geloofwaardige journalistiek



Kritiek



Waarheidsvinding & media
Onzekerheidsprincipe van Heisenberg



Mag men een foto van een man plaatsen,
wiens verleden onder de Nazi's onduidelijk
was? Zijn verdiensten als wetenschapper
mag men best in herinnering brengen. 
Toen studeerde uw dienaar geschiedenis aan de universiteit Gent en werd hij zich bewust van het feit dat de ontwikkelingen in de wetenschappen in het historisch onderzoek slechts beperkt aan de orde kwamen. Terwijl Historici als Henri Pirenne wel degelijk begrepen hadden dat technologische innovaties de samenleving zeer konden beinvloeden en Chris Vandenbroecke de innovaties in de landbouw aan het einde van de zeventiende en tijdens de achttiende eeuw als motor zag van de demografische groei en de welvaartssprong in de Zuidelijke Nederlanden, kwam er in wezen in de grote inleidingen tot de geschiedenis van de onderscheiden periodes, oudheid, middeleeuwen, Nieuwe Tijden en Nieuwste tijden niet echt iets aan de orde dat als een basis voor onderzoek zou kunnen dienen. Neem de geneeskunde, of beter nog, de verloskunde als element in de ontwikkelingen van de negentiende eeuw: wanneer vroedvrouwen en artsen leren dat ze hun handen goed moeten wassen, zal de neonatale sterfte, maar ook de kraamkoorts sterk afnemen. Men wijst graag op het ontstaan van grote gezinnen aan het einde van de negentiende eeuw, maar dat vrouwen wellicht slechts even vaak zwanger werden dan hun grootmoeders, was de kans op overleven van de kinderen groter. Dat die kindervreugd voor problemen kon zorgen, dat de beschikbare inkomsten niet of niet navenant groeiden, zorgde voor armoede. Enfin, er is veel om over na te denken en bronnen te raadplegen. Feit is dat in Vlaanderen, het oude graafschap binnen de Oostenrijkse Nederlanden de bevolkingsaangroei spectaculair mag heten, toch werd dit zelden gelinkt aan allerlei evoluties die samen de toestand voortbrachten, waaraan men later, wellicht ten onrechte ideologische conclusies aan verbonden heeft, zoals de florerende huisnijverheid. Het concept van geboorteplanning, of beter nog verantwoord ouderschap, kwam er ook vrij snel, maar er bestond al, onder vrouwen uit hogere kringen een reflex om de zwangerschappen niet al te veel plaats te geven. Angst voor kraamkoorts en andere verwikkelingen speelden een rol, maar de liefde voor het goede leven wellicht ook.

Deze invalshoek verdiende enige uitwerking, omdat duidelijk is dat ook voor historici bepaalde aspecten van de werkelijkheid niet gemakkelijk in rekening te brengen zijn. Wie geschiedenis zegt, komt vaak uit bij veldslagen of bij interne repressie van opstanden, van Frondes of steden die belastingen weigeren op te brengen. Het verhaal van de Godsdienstoorlogen en de Dertigjarige Oorlog blijft ook stilaan in de reserves zitten van het historisch geheugen, terwijl die ontwikkelingen toch wel hun belang hadden voor de geschiedenis van Europa. Edoch, we zijn het zo gewoon geworden dat geschiedschrijving of over grote ontwikkelingen gaat, waarbij de details vaak hinderlijk blijken opdat we tot een consistent beeld van dat verleden komen. Misschien is het een indruk, die aan de overkill omtrent WO I en Napoleon overhoudt, maar men lijkt zich niet of nauwelijks meer te lenen tot grotere overzichten van een periode. Historici dezer dagen menen dat het schrijven van een synthese onmogelijk is geworden maar ook dat die vaak schatplichtig zijn aan de bestaande machten. Men komt dan uit bij meer lokale onderwerpen of bij geisoleerde feiten.

Het komt me voor dat er nog iets meespeelt, namelijk dat voor vele intellectuelen dezer dagen de geschiedenis zelden hun denkbeelden onderbouwen kan en dat men dus maar beter  met capita selecta aan de slag kan. Voor wat de Franse historiografie aangaat, kan men zien dat het een eeuw vroeg om de welhaast officiële geschiedschrijving, onder invloed van Ernest Lavisse, ernstig in vraag kon gesteld worden. Ook al omdat de school van de Annales dit omzeilde door zich met andere facetten, structurele elementen in te laten. Tegelijk blijkt Pierre Nora met zijn benadering ook de officiële geschiedschrijving te hebben willen omzeilen, ondergraven. Frank Ferrand en Jean-Christophe Petitfils gingen dan weer met de bekende verhalen aan de slag en ondergroeven tegelijk de visie van Lavisse, die als sacrosanct gold, waaraan oudere auteurs, als Max Gallo schatplichtig blijken, maar ook nemen ze nieuwe inzichten uit de school van de Annales mee, zoals het werk van Braudel over de ontwikkeling van de economie in het Zuiden of Leroy Ladurie, die via microgeschiedenis de weerslag van grote evoluties en de "officiële" geschiedenis onderzocht. "Montaillou" dat als bestseller gebracht werd, is vooral belangrijk omdat het zowel antropologische inzichten bracht als de feitelijke onmogelijkheid liet zien via kruistochten een cultuur te wijzigen.

U zal zich afvragen wat dit met waarheidsvinding in de media te maken heeft, maar een eerste punt kan luiden: men interesseert zich nog slechts mondjesmaat voor geschiedschrijving en dan nog alleen maar in functie van de herinneringsindustrie. Niet-historici zijn dan interessanter dan vakmensen. Een tweede vaststelling kan men ook moeilijk uit de weg gaan: geschiedschrijving is hinderlijk. Ik ben het zelden eens met een journalist als Marc Reynebeau, maar als die schrijft dat een Vlaamse Grondwet redigeren op grond van de waarden die de Verlichting zou hebben voortgebracht, dan is dat inderdaad een verloren zaak. Omdat de verlichting in wezen geen beweging was die vooraf was opgezet vanuit een centraal consistorie, maar het werk was van mensen die hun eigen wegen gingen. d'Holbach, Diderot, Voltaire, Rousseau? Juist, voor velen is dat de Franse Verlichting, maar wat met von Humboldt, Alexander? Of waar plaatsen we Herder? En dan waren er nog de Schotten. Toch is de kritiek van Reynebeau daar niet op gericht, want in wezen waren de critici van het bestel, op een Saint-Simon na allicht toch ook maar bourgeois die verder niet veel wijzigden aan de productiesystemen. Mijn kritiek ten aanzien van de aanname dat men aan de Verlichting een aantal cruciale waarden en inzichten kan ontlenen, betreft het feit dat als we die evolutie goed bekijken en als een Europees, zelfs transatlantisch project zien zonder leiding, waar ook Thomas Jefferson en John Adams het hunne bijdroegen. Juist, dan heb je utilitarisme van John Stuart Mill, dat zich echter evenmin als het denken van Adam Smith laat samenvatten.

Toch denk ik dat Geert Bourgeois net dat wel weet en als hij zich laat inspireren door de waarden van de Verlichting, dan gaat het over het vermogen bestaande inzichten kritisch te bejegenen. Want de ingesteldheid van de denkers in de achttiende eeuw was dat men niet verder kon leven met de gedachte dat alles vast zou liggen. De waarde van de Verlichting is het vermogen tot zelfcorrectie en zelfkritiek. Een goede grondwet zou dus altijd de gedachte in zich moeten dragen dat de overheid niet moet proberen de verhoudingen vast te leggen, of dat mensen alleen door hun sociaaleconomische positie bepaald worden. Het debat over de preambule van de Amerikaanse grondwet krijgen we dezer dagen nog nauwelijks mee, al zou het ons ervoor kunnen behoeden revoluties dezer dagen in het stramien van de Franse Revolutie te zien, tot en met de gedachte dat een revolutie haar eigen kinderen opvreet.

In de brede media zal men daarom meer aan waarheidsvinding moeten doen, in plaats van in columns en opiniebijdragen voortdurend op dezelfde nagels te slaan: religie is ongezond en kan zelfs dodelijk zijn; wetenschappelijke inzichten zijn de enige bakens; sciëntisme moet ons behoeden voor illusies. Maarten Boudry meent - zoals zijn voorgangers uit de negentiende eeuw, Auguste Comte en diens school, dat religie ons in het verderf zou storten.

Dat kan altijd, laat dat duidelijk wezen, zeker als men aanneemt dat men de goddelijke wet zonder meer moet volgen en al helemaal moet volgen. Het is een originalistische benadering, waarbij men voorbijgaat aan 20 eeuwen exegese, verklaringen, onderzoek en kritiek. Peter Sloterdijk begint zijn essay "De verschrikkelijke kinderen van de Nieuwe Tijd" met een lezing van Augustinus, die een Jansenist niet onwelgevallig zou zijn geweest. Om het probleem van de moderniteit te schetsen, vertrekt Sloterdijk vanuit de vaststelling dat de idee van de erfzonde in de nieuwe tijd niet terzijde is geschoven, maar gewoon hertaald is geworden. Maar zelfs al stem ik in met die visie van Sloterdijk over de erfzonde bij Augustinus, het belet me niet ook de visie van Hannah Arendt in gedachten te houden, waar die het heeft over het Liefdesbegrip bij Augustinus, wat zij dan verwerkte tot een seculiere notie: Amor Mundi.

Een filosoof mag natuurlijk eigen stokpaardjes bereiden, zoals Michel Foucault, die op zoek ging naar de werking van het gezag en autoriteit in onze taal, in de wijze waarop orde handhaven in de samenleving en dus de lof aan het wantrouwen uitschreef. Dat wantrouwen zal hij aan het einde van zijn werkzame leven verbinden aan de noodzaak zich tot Parresia te bepalen: wie kritiek uitbrengt en daarbij risico's loopt voor lijf en leden, zal daar bijzondere verdienste aan hebben. Het komt mij voor dat deze lessenreeks in het Collège de France voortgekomen is uit de vaststelling dat men uit zijn eerdere bevindingen de les had getrokken dat de overheid en de autoriteiten - op alle terreinen - niet deugen. Foucault stelt namelijk in zijn lezingen vast dat tot in de derde, vierde eeuw na christus, er een vorm van kritiek leefde in de Griekse steden die zich aan Diogenes van Sinope. Maar hun streven ging vaak verder dan wat we aan de hondse filosoof ontlenen, omdat ze zich gingen inlaten met levenskunst, zoals de leerlingen van de Stoa.

Dezer dagen krijgen we via de media vooral evidence based lessen in goed leven, maar niet per se in levenskunst. In wezen slagen journalisten noch redacties erin de bevindingen van academici over bijvoorbeeld gezonde voeding/levensstijl te koppelen aan goed leven. Net zo wil men maar niet onderkennen dat mensen die minder geluk hadden in het leven, toch gelukkig kunnen zijn met wat het bestaan te bieden heeft, zij het met beperkingen. Men zal begrijpen dat ik niet de mening ben toegedaan dat men elk lijden kan voorkomen en dat elk lijden een zeker welbevinden zal uitsluiten. Meer nog, het blijft opvallend dat in de plenaire vergadering van het Vlaams parlement soms stellingen worden aangenomen, zonder dat die ook maar enigszins getoetst werden. Mathias De Clercq, die staat te fulmineren tegen een banner op de bussen van de lijn. Mensen worden bevraagd over hun zwangerschap. Juist, de opzet mensen af te brengen van abortus. Daar wringt het schoentje, wie gelooft in de vrije meningsuiting moet ook onwelgevallige inzichten een kans geven. En kan de heer M. De Clercq, man zijnde, begrijpen dat vrouwen, ook al kiezen ze voor abortus omdat ze een zwangerschap niet aankunnen en nog minder het moederschap, op dat ogenblik in hun leven, er achteraf toch onder lijden. De babyboom in de familie laat mij een aantal jonge dames zien die volop genieten van hun moederschap en er de lastige kantjes bijnemen. Maar deze moedertjes zijn geen stof voor de kranten.

Kan u mij daarmee als een tegenstander van de wet over abortus wegzetten? Geenszins, maar ik denk dat men - als men zich op het menselijke en de condition humaine zegt te baseren - niet voorbij kan aan de betekenis van het emotionele leven van mensen. Stelt men vroeg in de zwangerschap vast dat een vrucht een aantal gebreken vertoont en meent men voldoende zeker te zijn dat het kindje onmenselijk zal lijden, dan kan men de keuze voor abortus begrijpen. Het blijft evenwel een moeilijke keuze en soms kan men niet tijdig afwijkingen diagnosticeren, zal men dan als buitenstaander die ouders, die moeder die niet tijdig abortus verkoos, met de vinger wijzen?

Zuhal Demir stelde in een gesprek over haar reis langs de vluchtelingenroute hoe ze met die mensen te doen had. Toen zegde ze ook dat ze als politica niet door haar emoties geleid kon worden. Het goede doen, zou niet sporen met wat haar emoties haar dicteren? Het is een inzicht dat de afgelopen decennia sterker is geworden, dat politieke besluitvorming niet onder invloed mag staan van emoties, behalve dan verontwaardiging of thymos. In de media ziet men journalisten en hoofdredacteuren die de dagelijkse commentaar schrijven dit inzicht telkens weer versterken: beleid moet objectief, waardenvrij en evidence based tot stand te komen. Maar uit de problemen rond fraude en onfrisse praktijken in de sociale wetenschappen, ook in de pedagogie, merkt men dan weer dat de bewijsvoering voor inzichten omtrent het goede onderwijs, niet zo goed onderbouwd is en toch ziet men dat de brede media, ook kwaliteitskranten niet altijd bij machte zijn  kritisch die inzichten te onderzoeken. Men kiest dan voor een benadering: de onderwijshervormingen moeten doorgaan, omdat men er de blinde vlekken niet van ziet.

Ook inzake gezondheidszorg speelt dit mee, denk ik, zeker inzake geestelijke gezondheidszorg, waar men in de media zelden een confrontatie ziet tussen verschillende benaderingen. Evidence based? Natuurlijk, maar als men de casuïstiek uitsluit als goede praktijk, komen alleen de protocollaire benaderingen aan de orde, ook als die voor concrete patiënten niet afdoende werken. Trudy Dehue is kritisch voor de industrie, big Pharma, die voortdurend probeert het gebruik van Retalin, Relatine, uit te breiden met het oog op het uitbreiden van de markt. De overheid krijgt daarbij advies van mensen die op het oog "clean" werken, maar toch met verschillende petjes door het leven gaan en zowel onderzoek van de industrie steunen als de overheid van advies dienen. Voor de media blijkt het moeilijke die dubbele loyauteit te achterhalen. Doet men dat wel, dan schreeuwt men moord en brand.

Het onzekerheidsprincipe dat Werner Heisenberg in 1927 beschreef is werkzaam in de natuurkunde, kwantumfysica en legt uit dat voor bepaalde waarnemingen van deeltjes twee grootheden niet tegelijk waargenomen kunnen worden. Bij licht geldt dat men niet tegelijk de gofllengte van het licht als de positie van deeltjes te beschrijven vallen. Op zich kan men met dit principe in de wereld van mensen weinig aanvangen, want daar gelden andere wetten. Maar toch, hoe langer meer stel ik vast dat we bij het beoordelen situaties vaak niet bij machte zijn tegelijk de ideale situatie kunnen vooropstellen en de redenen overzien waarom de werkelijkheid niet of onvoldoende aan die werkelijkheid beantwoordt. Men zegt dat er in onze samenleving geen armoede zou mogen zijn, maar tegelijk kan men uiteraard niet naar elk van die personen die binnen de 15 % armen vallen gaan bekijken. Dat is logisch en dus zal men allerlei factoren als oorzaken voorstellen, zonder dat men kan aangeven of die altijd van toepassing zijn. Bovendien kan men niet vanuit de kantoren waar men de armoede bestudeert aangeven hoe men op het terrein mensen kan bijstaan. Opvallend is bijvoorbeeld dat daklozen door de vigerende wetgevingen vaak niet geholpen kunnen worden omdat die altijd uitgaan van het feit dat elkeen ingeschreven is op een vast adres. Daklozen hebben uiteraard geen vast adres en vallen dus vanzelfsprekend buiten het bereik van de voorzieningen. Welnu, ik merk zelden dat journalisten, die persberichten van armoedeorganisaties die aanpak mee onder de aandacht brengen.

Journalisten menen dat men een consistent beeld van de werkelijkheid moet brengen, maar het kan leerrijk zijn precies aan te geven waar de voorgestelde stand van zaken en werkelijkheid van elkaar afwijken. Subsidies verlenen om de armoede te bestrijden door onderzoek te verrichten, dat op het terrein niet altijd spoort met de ervaringen die de hulpverleners zelf onder ogen zien en proberen zo goed als mogelijk te overzien, het blijft een pijnlijk manco.

Waar de media nog het sterkst tekort schieten en blijk geven van een  blinde vlek, daar is het waar men voortdurend mensen aanspreekt op hun tekort schieten: moedertjes weten niet hoe ze hun bloedjes moeten verzorgen? Zijn er soms problemen? Ja, maar schiet elke moeder tekort? Hoogstwaarschijnlijk niet, alleen kan men daarmee het zout op de patatten niet verdienen. Auto rijden? Schiet iedereen tekort, altijd tekort? Juist niet, anders zou het aantal ongevallen ontiegelijk veel hoger uitvallen. Kortom, ik denk dat het nodig is, meen dat we moeten ophouden aannemelijk te maken dat werkelijkheden eenduidig zijn. Oh ja, de hoogste veertig % inkomens in Vlaanderen zal waarschijnlijk gezonder leven, dan de onderste zestig, maar is dat ook bewijsbaar? Onderzoeken naar voedingsgewoonten? Natuurlijk, maar hoe betrouwbaar zijn die? Ik zie dat mensen in de warenhuizen inderdaad ook groenten kopen en dat bereide maaltijden niet zo geliefd zijn als Kapitein Iglo wil doen geloven. Hoe ik dat weet? Aan de kassa praten met andere kooplustigen. Gezonde voeding en af toe eens zondigen, dat lijkt voor veel mensen de beste aanpak. Of ze rijk zijn? Hoe zal men dat aflezen aan de kleding? Kortom, we mogen van de media toch wel verwachten dat ze niet enkel oog hebben voor wat hen door autoriteiten verteld wordt. Oh ja, bij Iedereen Beroemd gaan ze ook wel eens langs bij warenhuizen, om te weten of mensen nog kip kopen - zoals tijdens de dioxinecrisis? Ik kon toen vaststellen dat waar er nog kip te krijgen was, die gewoon gekocht werd? Mensen geloofden niet dat de hele voorraad besmet kon zijn.

Nadenken over wat voorgesteld wordt en nagaan of dat praktisch ook zo ervaren wordt, blijkt aangewezen. Waarheidsvinding in de journalistiek? Soms blijkt dat moeilijker dan mens ons voorhoudt. Het lot van de boeren in het Waasland? Het boek "Dit is mijn Hof" van Chris De stoop werd voorgesteld, de kritiek van Natuurpunt kwam erbovenop maar ik zag noch las een documentaire waarbij men probeerde de inzichten van de onderzoeksjournalist bij uitstek te staven of te weerleggen. De kritiek van Natuurpunt kon volstaan. Dat noem ik een falen van de waarheidsvinding. Dat men daarbij tegelijk de voordelen van bepaalde keuzes inzake natuurbehoud - niet natuurherstel - kan onderkennen en tegelijk vaststellen dat dit voor landbouwers een onhoudbare situatie wordt, zou wellicht een betere benadering hebben gevormd. Maar ook dit is maar een hypothese die onderzocht moet worden. Helaas kiezen media ervoor hun eigen gelijk koste wat het kost te bewijzen.

Waarheidsvinding is kostelijk en ook bewerkelijk, dat weet eenieder, maar als we discussies zien over het nucleaire park, dan merken we dat de media graag alle mogelijke risico's oplijst, negatieve berichten brengt, zonder aan te geven dat bijvoorbeeld in Vlaanderen mensen zich graag verzetten tegen nieuwe windturbines. Het energievraagstuk laat zien dat de werkelijkheid uitspellen ook een bewerkelijke en tijdrovende bezigheid is. Dat we meer bezonnen met verwarming moeten omgaan, of onze mobiliteit beter organiseren. Maar tegelijk beweren dat men het openbaar vervoer moet inperken, dat klopt niet. De kostprijs vaststellen van het streekvervoer en van het spoor als bruikbaar alternatief en van de Lijn, van NMBS vragen dat ze op een verantwoorde manier die diensten verzekert zonder verspilling, zou een goede aanpak zijn. Dus ook zou men vragen moeten stellen over de dure stations in Luik en Charleroi, waarover onze media vooral bewonderend hebben geschreven, zonder te onderzoeken hoe men die stationsgebouwen heeft gefinancierd. Moet men blind blijven voor de eisen van de spoorbonden? Men moet ook begrijpen dat treinen en bussen nog niet zonder bestuurder kunnen en dus alleen op het oog personeelsintensief functioneren. En ja, een half lege trein kan verantwoord zijn in het aanbod.

Waarheidsvinding, daar wachten mensen op.  Dat dit soms maar stap voor stap kan, begrijpt eenieder, maar men kan niet begrijpen dat bepaalde benaderingen meer aandacht krijgen dan andere roept vragen op of ergernis.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten