Ware Vrijheid



Reflectie


Autonomie, Vrijheid
en 't goede leven
Jean-Jacques De Gucht vs Rik Torfs



Het levenseinde blijft voor gedoe
zorgen. Wat is de eed van Hyppocrates
waard dezer dagen? En in de ogen van wie?
De arts, de Patiënt, de overheid?



Naar aanleiding van een aartsbisschoppelijke opmerking is er alweer een nieuwe ronde in het debat over de ware vrijheid begonnen, in de arena van de levensbeëindiging en dat van de scheiding van kerk en staat, de echte lekenstaat. Rik Torfs meent dat de ware vrijheid die benadering niet verdraagt, Jean-Jacques meent net dat we af moeten van het paternalisme van onder meer de Broeders van Liefde, die geen euthanasie bij personen die uitzichtloos psychisch lijden, wil laten toedienen. De ware vrijheid heeft dus meer dan een gezicht.

Het gaat er volgens Jean-Jacques om dat we autonoom mogen en moeten beslissen over ons eigen leven en daar kan niemand op het oog tegen zijn. Maar die autonomie ontwikkelt zich niet op een eiland, maar in een gemeenschap, enfin, samenleving van mensen en het kan geen kwaad over belangrijke zaken van gedachten te wisselen, wetende dat we op het einde er toch alleen voor staan. Maar Jean-Jacques vergist zich als hij meent dat de houding van de Broeders van Liefde alleen door paternalisme ingegeven is. Kan men iemand dwingen het gebod "Gij zult niet doden" terzijde te schuiven? De genadedood moet kunnen in voorkomend geval. Okay, wanneer er nog weinig leven over is, kan men maar beter het levenseinde goed organiseren. Dat heeft vooral te maken met iets dat vooral buiten ons blijkt te liggen, namelijk de verbeterde omstandigheden vanaf de kindertijd en de verbeterde en meer stabiele levensomstandigheden, zodat mensen veel langer jong van lijf en leden blijven. Dat is iets wat ons te beurt is gevallen en waar we geen grote verdienste aan hebben.

Gezond leven, daar hebben we inderdaad wel verdienste aan, in die zin dat we gevarieerd kunnen eten, dat we proberen ook niet overmatig te eten en drinken en dat we kunnen zorgen voor voldoende beweging of sport. Maar vandaag gaat het niet meer om kunnen, om opties, maar om morele plichten. We moeten goed voor onszelf zorgen om de sociale zekerheid niet te belasten en mevrouw Rutten doet er aardig aan mee, aan dat moraliseren. Het is plicht omdat de rede zegt dat we zo moeten leven dat we optimaal in vorm zijn en tot alles in staat. Ook op dit terrein slaat de meritocratie toe. Het heeft voor gevolg dat de indulgentie afneemt tegenover mensen die het allemaal niet kunnen opbrengen. Wat rationeel heet te zijn, past niet altijd in de concrete omstandigheden waar mensen mee te maken hebben.

Lankmoedigheid, waar de heer Torfs wel eens over pleegt na te denken en er zelfs durft voor te pleiten, vormt dezer dagen een zeldzame gave en een uiting van ware vrijheid, want men rekent de andere niet zonder meer af op kleine of grote vergrijpen. Toch vergt lankmoedigheid enige discipline, want men moet zichzelf noch anderen voor schut zetten, door nu eens de hand over het hart te strijken en dan weer keihard uit te halen. Lankmoedigheid opbrengen is finaal een vorm van vrijheid, waarbij men zichzelf de ruimte laat om een andere mens de ruimte te laten om een foutje te begaan, om een eigen invulling te geven aan het leven. In de actuele debatten gaat het nog zelden om lankmoedigheid en zeker als het om de ware vrijheid gaat, die van onszelf, kan er van lankmoedigheid geen sprake zijn, noch van goed overleg dan wel goed vertrouwen.

Waar het op aankomt? Jean-Jacques De Gucht geeft er blijk van dat de vrijheid voor hem alleen een persoonlijke zaak is, waar niemand anders iets mee te maken heeft of zich mag in mengen. Het valt op dat de lezing die Arendt ervan geeft, van het begrip vrijheid, zelden een plaats krijgt. Vrijheid is ook maar meer dan de keuzemogelijkheid, tussen goed en slecht. Vrijheid, schrijven Peeters en De Schutter is sinds de Verlichting te zeer geïnterioriseerd geraakt en beschreven in de context van het intieme leven en derhalve los van de algemene en particuliere omstandigheden. Spinoza blijkt een formule te hebben gevonden om de bepaaldheid, de noodzakelijkheid van de dingen zoals die zijn te hebben verzoend met de idee van vrijheid en verantwoordelijkheid. Het hele probleem van de vrijheid of van de relatie tussen het menselijke handelen en de deterministische gang van zaken in de natuur - waar de mens deel van uitmaakt - kan ook ik niet zomaar uitwerken, maar dat het problematisch blijft over vrijheid en over autonomie te spreken als  niet duidelijk is dat men tegelijk reserves accepteert wat het determinisme betreft.

Autonomie van de persoon is belangrijk, maar autonomie verwerft men niet zomaar en als het niet mag leiden tot willekeur, maar consistent zou moeten zijn, want gebonden aan de Rede, dan kan men wel fluiten naar de illusie vrij te kunnen denken, laat staan handelen. Wordt men autonoom geboren? Nagenoeg alle baby's blijven nog enige tijd in een symbiotische relatie met de moeder verbonden, die geleidelijk de banden zal slaken, als ze zelf die symbiose niet in stand zal houden, wat ook kan. Want zijn er meer complexe wezens dan mensen, wat hun verlangens en verwachtingen betreft?

Ook waardigheid moet elkeen verwerven, al heeft men als persoon van geboorte af aan wel een integriteit die anderen in stand moeten houden, (leren) respecteren. Met Arendt moeten we nog maar eens bedenken dat onze waardigheid iets is dat ontstaat tussen een ik en anderen, in de mate dat iemand tussen mensen wil leven. Vrijheid wordt dan niet beperkt door anderen, maar in het samenleven met anderen ontstaat vrijheid. Moet het nog gezegd dat dit een complex proces is, waar we niet altijd in zullen slagen. De ander is in deze lezing niet de hel, noch een aanslag op autonomie.

De kwestie blijft van belang  omdat we, denkend over het eigen levenseinde misschien wel hopen dat we zelf kunnen beslissen wat er gebeuren moet als het lijden uitzichtloos wordt, terwijl we stil wensen toch ook niet alleen te zullen staan. Bert Keizer beschreef in een mooi boek hoe druk het kan zijn aan het sterfbed, maar aan de ene kant betekent dat blijkbaar dat men er nog toe doet, voor enkelen, voor de omgeving. Aan de andere kant zal lijden ook met meerdere factoren, oorzaken te maken hebben en moet men niet beweren te weten wanneer het ophoudt.

Het is goed dat de wet op euthanasie er is, zeer zeker, maar het blijft ook wenselijk dat we niet zomaar ex cathedra verkondigd horen worden dat men dat besluit alleen moet nemen en dat eens de knoop doorgehakt er geen terug meer is. Waarom zou men over deze aangelegenheid niet met de naasten mogen spreken? Kan men zich de eenzaamheid daarvan indenken. Ik denk bovendien dat de wet op dit vlak geredigeerd is vanuit de gedachte dat iemand de zwaar lijdende persoon zou kunnen beinvloeden, manipuleren. In die zin is de bescherming van de vrije wil van groot belang.

Maar mag men er J.J. Rousseau, ik bedoel De Gucht erop wijzen dat euthanasie in onze (medische) cultuur wellicht de laatste kwestie is, maar dat voordien over wenselijkheid van behandeling kan gesproken worden, moet gesproken worden en dat levenskansen zeer moeilijk in algemene termen te gieten zijn. Bovendien hangt veel af van de aandoening waaraan men lijdt. Wat met mensen die aan dementie lijden? Het is maar omdat mensen zo oud mogen worden, zich soms goed verzorgd hebben dat ze in een situatie komen, waarin dementie een kans krijgt en met de beste wil van de wereld kan men er zich niet tegen verzetten. Moet men hier niet besluiten dat de ultieme wil van een patiënt en de handelingsbekwaamheid met elkaar kunnen botsen?

Graag zou ik het zien gebeuren dat men minder in algemene, performatieve modus uit zou laten en meer de omstandigheden van een betrokken persoon in rekening zal brengen. Want algemene uitspraken kunnen individuen schaden of krenken, ook al wil men dat niet. Hier wordt de vrijheid echter ook wel intiem, geen publieke zaak, maar nog altijd iets tussen mensen. Voor zover ik heb begrepen heeft Arendt de gedachte gehuldigd dat alles wat met het naakte overleven te maken heeft, particulier van aard is, maar dat een publiek debat over het levenseinde ook wel een publiek karakter kan hebben. Wat aan het sterfbed gebeurt is dan ook particulier, maar artsen hebben hun eed en de vigerende wet in het oog te houden en ook wel zoiets als het eigen geweten.

Jean-Jacques De Gucht meent dat zorgcentra van katholieke snit mensen van hun keuzevrijheid beroven omdat in een geval zo een instelling euthanasie in een bepaald geval geweigerd heeft - dat wil zeggen men wilde dat niet laten uitvoeren in het zorgcentrum. Hierover werd een rechtszaak aangespannen, want men heeft duidelijk niet alleen recht op de vraag om euthanasie, maar die moet ook naar eigen inzicht uitgevoerd worden en dus hebben anderen, die voor de uitvoering moeten instaan, dan geen keuzevrijheid meer.  Het leven, monsieur, speelt zich niet af op een eiland dan wel in zeer ideale omstandigheden af, maar gelukkig herinneren sommige denkers dezer dagen zich nog het inzicht van Aristoteles, dat mensen "Zoa politica' zijn. Ook moeten we onderkennen dat de mens niet bestaat, zeker als men het over vrijheid wil hebben, moet men niet beginnen met een ideaaltype "de Mens", maar van elke mens de uniciteit onderkennen. Waar zou anders de waardigheid van een mens gezocht moeten worden.

Over vrijheid kan veel gezegd worden, maar liefst niet zo dat er aan het eind geen individualiteit meer overblijft en dat mensen wel eens aparte wensen kunnen hebben. Voor zover ik de medische cultuur en ook de zorgcultuur kan overzien in de praktijk, dus de zorg die mensen mochten en mogen ontvangen, van artsen en verpleegkundigen, denk ik dat het doorgaans een betrachting is onnodig lijden te voorkomen. Artsen, katholiek of niet, staan dezer dagen meer dan nooit voor moeilijke vragen hoe ze het best hun ambtseed, de eed van Hyppocrates invullen. De behandelingsmogelijkheden lijken eindeloos en soms is een ingreep op hoge leeftijd nog nuttig, ook in termen van toegevoegde kwaliteitsvolle jaren, maar in andere gevallen niet. Daar kan men met algemene uitspraken noch wetten bij. Daar geldt het oordeelsvermogen van de patiënt, de arts en de naasten, ook mensen van de verzorgingsinstelling. Men kan de arts, de naasten en verpleging wantrouwen, uiteraard, maar in de praktijk zijn goede gesprekken mogelijk, maar men moet er de tijd voor nemen. Net dan denk ik ook getuigt het van respect de patiënt m/v bij het gesprek te blijven betrekken, hoe moeilijk dat ook kan zijn. Jawel, dan moeten we niet vluchten voor onze emoties, noch ons erdoor laten overmannen. Vrijheid, denk ik dan in stilte, speelt zich inderdaad af in een ruimte, niet in een intellectueel hygiëne van het algemeen geldende. De wet moet ruimte scheppen om het levenseinde van (terminale) patiënten zo goed mogelijk te laten verlopen en de pijn, het lijden te beperken. Oh ja, de zelfbeschikking? Die vindt toch ook in goed vertrouwen haar weg, al is het verre van eenvoudig.


Bart Haers  

Reacties

Populaire berichten