levensbeschouwelijke vorming




Kritiek



Onderwijs, levensbeschouwing
en humanisme


Australopithecus afarensis, een van de eerste
mensachtigen maakt deel uit van een nogal
complexe stamboom. Maar de vraag is
ook hoe we na het verwerven van
inzichten over deze verre voorzaat
- eventueel - kunnen formuleren over onze
aard als mens. Hoe speelt evolutie door in
ons gedrag? 
Ergens zag ik iets passeren over "goeroeisme" als een nieuwe godsdienst of levensbeschouwing, een afstudeerproject van een paar jonge gasten. Knack pakt uit met een artikel over vrouwen die zich bekeren tot de Islam en intussen wil men het godsdienstonderwijs uit de school en iedereen een soort catalogus van levensbeschouwingen bijbrengen. Patrick Loobuyck zal het niet leuk vinden, maar kijken naar het christendom, RKK in het bijzonder kan men moeilijk alleen maar begrijpelijk maken op grond van de bijbel alleen.

Over Maarten Boudry zou men het ook kunnen hebben, die religie tot een gevaarlijke waan maakt, maar hij verwijst bij mijn weten nergens naar de praktijk van een levensbeschouwing, wat onder anderen Leo Apostel wel heeft gedaan, door zijn visie op atheïstische spiritualiteit uit de doeken te doen en dat was en blijft een boeiende ervaring.

Maar het blijft zo dat men wel pogingen doet om van het vrijzinnig humanisme een spannend opvoedingsproject te maken en soms leidt dat tot mooie rituelen, maar vaak merkt men dat het een beetje zielloos wordt, dat men er geen idee meer van heeft waar men heen wil, want het volstaat dat men zich ergens een ietsje overtuiging van kan vormen, vrij onderzoek bedrijvend. Anderzijds blijft men kritiek spuien aan het adres van gelovigen en de kerken, waarbij de clichés niet van de lucht zijn.

Over de band tussen het humanisme zoals dat in Europa vorm kreeg en het vrijzinnig humanisme enerzijds en het oude geloof anderzijds, laat men zich minder uitgebreid uit. Volgens Maarten Boudry zou Georges Lemaître als wetenschapper afstand hebben gehouden van zijn geloof en bovendien als priester niet over zijn wetenschappelijk werk hebben gesproken. Het is en blijft een opportuniteitsargument, want als priester diende elkeen na 1910 een eed tegen het modernisme af te leggen en bovendien ook nog eens rekening te houden met Syllabus errorum uit 1864 die onder meer naturalisme en rationalisme verbood. Nu zal eenieder dit te zot voor woorden vinden en daar valt niet op te beknibbelen. De paus vocht toen nog enigszins tegen de Italiaanse eenmaking en het liberalisme, maar dat speelde ook nog in 1925 en later; wie bijvoorbeeld de werdegang van Gerard Walschap bekijkt, merkt hoe fnuikend die syllabus wel niet was. En ja, net omdat ik me bij gelegenheid heb verdiept in die aspecten van de RKK heb ik wel sympathie voor de strijdende atheïst en vrijzinnige Walschap, maar bedenk me wel dat Walschap op oude leeftijd gesommeerd werd dit nog eens te herhalen, liefst voor televisie. Hij wou het zelf wel natuurlijk, maar toen was er toch al veel veranderd in het Vlaanderen, waar de index librorum prohibitorum al lang en breed vergeten was.

Want daar gaat het toch ook om, dat men zo lang hard gestreden heeft voor emancipatie en ontvoogding van paternalisme, maar er zijn nu priesters die zelf een of andere vorm van subversie wel genegen zijn. Er zijn nu seculieren die menen dat men bepaalde gebruiken bij andere religies moet accepteren omwille van de lieve vrede. Maar ondanks gunstige evoluties blijven sommige stemmen oude axioma's reciteren. Dan stelt zich het probleem hoe men adequaat over kwesties van deze tijd kan discussiëren: als de technologie en Artificiële Intelligentie verder doordringt in het arbeidsproces, zal men dan niet mensen kansen ontnemen om zinvol werk te verrichten, zinvol voor hen, niet voor bollebozen die menen dat hun ingeniositeit zo ver daarboven staat dat ze nooit vervangen kunnen worden. De betekenis van werken en arbeid in een mensenleven? Dat gaat om meer dan de dagelijkse bete broods, toch?

Waren er jaren dat de lessen godsdienst een gelegenheid boden om onder de bank boeken te lezen, zelfs Bonjour Tristesse, De Speler van Dostojewski en zoveel meer. Andere leraren brachten ons echt tot nadenken over kwesties als eugenese, het levenseinde en zoveel meer. Marc De Kesel kruiste zo mijn pad en leerde ons iets over het antropologische gebeuren dat een religie is.

Voor ik erop doorga toch even deze opmerking, men meent dat vakken als Nederlands, Geschiedenis, biologie of fysica waardenvrij zijn en voor de exacte wetenschappen geldt dit ook wat de methode en de presentatie van de verworven kennis betreft, ook al omdat men veel in wiskundige formules gieten kan. Maar deze leergangen hebben hun invloed op de ontwikkeling van een mens- en wereldbeeld. Hoezo Aardrijkskunde niet relevant? Staten veranderen van territorium of van naam, maar de menselijke geografie verandert niet zo gauw - de laatste decennia is dat wel even anders geworden met nieuwe autowegen, grotere havens, industriegebieden die van aanzicht veranderden -;  de geofysische gesteldheid van een regio blijft over lange termijn nagenoeg onveranderd. Toch zien we dat we in onze benaderingen weinig oog hebben voor geografische gegevenheden en dus ook niet voor wat wij bijvoorbeeld met de Europese landschappen gedaan hebben. Het verschil tussen woeste, niet door de mens beroerde landschappen en de Europese tuin, daarover kan het gesprek toch wel eens gaan; over de instellingen en mechanismen om in de lage landen de zee achter de dijken te houden en het land zelfs uit te breiden, daarover kan toch boeiend les gegeven worden. En wat met economie? Maar goed, ik heb begrepen dat de gedachteoefening van Tomas Sedlacek in de discussies over economisch beleid en over goed en kwaad zelden aan bod komt, Thomas Piketty des te meer. Een onderwijsproject kan niet zonder reflecties hierover en onderscheidende keuzes.

Houdt iedereen er een uitgesproken levensbeschouwing op na? Ik vraag het me soms af en wat betekent het als men zelfgenoegzaam meent dat de eigen principes iemand duidelijk voor ogen staan? Is er dan nog geen twijfel mogelijk over de aanwending, interpretatie in concrete, helaas contingente omstandigheden, waar dus eeuwige vaststaande principes geen vat op hebben. Waarom zou men iemand treurig vinden die er een tragische levensopvatting op na zou houden? Ik denk dat het soms interessanter is te begrijpen dat als men uitgesproken keuzes maakt dan als men zich nauwgezet houdt aan de weg van de minste weerstand.

Autonomie en heteronomie? We leerden toen, begin jaren 1980, dat we autonoom dienden te worden en zelf keuzes te leren maken was een belangrijk deel van het opvoedingsproject, thuis en op school en ja, een jongere wil ook wel eens onderzoeken wat de wereld in de aanbieding heeft aan geneugten. Het komt me voor dat autonomie en heteronomie dezer dagen geen thema meer zijn en dat de opvoeders van heden, in het onderwijs dus, afstandelijker staan bij het begeleiden op dit terrein. Het gaat om waarderen en oordelen en dan kan men gemakkelijk zeggen: we houden niet van hokjesdenken, het is wel de manier van denken die ons doorgaans wordt bijgebracht, waar overigens niet zo heel veel tegenin gebracht wordt: leren oordelen of een situatie A gelijk is aan een situatie B komt toch vaak aan de orde. Maar zoals Douglas Hofstadter en Emmanuel Sander uiteenzetten, denken we essentieel op twee manieren, die van het catalogiseren: het aanleggen van hokjes en daarin zaken die identiek zijn of lijken bij elkaar wegstoppen; de andere benadering van de dingen ontstaat al doende, als we zaken bij elkaar brengen die op het oog niet op elkaar lijken maar ergens een impliciet verband vertonen, analogiseren dus. Nu zijn de hokjes van het catalogiseren in ons brein niet strak afgelijnd, maar meer wazig en moeten we ons afvragen of we niet iets uit het oog verliezen als we die hokjes als een geordende werktafel en -wand in een atelier of een reeks archiefkasten en ficheladen in grote aantallen bekijken. De categorie kan immers meebrengen dat een tafel eerst een meubel op vier poten is waar we aan kunnen zitten en vervolgens iets met wiskunde te maken heeft om nog te zwijgen van de tafels van vermenigvuldiging. Deze inzichten die ik eerst vond bij André Klukhuhn lijken me interessante aanwijzingen dat onze oordeelskracht al vroeg gevormd wordt, maar geleidelijk een ruimer veld van toepassingen zoekt en vindt.

We komen inderdaad niet vanzelf tot inzichten nopens onszelf en de wereld om ons heen. Wanneer leren we dat anderen zus denken wij dat maar moeten volgen of er net van afwijken, met argumenten of zelfs alleen maar emotioneel bewogen. Ooit hoorde ik een mooie dame uitleggen dat haar betrokkenheid bij de natuur en het welzijn van dieren haar ter harte ging op grond van rationele argumenten. Alleen bleek ze zo ontroert toen we twee zwanen op de rei aan de site Oud Sint-Jan zagen dansen, dat ik haar wel moest aangeven dat ook ik het mooi vond. Emoties, angst, vertrouwen, zich geborgen voelen kunnen toch niet negatief zijn a priori.

Waarom zouden mensen niet mogen kiezen voor katholieke godsdienst, ook al vinden ze er zelf wel een en ander aan rammelen? Ik merk in mijn omgeving dat mensen dat inderdaad doen omdat ze vinden dat hun kinderen er zelf wel keuzes omtrent zullen maken. Maar er is meer, want we merken dat jongeren en dat begon al goed 25 jaar geleden, dat vooral vrouwen, maar niet enkel vrouwen voor de Islam gaan, onder meer omdat het aantal duidelijke leefregels aanreiken kan die ze in onze cultuur ontberen.

Het zal wel hard klinken, maar ik meen dat de georganiseerde vrijzinnigheid in Vlaanderen de afgelopen decennia kansen heeft laten liggen en van het zorgvuldig denken, van filosofische oefeningen niet meer werk heeft gemaakt. Want men kan toch wel beginnen met het lezen of laten lezen van "de wereld van Sofie", dan nog zal men die benadering met de leerlingen bespreken. Moeten we inderdaad smeken om een koning-filosoof of moeten we allemaal koningen-filosofen zijn, wat betekent, willen we sterk moreel leiderschap of kiezen we ervoor zelf te gaan dwalen en met tijd en boterhammen zelf een paar behoorlijke wegen te vinden naar inzicht?

Hoe bouwen we zo een mens- en wereldbeeld op? Er zijn de praktische lessen uit het dagelijkse leven, die men nogal eens veronachtzaamt, wegens triviaal.  Net wanneer jongeren ontsporen, ziet men vaak dat ze in hun omgeving vaak overdreven op hun wenken zijn bediend gewonden dan wel net het omgekeerde, nooit geborgenheid hebben gekend, maar dan nog blijkt dat dit schema niet altijd op kan gaan. Er is altijd nog de mogelijkheid dat iemand zo een kind onder de arm neemt en meeneemt naar een beter leven. Maar doorgaans achten we discussies over ethische kwesties als wat saai en alleen van belang als het schoentje knelt en dan denken we in termen van rechten. Positieve rechten overwegen lijkt me een nuttige oefening, maar hoe die in te passen in persoonlijke levens, valt nog te bezien en dan, denk ik, laat het publieke debat het vaak afweten.

Moet men lessen godsdienst afschaffen? Ik meen dat men die grondwettelijke vrijheid beter niet kan opgeven. Hoe of inrichtende machten dat ook zouden invullen, overwegende hoe weinig proselitisme er nog uit blijkt te gaan van de kerk en hoe weinig mensen hun leven in het teken van christus stellen, door aan een roeping gehoor te geven, zou toch moeten aangeven dat de kerk eerder afwezig is in veler levens. Toch zegt zowat de helft van de jongeren in het onderwijs te weten wat het katholieke onderwijsproject inhoudt en aan dat geloof belang te hechten. Vergeleken met het kerkbezoek is dat veel, waarbij ik wel bedenk dat we vroeger nog wel naar ter kerke gingen om dan met anderen nog een pintje te gaan drinken. Maar de kerk en zeker de zondagsmis verloor aan bindende kracht, leek vaak een leeg gebeuren, al verschilt dat nogal van parochie tot parochie.

Of anderen geloven of niet hoeft niet de hoofdzaak te zijn, sinds Augustinus is de persoonlijke vrije instemming met het geloof een hoofdzaak, maar reeds Augustinus stelde er een engagement tegenover, zodat de instemming niet vrijblijvend blijven zou. Het gaat om vrije wil en vrije keuze. Maar de kerk heeft, dit is een terecht verwijt, die vrije en individuele inbreng gefnuikt en dat merkwaardig genoeg vooral in het katholieke reveil na 1830 dat in België een volkskerk voortbracht, dat betekent, dat de kerk, meer dan ooit voordien greep kreeg op lokale gemeenschappen, daarbij gesteund door een snel groeiend leger van priesters en nonnen. Door de snelle bevolkingsgroei en door toenemend onderwijs (in katholieke scholen, met de schoolstrijd van 1878 tot gevolg), kreeg het rijke roomse leven vorm. Zelf heb ik daar niet zoveel meer van gezien, want het brokkelde snel af, onder meer processies langs 's heren wegen. Maar ook ontstond een grote kloof tussen de beleving van seksualiteit door mensen in hun onderlinge relaties en de aard van die relaties en wat de kerk voorhield. Men stemde met de pil.

Hoe mensen hun religie beleven en er de praxis van waarmaken, is een zaak tussen die persoon en de kerk, eventueel de voorzienigheid. Maar of de hele intellectuele traditie die de kerk mee heeft gevormd en  zo dus ook onze cultuur schraagt, komt zeer zelden aan bod, tenzij als argument ter afwijzing: de wonderverhalen, de verrijzenis en Hemelvaart, de inquisitie en kruistochten, de gewetensdwang. Dat laatste functioneert niet meer, want hoe kan men nog iemand excommuniceren? Kruistochten en inquisitie zijn gebeurtenissen in een historische context. Als men het over de Waldenzen heeft, de Katharen, dan gaat het eerder om een politieke onderneming dan om een kruistocht. En juist ja, de kruistochten, op de eerste na, hadden een christelijk sausje, maar waren verder militair-politieke ondernemingen, veranderden ook de handel in Europa. Intussen werd ook elders strijd geleverd en de Islam was lang niet altijd in de verdrukking.

Vandaag stellen technische en industriële, medische en wetenschappelijke inzichten voor grote vragen over wie men is als mens: is men inderdaad alleen maar een dier of heeft men een hoger bewustzijn, beschikkend over taal en in staat tot denken over zichzelf en abstracta? Wat met het toepassen van implantaten en zelfs neurologische stimuli en hoe dat de condition humaine zal veranderen? Dat vergt toch meer dan enkel lapidaire voorstellen voor of tegen.

Dat men mensen moet aanspreken die creationisme prediken onderschrijf ik zeer, dat wil zeggen, dat men dat best mag geloven, maar in het onderwijs moet men de inzichten van de evolutietheorie de leerlingen niet onthouden, ook niet aan leerlingen die binnen een Islamitische omgeving leven. Anderzijds, met Susan Neiman denk ik dat men de discussie over het wereldbeeld dat de evolutionaire psychologie oplevert niet uit de weg kan gaan. De evolutie is er ontegensprekelijk sinds de australopithecos afarensis, maar of er geen invloed van de cultuur op de mens en het gedrag is geweest? Nu goed, dan volgt vanzelf een discussie over de vraag hoe heilzaam cultuur en beschaving is geweest, over Rousseau dus, maar die discussie voert men slechts zelden.

Dat dit adstrueren van bijvoorbeeld de evolutietheorie tot spanningen kan leiden, ligt voor de hand. Hoe men dat gesprek moet aangaan, zal geen herhaling zijn van de oefening die de generaties katholieken hebben meegemaakt, want men kon zeggen "Salut en merci", men ging studeren en vertrok. Tal van priesters en kloosterzusters lieten hun roeping verslonzen of gingen ervandoor, wat eerst nog met achterdocht en spot bekeken werd. Het probleem loste zichzelf op, maar vandaag speelt dat alles dus nog nauwelijks een rol.

Ben ik nu voor godsdienstonderwijs? Ik denk, zoals ik aangaf dat een school, een inrichtende macht best daartoe mag besluiten, daartoe een school mag opzetten mits naleving van kwaliteitseisen. Maar waar het om gaat en waar ik Patrick Loobuyck niet geheel kan volgen is dat men jongeren een objectieve benadering van alle mogelijke levensbeschouwingen zou bijbrengen. Het lezen van Oedipoes Rex in retorica heeft me wel veel bijgebracht, net zoals het lezen van "Reünie" of discussies omtrent eugenese.

De oude zekerheden voldoen niet meer, maar men kan jongeren niet zonder grote verhalen opvoeden, al kan een zekere terughoudendheid geen kwaad. Maar dat is een gebeuren in de klas. Mochten een enkeling naderhand alsnog kiezen een roeping voor een leven als priester of kloosterzuster te volgen, dan mag men dat hen toch niet kwalijk nemen. Leven voor een overtuiging is wat jongeren zoeken te beleven. Daarbij is een zekere leiding nodig, maar hoe die zich afspeelt, daar kan men toch niet van buitenaf in abstracto over spreken.

Bart Haers






  

Reacties

Populaire berichten