouden zijn en tegelijk zou men stellen dat autonomie niet hoeft. Ik weet wel dat men de afgelopen jaren het deterministische mensbeeld - ondermeer via neurologisch onderzoek - wijd verspreid heeft en tegelijk over maakbaarheid sprak. Het mag niet verbazen dat velen dat wel enigszins verbazend vonden en vinden. Wie zijn we nog als persoon, als mens? Kunnen we ons op onze uniciteit laten voorstaan nu allerlei wetenschappers ons - anderhalve eeuw na Darwin - laten verstaan dat we minder zijn dan stof.

We praatten erover en je keek verrast toen ik zegde dat dit beeld me verdacht veel deed denken aan wat de kerk ons geleerd had, dat we stof zijn en tot stof zullen wederkeren. Via de genenpoel die we zijn, door ons te beschrijven als door ons brein gestuurde automaat, robot, verliezen we heel wat van onze uniciteit, maar men zegt mij dat het onvermijdelijk is en dat we de visies van Swaab en co moeten aanvaarden. Gelukkig zijn er mensen als Bert Keizer die zag dat het brein niet werkt als er niets van buiten op inwerkt. Zintuiglijke waarnemingen zijn van belang, maar ook het vermogen  iets met die waarnemingen aan te vangen. In de visies die breinspecialisten aanhangen is er voor het verwerken van zintuiglijke indrukken weinig plaats, dat wil zeggen, dat het brein het autonoom afhandelt. Of dit werkelijk zo is en of de relatie tussen het bewuste ik en de zintuiglijke ervaring alleen maar een zaak van het brein zou zijn, valt volgens Swaab en co niet te betwijfelen, maar hoe komt een brein ertoe vormen te herkennen en taal te begrijpen. Dat gaat ten koste van andere inzichten, zoals het vermogen tot leren (van anderen). Kan men buiten de leraar om, de als voorbeeld geldende voorganger die een jongere weet mee te nemen in een verhaal? Joke Hermsen besteedt heel wat aandacht aan de rol van de docent die ook niet zomaar data doorgeeft, zoals men kan lezen, maar juist een bevlogen verhaal brengt, ook van het leven.

Opvallend is het dat we - ik incluis - graag over de gewone mensen spreken, al heb ik er al een aantal keren blijk van gegeven om die mensen te geven, net omdat ik hun wijsheid wel kon waarderen en hun menslievendheid. Het gaat om concrete mensen, dat is zo, maar die ook wel laten zien dat het allemaal niet zo gewoon is. Natuurlijk is er banaliteit, maar evengoed in een serviceclub als in café de Reisduif en men kan zowel in het hotel waar de serviceclub samenkomt als in de Reisduif  boeiende gesprekken voeren, maar evengoed ontgoocheld zijn. Het gaat om wat een persoon wenst te delen met anderen. Niet enkel geld, maar eventueel ook een originele idee, al zijn we daar doorgaans bang van, dat anderen zouden ontdekken dat we een originele idee zouden hebben.

Er zijn er genoeg die er zich op laten voorstaan juist wel origineel uit de hoek te kunnen komen, maar dan spreken ze over hoe Thomas Mann omgaat met het begrip tijd, maar in die roman krijgen we net de toverwereld te zien, waarin mensen om de gewone, meetbare tijd niet meer geven. Dat de roman de gevolgen van de vernieuwing en moderniteit op mensen beschrijft, hoort men minder, want moderniteit staat niet ter discussie. Wellicht is het een gevaarlijke illusie dat we alles moeten vernieuwen, maar nog gevaarlijker is het te geloven dat alleen vooruitgang ons kan redden en ons niet beroeren zou.

Die discussie hebben we al vaak gevoerd, denk ik, want ik denk niet dat we de moderniteit moeten afwijzen, maar tegelijk moeten we er ook ernstig over nadenken en kijken hoe het ons goed kan uitkomen. Hoe kunnen we ons beter voelen met een app om onze gezondheid op niveau te houden? Misschien moeten we inderdaad niet elke oprisping als een begin van slokdarmkanker zien en naar de dokter rennen. Of geldt: lang leve de stilte van de organen.

Maar de vraag is of we met onze omgeving iets kunnen opbouwen dat een leven mag heten. Die vraag stelde zij nog eens in een sms-bericht, want ze vond dat ik af en toe van de kern van de zaak afweek. Niet geheel ten onrechte, maar toch, het voorgaande dient om aan te geven dat we onszelf kunnen zijn en toch innig verbonden wezen met onze omgeving. Autonomie, zelfstandig denken is van belang, maar het kan geen denken zijn in het ijle of het lege, kan niet uitgaan van hoe de dingen horen te zijn, wel van hoe mensen zijn en dingen.

Men klaagt graag over (doorgeslagen) individualisme, maar misschien is dat een foute inschatting. Misschien moeten we met Philipp Blom onderkennen dat we vergeten zijn burgers te wezen en dus te behoren tot een gemeenschap. Maar zijn we echt alleen consumenten, prosumenten, zoals Blom én Sloterdijk stellen? Behoren tot een samenleving impliceert  niet dat we alles altijd horen te accepteren, want soms moet men de strijd aangaan tegen foute inzichten. Burgers kunnen denken over de samenleving zonder de eigen belangen voorop te stellen. Dat deden burgers 700 jaar geleden in de steden van Vlaanderen, Brabant en Holland, dat deden ook soms koningen en andere vorsten. En soms was hun machtsstreven zo groot, dat ze alles in functie daarvan bezagen en zo nodeloos mensen opofferden, al zagen zij hen nauwelijks als mensen.

Wie ik ben, wie u bent, dank ik, dankt u ook aan eigen inspanningen, maar de voorzieningen en vooral de eigen omgeving hebben veel mogelijk gemaakt. Het kan lijken dat we "hen", de familie niet nodig hebben, maar het is wel zo belangrijk te ervaren hoeveel we kunnen bereiken in een bestel van samenwerking en vertrouwen. Hoe zou men overigens ouders kunnen steunen in hun opvoedende taak, als we hen dat vertrouwen niet gaven en ook nog eens de ondersteuning ontzegden.

Ons gesprek kwam ook op de onzinnige vormen van geweld dezer dagen, hoewel we dat niet echt nieuw mogen noemen. Toch kan men de opstoot van militant islamitisch geweld in Syrië en Irak niet zomaar in oude schema's onderbrengen. Ook de aanslagen in Parijs geven blijk van het verheviging van de afkeer en haat, al weten we niet of dit opgefokt is dan wel in die jongeren is ingezonken. Het is wel van belang te begrijpen dat de propagandisten weten hoe ze die kerels moeten aanspreken. Evenzeer blijkt dat het onze onderwijsinstellingen noch andere instituties lang niet altijd lukt.

Philipp Blom ziet twee dromen tegenover elkaar staan, de autoritaire en de liberale. Hij meent dat we te vaak gesjacherd hebben met dat ideaal van vrijheid, lees: we hebben slavernij maar laat aangepakt - maar toch, aangepakt is het probleem - en we hebben te vaak de verkeerde regimes gedoogd. Dat ook wij al te vaak bang zijn voor de vrijheid mag duidelijk zijn, de benadering van Blom laat zien dat mensen voor het autoritaire kiezen uit angst zelf te moeten beslissen over het eigen lot. De toenemende mogelijkheden laten de overheid ook toe, ook hier, steeds meer paternalistisch, autoritair op te treden en de burgers te wantrouwen.

Wie we zijn? Hoe zou het geen complex verhaal zijn, dat proces dat het worden van een baby tot een volwassen mens, dat het vormen van een persoon als leidraad heeft. Soms loopt het mis, maar hoeveel vaker loopt het niet naar wens of beter dan verwacht. Onze band met onze omgeving is ongemeen belangrijk en toch letten we er vaker niet op dan wel. Of we willen slim zijn, zeggen dat Hollande niet mag stellen dat Frankrijk in oorlog is. Pathetisch klonk het wel en het deed denken aan Mitterand toen hij na de inval van Irak in Koeweit sprak dat hij in een oorlogslogica was gekomen. Dat het hoe dan ook deels een burgeroorlog zal zijn, heeft hij wijselijk niet uitgesproken. Toch zal men in Europa opnieuw de dynamiek van het vreedzame samenleven moeten te berde brengen, van het geweldmonopolie dat bij de overheid berust en van het feit dat niemand geacht wordt een wapen te dragen in de publieke ruimte.

Maar we zullen dus ook moeten durven vertellen dat het goed is geregeld in Europa - moeten we nog aannemen dat de ellende in Congo sinds 1995 alleen maar aan de kolonisatie te wijten zou zijn? - en dat we graag zouden zien dat dit ook elders mogelijk zou zijn. Zelfbeschikking van landen was wel vaker een alibi voor burgeroorlog en autoritair bestuur.

Wie we zijn en wat we doen in de publieke ruimte heeft belang. Het gaat er niet enkel om moedig te zijn in de publieke ruimte en te zeggen dat we ons niet laten afschrikken door terreur, maar ook dat we de terreur zelf ook aanklagen. Hier helpt het niet te zeggen dat wij goed zijn en zij terroristen - zonder onderscheid des persoons dus, wat een dwaze veralgemening is - maar ook helpt het niet de jongeren die in de terreur stappen te vergoelijken. Hen duidelijk maken dat er mogelijkheden zijn en ervoor zorgen dat die er ook komen is van belang. Dat is niet een taak van de overheid alleen. Daarom is het van belang te weten wie we zijn en dat we in het publieke leven iets kunnen betekenen, al is het maar met een blog. Hoe het morgen wezen zal, hangt ook van ons af, al moeten we vooral niet vergeten dat het vooral om "samen sterk" gaat. En tegelijk mogen we onze kritiek niet voor onze houden, maar liefst op een geciviliseerde toon.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten