Er is toch Duitse literatuur




Dezer Dagen



Duitsland, oh Duitsland
Boekenweek over meer dan literatuur



Weimar? een bibliotheek, de Weimarer Klassik,
maar ook Buchenwald, om Henry Van de Velde
niet te vergeten, de Belgische architect van
nieuwe vormen. 
De aandacht voor de Duitse letteren dezer dagen is hartverwarmend en toch ook wel verwarrend, want hoe zou men kunnen uitleggen waarom men jaren niet naar de literaire productie in Duitsland heeft omgekeken. Het klopt overigens niet, want auteurs als Heinrich Böll, Bertold Brecht en Günther Grass maar ook oudere namen als Thomas en Heinrich Mann, Hermann Hesse en Duitstalige letteren uit het voormalige Habsburgse rijk bleven altijd wel om aandacht vragen, met af en toe ook nog eens een heraut die ons kond deed dat Franz Kafka, Joseph Roth en Stefan Zweig onze aandacht waard zijn. Auteurs als Hans Fallada en Siegfried Lenz werden herontdekt, waarbij ook andere mooie exemplaren door uitgevers aan de orde werden gesteld. Rudiger Safranski, Peter Sloterdijk maar ook Eugen Ruge, Timur Vermes hebben velen onder ons bereikt, maar in de brede media kwam er weinig van aan de orde.

Laten we ons geen illusies maken, Duitsland en de Duitse cultuur waren lange jaren controversieel en pas nadat men er doordrongen van raakte dat die cultuur, dat burgers hun omgang met het verleden op een nieuwe leest wisten te schoeien, die van schuldbewustzijn enerzijds en het geloof in de eigen vernieuwingskracht anderzijds, kortom, een Vergangenheitsbewältigung  daadwerkelijk vorm kreeg met daarbij inbegrepen de scherp gevoerde discussie die als de Historikerstreit onder onze aandacht kwam, kon men opnieuw over Duitse cultuur spreken en het land accepteren als een Europese staat, die nu zelfs de Europese grootmacht is geworden, waar iedereen naar (op)kijkt.

Het Europa dat we kennen is niet denkbaar zonder de Westbindung, waarbij men vooral refereert aan de gedachte die voor WO I veel aanhangers bij de elite kende, dat Duitsland een uitverkoren natie zou geweest zijn. Dat Duitsland relatief laat een staatkundige eenheid kon worden, mag ons nooit ontgaan, evenmin als de vaststelling dat voor WO I de hegemonie van het Frans als wereldtaal - vooral een Belgische illusie - vooral vanuit het Oosten belaagd werd, terwijl ook het Engels opgang maakte, gewoon omdat het UK toen de leidende natie was en later de VSA op vele vlakken de leidende natie zou worden. Maar Duitsland was een cultuurland en de Duitse literatuur was geografisch veel meer uitgebreid dan alleen Oostenrijk-Hongarije en Duitsland. Tegelijk werd aan die Duitse alomtegenwoordigheid in Centraal-Europa geknabbeld door allerlei nationalistische bewegingen.

Opvallend is dat de Joodse aanwezigheid van Worms tot Tallinn, van Odessa tot Hamburg vooral buiten Duitsland het belang van de Duitse cultuur en taal hebben ondersteund, waarbij zij, vanuit hun meertaligheid de Duitse cultuur ook bleven introduceren in andere gemeenschappen. Dat in Praag de Tsjechen hun nationale school vorm gaven en de joodse bevolking mee de Duitse aanwezig bevestigde, moet in het licht van de Endlösung echt wel als een cynische speling van het lot gelden.

Het moet gezegd, via de letteren kan men veel vernemen, maar toch, om de stemming in een land te meten, zijn er ook wel meer toegangen nodig. Toch kan men bezwaarlijk geweren dat er bijvoorbeeld goede historische werken en getuigenissen werden geschreven.  Hoe Duitsland evolueerde van de nadagen van de verdragen van Westfalen tot de hereniging van de twee Duitslanden in 1990, het blijft voor Europa een bijzonder deel van de geschiedenis, zoals overigens ook de geschiedenis van andere delen van Europa, het UK, Spanje en Frankrijk, de Lage Landen, maar ook Polen en Scandinavië hebben hun belang. De Balkan? Waarom zou men het veronachtzamen? Maar het blijft zo dat we sinds 1945 in Europa, België, Nederland maar ook Frankrijk naar Duitsland keken met een zeer grote argwaan. Waar aan de vooravond van WO I de verwondering en bewondering voor Duitsland en de Duitse cultuur hoogtij vierde en men over Goethe, Bach en Wagner sprak, over de technologische prestaties ook, ontstond eerst na WO in België een zekere afstand, die na WO II uiteraard alleen versterkt werd. De plaats van het Duits in het Middelbaar onderwijs, zowel de klassieke humaniora als de handelsopleidingen, om nog van technische vorming te zwijgen, die ooit groot was,  zal die aan het Engels verliezen.

Als de boekenweek ons iets zou kunnen leren dan is het dat Duitse auteurs, van vroeger en nu, hun eigen onvervangbare relaas van de dingen hebben gebracht. Beginnen we bij de vertellers die ons het Volksboek van Faust geleverd hebben, maar ook - ouder nog - de verhalenkransen rond Widukind, maar ook de Siegfriedlegendes, dan is dat in onze cultuur blijven hangen. Hier gingen hoge en lage cultuur  samen in wat wij ervan afweten. Het feit dat vanaf Keizer Augustus wat later Duitsland werd in de Romeinse en later Westerse cultuur werd betrokken en bij de christianisatie van Europa na de Romeinse tijd en de stedelijke cultuur vlugger heeft opgevat, onder meer door de wijze waarop aan het einde van de Romeinse tijd de Romeinse exploitatievormen overgenomen hebben, niet zomaar vernietigd. Men zal toch wel eens meer aandacht moeten opbrengen voor de vele facetten van de Europese geschiedenis, waarbij we aan de particuliere articulaties niet zomaar voorbij gaan.

Van belang is, als we de recente geschiedenis van Duitsland zien, de politiek sinds 1949 begrijpen, de Westbindung dus, maar ook het Wirtschaftswunder dat Duitsland de kwalen van de Wilhelmitische tijd heeft onder ogen gezien, namelijk dat burgers zich in principe niet inlieten met de politieke vraagstukken. Natuurlijk waren er de Burschenschaften, die in de negentiende eeuw een soort conventie onderschreven, waarin nationalisme en trouw aan de keizer centraal stonden. "Der Untertan", geschreven door Heinrich Mann gaf er uiting aan. Wil nu het geval dat Heinrich én Thomas Mann enige tijd aan een nationalistisch tijdschrift hebben meegewerkt. Maar niet alle studentenverenigingen waren trouw aan Keizer en vaderland.

Het blijft wonderlijk dat de bladen naar aanleiding van de boekenweek die aan Duitsland en de literaire cultuur in de Duitse wereld is opgehangen, zo weinig diversiteit laten zien in de presentatie. Waar is Ernst Junger te bespeuren, Siegfried Lenz, maar ook de filosofen maken geen deel uit van het verhaal, terwijl die in Duitsland een groter bereik lijken te hebben dan bijvoorbeeld bij ons in Vlaanderen. Karl Jaspers? Hannah Arendt, Rudiger Safranski of Adorno, zij zijn bekend bij een schare aandachtige lezers, maar zij hebben in de naoorlogse jaren hun invloed gehad. Zo een boekenweek als ontdekkingsreis in een bijzondere literatuur, het is wel mooi en aanbevelenswaardig, maar het blijft wel sneu dat men dan in wezen het verhaal amputeert. Heinrich Heine? Of nog een fenomeen, waarbij toondichters het lied van Mignon op muziek zetten, maar ook veel andere muziek ontstond die met literatuur verweven is.

Ik wil niet zeuren over de boekenweek, want het laat toe toch weer over literatuur te spreken, maar er is vaak een overkill rond enkele titels en weinig aandacht voor wat buiten de aandacht van de bladen valt. Neutraal Moresnet, die vierkante km die omwille van een zinkmijn buiten de staatsvorming van Wenen bleef, kan inderdaad best interessant zijn, finaal is het minder dan voetnoot. Zou men dan niet over Anna Seghers schrijven, onder meer "het Zevende Kruis",waarin zij een heldhaftige ontsnapping uit een Nazi-kamp beschrijft? In wezen geldt ook voor Timur Vermes dat zijn "Er ist wieder da" niet echt voer voor discussie  mocht worden... over de media kon worden: een  televisiezender maakt hem, de man die plots ontwaakt en Hitler lijkt dan wel blijkt te zijn, groot en zo laat Vermes zien hoe zwak een democratie kan worden als kijkcijfers het enige aandachtspunt van mediaconcerns zijn.

Als je een cataloog zou willen samenstellen van te lezen boeken uit Duitsland en de Duitstalige wereld, dan merkt men pas hoe divers het beeld wordt en verscheiden de werken, de titels wel niet zijn. Zou er sprake zijn van minder modegevoeligheid in de Duitse republiek der Letteren, dan betekent het ook dat er naar ieders meug wel iets te vinden is.

Sociaal, economisch, politiek, lijkt Duitsland ver van ons te staan, als we afgaan op de wijze waarop de Duitse politiek verslaan wordt. Maar ook literair en artistiek, ziet men dat er een kloof ligt tussen onze culturele sfeer en de Duitse, al zijn er wel Vlamingen en Nederlanders zeer goed ontvangen in Essen, Hamburg of München. Maar er is vooralsnog geen sprake van echte interactie en lijken er maar weinig schrijvers ten onzent echt met Duitsland bezig zijn, zoals ze ook nauwelijks om Frankrijk geven - Geert van Istendael is dan de eeuwige kenner van Duitse kunst, Kultur, politiek en economie. Grunberg deed een poging met "de Joodse Messias" over Hilsenrath en diens "De nazi en de kapper" na te denken over deze vorm van identiteitsdiefstal na te denken, maar overtuigend werkte het niet.

De Duitse letteren hebben hun betekenis op de Europese Parnassus, maar het feestgedruis dezer dagen laat onverlet dat bepaalde facetten weinig aan de orde komen. Eugen Ruge? "Bij afnemend Licht" vond ik een mooi werk, de herontdekking van Fallada was zeer welgekomen maar aan het einde van de dag stelt men vast dat uitgeverijen die zich met Duitsland inlaten en met de Duitse cultuur, geschiedenis nogal afwezig blijven, doch men wil graag graantjes meepikken, want commercieel loont dat wel. Van vochtige streken gesproken.



Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten