Recensenten poortwachters literaire patrimonium



Kleinbeeld


Bevlogen recensenten
Boeken en het gebrek aan debat

Toen ik het boek las en na lezing
was ik onder de indruk van de wijze
waarop John Williams een gedachte
te berde bracht: hoever kan
een vorst of regeerder gaan
en een project koesteren van
wereldverbetering, de mensen
verbeteren? Het hele boek, waarvan
ik wel een en ander al goed dacht te
ondersteund vooral die gedachte, maar
in de recensies gaat het om alle
details, terwijl het denken over
macht en het bereik van macht
onbelangrijk bleken.
Hoe spreekt men over boeken? Juist, met omzichtigheid als je ze naar waarde schat, anders hoef je er niets mee aan te vangen. En toch, soms moet een boek echt aan de orde gesteld worden, omdat het iets bijbrengt, dat men nergens vinden kan, of net omdat men het een nieuwe stap in het eigen leren blijkt te zijn en aansluit bij debatten die men probeert te doorgronden. Nu lees ik wel eens romans, maar veel vaker verkeer ik bij filosofen, denkers, mensen die reflecteren. Niet dat ik iets heb tegen de vindingrijkheid van de romancier, hoeft een roman niet per se op waargebeurde feiten te berusten.

Men leze het boek "Orfeo" van Richard Powers en gaat dan eens kijken wat recensenten ervan maakten. Nou, in Vlaanderen viel dat vies tegen. Waarom kan men een zoektocht naar wat er met de muziek gebeurde bij Philip Glass of Steve Reich, want dat is een verhaal van het zoeken naar moderniteit, naar wat we nieuw zouden kunnen, nieuw kunnen beginnen. De goede boekhandel biedt ons het voordeel dergelijke boeken te vinden en er in stilte van te genieten. Ook mag men die uitgeverijen danken die werk brengen dat tegen de haren instrijkt van de gevestigde recensenten. Laat duidelijk zijn dat een boek niet beter wordt omdat bladen en kranten er geen aandacht besteden, de kranten en bladen besteden lang niet altijd aandacht aan de beste werken. Vooral zogenaamde non-fictie krijgt lang niet altijd aandacht en historisch onderzoek bereikt nog zelden het brede publiek. Zonder Patricia Carson tekort te willen doen, maar de publiciteit van Knack voor "the fair face of Flanders" belet tegelijk dat mensen naar nieuwe bevindingen over hetzelfde onderwerp aangereikt krijgen.

Wat telkens weer opvalt dat een mens- en wereldbeeld dat men als het nec plus ultra beschouwt, c.q. de machteloze mens die het eigen lot niet bemeesteren kan en er niet in slaagt iets van het leven te maken, ondanks alles, de voorkeur krijgt op meer humane wereldbeelden. Anderzijds overvalt men ons met boeken over het goede leven, over hoe we gelukkig zouden kunnen worden, maar het geluk is niet een elixir noch eenduidig en beweegt zich niet aan een eenparige versnelling naarmate het leven vordert. Het geluk een stoel geven als het langs mocht komen, betekent al dat we het niet altijd tijdig erkennen, herkennen.

Het moet zijn dat het wereldbeeld van de wetenschap voor sommigen zo zalig makend blijkt, dat ze menen de wetenschappelijke kennis te mogen reduceren tot wat zeker zou zijn en bekend. Over de Chaostheorie, waar Ilya Prigogine veel aandacht aan besteed heeft, spreekt men dezer dagen nog nauwelijks. Over fractalen? Nooit meer van gehoord, toch? Dus ja, een mug in een stukje barnsteen, wat zou men daarover nu kunnen vertellen. Hallo? Associaties maken een verhaal vaak net iets levendiger dan het nauwkeurig omschrijven van een proces. Men kan woorden een andere lading kan geven.

Waar ik mee worstel, dezer dagen, blijft de vraag waarom men van boeken niets meer lijkt te verwachten, behalve de bevestiging van de eigen inzichten. Toen ik Camus begon te herlezen, tien, vijftien jaar na de eerste ontmoetingen, u weet wel, La Peste, La Chute, L'étranger, kwam ik wel zover dat ik de zoekende toon goed begreep, wat eerder niet het geval was gebleken. Ook al kiest Camus vaak een autoritaire, alwetende verteller, toch blijkt dat hij vaak mogelijkheden naast elkaar plaatst om te zien wat het betekent mens te zijn, soms zelfs een goed mens.

Literaire kritiek is verschrompeld tot een meningetje, waarbij men onbenoemd laat wat men als recensent zelf denkt. In de afspraak kon men  Alicja Gescinska horen vertellen over Paus Johannes-Paulus II en dat bleek niet geheel geaccepteerd te worden, dat de man voor hij paus werd een verdienstelijk en zelfs belangwekkend filosoof had kunnen zijn. Wat van belang was? Een pas opgedoken - ? - bericht over een innige vriendschap van de paus en een Amerikaans-Poolse filosofe. Wat een ellende, maar vooral lekker smeuiig. Ook Franciscus zou niet ongevoelig zijn voor de aandacht van verstandige dames, maar dat is dan ook een Jezuïet. Ook op de radio had ik de indruk dat spreken over Leszek Kolakowski niet echt op belangstelling kon rekenen, of Max Scheler, die een eigen, vergeten inbreng heeft gehad. Te betreuren valt, denk ik, dat vooral journalisten nogal uitgaan van vaste canons, Sartre verkiezen boven Camus bijvoorbeeld, waarmee ze de wereld te lijf gaan, preterende  open van geest te wezen. Ook recensenten zouden van tijd tot tijd in de spiegel moeten kijken, leren kijken zelfs.

Nu kan eenieder mij voor de voeten werpen dat men hier, op deze blog,  weinig vindt over Tom Lanoye of Herman Koch, dat klopt, maar het zijn juiste de herauten van deze auteurs die me ervan hebben weerhouden hun werk echt te verkennen. Bij het oeuvre van Harry Mulisch is dat heel sprekend: ik las De Aanslag en vond het een mooie roman, maar ik kon er niet echt mee uit de voeten. De roman "De ontdekking van de hemel" heeft me nagenoeg onmiddellijk voor zich ingenomen. Ook de novelle "De procedure" kon mij aanspreken, maar ik merkte dat men - een aantal recensenten de (belachelijke) eruditie van de auteur te kijk mochten en zouden zetten, terwijl ik maar weinig romans ken die een voor mij zo cruciale tijd, de naoorlogse periode scherp in beeld bracht. Merkwaardig is dat we voor nagenoeg elk tijdsgewricht al dan niet valabele etiketjes hebben bedacht, zoals de klassieke oudheid, de duistere Middeleeuwen, de Nieuwe tijden, maar voor wat er na 1945 gebeurde geen enkele term hebben gevonden dan precies, naoorlogs, terwijl het toch wel de moeite zou lonen die periode zelf zo te belichten en te zien of een aantal termen niet van toepassing kunnen zijn: gewapende vrede, bipolaire politiek, dekolonisatie maar ook, voor Europa en de VS, Canada, Australië zou men kunnen spreken van hoogtepunten van democratisering en cultuur.

Recensenten, heb k geleerd sinds ik van lezen ben gaan houden, hebben het recht zich niet te hoeven verantwoorden, maar men mag die berichten over romans dan ook geen literaire kritiek meer noemen. Soms blijken ze het besproken, onderzochte werk nauwelijks gelezen te hebben. Gelukkig leerde ik al vroeg hoe de vork aan de steel zat. De roman "De naam van de Roos" van Umberto Eco las ik net voor de hype losbarstte en ik vond het als student in de knop, mediëvist in hope een mooie introductie tot het middeleeuwse wereldbeeld, maar waar de recensenten zich focussen op de thriller, die goed geschreven was, kon men er ook een parabel in lezen van hoe wij met onze kennis omgaan, zowel de boekenkennis als de ervaring via de media verworven als, de eigen, persoonlijke ervaring. De roman, leerde ik toen, verplicht een mens tot een oordeel te komen, maar ook dat het bezwaarlijk goed kan heten te vlug tot conclusies te komen.

Ergerlijker nog was de receptie van het historische onderzoek van Emmanuel Leroy Ladurie, Montaillou, waarin hij antropologisch onderzoek verrichtte naar het leven in de Midi-Pyrénées in de vroege veertiende eeuw. Verre van een thriller was het vooral een minutieus uittekenen van de samenleving aan de hand van een procesdossier over ketterij in de regio, een verrassend hardnekkig doorlevend afwijzen van het katharendom, eerder dan van het katharisme. Ik vind nog altijd dat men zo de werkzaamheden van de historicus, c.q. Emmanuel Leroy Ladurie tekort heeft gedaan.

Waarom zou ik zo opwinden over recensies? Omdat ook de recensent eerlijk moet wezen, tegenover de auteur, tegenover het werk en minstens evenzeer tegenover de lezer van de recensie en eventueel, liefst van het boek zelf. De mythe van de recensent als de poortwachter die deuren opent? Wie de betere boekhandel bezoekt weet dat het tegendeel het geval is. En ook openbare bibliotheken hebben een taak, maar dat is een andere hoofdstuk. Wel moeten we vaststellen dat media en het netwerk van openbare bibliotheken de dynamiek versterken waarbij een beperkte aandacht aan het literaire landschap en het literaire en publieke debat via essays en reflectie ertoe leidt dat slechts een beperkt aantal auteurs en werken onder onze aandacht gebracht worden. Wat succesvol is, blijkt gelukkig niet altijd door die kanalen bepaald, maar toch, voor het publieke debat blijkt dat vaak irrelevant. Tomas Sedlacek? Iemand? Niemand? Juist, de auteur die ooit met Vaclav Havel samenwerkte en onderzoek verrichtte naar de betekenis van economisch handelen, naar de betekenis van economische studies. Toch bestond een recensent het dat boek "Economie van goed en kwaad" af te doen als slordig. Maar de uitgangspunten van Sedlacek kon de recensent zo feestelijk negeren en het debat in de kiem smeren, of zou dit nu een vorm van complotdenken wezen.

Bart Haers



Reacties

Populaire berichten