Genoegzaam leven



Reflectie


Bescheidenheid deugt niet
over Nietzsche, Camus en Arendt...


Schip met joodse vluchtelingen die op 14 mei
uitgevaren vanuit Scheveningen. Deze mensen werden
door een Britse destroyer opgevangen. Ook zij
wilden hun leven redden en slaagden daarin.
Voor ons is dat ver weg en toch, nu er groepen
proberen onze levenswijze op de helling te zettten.
Is het waardevol genoeg? 
Het moet 1989 geweest zijn, begin december en ik stapte op de trein naar Parijs. De Muur was gevallen, maar wat dat betekenen zou, viel niet te peilen. Hoe Mitterand en Kohl, hoe andere beslissers keuzes zouden maken, lag niet voor de hand. Dat Europa anders zou worden, wisten we ook niet. Maar men leek van die omstandigheid dat de Muur gevallen was, niet zo bijzonder te vinden, behalve in Duitsland. De beelden van de bijeenkomsten aan de Nikolaikirche op maandagavond ten tijde van de DDR waren uitgegroeid tot massademonstratie en op 9 november was hét gebeurd.

Sindsdien heeft men zoveel epochemakende momenten beleefd, maar die waren meestal in de sfeer van terreur en geweld, zoals 9/11 en nu dus 13/11, maar omtrent de gunstige gevolgen van 9 november 1989 bleef men terughoudend. In wezen stelde men zich het nieuwe begin voor als "business as usual" en dat vormde een vergissing. Maar ook wijzelf, de burgers van Europa meenden dat het allemaal in orde zou komen, dat de geschiedenis ten einde zou komen, zoals Francis Fukuyama, naar men dacht, het gezegd had. Fukuyama heeft later begrepen dat hij een inschattingsfout had gemaakt, maar tegelijk, men kan er niet aan voorbij dat men zijn aandacht voor de ziel van de geschiedenis niet begrepen had. De ziel van de tijd? Kan een historicus dit begrip hanteren zonder zich tot de risee van de academie te maken? Johan Huizinga, Jan Romein, Pirenne dachten wel degelijk in termen van een bezielde tijd, in die zin dat ze begrepen dat in bepaalde periodes een tijdgeest de gedachten bepaalde. Men heeft later die idee afgewezen omdat ze niet uit de bronnen zou spreken, maar vooral omdat ze niet lange paste bij de antropologie die men hanteerde.

Merkwaardig is het dan dat men nog altijd over de Verlichting spreekt, zonder er de historische contouren van te overzien. Om maar een element aan te halen: wie las de werken van Voltaire, van Denis Diderot of Rousseau? Men vraagt zich zelden af, hoe hun geschriften een welwillende ontvangst vonden en bij wie dat dan wel was. Want ondanks de feitelijke afwijzing van het hof, dat geen lettres patentes wilde uitgeven en dus octrooi verlenen, waren er in de directe omgeving van Louis XV fervente lezers en ook deze werken gelezen; Voltaire had enkele vrienden, die dicht bij Louis XV stonden en die zijn werken lazen, maar ook die van de andere philosophes want er heerste aan het hof en daarbuiten een sfeer die interesse opwekte voor deze werken. Toen zoals nu was er in bepaalde kringen plaats voor debat, maar om de een of andere reden bereiken die niet zo gemakkelijk het bredere publiek. Toch was de achttiende eeuw onder Louis XV een tijd waar het lezen stevig toenam.

Het blijft nodig hieraan te denken als we de tijdgeest vandaag willen vatten. Eenvoudig is het niet omdat we dezer dagen een sterk uitgebouwd systeem van media hebben, maar waar het publiek actiever bij is betrokken dan men het graag voorstelt. De discussie over de vluchtelingen laat zien dat mediamensen nogal gemakkelijk een ontvankelijke houding aannemen, terwijl men op sociale media wel een paar opinies vindt die ronduit afwijzend staan. En bovendien zal men die vluchtelingen verdenken van de misdaden waar ze voor op de vlucht zijn.

Hoe zou het zijn, duizenden km lopen op weg naar veiligheid? Men vergelijkt met WO I, vooral met de vluchtelingen naar Nederland, vanuit Antwerpen, maar er waren ook die naar Frankrijk trokken. En tijdens WO II waren er ook heel wat mensen op weg, tot in Montpellier om uit de greep van de nazi's te blijven. Maar al die vergelijkingen lopen mank omdat we in Europa die Syriërs niet lijken te herkennen als gelijken, omdat ze een andere taal spreken, al zijn er die wel Engels spreken.

Maar het neemt niet weg dat mensen hier opstandig worden en betogen tegen de instroom van de vluchtelingen, omdat de eerdere migratie van uitgenodigde arbeiders mislukt is. Het valt dus niet mee een passende houding te vinden, want wie zou vier jaar in een kamp in Beiroet of in Turkije kunnen leven zonder perspectieven op een normaal leven.

Men brengt de aanslagen in Parijs en de wensen van Daesh in verband met een utopisch streven het paradijs op aarde te vestigen. Sinds de val van de Muur heb ik het altijd vreemd gevonden dat men niet meer aandacht aan de totalitaire verleiding heeft besteed. Hannah Arendt heeft men het vaak verweten dat zij nazisme en communisme zoals het in Rusland vorm had gekregen en gedurende veertig jaar in Europa volkeren onder de knoet zou houden, met elkaar gelijkgestelde. Vooral Links vond dat, in navolging van monsieur J.P. Sartre niet kunnen. Toch is haar analyse, die ze later wel genuanceerd heeft door op het wezen van de politiek te reflecteren, nogal altijd van belang, want we zouden moeten begrijpen dat het politieke leven in een natie meer is dan het politieke bedrijf van partijen en mandatarissen.

Maar zowel Tinneke Beeckman als Joke J. Hermsen hebben intens het werk van Arendt doorgenomen, maar er zijn er meer, natuurlijk, zoals Dirk De Schutter & Remi Peeters die over de politieke filosofe/denker schreven, maar ik heb het boek nog niet in handen gekregen.  Wat altijd opvalt is dat Arendt meent dat het politieke bedrijf aan eigen wetten beantwoordt die het politieke in een samenleving in het gedrang kan brengen. Want waar het om gaat in een samenleving is de erkenning van het verschil tussen mensen, de uniciteit van personen en dat kan spanningen scheppen. Maar dat hoeft geen probleem te vormen, want in de erkenning van het anders zijn, schuilt ook de voorwaarde voor het politieke. Zou Arendt dit hebben overgehouden aan haar ervaringen in Duitsland voor ze vluchtte, aan Parijs ook tijdens de "Drôle de Guerre", want tussen september 1939 en 10 mei 1940 toen het individuele werd opgeofferd om de eenheid van respectievelijk het Duitse volk te bevestigen en in Frankrijk om de vijand te weerstaan. Toen werd Arendt net als haar tweede echtgenoot in kampen opgesloten: op de vlucht  voor de wreedheid van de nazi's werden ze in Frankrijk opgesloten als mogelijke vijfde colonne, die de nazi's zouden helpen. Misschien lijkt het begrijpelijk, maar het is de grootste nonsens, want al die joodse mensen, intellectuelen vooral hadden een bloedhekel aan de nazi's. Het is een inschattingsfout geweest waarover Fransen mij zegden dat dit typisch is voor de bestuurlijke chaos aan het einde van de jaren 1930. Men verwijst dan ook naar de poging om een aantal Franse politici om per boot naar Noord-Afrika kan gaan, de affaire van de Massilia, waar Georges Mandel een van de betrokkenen was. Hij zou door milities neergeschoten worden.

Men kan nu zeggen dat ik weer eens naar WO II verwijs, maar het blijft wel opvallend dat figuren als Georges Mandel zelden uit de vergetelheid gehaald worden. En toch is dat nuttig. Sloterdijk, Beeckman, Hermsen, zij onderzoeken wat dat betekenen zou, ontstijgen aan de omstandigheden en aan de verleiding in het economische en dus het apolitieke te verwijlen. Arendt wist heel goed dat welvaart en welzijn innig verbonden zijn, vandaar haar aandacht aan het werk als een menselijke activiteit, maar tegelijk blijkt het handelen voor haar meer doorslaggevend. Handelen betekent dat men zich in de publieke ruimte begeeft en in wezen afstand neemt van persoonlijke belangen.

Het valt op dat we dezer dagen een ander facet van het politieke, zoals zowel Spinoza als Machiavelli dat uitschreven? De machthebber gebruikt de middelen die hem ter beschikking staan. Chantal Mouffe heeft over dat leven van het politieke strijdtoneel een en ander geschreven, dat ons ook moet interesseren. Zij meent, als ik het goed begrepen heb dat het risicovol wordt als politici elkaar fysiek proberen uit te schakelen - de situatie in de tijd van Machiavelli - maar ook als men via karaktermoorden de tegenstander wil aanpakken. Scherp op de snee van gedachten wisselen, moet kunnen, maar dan moeten de gehanteerde data acceptabel. Een ideologisch geinspireerde manipulatie van data kan altijd, maar hoe vaak wordt die onthuld? Finaal komen we bij Max Weber uit, die een rede hield over politiek als beroep en daarbij, zeer visionair de gevaren van een democratisch politiek bestel beschreef, omdat ze niet overtuigend met het geweldmonopolie omspringen. De crisis van de Weimar-Republiek is er een van straatgeweld dat door de overheid niet beheerst kan worden. Het geweldmonopolie is een kostbaar goed, maar overheden moeten altijd begrijpen dat ze ook nog altijd moeten inzien dat ze tot het uiterste kunnen gaan. De twee noties van Gesinnungsethik en Verantwortungsethik spelen een grote rol in zijn benadering en ik denk dat we er ons best rekenschap van geven dat het in intense tijden het handelen van politici zou moeten sturen. Men stelt beide tegenover elkaar, maar voor een politicus is het van belang beide vormen van ethiek met elkaar te verbinden in eigen handelen.

Daarom is de gedachte van belang dat waar de technocratische, wetenschappelijk gestuurde besluitvorming nooit de irrationeel geachte waarden mag overschreeuwen. Wat wetenschappelijk aangewezen is, moet men politiek vorm geven, maar is het zo dat afwijzing op grond van louter ideologische argumenten niet raadzaam is, dan zal men toch nog nagaan of mensen nog kan overtuigen van besluiten van een gemeente of regering.

De politieke leiders die elkaar soms beter verstaan dan de media laten geloven, geven vaak de indruk dat mensen niet moeten zeuren, want het is toch zo dat zij het best van informatie voorzien zijn? Laten we het maar verhopen, want anders komt er heel wat ongerief van. Toch begrijpt men, politici, hofhouding en journalisten, analisten, niet dat mensen zelf ook behoorlijk opgeleid zijn en bepaalde evoluties best wel kunnen overzien. De discussie wordt overigens ook vaak gevoerd alsof burgers niet meer dan publiek zijn. De sociale media laten net zien dat velen - zonder daarom schuimbekkend te keer te gaan - de vierde wand al lang negeren, wat politici en journalisten niet echt weten te waarderen.

De oplossing ligt vooral bij politici en professionele journalisten. Tinneke Beeckman vond op goede gronden dat er dezer dagen nogal mensen zijn die bepaalde vaststellingen niet aanvaarden omdat de overheid die verteld heeft. Neen, men moet niet overal complotten zien, want het gaat er vaak over dat men een eigen verhaal brengt, zonder zich om argumenten te bekommeren die het eigen verhaal ontkrachten. Maar is het net dat niet, wat we geradicaliseerde jongeren verwijten, dat ze niet vatbaar zijn voor rede? Hoe kan de politiek dat vertrouwen herstellen? Door zich met de publieke zaak te gaan bemoeien, door die ook opnieuw naar waarde te schatten. Maar ook politici en journalisten moeten zich dan ook opnieuw tot geëngageerde burgers richten en niet tot een publiek; journalisten spreken/schrijven niet voor ongeletterde lieden. Het succes van politici als Tindemans en De Wever bestond en bestaat erin dat deze politici het publiek ernstig namen en nemen. Ook Steve Stevaert was populair?  Hij sprak vooral primaire verlangens aan, zoals gratis openbaar vervoer en het instellen van het nultarief voor het kijk- en luistergeld. De mayonaise bleef niet plakken.

Nietzsche spiegelde ons, nadat God dood bleek en we gevangen dreigen te raken in een eeuwige wederkeer, een mogelijkheid toe om daaruit te ontsnappen. Peter Sloterdijk geeft er een eerder gunstige wending aan en ook Hermsen meent dat men die idee goed kan begrijpen als het vermogen om uit de vaagheid en de onbeslistheid te stappen. Door oefening immers, kunnen we ontsnappen aan wat ons tot vulgum pecus maakt. Mensen die alleen leven zouden om hun onstilbare honger te voldoen en dus - zegt Hermsen - zou men hier de bankiers moeten situeren, die nooit uit het steeds meer kunnen stappen. Joris Luyendijk zal haar geen ongelijk geven en toch voldoet het niet. Mag men niet verwachten dat men zelf onderzoek zal verrichten over hoe men in de wereld staan kan. In die zin is het boek van Sloterdijk "Gij moet uw leven veranderen", een mooie opening door erop te wijzen dat we niet van anderen kunnen verlangen dat zij hun leven een andere wending geven.

De kunst nu is te weten wat veranderen moet en hoe men dat vorm zal geven. Recensenten schreven dat Sloterdijk ons een groen geweten wilde aanpraten, maar hoewel hij er wel aandacht aan besteedt, blijkt de belangrijkste idee te zijn dat we moeten oefenen en dat het veranderen dus door oefening voortkomt en dan gaat het niet enkel om een duurzaam leven, maar ook tegenover andere mensen goed te leven te gaan.

Het is daarom van belang dat we niet zomaar een lijn, spoor volgen van denkers. Soms lijkt het mij dat ik andere denkers moet raadplegen, maar ik moet zeggen, dat ik wel het wetenschappelijke denken genegen ben, filosofie kan nooit alleen maar domeinen ter harte nemen die de wetenschappers over hebben gelaten. De wetenschappelijke kennis waarover we vandaag beschikken, zowel in de natuurkunde als op andere vlakken, komt niet altijd afdoende in de brede media aan de orde, of als grote doorbraken, terwijl vooral het denken er rond van belang is. Zal men nu de zwaartekrachtgolven kunnen waarnemen en zou de betekenis ervan zijn?

Over chemie wordt er al veel minder gesproken, terwijl biologie vaak ook weer een zekere aaibaarheid primeert. Natuurlijk, er zijn andere mogelijkheden, maar welke uitgeverijen in Vlaanderen en Nederland brengen daar boeken over uit?

Het is namelijk op die manier dat we zullen kunnen veranderen - al kan men aan de gedachte niet voorbij dat verandering alleen geen positieve inhoud kan hebben. We gaan niet per se achteruit als we rustig verder wroeten. Het proces dat Nietzsche aanreikt is er een van een streven naar een hoger bewustzijn, waarbij we het banale bestaan overstijgen. Maar leven andere mensen daarom gewoon op het ritme van hun driften? Om me heen kijkend zie ik mensen die zowel ernstig kunnen nadenken over de dingen en goed kunnen feesten en lachen om de dingen. Ikzelf? Ach, wat zal ik zeggen? Dat is nu net het punt, we zijn bezig met de courante dingen, doen wat moet en hebben we nog tijd dan kan het feesten beginnen.

Levende in deze samenleving kunnen we heel wat mogelijkheden aangrijpen en ik denk dat we voldoende levenswijsheid meekrijgen om niet zomaar de boel op stelten te willen zetten. Anonimiteit is een groot goed, al willen we zelf misschien eens bekendheid genieten. Het goede leven is mogelijk, maar dan zal men vormen van geweld wat meer intomen, ook vanwege experten. Nadenken kan niet zonder goede boeken en artikels, zonder goede televisie of via sociale media gedeelde informatie. Het is wel eens bewerkelijk het allemaal te verstouwen, maar het blijft wel een mooie gelegenheid om andere inzichten te ontdekken.

We moeten daarom niet te bescheiden zijn over ons bevattingsvermogen. We kunnen begrijpen dat er wel enkele foutjes zitten in het kapitalistische bestel, maar zouden we daarom allemaal machteloze onderdanen wezen van de giganten in de sociale media? Zouden we echt allemaal wild worden bij een volgende niplegate? Opvallend is dat de openheid en vrijheid inzake naaktheid en erotische ervaringen door de bazen van de sociale media geweerd worden. Onder druk van fatsoensrakkers? Fatsoen evenwel geldt niet het geweld dat men wel toont. Dat mensen elkaar respectvol kunnen bejegenen, zelfs niet geheel gekleed, blijkt met dat alles zelden uit de media. Toch is het daar waar het Arendt om te doen was en ook wel Sloterdijk, Beeckman.

Bart Haers



Reacties

Populaire berichten