Opvangen vluchtelingen: Chemie in het vrije veld

Brief


Wir Schaffen das
maar ook:
Wie wurdest Du es machen?*

Brugge, 8 november 2015

Geachte mevrouw Merkel,

Havel stond voor de weg van de hoop. Hij nam
dan ook niet altijd de gemakkelijkste weg, maar
hij wist dat sommige weerstanden onvermijdelijk
waren, zowel onder de communisten als later,
toen hijzelf bestuursverantwoordelijkheid droeg.
Hij trok in twijfel of Eduard Benes er goed aan
had gedaan zijn medewerking te verlenen aan
de verdrijving van Duitstaligen uit Bohemen en
kreeg daarvoor de wind van voren. 
Ik schreef u al eerder, over de Griekse kwestie en toen al had men kunnen voorzien dat er een andere Griekse kwestie was, namelijk de onophoudelijke exodus van mensen uit Syrië die de provisorische kampen, waar ze al vier jaar leefden, een aantal van hen, verlieten omdat er geen toekomstperspectieven geboden werden. De enige die hen werkelijk hielpen, waren de passeurs. Deze brief gaat over reminiscenties, want de titel mag zwanger heten van verwijzingen.

Ten eerste, denk ik nu, verwijst het Wir Schaffen das naar wat Helmut Kohl had gezegd en wat historisch ook wel vast te stellen valt: niemand had de hereniging voorzien en toen ze er kwam, bracht dat voor de regering zovele problemen, economische en andere, zodat men vandaag, 25 jaar later alleen maar bewondering kan hebben voor de organisatie van die hereniging van twee ongelijke delen, van mensen die totaal verschillende ervaringen hadden. De opbouw van de nieuwe staat is nog niet voltooid. En dus, mevrouw de Kanselier, wat moeten we denken van uw uitspraak: Wir Schaffen das.

Met evenveel ongeloof hoorde men Helmut Kohl zeggen, dat de hereniging bloeiende velden zou brengen en nieuwe steden waar het goed is om te leven. Of u aan Kohl dacht, weet ik niet, maar hier klinkt de zelfde verwachting uit, dat men de problemen op termijn zal oplossen. Neen, niet onmiddellijk, maar wel binnen afzienbare tijd. Maar politici mogen niet nalaten de onmiddellijke kwaaltjes van dat gigantische lichaam dat de samenleving is, op te vangen en te remediëren. Men zegt dus dat u uw collegae in andere landen voor schut heeft gezet, want zij moeten nu meer mensen opvangen, maar de kwestie ligt anders: die mensen waren in beweging gekomen en Erdogan hield hen niet tegen.

Men zegt dat u Erdogan ging opvrijen en hem zakkenvol geld kwam aanbieden, om die ellende buiten Europa te houden. Ik heb niet alle diplomatieke depêches gelezen maar begreep dat u met Ankara een modus operandi wilde vinden ten behoeve van de vluchtelingen en dat u dan bepaalde desiderata van Erdogan moet aanhoren en afwegingen moet maken, hoort tot het diplomatieke spel. Maar uw bezoek aan Ankara zou ik niet onmiddellijk als een knieval voorstellen.

Wat zal er dan lukken, ons lukken? Dat kan men niet goed voorzien, wat meteen aanleiding is voor ernstige twijfels want men weet niet wat we verwachten van het samenleven. In wezen gaat het om de vraag hoeveel controle we nodig achten en vergeten dan dat we niet zo veel controle moeten installeren. Het probleem van de democratie stelt zich op die manier. Veiligheid voor alles, maar als we zien hoe graag mensen soms onredelijke risico's nemen, zogenaamd in gecontroleerde omstandigheden, dan merkt men dat er een probleem kan zijn als de overheid op alle terreinen tot het uiterste wil gaan om de veiligheid te verzekeren. Misschien moet we, zoals Franklin Delano Roosevelt het in zijn beroemde Four Freedom speech stelde: Vrijheid van spreken, van Levensbeschouwing - elkeen mag de god van zijn/haar voorkeur aanbidden of helemaal geen, maar dat lijkt zelfs Obama nauwelijks te mogen zeggen - de vrijheid van gebrek en dus ook de vrijheid van vrees. Die laatste vrijheid geldt niet alleen de ontwapening waar hij over sprak om de onderlinge verhoudingen tussen staten te regelen, maar ook en even belangrijk, de vrijheid van vrees binnen naties.

Het geeft te denken dat we dezer dagen graag de vrijheid op tafel te gooien, maar dat we tegelijk maar wat blij zijn als de overheid zich ermee gaat moeien om van ons onwelgevallige opinies te vrijwaren. Dat er in de samenleving mensen, mannen zijn die hun geluk vinden in de herenliefde en dames in lesbische liefde hun hoogste genoegen vinden, mag geen taboe meer heten. Dat zij niet gediscrimineerd mogen worden als persoon, zou ook een verworvenheid moeten zijn, net zomin als men vrouwen mag discrimineren in het persoonlijke leven en in het publieke leven. De vraag die we moeten stellen is of seksuele geaardheid een persoonlijke identiteit helemaal moet kleuren. Men vergeet overigens ook wel eens dat als men bij dat inroepen van slachtofferschap vaak echte slachtoffers van reëel geweld buiten beeld geduwd worden.

Het heeft te maken met de obsessie dezer dagen met slachtofferschap, waarbij men zich niet kan indenken, zegt men, dat iemand van wat dan ook slachtoffer zou zijn. Verantwoordelijkheid opnemen dat iemand niet gediscrimineerd zou worden? Dat hoeft niet, we moeten het slachtofferschap afschaffen. Maar het gevolg is wel dat men mensen, die slachtoffer zouden zijn, niet in personam hoeft te helpen en bovendien gaat het niet om een persoonlijk manco, wel om een falen van het systeem, de westerse cultuur. Al sinds mijn studietijd hoor ik verstandige en minder verstandige types beweren dat die westerse cultuur schuld heeft aan alle ellende in de wereld, wat dan weer toelaat ook de christelijke kerken mee in de bank te zetten van de beschuldigden. Een proces is evenmin nodig, het vonnis ligt klaar en heeft kracht van gewijsde.  

Men zal begrijpen dat in die context groepen als Pegida de kop opsteken, want het autodestructieve denken van bepaalde intellectuelen - Rik van Cauwelaert zegt dat hij geen intellectueel zou wezen, wel een fijnbesnaard en erudiet denker (zeg ik dan) - raakt hen in hun naakte bestaan en in de diepste overtuigingen. De retoriek mag er dan wel over blijken, men moet wel luisteren, want Europa is wat het is en we kunnen niet nieuwe wegen gaan bewandelen als we blijven beweren dat Europa en de Europeanen niet deugen, moreel niet, intellectueel niet, want dat kan men niet beweren op deugdelijke gronden.

Maar u heeft ook beweerd dat de multiculturele samenleving "gescheitert" is, mislukt. Die gedachte gaat evenwel over een andere soort migratie, die door de eigen samenleving, c.q. ondernemers en regering, op stapel is gezet en niet goed doordacht. Ik denk dat men kan zeggen dat er veel problemen zijn in stadsdelen in vele landen in Europa, maar niet in Midden- en Oost-Europa. Wat faalde is dat teveel kinderen en kleinkinderen van migranten geen goede opleiding konden afronden en in de nieuwe leven een plaats vinden waar ze gelukkig om konden zijn. Het falen van de multiculturele samenleving is overigens stil gevallen, waardoor men - nog maar eens - onvoldoende aandacht besteedt aan het maken van onderscheiden van verschillen die voor het beoordelen van belang zijn.  

In die zin is het 11de gebod bedenkelijk: "gij zult niet discrimineren", want elk denken is in wezen een oefening in het maken van onderscheiden, het plaatsen van fenomenen in het juiste kader om er mee aan de slag te kunnen. Maar, zoals André Klukhuhn schrijft, er is ook een andere manier van denken, in analogieën die de fenomenen, gedachten, opvattingen die we in hokjes hebben gestopt er terug uit te halen en in andere contexten bekijken. Analogisch denken gaat dus verder en is diepgaander dan het opstellen van catalogussen en inventarissen. Het moet echter wel gebeuren doch het is niet het einde van het denken.

Misschien lijkt dit te wollig, Mevrouw de Bondskanselier, maar het is wel nodig, denk ik om te weten hoe we de chemie haar werk zullen laten doen. U heeft niet gezegd wanneer "wij" de instroom van vluchtelingen verwerkt zouden hebben, want net als de historicus Kohl weet u dat niemand processen als deze kan dwingen. Het gaat om chemie in het vrije veld.  

De zorg ook voor de eigen mensen, wat men u dezer dagen verwijt, de zorg voor de stabiliteit van de samenleving moeten hoog op uw agenda staan en dat blijkt ook wel het geval. Als leider van de regering moet u het dagelijkse leven voor grote schokken behoeden en men verwijt u dat u dit met uw uitspraak heeft nagelaten. Ik denk dat u wel wist dat de stroom niet zo gemakkelijk in te dammen zou vallen. Alleen, u weet dat lokale bestuurders nu met grote problemen worstelen en lokale spanningen uitvergroot kunnen worden. Dat men vergeet dat de oorsprong en de omstandigheden van de exodus van een heel andere aard zijn dan voorheen, betekent ook dat de houding tegenover het land van aankomst én tegenover het land van herkomst anders aangevoeld wordt.

Ik weet het, in deze tijd van wetenschappelijke bewijsvoering zal men met aanvoelen, met gevoelens geen beleid voeren. Zegt men, want men schoffeert van multiculturele zijde wel de gevoelens van autochtone mensen. Gevoelens, schreef Martha Nussbaum, doen er ook toe, waarbij ze finaal ook uw "Wir schaffen es" wel zou kunnen waarderen. Natuurlijk pleiten de omstandigheden tegen u, zoals het feit dat het aandeel moslims in de bevolking weer toeneemt, terwijl "wij" er genoeg van zouden hebben.

Om het te laten slagen, zal u moeten rekenen op de bestuurders in de andere lidstaten, zal men moeten nadenken over de vraag wat de Conventie van Genève nu kan betekenen. Toen a.d. 1951 kenden we een bipolaire wereld met twee grootmachten, want China viel een beetje van de wereldkaart en de ongebonden landen dienden zich nog niet aan. Het waren dissidenten uit de onvrije wereld die we moesten opvangen. Na de grote exodus van Duitstalige burgers van de bevrijde landen ten Oosten van Duitsland (1945 -1947), waren er pas in 1956 weer grote groepen die hun land verlieten, de Hongaren, maar daar werd politiek weinig spel over gemaakt, want de ontvangst verliep in eerste instantie vrij vlot. Men kan Victor Orban zijn vermeende gebrek aan gastvrijheid niet aanwrijven met verwijzing naar die gebeurtenissen in 1956, want het ging niet om inwijking maar om massale uitwijking.

Het probleem is ook en men mag dat niet negeren, dat in de oude landen van het Habsburgse rijk de homogenisering van de bevolking na 1945 werd doorgevoerd en wie meent dat links tegen nationalisme is, Tsjecho-Slowakije en Hongarije, maar ook andere staatshoofden streefden naar homogene samenlevingen en dat betekent dus dat vreemde elementen, zoals Joden en Duitstaligen werden geofferd, weggejaagd. Denken we ook aan de opstand in en om Timisoara, een gevolg van de poging door Ceauscescu om de Hongaarse samenleving in Zevenburgen oftewel Transylvanië te roemaniseren, waarbij duizenden oude dorpen werd plat gegooid, waarbij dus de Hongaren op hun identiteit stonden. U moet niet nalaten de regeringen in Boedapest en Boekarest tot andere gedachten te brengen, maar eenvoudig zal die oude animositeit niet wegebben, al heeft het lidmaatschap van beide landen bij de EU voor een gematigde houding kunnen zorgen.

Toen u zegde "Wir Schaffen es", dachten velen dat u meende dat de opvang op wieltjes zou verlopen en dat we er weinig nadeel van zouden ondervinden, maar dat we een misplaatste interpretatie. U wil met dat "Wir" ook wel refereren aan de leuze van de maandagbetogingen in Leipzig die in het najaar van 1989 massaal bijgewoond werden: Wir sind das volk. Dat kan ik begrijpen, want u roept de bevolking, ook de lokale mandatarissen op alle medewerking te verlenen die ze redelijkerwijze kunnen verlenen. Want zal het aan inspanningen ook mag vergen, het mag niet zo zijn dat u, de regering en de politieke klasse in het algemeen nog maar eens komt vertellen dat u de levensomstandigheden van de autochtone bevolking in het gedrang brengt en de vrijheid, onder meer vrijheid van geweld zou ondergraven.

Vale,

Bart Haers  
  


______________
* Wie wurdest Du es machen? vraag van de Stasi-chef Mielke aan Egon Krenz, de nieuwe chef van de DDR op 9 november 1989. Een herinnering die beklijft. 







Reacties

Populaire berichten