Nieuwjaarsbrief



Kleinbeeld



Waar is de tijd heen


Tijdens COP21 werd over veel gesproken,
maar niet over het project Iter, dat wil komen
tot energieproductie via kernfusie. Hoever men ermee
gekomen is, weet ik niet want men lijkt ons niet
bij machte inzicht in het project te krijgen, of
zou het echt af te wijzen vallen? Zonder info
kunnen we er niet over oordelen. 
Mijn generatie verketterde sinds medio jaren 1980 de generatie die de crisis van 1974 zo zwaar had mismeesterd, dat er een devaluatie van de Belgische frank van kwam, maar vervolgens werd met whealen en dealen een en ander rechtgezet, om vervolgens weer scheef getrokken te worden. Als jonge mensen dezer dagen opnieuw dat verwijt bovenhalen, gaat het duidelijk niet om dat financiële debacle, maar om het gevoel dat hen, die adolescenten iets is afgenomen. Zou het?

Hoe zou morgen eruit zien, vraag ik me wel eens af, met de kennis van nu waarover ik beschik en dan wordt het lastig, want enerzijds trekt ons de idee dat we de boel kunnen opschonen, dat technologische wonderen onze levens zullen verbeteren. Maar tegelijk denk ik dan wel eens dat de technologie niet alles hoeft over te nemen. Het is een moeilijke kwestie en het standpunt dat men niet alle technologisch kunnen moet inzetten, zal wel afgewezen worden als een reactionair standpunt. Staat men mij dan wel toe op te merken dat links en rechts, groen en techneut zich over andere dingen zorgen maken, maar allemaal hun voorkeuren inzake technologische wonderen hebben en ook dus hun horreurs kennen inzake technologische vooruitgang.

Het gaat dan niet om de technologie als zodanig, maar om de vraag waar de macht zal liggen bij het aanwenden ervan? Mireille Hildebrandt heeft het terecht over het verdienmodel, maar toch mogen we de kwestie van de macht in het aanwenden van technologie niet uit het oog verliezen. Dat er nu flitspalen staan, zou men over afzienbare tijd wel eens overbodig kunnen maken. Zonder al direct in zelfrijdende auto's te stappen, zou het wel eens kunnen dat we door een geleidingssysteem op de autoweg en in de steden, voorsteden niet zelf de snelheid of de route zullen bepalen, maar dat een ingenieus systeem dat voor ons zal doen. Zo zou men de files beperken, als het systeem tegen overbevraging bestand is. De overheid zou zelfs nog een stap verder kunnen gaan en auto's niet op de weg laten komen als dat tot overlast zou leiden, terwijl mijnheer of mevrouw dringend een ziekenbezoek moet afleggen of gewoon ergens iemand opzoeken voor romantische stonden. De vrijheid te gaan en te staan waar men wil is dan natuurlijk helemaal uitgehold, ook al is het doel misschien goed, want men voorkomt verkeershinder, de soevereine vrijheid ergens heen te gaan mag men niet zomaar op de helling zetten.

Het kan zijn dat we het gewoon zullen worden dat tot in de details voor ons wordt gedacht en dat we dus wel naar Tomorrowland zullen gaan omdat een indicatie op de smartphone ons daartoe aanspoort, terwijl we liever in de tuin hangen met een mooi boek. Natuurlijk, in theorie kan het systeem dat weten, maar misschien wil het ons juist afhouden van zo een goed boek dat tot nadenken aanleiding geeft. Technologie moeten we niet zomaar associëren met dystopische toestanden, maar opmerkzaamheid en tegenwoordigheid van geest zijn wel nodig.

We moeten dus de technologie niet zien als een gouden kalf of als de ultieme oplossing voor alles. Er zinvol mee omgaan maakt deel uit van het menselijke bestaan, want mensen hebben altijd weer nieuwe vondsten gedaan, soms met succes, soms draaide het in de soep. Het is daarom interessant te bedenken dat de grote totalitaire regimes, waar ik ook het neoliberalisme toe wil rekenen al was dat op het oog minder bloeddorstig,  vooral prat gingen op technologische verwezenlijkingen en er vooral de baten van zagen, niet gaven om de gebreken en gevaren. Het communisme had en heeft een bizarre verhouding tot arbeid, want Marx wilde arbeid overbodig maken door technologie en tegelijk waren Lenin en Stalin niet te beroerd van slavenarbeid gebruik te maken; het Nazisme riep mensen op zich zonder voorbehoud in te zetten voor de grote zaak. In beide gevallen was de technologie een instrumentarium waar men gretig gebruik van maakte om de eigen macht uit te breiden. In het neoliberale model speelt macht ook een uitzonderlijke rol, reden waarom er zo hardnekkig over gezwegen wordt. Dit is geen complotdenken, wel de vaststelling dat mensen als Rumsfeld en anderen het graag zo voorstelden dat ze deden wat moest. Bestaat er nooit een alternatief? Tatcher beweerde stellig van niet, maar bij nader toezien is dat het grote gevaar, dat we bij het denken over wat gedaan kan worden, een piste allesbepalend en alleenzaligmakend zou zijn. De tegenpartij komt dan met een ander voorstel dat evenzeer het beste zou zijn. Doorgaans zijn de mensen die de besluiten nemen niet de echte uitvoerders, maar hebben wel de macht de krijtlijnen te trekken.

Het blijkt dan nog eens een keertje zo te zijn dat men van technologie verwacht dat die levensvragen gaat oplossen, waarbij vooral de sociale wetenschappen in het vizier komen. Hoe dichter de technologie bij onze verlangens en verwachtingen kunnen komen, hoe groter de kans dat we onze verlangens niet meer zullen erkennen, herkennen. In die volgorde, want neem nu de wijze waarop de industrie onze steden als ervaringen willen presenteren. Het gevolg is dat steden op elkaar gaan lijken en vooral dat de horeca steeds meer eenvormig worden. Authenticiteit? Steeds verder te zoeken omdat we op Citytrip steeds toch het eigene, het onze willen behouden en van Barcelona of Firenze wel iets willen zien, maar dan op maat en smaak gebracht.

De technologische evolutie is geen doem noch vloek, maar wel de gedachte dat we er verslaafd aan moeten zijn of beter nog dat we er ondoordacht mee zouden omgaan. In die zin kan ik maar niet begrijpen dat we voortdurend de "Verlichting" reduceren tot op zich belangrijke waarden als de gelijkheid van man en vrouw, van mensen zonder meer en van de scheiding van kerk en staat. Dat alles is belangrijk genoeg, maar is niet het belangrijkste dat ik mocht leren van Denis Diderot of Leibniz, Kant en Goethe: we kunnen ten allen tijde onze gewoonten en aannames onderzoeken en wegen ze te licht dan gooien we het over de andere boeg. In Macht en Onmacht laat Tinneke Beeckman zien hoe gemakkelijk we geloven kritisch uit de hoek te komen als we de anderen een spiegel voorhouden, maar of we zelf bereid zijn in de spiegel te kijken, is een ander paar mouwen. Zou men niet alleen kritisch naar anderen kijken, men zou misschien meer vreugde putten uit het eigen leven. En ja, soms eens iemand bewonderen, kan geen kwaad, toch? Men zegt dat de sociale media aanleiding geven tot scheldpartijen. Helaas gebeurt dat wel, maar ik weet niet of dat zomaar en altijd geldt. Waarom proberen we niet net anders gebruik te maken van de sociale media.

Want ja, wie de vorderingen ziet die artsen maken om zware aandoeningen aan te pakken, moet wel beseffen dat de keerzijde van de medaille deze kan zijn dat we op zeker ogenblik zover voorbij het natuurlijke vermogen van het lichaam zijn gegaan dat verder leven lastig en veeleisend wordt. De een wil dat lijden wel (even) dragen, anderen willen uit hun lijden verlost worden. In onze regio kunnen artsen daarmee overweg en zoekt men de beste weg om het levenseinde te begeleiden. Want nu de geneeskunde zoveel vermag, kunnen artsen ook maar beter de vragen stellen waar ze beter niets meer doen, afzien van medische hardnekkigheid. Kan men dat bij wet bepalen? Kan men vastleggen dat mensen van 85 geen pacemaker meer krijgen? Moet men niet de eigenheid van de geneeskunde werkzaam laten zijn en dat men geval per geval bekijkt, om de kwaliteit van leven alsnog te bevorderen. Sterven moeten we, maar laten we ook het leven gunnen wat ter beschikking is.

De jongedame die de generaties de mantel uitveegt die nu de touwtjes in handen hebben, bekijkt de zaken niet geheel ten onrechte vanuit haar eigen positie. Dankzij technologie hebben we bijvoorbeeld de auto's minder vervuilend gemaakt - al liet Volkswagen zien dat men technologie ook pervers kan gebruiken - en kunnen we efficiënter voedsel produceren, maar we mogen toch niet vergeten dat het nog lekker mag zijn.

We zullen de volgende maanden, het volgende jaar blijven worstelen met de vragen die ons het vorige jaar beroerden. Dat is geen wonder en toch, we mogen ook wel eens proberen te bedenken hoe we op een zinvolle wijze technologie aanwenden, maar ook hoe we omgaan met zogenaamd bewezen stellingen in de sociale wetenschappen. Want daar lijkt een vorm van kennis en kunnen aangewend te worden die veeleer paternalistisch ogen. Het is niet eenvoudig aan de weet te komen hoe men tot inzichten komt, maar dat het niet altijd zuiver op de graat is, bleek eerder al - maar na het ene geval van datafraude werd er over de praktijken in de sociale wetenschappen niet veel meer gezegd - terwijl men voortdurend vaststelt dat onze inzichten dag na dag onder vuur genomen worden. De Vlaming kan niet sparen/beleggen? De Vlaming kan niet gezond eten? De Vlaming kan niet vrijen? Uiteraard kan de ene het beter dan de ander, maar deze dagelijkse aanslagen op de waardigheid van mensen maakt de geloofwaardigheid van experten en journalisten er niet groter op. Oh ja, de Vlaming kan niet goed auto rijden. Zo is dat.

Een gelukkig Nieuwjaar? Ik gun het u graag, hoop ook dat u vergeet het geluk te zoeken, want meestal komt het onverwacht en onvoorzien.

Bart Haers


Reacties

Populaire berichten