Laten we vooral blijven hopen



Kleinbeeld


Over boeken, uitgevers en
ook een televisieman

Boekenoogst, al was ik blij om de coulance
van sommige standhouders. 
Zaterdag 31 oktober had ik afspraak gemaakt met mevrouw Margreet den Buurman, die zou signeren de boeken die ze schreef over Thomas Mann en familie. Daarna zouden we iets eten en wat rondkuieren tussen de stands. Maar men was verwonderd, want er was wel volk, maar nergens was het drummen en overal kon men een praatje slaan.

Een mooi moment was het toen ik dat stuk zag, waarin ik het over de saaiheid op de Nederlandse Parnassus had, over de ingesleten gedachten die het spreken over boeken kenmerkt en waarbij schrijvers er veel over hebben net niet op te vallen. Joke Hermsen deed een meer dan verdienstelijke poging met "Blindgangers" wel echt over mensen van deze tijd te spreken en ook "30 dagen" van Annelies Verbeke vind ik een verademing, want soms is het wel echt duf en muf op de Parnassus. Voor het overige: altijd dezelfde namen en altijd dezelfde kleine gedachten. "Bühne" viel bij mij alvast in de smaak.  Ik denk dat het goed is dat uitgeverijen opnieuw willen voortmodderen met een literair magazine, waar er ook plaats is voor reflectie en het omgaan met de dingen.

Een stuk van een zekere lengte noemt men vandaag een longreed, maar ik haat dit soort woorden, want ten gronde wil men dan niet geloven dat de auteur zoveel tijd nodig heeft om iets gezegd te krijgen. Het klopt wel dat je af en toe mooie vondsten moet laten sneuvelen, maar tegelijk denk ik dat men soms niet tot inzichten komen kan als men niet een onverwacht pad durft in te slaan. Het gaat om intuïties en analogieën, die er eerst niet zijn, maar dan, schrijvende wel naar voor komen.

Ik had ergens iets horen waaien, ik denk van Joost Vandecasteele, die de Boekenbeurs maar niets vindt. Zelf ben ik er jaren niet heen gegaan omdat  het me te druk en te commercieel leek. Maar geleidelijk kwam de mogelijkheid gesprekken te hebben op de voorgrond en bleek dat het niet meer zo overvol, zodat men niet meer van de voet gelopen werd. Ook heb ik ooit een jaartje een stand mee bemand voor het cahier Vlaanderen Morgen.

De gedachte dat een boekenbeurs iets met intellectueel leven te maken zou kunnen hebben, was me bij tijd en wijle vreemd, terwijl mijn boekhandelaren me wel degelijk lieten zien dat boekverkopers over hogere dingen kunnen redekavelen. Op de boekenbeurs zorgde gedurende meerdere jaren Karl Drabbe voor een mooie animatie, maar nu de uitgeverij koos voor exogene groei, is dat verhaal ook over. Jammer maar helaas.

Opvallend was dit jaar dat het straatrumoer in de gesprekken wel degelijk aan de orde kwam, het boek van Wim van Rooy, dat volgens sommigen ongeoorloofde inzichten zou uitdragen, over het falen van de multiculturele samenleving - zegt dat Frau Angela Merkel het gezegd heeft -, over postmodernisme en wat er al niet meer naar de verdoemenis lijkt te gaan. Dat Pelckmans ervoor terug is geschrokken het boek het licht te laten zien, konden verschillende mensen begrijpen, want als je zoveel moet gaan uitleggen, dan past dat niet meer in deze merkengevoelige tijd. Maar het valt ook te betreuren, want een uitgeverij geeft, als het goed is talloze boeken uit en wil, als het goed is, bepaalde gedachten helpen verspreiden. Dat moeten we toch van belang achten, waarbij we wel eens moeten toegeven dat een uitgeverij ideologisch te eenzijdig uit de hoek komt. Pelckmans heeft zich de afgelopen jaren onder leiding van Karl Drabbe ontwikkeld tot een huis dat een heel eigen  en divers fonds bracht, dat bij de grote uitgeversconcerns niet meer aan de orde lijkt te komen. Let wel, WPG heeft nog aardige titels in de aanbieding, maar opvallend is dat ze vooral met niet echt literaire titels of degelijke documentaire boeken boven het maaiveld lijken te willen komen. Neen, het probleem is onder meer dat er zoveel onder de titel non-fictie te vangen valt, dat het echt geen bruikbare term kan heten.

Bij de "Stichting Mens en Cultuur" ziet men wat dat kan meebrengen, het uitgeversvak beoefenen om net daaraan meer aandacht te besteden dan wat ons door de brede media voortdurend door de strot geduwd wordt. Arnold Eloy timmert al jaren aan de weg en geeft uit wat de naam van zijn uitgevershuis belooft boeken over mens en cultuur. Met de auteur Marc Vermeersch had ik dan ook een boeiend gesprek over zijn publicaties rond de ontwikkelingen van samenlevingen in verschillende fasen van de menselijke ontwikkeling, uitgaande van de inzichten van Darwin en wat dat voor personen en samenlevingen kan betekenen. Zijn benadering is (verrassend) encyclopedisch, wat op zich een zwaktebod zou kunnen heten, maar toelaat, heb ik de indruk de ontwikkelingen telkens op grond van dezelfde parameters te bekijken. Zou dat niet ook een goede methode vormen om de discussie over de nieuwe samenleving waarin we terecht zijn gekomen aan de orde stellen.

Het was dan ook bijna een juichkreet die Margreet Den Buurman slaakte toen ze de nieuwe mogelijkheden van deze tijd vooral als even zovele kansen zag. De mogelijkheden, zegde zij, zijn nog niet uitgeput, maar we moeten er wel goed naar kijken. Rik Torfs schreef - las ik op maandag 2 november -  iets van dezelfde orde: we moet leren leven met problemen en ze lief hebben. Zelf nam ik lang graag de zinswending in de mond: "het probleem is dat..." maar al is het inderdaad zo dat we moeten er onderkennen dat er zich ergens een probleem voordoet, dat we dat ook moeten benoemen, maar een probleem kan men niet "oplossen", want het kan een onvermijdelijk deel van de werkelijkheid zijn, iets dat we liever niet zien, maar wel moeten erkennen als deel van het geheel. Zo zou men kunnen zeggen dat het kapitalisme en het financiële systeem ons bestaan niet altijd zorgeloos laat leven, maar tegelijk dat de alternatieven tot nog toe wel gefaald hebben en dat binnen dat economische systeem het ondernemen veel mogelijk maakt. Klagen over banken die niet mee willen? Dat zal wel voorvallen. Klagen dat de media nogal blind zijn voor kwaliteit, blijft riskant, maar kan men wel vaststellen dat men niet altijd bereid is de eigen aandachtspunten te verbreden. Wat Margreet Den Buurman zegde, daar bij de pastabar, snijdt wel hout: we kunnen er iets van maken, nu we over al die digitale mogelijkheden beschikken en het is niet omdat er zogenaamd plat commercieel gewin wordt nagestreefd, dat men daar in zomaar moet meegezogen worden. Ik denk dat hier onmiskenbaar iets van het denken van Thomas Mann aan de orde is, onder meer "De uitverkoren" vertelt en verhaal van wat mogelijk is als alle hoop vervloden is.

In een gesprek liet ik de naam van André Schiffrin vallen, de auteur van een boek over de boekenbusiness, waarin hij vaststelt dat boekenboeren vaak zozeer op groot gewin gevlast zijn dat ze de productiekosten, de gages voor de auteurs volkomen fout inschatten. Was Schiffrin al lang gelukkig dat hij na afschrijvingen en verplichtingen op een jaar een winst van 2  % gemaakt had, dan merkte hij dat uitgevers die gigantische voorschotten betalen aan grote legumen, aan het eind van de rit ook maar een zeer bescheiden winstratio kunnen voorleggen. Schiffrin gaf wel als eerste in de vrije wereld Boris Pasternak, Dr. Zjivago uit. Het gesprek was leuk, want we begrijpen wel dat de verlokkingen een grote slag te slaan tot mistasten kan leiden. Maar een breed gevaar moet toch nog kunnen.

Op weg naar huis in de auto overdacht ik de belevenissen van de dag, want het was een goede geweest, indachtig de visie die ik probeer te ontwikkelen. Omdat ik toch nog een sanitaire stop van node had, reed ik langs de E 17 en stopte in Kruibeke, vlak bij de landschappen waarover Chris De Stoop heeft geschreven en dronk ik een koffie. In een slechte film zou u een mannetje zien zitten aan een tafeltje, met een kop koffie en alle miserie van de wereld drukkend op diens schouders. In een betere film zou u zich afvragen waarom die man onmiskenbaar wel zou glimlachen, maar tegelijk rust zou uitstralen, een zekerheid ook van het vermogen iets te beginnen, iets nieuws. Gegeven de omstandigheden, gegeven het gekrijs over voortdurende crises op alle domeinen van het leven, zou u de man zien denken, wetende dat zijn bijdrage niet hemelbestormend moet heten, maar wel onmiskenbaar van enige betekenis.

Had hij net niet even met Bart van Loo gesproken over diens boek, had hij niet geluisterd naar de heer Matthijs van Nieuwkerk, die zich graag zijn vedettestatus laat aanleunen, had hij zich niet geërgerd aan de vragen van de interviewer. En neen, men moet Jacques, l'ami Jacques, niet vergelijken met Charles Aznavour. En meer nog, zelf denkt die man, op dat stoeltje in dat vernieuwde tankstation annex restaurant aan de autoweg in lijstjes. Oh ja, er zijn favorieten, want hij hoort nog altijd graag Brel, maar ook Maxime Le Forestier en zelfs Gérard le Norman "La ballade des gens heureux". Foute keuze? Il devait en être ainsi, denkt hij dan, want waarom zou dat goed in het oor liggende liedje niet mogen beklijven?

Terug ik in de auto laat ik mijn buitenstaandersblik maar weer schieten, want het is lastig om over zichzelf in de derde persoon te spreken. Het starten? Beginnen is het van nieuws en inderdaad, de mogelijkheden doemen op, want ik kan naar Brugge rijden, langs rijden bij mijn zus of anders nog heel wat andere oorden van verkwikking bezoeken. Dus beperken de mogelijkheden zich tot de gemaakte afspraken. Maar dat mag niet hinderen, want het is maar als men in zo een goed georganiseerde omgeving leeft, als men, zoals Peter Bieri een idee heeft van wat men wil, dat men verder kan en al eens een zijsprongetje maken.

Op de radio klonk Klara, maar ik hoorde er weinig van, want in gedachten voerde ik een gesprek met filosofen die menen dat we ons niet moet richten op het beginnen, die de wil een illusie noemen en die menen dat we gedetermineerd zijn. Natuurlijk bepaalt onze menselijke natuur, i.e. het behoren tot een soort, de homo sapiens sapiens ons tot bepaalde mogelijkheden, maar het zijn niet a priori beperkingen. Evenzeer kan men menen dat het leven in Vlaanderen ons zeer beperkt, maar laat het toch ook eens een grote grabbelton van mogelijkheden zijn. Precies een bezoek aan de Boekenbeurs kan een mens verleiden tot zwartkijkerij, doemdenken maar de gesprekken die ik mocht voeren, met Perry Pierik en Margreet den Buurman, met Bart Moeyaert ook, die weliswaar niet echt overdonderd werd door jeugdig volk dat zijn handtekening wou in hun boeken, met Bart van Loo en met... Ja, ook met mensen van grote uitgevershuizen, zoals Barbara Geenen en Chris Boudewijns, dat alles mag dan illusie lijken, ik heb het toch maar ervaren als een teken dat er iets in de lucht hangen kan. Het is aan mij, dacht ik, dat op te pikken en er gewonnen verloren iets mee aan te vangen. Wat in de lucht hangt? Proeft u het niet, mevrouw? Voelt niet ergens een tinteling dat er iets beginnen kan. Wat? probeert u gerust mevrouw, want als u zich laat verstikken door de problemen, dan ziet  u de kansen niet meer, maar wellicht ook niet dat wat u zou willen, ook mogelijk is.
In boekenland, heb ik wel eens de indruk, hangt blijkbaar een billboard: "Lasciate ogni speranza, voi ch'entrate". Maar Dante Alleghieri schreef ook "La vita nuova".

Envooi

Laten we elkaar niet gek maken, laten we elkaar niet met zekerheden doodmeppen. De wereld gaat ten onder. Aan Deugd, zoveel is zeker, maar vooral aan de ondeugden van de anderen. Pas als we een wereld geschapen hebben die volkomen aan onze eigen hoogstpersoonlijke ambities en verwachtingen beantwoorden zou, aan onze ideologische preoccupaties, kunnen we gelukkig zijn, denken we. Neen, dan mevrouw Den Buurman die zegt: dit is een wonderlijke tijd, met een schat aan mogelijkheden. Laten we die beproeven.

Bart Haers
  



Reacties

Populaire berichten