onderwijs op maat? Uiteraard



Dezer Dagen


Onderwijs inspirerend
waartoe en hoe

Over rousseau als opvoeder
en over authenticiteit schreef Maarten
Doorman een essay: http://kwestievanverwondering.blogspot.be/2012/04/onder-een-beuk-bij-vincennes-kwam-het.html
Moet het onderwijs zich aanpassen voor moslimleerlingen opdat die van de Ramadan geen last zouden hebben, zoals in het Vlaams Parlement werd besproken? Moet het onderwijs zich integraal aan de leerling aanpassen, aan de individuele leerling v/m en wijst men haar/hem daarmee een dienst? Maar als we al een beeld hebben van hoe mensen in hun volwassen leven zouden wezen, dan nog kan men bedenken dat het hoe dan ook anders loopt. Ook over onderwijs op maat gaat het vaak? Hoezo, welke maat? 

Het kind: hoezo onbeschreven?

In het Vlaams parlement wordt veel over onderwijs gesproken, want onze volksvertegenwoordigers hechten er een niet aflatende aandacht aan, maar doet men het goed? De vraag lijkt niet legitiem, want volksvertegenwoordigers moeten met niet aflatende aandacht het onderwijs volgen opdat er niets mis zou gaan en de processen naadloos verlopen. Meer dan regels uitvaardigen lukt dan niet en dat frustreert zo dat de oeverloze regelgeving het zicht op die processen eerder vertroebelt.

In hoeverre kan onderwijs zich aanpassen aan al die kindjes zonder de eigen opdracht helemaal verkruimeld te zien? Moet men zich aanpassen aan een religieuze praktijk als de Ramadan? Nu, de Ramadan heeft geen vaste begindatum maar migreert doorheen het jaar omdat er een andere kalender gehanteerd wordt. Ook Pasen migreert, zij het binnen een seizoen, omdat daar ook een verschuivend fenomeen als basis dient, de maancycli in het (vroege) voorjaar. Voor de Franse revolutionairen was dat een onhoudbaar want niet rationeel systeem, terwijl de rationaliteit voor de kerk boven alle twijfel verheven is. Maar de complexiteit om de paasdatum te berekenen - het valt al bij al wel mee - geeft mensen de kans om de verschillende cycli waarbinnen we leven, van dag over jaar, van maan- en zonnecycli laat zien dat tijd in de beleving meerdere betekenissen kan hebben.

Men kan proberen een onderwijs te ontwerpen dat zonder twijfel de juiste resultaten zal opleveren, maar als men dan nog eens telkens weer ook als aan het kind moet aanpassen, zodat dit zich niet mentaal hoeft te verplaatsen, dan lijkt het allemaal een maat voor niets. Het kind, de jongen dat zo rond 1937 naar het college ging in Eeklo ontdekte een wereld die hem in de polder niet echt bekend was en talen die alleen bij geleerde mensen bekend waren. Heeft de school zich aan G. Haers aangepast? Geenszins, uiteraard, maar hij haalde retorica zoals een kleine schare met hem. Ook aan de universiteit lagen de eisen hoog, zeker bij de examens, waar een mislukking automatisch tweede zit betekende voor alles.

Men heeft op dat vlak wel een en ander bijgestuurd en sommige eisen waren ronduit draconisch, dat kan niet ontkend. Maar tegelijk wist men waarom men naar school ging, kon men ook andere wegen op en wist men dat het leven na gedane studies wel wat in petto kon hebben. Jawel, het was een bisschoppelijk college, maar er kwamen weinig of geen priesters uit die jaargang en ook is me bekend dat de leraren, professoren geheten, niets of weinig ophadden met het nazisme of de strijd tegen het bolsjewisme. Er waren er wel, maar zij kregen voor hun propaganda weinig ruimte. Ik vermeld dit, omdat dit onder meer mijn vader heeft getekend. Wel was de school voor hem een toegang tot een andere wereld dan die in het dorp in de polder. Daar kan men niet genoeg de aandacht op vestigen.

Maar het is aan de vruchten dat men de boom herkent, terwijl men dezer dagen niet goed kan zien wat men wil bereiken. De maakbaarheid van een mens? Enerzijds wel, maar er is iets anders dat dit geheel doorkruist, want we weten dat men iets maar maken kan als men er een idee van heeft hoe dat het iets moet worden en hoe dat eruit zou moeten zien. Robots antropomorf? In de fabrieken staan er robots die in niets op mensen lijken, terwijl we vooral op mensgelijke machines gefixeerd blijken.

Een ander probleem is dat de ideeën wat een wel opgevoed mens moet weten, kennen, kunnen en hoe hij of zich in het sociale verkeer kan functioneren mede met dank aan het postmodernisme niet meer zo vast blijken te staan. De idee dat leerlingen geen trauma's mogen oplopen op school kan nobel klinken, het is niet evident, denk ik dat vol te houden als het betekent dat men zo een jonge mensen gewoon aan hun lot zou overlaten. De leerplicht is een goede zaak, maar het valt op dat men dan vergeet dat onderwijs genieten niet enkel een recht is, zoals de vele verklaringen van de rechten van de mens, de vrouw, het kind stipuleren, maar dat en dan ook moet nadenken hoe men het traject uitstippelt en wat men jongeren moet bijbrengen.

Niet elke jongere heeft een uitgestippeld onderwijsparcours nodig, een enkeling kan zelf op eigen houtje met de hulp en steun van ouders en omgeving heel wat opsteken, zoals mijn heldin - mag het even? - Emilie du Chatelêt, die door haar vader in contact kwam met wiskundigen en andere erudiete heren. In ons onderwijs is eruditie evenwel geen concept meer waar men enig belang aan hecht. Eruditie nastreven kan tot snobisme of preciositeit leiden, maar tegelijk zijn er legio mensen die zonder hogere scholing een hoog niveau bereikt hebben.

Het zijn deze consideraties die mij ertoe brengen bij de actuele debatten over onderwijs toch wel kanttekeningen aan te brengen, want er lijkt iets mis met onze manier van benaderen van wat onderwijs zou kunnen zijn en wat jongeren eraan hebben kunnen. Laten we dan maar ineens afspreken dat het jonge kind om te leren schrijven en rekenen heel wat oefening nodig heeft en ook het lezen onder de knie moet zien te krijgen. Het zijn en blijven basisvaardigheden, die op zich alleen maar elk op zich een technè, vaardigheid zijn, maar om door te dringen in de beschikbare kennis, kan men bezwaarlijk zonder een doelgerichte baisopleiding en leiding, maar ook zal die betrachten - inderdaad - enthousiasmerend -  inspiratie te bezorgen. Helaas is succes niet altijd verzekerd.

Verschillende pedagogische methodes maken brandhout van die benadering, terwijl bij de gedachte dat een jongeling of jongedame alles zelf kan bevroeden en ontdekken, toch wel vragen kan stellen. Maarten Doorman schreef daarover maar heeft geen publiek debat veroorzaakt, terwijl men in de blinde aanbidding voor de Verlichting bij Rousseau toch wel een paar vraagtekens kan plaatsen. Rousseau vond de beschaving en samenleving bronnen van verderf en het zuivere zieltje bedervend. Maar onderwijs staat toch wel in het teken van het leven in de samenleving als individu. Hoe begrijpen we dan de gedachte dat een mens tot autonomie kan opgroeien als deze bij het leren voortdurend op de hielen gezeten wordt met bevelen, geboden en uiteraard verboden? Zeker in het klassieke onderwijs zijn er momenten waarop een leerling, student bewijzen moet het zelf te kunnen en in technische en beroepsgerichte onderwijsrichtingen zal men werkstukken maken die het eigen kunnen aantonen, bevestigen en het leerplezier moeten bevorderen.

Zo een moment is het examen, mevrouw, waarop uw zoon of dochter kan bewijzen zover gekomen te zijn de leerstof zelfstandig te reproduceren of voor de klas het gedicht van Alice Nahon dan wel "Boerke Naas" of "Het spook" voor te dragen. Waarom men argwaan koestert? Omdat men meent dat het uit de tijd is zich dingen in te prenten, uit het hoofd te leren, maar zonder dat dit definitieve kennis mag heten, zijn het wel heipalen in het moeras van onoverzichtelijke kennis, die men vervolgens niet meer zal herkennen naarmate het geheugenpaleis wordt opgebouwd.

Natuurlijk zal menige jongeman of deerne onderweg naar school en in de vrije uren nogal wat straatwijsheid opdoen, maar wil men een wat boeiend leven leiden, vertellen de ouden mij, dan moet men ook de tijd nemen zichzelf te leren bezighouden. Leven met anderen en ook alleen en zelfstandig met de dingen omgaan, is het dat niet wat we moeten leren. En ja, examens vergen veel van zo een bloedjes, maar ze hebben ook een grote waarde in hun leven, als ze zich goed voorbereiden en bij machte blijken de examenvragen goed op te lossen of te beantwoorden. Leren leren? Natuurlijk, maar men moet niet leren om uit te blinken in boekenwijsheid, maar boekenwijsheid kan helpen in het leven eigen wegen te zoeken en te vinden. Het thema van het goede samenleven, waarover Fernando Savater schreef komt in de media zelden expliciet aan bod en al helemaal niet onder de vorm van reflectie over onderwijs.

Er is nog iets dat in het debat steevast over het hoofd gezien wordt, namelijk dat discipline in een mensenleven niet per se negatief hoeft te zijn, terwijl veel onderwijsdeskundigen dit aspect over het hoofd zien. Als je ziet hoe er jongelui zijn die tot 15, 20 uur trainen en dan het dan ook nog eens beire doen op school, dan begrijpt een mens dat het goed invullen van de tijd en het verwerven van doorzettingsvermogen best belang hebben kan. Marli Huijer heeft over discipline in ons bestaan een mooi essay geschreven, waar men in het onderwijsdebat feestelijk aan voorbij is gegaan. En zo kunnen we nog een eind verder gaan.

Tot toegewijde volwassene

Jawel, toen ik jong was, keek niet per se op naar elke volwassene, maar naar een aantal wel, mensen die ergens voor leefden en hun inzet deelden of betrokken bleken bij anderen. Werden we aangemaand kritisch tegenover die oudere generaties te staan, wegens te katholiek, te ouderwets en nog zowat, dan zag ik dat een aantal van hen juist zeer geinteresseerd waren in nieuwe inzichten, technologieën, vernieuwingen in hun beroep ook. Er lag een behoorlijke kloof tussen wat men ons vertelde, de generatie van Mei '68 maar ook dat moet genuanceerd worden, want ook daar klonken de inzichten niet unisono.

Nu zijn jongeren minder kritisch, lijkt het, tegen de generatie van hun ouders terwijl ook dat wel eens een gevolg van zelfbedrog kan zijn, omdat die jongeren vaker dan vroeger inderdaad anders met hun ouders samenleven en vooral ouders minder autoritair geworden zijn, doch ook soms minder zeker van hun inzichten. Soms zit er winst in, maar evengoed kan het de vorming schaden, het is dan ook echt nooit goed, zou men kunnen denken. Toch meen ik dat men de situatie veertig jaar geleden op het niveau van het gezin ook niet al te karikaturaal moet voorstellen. Doch, dit past niet in de schema's die men graag hanteren wil, wat tot gevolg heeft dat men niet altijd van de werkelijkheid vertrekt, maar van ingekleurde beelden. Kritische jongeren zijn er wel, maar ze uiten die anders dan men zegt dat wij zouden gedaan hebben. Maar wie eerlijk is, weet dat velen onder ons, niet iedereen helaas, behoorlijk verwend was en verre van getraumatiseerd door een straffe opvoeding.

Maar wie zijn de volwassenen van vandaag? Zal men ze in een mal stoppen en er een verschraal en schriel prototype van maken, waarvan wij allen klonen zijn? Het onderwijs heeft geen eenvormige mensen voorgebracht, al is niemand gespeend van enig conformisme, al willen we nog zo graag allemaal origineel zijn. Maar levens verschillen, wat we bereiken is altijd weer anders en zo gaat het nu eenmaal, dat sommigen dat wel frustrerend vinden.

Autonomie van het onderwijs

Het onderwijs kan niet bestaan, want er zijn vele onderwijsvormen en zo hoort het dus. Niemand kan beweren dat men leerlingen in het BSO op dezelfde manier kan aanspreken als leerlingen in het ASO, Wiskunde-Grieks bijvoorbeeld. Dat heeft in genen dele iets met discriminatie te maken, maar met inzicht in de verschillende perspectieven waarin leerlingen leven. Uitzonderingen niet te na gesproken zou niemand zonder een handige installateur van centrale verwarming kunnen als de installatie vernieuwd of plots hersteld moet worden en ook andere vaardigheden hebben we nodig, maar dus ook de mensen die ze onder de knie hebben.

Over waarden heeft men het vaak dezer dagen, maar het zijn waarden die zo een beetje in een moderne versie van de geloofsbelijdenis staan, eentje zonder god als het even kan. Maar hoezeer ze meer toebedeeld krijgen dan lippendienst blijft vaak de vraag. Autonoom die waarden inzichtelijk verwerven, vinden we niet meer aan de orde, ze worden urbi et orbi afgekondigd in televisiestudio's zonder veel poeha of verantwoording. Laten we wel wezen, de school heeft ons lang niet alles geleerd, soms wel eens op het foute pad gezet, maar tegelijk, zonder die school, schreef Stefan Zweig was het met hem niets geworden. Die ambguïteit in de benadering zou onderwijsdeskundigen hopelijk op een dag inspireren.

Laat dus de autonomie van leraren herstellen. Centrale examens zijn evenmin rechtvaardig als examens die niet aan criteria voldoen, maar in een school kan de kwaliteit wel afdoende bewaakt worden zonder al te veel bureaucratie. Autonomie van scholen is derhalve ook belangrijk, want teveel centrale leiding schaadt de omgang tussen leraren v/m en de leerlingen, maar ook tussen directies en het korps. Maar ook de buitenwereld kan eens proberen na te denken hoeveel ze nog op de tafel van het onderwijzend korps zullen leggen. Die zijn niet enkel overvraagd, maar vraag tureluurs van de contradictorische eisen die hen toegestuurd worden. Want zo is onderwijs op maat niet mogelijk. 


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten