pleidooi voor emancipatie

Kritiek


Emancipatie, dan toch
 vluchten we ervoor?

Hoe vrijgevochten kan men zijn? Emilie
du Chatelet was dochter van een hoge
ambtenaar aan het hof van Louis XIV. Ze
kreeg wiskunde van Fontenelle en Johan
Samuel König. Ze huwde volgens de
geplogenheden, inclusief kinderen
maar vervolgens had ze ondere
anderen Voltaire als minnaar.
Heeft emancipatie een tastbaar doel? Ik vraag het me al een week af, want eerst wist Jan Goossens dat we geen outcasts moeten willen, maar ja, kan iedereen journalist zijn en er de dagelijkse bete broods mee verdienen? Ook hoeft niet iedereen journalist te wezen, al dagen de sociale media ons daartoe uit. Toen schreef Tinneke Beeckman dat er geen toekomst mogelijk is zonder emancipatie. Helemaal mee eens, ook al legt zij de nadruk op de vrouwen, om zo de jongens te emanciperen. Maar toch, er knaagde iets. Misschien is het een overbodige vraag, maar kunnen we de resultaten van emancipatie waarnemen? Hoe uit zich dat?

Als emancipatie betekent dat we ontvoogd zijn, geëmancipeerd wanneer we geen hoger gezag aanvaarden, dat we ons niet ondergeschikt weten aan hogere machten, dan betekent het dus zonder meer dat we soevereine personen zouden zijn, verondersteld dat we niet langer onderworpen leven. Het betekent dus ook vrij te zijn van (onzichtbare) dwang van buiten ons. Het ideaal van de autonome mens moeten we dus opnieuw omarmen en daar zie ik vooral voordelen in. Maar zijn er niet talloos veel mensen die zich nu net wel bereidwillig inschakelen in een goed geachte stroom of beweging. Autonomie, emancipatie betekent dan op het eerste zicht dat men zich nergens aan conformeert, omdat dit fout zou zijn, maar als men zich ergens bij aansluit kan dat best weloverwogen blijken en zal de opgebrachte loyauteit kritische betrokkenheid niet in de weg staan.

Iemand die zich ontvoogd weet, trekt zich daarom niet uit de gemeenschap terug, om een eigen leventje te leiden. Het is wat Erich Fromm in "Angst voor de vrijheid" meende te moeten aangeven: veel mensen vrezen vrijheid vanwege de verantwoordelijkheid die men daarbij op zich neemt. Maar anderen menen dan weer dat vrijheid alles brengt wat hen belieft, waarbij vrijheid dan een vrijbrief wordt. Het kan, maar of men dan een goed leven leiden zal, valt nog te bezien.

Mag die band zo onvoorwaardelijk gelegd tussen ontvoogding en vrijheid, als ik het net deed? Voor velen bestaat vrijheid niet, want men gaat ervan uit dat de mens gedetermineerd is, dat we ons brein zijn en dus moet men over vrijheid niet spreken. Jan Verplaetse is een van de meest uitgesproken filosofen die deze visie verdedigt. Maar dan moet men niemand meer opvoeden tot ontvoogding en tot vrijheid. Toch zijn er ook mensen die menen dat vele van de processen in ons brein wel degelijk zien als voorwaarden voor vrijheid. Ik verwijs hier naar Patricia Churchland[i], die juist vanuit het onderzoek van het brein vertrekt en zo de relatie tussen filosofie en wetenschappen, c.q. neurologie wil verhelderen. Dat we ons brein zijn, maar daarmee is niet gezegd dat ons brein met ons op de loop gaat, maar dat kan altijd, ook als we een reborn christian worden of Syriëganger. Verantwoordelijkheid bestaat voor haar wel.

Maar dan komt de volgende vraag, die de visie van Tinneke Beeckman oproept: hoe bepalen we wat goed is voor ons en gaat het alleen om onszelf? Nog eens, wanneer we overdenken waarom jonge kerels en ook jonge vrouwen naar Syrië gaan om er zich in te zetten, dan laten ze hier alles achter zich, familie, vrienden, soms een vrij richtingloos leven, soms juist een goed geordend leven, waar het aan niets aan ontbreekt. Ze kiezen voor een god, voor een gelovig leven en onderwerpen zich aan de Sharia, een wetgeving die christenen doorgaans vergeten zijn. Leviticus bevat namelijk ook heel wat normen voor het leven, reinheid, huwelijken met ongelovigen en wat al niet meer. In beide gevallen vraagt het grote overtuiging om er zich aan te houden. Maar wellicht kan het zijn dat we ook in deze samenleving meer wetgeving zal komen, zoals de suikertaks laat vermoeden. Maar betekent het aanvaarden van wetgeving sowieso dat men niet ontvoogd zou zijn? Kan men het onderscheid zo scherp aanhouden tussen religieuze normering enerzijds en burgerlijke wetgeving? Voor we hard gaan knikken, ook de wetgeving die in het parlement tot stand komt, vergt een onvermijdelijke aanvaarding, tenzij men op een zeker punt het zo oneens wordt dat men de gang van zaken wil veranderen. De vraag is dan toch altijd of de bestaande wetgeving ons een beter leven laat leiden. Soms heb ik de indruk dat men steeds verder de morele tour opgaat met de wetgeving en dat de idee dan wel van gewicht mag heten dat wetgeving de sterken moet intomen de zwakkere moet bevrijden of "affranchir", de idee dat sommige personen of groepen boven de wet zou staan, mag dan toch geen ingang vinden.  En dat dreigt te gebeuren als de wetgeving al te gedetailleerd en te complex wordt, dan kan men er zich aan proberen te onttrekken.

Wie dus ontvoogd wil heten, zal met de wetgeving rekening moeten blijven houden, of beter, er inderdaad op een verstandige manier mee omgaan. Maar als de wetgeving zo een rommeltje is (geworden), dan komt dat misschien door de inbreng van allerlei groepen met eigen belangen, die soms vergeten wat het doel van de wetgeving idealiter zou moeten zijn.

Maar emancipatie gaat ook over het feit dat we vrijmoedig in het leven kunnen staan en niet telkens om goedkeuring van ons handelen hoeven vragen. Het betekent dus ook dat men zeker zelfbewustzijn bereikt heeft zonder aan hybris te lijden, wat betekent dat men niet enkel overmoedig is maar onvoorzichtig. Het autonome leven van een geëmancipeerde persoon vergt van de betrokkene dan ook veel, al zou het net geen last mogen heten. Maar net die voorzichtigheid zou wel eens een struikelblok kunnen blijken, want we associëren voorzichtige mensen net niet met een ontvoogd bestaan. Voorzichtigheid kan omslaan in angsthazerij, maar dat hoeft niet vanzelfsprekend het geval te zijn.

Overigens, als ik commentatoren en experten hoor, dan hebben mensen geen redenen om te denken dat ze ontvoogd zijn. Zowat alles wat we doen en aanrichten immers doen we onvolkomen of zelfs ronduit fout. Misschien moeten we vooral bedenken dat er misschien altijd wel onverbeterlijke benaderingen zijn, maar dat we in het dagelijkse leven niet zover kunnen gaan. Gelukkig heeft Goedele Liekens urbe et orbe afgekondigd dat sukkelseks ook niet erg is, want tje, de beelden die men ons wenst voor te spiegelen lijken doorgaans meer op ballet dan op werkelijke bedgymnastiek. Erasmus meende ook al dat het niet om aan te zien is, maar dat de liefde bedrijven gelukkig prettig genoeg is om ervan te genieten.

Als Tinneke Beeckman een lans breekt voor ontvoogding, dan delen we haar mening. Maar dat het een lange weg is en dat we ons vooral moeten oefenen, naar Sloterdijk, maar ook getraind en gecoacht worden want zonder feedback en aanwijzingen gaat het niet. Vandaag lijkt de generatiekloof tussen ouders en kinderen verdwenen, maar moeten we dat niet betreuren. Of zijn de ouders dezer dagen meer geëmancipeerd dan 50, 60 jaar toen vele kinderen en jongeren tegen hun ouders in het verweer gingen? De ouders vandaag blijken jonger van geest dan hun grootouders, want zelfs grootouders blijken wel eens hip dezer dagen.

Maar er is geen ouderlijk gezag meer, zegt men dan, soms terecht, waardoor de kinderen de weg uit het oog verliezen en zich aan allerlei schelmenstreken gaan overgeven. Natuurlijk moet ik opbiechten dat ik kijk naar de ouders in de Vlaamse middenklasse, goed geschoold, zelf druk timmerend aan de weg en volledig mee met de jeugd - die immers de lichtende voorbeelden zijn wat de cultuur betreft, zodat er nog weinig ruimte voor fictie bestaat. Maar ontvoogdt dit nog wel? Waarom niet, al moet gezegd dat je soms pas je eigen weg kan vinden als er enige weerstand opgeworpen wordt. In elk geval, als ouders hun kinderen tot autonome en kritisch ingestelde volwassenen weten op te voeden... - wat een ouderwetse bullshit is dit? - dan zullen ze dus veel kritiek moeten aanvaarden en weerstand bieden. Voor een anti-autoritaire opvoeding pleiten is zelfs helemaal oubollig, maar toch gaat het om die oefeningen, ook denkoefeningen, debatten, waarbij men niet altijd de gemakkelijkste weg hoeft te kiezen. Misschien moeten we zelfs besluiten dat we dat voor elkaar wat moeten zijn, de moeilijke toehoorder, opdat bepaalde simpele voorstellingen van zaken geen kans krijgen. Maar een ontvoogd persoon hoeft ook geen lastigaard te wezen, want hij of zij mag ook best enige authentieke bescheidenheid met zich dragen en beseffen dat er terreinen zijn waar hij of zij niet helemaal thuis is. Het zou dan moeten gaan om Parresia - het vermogen waarheid te spreken, vooral als dat riskant blijkt, dus niet als zovele grote muilen op de sociale media die vooral anderen vernederen -, om levenskunst en ook lankmoedigheid.

Bart Haers









[i] Filosofiemagazine nr 12 december 2015 brengt interview met Patricia Churchland. 

Reacties

Populaire berichten