Ne Varietur? Integendeel



Reflectie


Ut varietur
Waar gaat het heen



Roberta Alexander leeft al jaren in Nederland
en spreekt behoorlijk Nederlands, maar is vooral
een uitstekende sopraan, die best ook nog speels
uit de hoek kan komen. 
Meestal horen we het anders, klinkt het "ne varietur", de dingen die niet mogen veranderen. Het blijft een straf bevel, want het betekent dat we niet bij machte zijn iets aan de omstandigheden te veranderen want ergens waakt het vlammende zwaard, niet geheven door een engel des heren, maar door mensen zoals u en ik, die menen daartoe over voldoende inzicht te beschikken.

Neem nu die gedachte die in het verdrag van Rome, 1957 vervat zit dat de lidstaten van toen, Duitsland, Frankrijk, Italië en de Benelux steeds verder met elkaar zouden verweven geraken, geïntegreerd, maar intussen hebben we er nauwelijks zicht op, hoezeer de Nederlanden en de rest van de EU al met elkaar verweven zijn geraakt. Een positieve test op dit terrein zou overigens veel meer schade berokkenen, dan sommigen zich lijken in te kunnen denken. De grenscontroles aan de grens met Frankrijk, op de snelwegen zorgen immers al voor veel hinder, maar, vraagt een eenvoudig mens zich dan af, hoe zit het aan grensovergangen op secundaire wegen?

Nu goed, het probleem blijkt dat wie aan dat bewuste artikel uit de grondvesten van de EU aanstoot neemt, zich moet afvragen waarom Konrad Adenauer, Charles de Gaulle en de anderen deze gedachte hebben opgenomen. Herman van Rompuy vertelde dit weekend nog dat de EU teveel een (vrijhandels-)ruimte, space zou wezen en te weinig een plaats waar men zich thuis weet, "a place". Zou het zo eenvoudig zijn? Iets klopt wel in de benadering van Herman Van Rompuy en dat is precies dat we ons maar moeizaam een beetje Europeaan weten. Bij de verslaggeving over de verkiezingen in Spanje viel op dat men vooral uitkeek naar het verlies van Rajoy en de Partido Popular, zonder zich te bekreunen over wat goed zou zijn voor de Spanjaarden. Over de aard van Podemos, een samenraapsel van partijen, met aan het hoofd Pablo Iglesias, die wel vindt dat een met hem sympathiserende ondernemer mag frauderen, die geld ontving uit Caracas, waar de president de nieuw verkozen meerderheid buitenspel wil zetten, door een soort sovjets op te zetten. C's ofte Ciudidanos, een eerder liberale partij krijgt al heel wat minder aandacht. Maar laten we wel wezen, de toekomst van Spanje is ook voor ons van belang, net zoals we ons moeten afvragen of de partij "Recht en Rechtvaardiging" in Polen goed bezig is. Men kan de wetten wel eens naar eigen inzicht aanwenden, wetten veranderen om de eigen positie te versterken, de constitutie herschrijven lijkt me een zwaar vergrijp, als daarover niet afdoende rekenschap wordt afgelegd.

Interessant is dus wel, denk ik, dat men in verschillende landen zoekt naar machtsmiddelen om de stormvloed van onzekerheid en twijfel te lijf te gaan.  Dat men hierbij in een moeite de spelregels wel wil veranderen, om de eigen positie te verzekeren, moet men zeer zeker goed onderzoeken. Het punt is natuurlijk dat tegelijk vastgesteld moet worden of de beschikbare wetgeving nog wel adequaat is, dan wel of er ruis op het systeem zit. In die zin zou de rol van het parlement in het wetgevende werk versterkt kunnen worden door meer zelf wetten te redigeren in plaats van voorstellen van de regering te stemmen. Men zegt dat het eraan ligt dat de regering meer competentie in huis heeft, maar de toenmalige volksvertegenwoordiger, Geert Bourgeois, nu Minister-president van de Vlaamse regering was wel actief bezig op het terrein van wetgeving en ook wel van het opstellen van concordanties, zodat wetten die dubbelop bleken eventueel na stemming geschrapt kunnen worden, maar ook om eventuele tegenspraak op te lossen. Dat is complex werk maar kan helpen de wetgeving te vereenvoudigen.

 De democratie is in crisis zo heet het, maar is democratie niet bij uitstek een kritiek bestel dat we vaak en terecht kritisch bejegenen. Alleen blijkt men te vergeten hoe de democratie tot stond kwam en hoe iedereen altijd nog wel een ideaalbeeld bij de hand heeft als maatstaf. De verhoudingen tussen de machten kunnen uit het lood zijn geslagen, de relatie tussen burgers en die afzonderlijke machten kan in de mist gehuld zijn of bewust wazig gehouden worden. De vraag of de democratie als zodanig een volmaakt rechtvaardige samenleving kan voortbrengen, kan geen zinnig mens beantwoorden, want wat is een rechtvaardige samenleving. Niemand is tegen rechtvaardigheid, maar niet iedereen de notie rechtvaardigheid die de SP-a als slogan voert.

In een tijd waar we voortdurend geconfronteerd worden met mensen die om de een of andere manier getraumatiseerd zijn geworden en dus slachtoffer moeten heten, spreekt men zeer zelden of nooit over de vraag of mensen over die kwetsuren heen kunnen stappen, voldoende veerkracht aan de dag kunnen leggen om het trauma/de trauma's de baas te kunnen. Nochtans denk ik met Boris Cyrulnik dat we niet kunnen volstaan met het erkennen als slachtoffer van mensen die slachtoffer werden van seksisme, discriminatie of xenofobie. Natuurlijk kunnen ervaringen zeer negatief wezen, maar mits een stevige zet van mensen in de omgeving kan men die veerkracht wel vinden. Men hoeft met andere woorden niet ten eeuwigen dage slachtoffer te zijn. Overigens, nog geen eeuw geleden was zo een inwendige verwonding vaker dan men denkt ook de opstap naar persoonlijke ontwikkeling en groei. Zou het dan niet zo zijn dat we vandaag mensen die beroep doen op medelijden, omdat ze het slachtoffer zijn van allerlei lagen en listen van anderen, zonder dat, als het in ons vermogen ligt, hen die veerkracht mee te geven.

Overigens, nogmaals, waar komt dat gezeur over slachtofferschap toch vandaag, een onontkoombaar slachtofferschap dus? Volgens Dirk De Schutter en Remi Peeters heeft Arendt al gepoogd de illusie te ontkrachten dat we allemaal slachtoffers zouden zijn en sommige groepen nog meer, op grond van enkele inzichten uit de Verlichting, van Rousseau dus, die meende de samenleving mensen fnuikt, mensen deemoedigt en  kraakt, want de samenleving, de cultuur is uiteraard pervers. Tinnek Beeckman heeft in haar boek "Macht en Onmacht" ook beschreven hoe men het feit slachtoffer te zijn dezer dagen wel gemakkelijk als een claim om aandacht kan hanteren, waarbij mensen die daadwerkelijk lijden in de kou blijven staan. De idee dat een trauma niet overgaat kan voor mensen vernietigend blijken.

In haar reflecties over de gebeurtenissen in Little Rock, overdacht Arendt de moeilijkheden die een samenleving kan hebben met flagrante vormen van discriminatie. Niettemin, als de overheid gaat ingrijpen door kinderen onder politiebegeleiding naar school te sturen, want als Afro-Amerikaanse kinderen waren ze niet gewenst in scholen in het Zuiden, terwijl de constitutie wel hun recht op onderwijs erkent, zelfs oplegt, dan moet men andere middelen vinden om het onrecht van segregatie ongedaan te maken. Arendt was absoluut niet blind voor de segregatie en ging zelfs niet naar het Zuiden omdat ze de uitingen ervan niet zou kunnen verdragen. Maar zij had een probleem met de politisering van het conflict, omdat op die manier die 9 scholieren uit hun anonimiteit gehaald werden. Maar vooral was haar bezwaar dat men sociale realiteiten niet zomaar noch ongestraft negeert. De wetgeving op onderwijs en andere voorzieningen bestond nu eenmaal in het Zuiden van de VS en die verplicht opdoeken, was maar een stap, maar zou nooit het sociale aanvoelen van de anderen, de blanken veranderen. Met Faulkner zegt ze dat gedwongen desegregatie even erg is als gedwongen segretatie en dat is nu eenmaal een onwelkome waarheid.

Ook Arendt spreekt van veerkracht overigens en meent dat er niet zomaar een einde kan komen aan de segregatie en als men niet de segreganten aanspreken zal, maar daar knelt het schoentje, want in Arkansas was de sfeer er niet naar dat mensen hun inzichten over etnische minderheden zouden bijstellen. Dat dit mee het gevolg was van het einde van de Secessie-oorlog en het afschaffen van de Slavernij onder impuls van Abraham Lincoln, kan niet betekenen dat men de slavernij niet had mogen afschaffen. Alleen de wijze waarop men naar de samenleving keek en dus naar de plaats van de Afro-Amerikanen daarin, werd niet gewijzigd, zodat ze wel vrij waren maar nog geen rechten hadden. Het feit dat Arendt voor haar opmerkingen over Little Rock veel kritiek kreeg had te maken met het feit dat ze niet voor zichzelf aannemelijk kon maken dat wetgeving in Washington en uitspraken van het Hooggerechtshof meer zouden bereiken dan het veranderen van de wetgeving, niet van de sociale realiteit.

Besluit zij dan maar dat de rednecks dan maar mogen doorgaan met het negeren van de wetten en vooral van de etnische minderheid? Geenszins, maar zij besluit wel dat de wetgevende initiatieven iets uithalen als de mensen van de correctheid en juistheid ervan overtuigd zijn. In die zin zou zij er zich niet over verbaasd hebben dat 8 jaar Obama de verhoudingen niet gewijzigd hebben, maar toch zou ze zijn binnenlands beleid wel gesteund hebben, meen ik, doch vooral kritisch.

Als we kijken naar wat nu op onze agenda staat, dan gaat het over het klimaatprobleem, de opvang van vluchtelingen en vooral denk ik de relatie tussen overheid en burgers, tussen burgers en burgers onderling, ook en zeker als het over de EU gaat. Hier blijken we sinds een paar decennia over het hoofd te hebben gezien dat de lidstaten in de ogen en hoofden van de burgers af en toe vergeten dat Europa ook verdiensten heeft en de burgers van het succes van hun beleid trachten te overtuigen. Het kan zo lijken dat men de lidstaten gelijk wil schakelen en iemand als David Cameron zal dat ten onrechte niet tegenspreken. Als men dan toch naar de VS wil verwijzen, voeg er dan ook aan toe dat de staten op hun bevoegdheidsgebieden veel zelf regelen, niet zelden tegen Washington in. Besluitvorming in de VS wordt niet overal op dezelfde wijze ingevoerd en uitgevoerd, zodat er in het beleid wel eens merkwaardige verschillen bestaan. Al apen gouverneurs elkaar graag na. Maar ook dat zien we in Europa, waar men voortdurend kijkt wat de ander doet, benchmarken in het jargon, maar waar weinig tegenover staat. Ne varietur dus. Wat de Fransen, de Nederlanders of de Finnen doen, moeten we ook maar doen. Inzake onderwijs denk ik dat we misschien beter niet teveel vergelijken. En integratie? Hoe doet men dat?

De een vindt superdiversiteit de hemel op aarde, de andere vreest dat de verschillende groepen, gemeenschappen in onze samenleving elkaar niet zullen ontmoeten, laat staan elkaar leren waarderen. Maar goed, vermits individuen bepaald uniek zijn, als persoon dan, niet per se als soort binnen de grote diergaarde. Er is veel diversiteit, maar we zouden liever hebben dat anderen meer dachten zoals wij, de kerngroep van de samenleving. Afgezien van het feit dat we allemaal wel een minderheid zijn, bijvoorbeeld bange blanke mannen, hoewel de een wat meer dan de ander en de angst heeft niet altijd hetzelfde voorwerp, moeten we ons vooral afvragen wat ons kan binden, zonder dat zou leiden tot uniformiteit. Want wat horen we dat toch zelden: Si etiam omnes - non ego! Of nog, als de anderen in de gracht rijden moeten we dat daarom zelf nog niet doen.

Verscheidenheid mag echter niet tot verkruimeling leiden en de verschillen hanteren als bron van distinctie, onderscheid om het onderscheid, maar de verschillen zijn er wel, de verschillende inzichten. Doch, dezer dagen zien we vooral dat de anderen er foute inzichten op na houden. Maar wat zou er gebeuren als iedereen achter Alexis Tsipras zou aanlopen of Pablo Iglesias? Men mag zich zelfs niet inbeelden hoe het wezen zou als iedereen David Cameron blind zou geloven. Democratie gaat nu eenmaal uit van het bestaan van verschillende inzichten. Hopelijk kunnen we daarom eindelijk eens komaf maken met de idee dat we het zomaar helemaal eens moeten zijn met deze of gene.

Opdat het leefbaar wezen zou, moeten we erkennen dat het nuttig is niet  zomaar voor het onveranderlijke te gaan, want de omstandigheden kunnen ons parten spelen. Maar toch zijn er zoveel die eraan hechten dat alles onveranderlijk wezen zou. Dat Links nog altijd verkieselijker is dan rechts is geen eeuwige waarheid voor iedereen. Alleen blijkt dat dezer dagen onbegrijpelijk. Vooruitgang? ook dat kan men rechtlijnig bekijken, zonder oog te hebben voor wat mensen doen, kunnen doen, zonder hulp van robots. De tijd van de Luddieten komt niet terug, toen in 1779 wevers onder leiding van ene Ned Ludd een paar weefmachines vernielden omdat hun beroep op de helling kwam te staan. Beroepen veranderen overigens ook door de vooruitgang, maar toch, ergens lijkt er zich verdwijnpunt te verdwijnen, waarbij de menselijke inbreng tot consumeren teruggebracht.

Ne Varietur? Dat is ons devies niet, wel integendeel, maar variatie kan ook doelloos blijken en verbeteringen helemaal niet ten goede blijken. Nu in Spanje de partij Podemos heel wat kiezers achter zich kreeg blijkt het lastig met de realiteit om te gaan dat de Partido Popular met leidend politicus Rajoy  123 zetels haalde en de grootste blijft. Als blijk van zijn veilheid haalt men aan dat hij zijn vader, die 90 was op dat moment in huis haalde, om voor de oude man te zorgen. Is dat veil?

Toch wil men de runner up alle krediet toekennen de verkiezingen te hebben gewonnen. De Spaanse politiek worstelt met een paar problemen, onder meer het bipartisme, maar dat men de klassieke conservatieve partij elk bestaansrecht meent te mogen ontzeggen, roept vragen op. Het oude is er inderdaad nog, ook al wil men sowieso verandering. Of het nu in Spanje is of in Little Rock, de kracht van verandering hangt niet in de lucht, maar moeten wij vatten, denkende, doende.

Gelukkig is er de eeuwige wijsheid van Heraclitos, dat alles stroomt en niets hetzelfde blijft. Of dit: stap in een rivier en wanneer je weer op de oever wil klauteren sta je in een andere. De veranderlijkheid evenwel is iets wat men, ook al noemt zichzelf progressief, niet wil erkennen. Denken ut varietur? Het blijkt zo moeilijk.



Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten