Klassiek humanisme van stal halen



Dezer Dagen


Actief Pluralisme
RIP levensbeschouwelijke open debat


Leo Apostel lijkt in het publieke
debat in Vlaanderen vergeten. Bij
ons denken lijken we ons door modes
en gemoedsbewegingen te laten
sturen. Zelf heb ik enkele
werkjes gelezen van de man,
maar ik denk dat hij wel
een inspirerend denker wilde
zijn, maar geen leidende
intellectueel. 
Men verwijt het CD&V dat die nog altijd ergens, wellicht vaagweg een band zou onderhouden met de Kerk en de hiërarchie en dat dus religieuze opvattingen en gedragscodes hun handelen zou bepalen. Immers, de staat moet neutraal zijn. In onze rechtsstaat moeten de wetten en normen, die bij wet werden vastgelegd, door iedereen nagevolgd worden en niemand mag om redenen van afkomst of religie, seksuele geaardheid en huidskleur voorgetrokken of bijzonder vervolgd teworden. Maar dat is wat aan de politiediensten en het parket toekomt, neutraal te handelen. Ook administraties mogen niet kijken naar afkomst en andere mogelijke bronnen van (positieve) discriminatie. Groen pleit al decennia in een aantal gevallen net wel voor positieve discriminatie en ook de sociaaldemocraten menen dat een en ander moet kunnen. Maar de neutrale behandeling door het overheidsapparaat van burgers betekent niet dat de politiek neutraal is of zelfs maar kan zijn, want dan zou de politieke discussie tussen meerdere partijen onzin zijn en kan men ineens een technocratisch bestuur installeren, waardoor de bureaucratie de hoogste instantie wordt. Dag Franz Kafka.

De levensbeschouwing, zeker het katholieke geloof is een volstrekt particuliere aangelegenheid die in het publieke debat geen plaats mag hebben. Daar geldt alleen de Rede en de deugden die voortvloeien uit de Rede. Net omdat ik al sinds het lezen van Jaap ter Haars "Geschiedenis van de Franse Revolutie" - later volgden meer wetenschappelijke studies om het beeld goed te kunnen vatten -, begreep ik dat er iets ongerijmd in die benadering schuilt. De rede is dat wat we gemeenlijk beschouwen als het menselijke vermogen tot verstandig omgaan met de dingen die ons omringen en vooral dus hoe mensen en wereld, die van de natuurkunde zouden functioneren. Voltaire kan ik hier niet zonder gevaar noemen, want volgens censoren van de Harde Verlichting, behoort juist Voltaire tot de halfzachte Lumières. Met Emilie de Châtelet behandelde hij in 1737 de kwestie van de natuur van het vuur en de verspreiding ervan. Waar Voltaire met grote brandstapels ging experimenteren, vond ze dat die aanpak wetenschappelijk weinig te bieden had. Ze kwam in 1740 verder tot de bevinding dat het licht als deeltjes zoals men die kende, met een massa, niet kon bestaan, want dan zou het zonlicht de aarde bombarderen met zoveel massa en gewicht dat leven onmogelijk zou zijn. Op de een of andere manier kwam ze dicht bij het inzicht van Einstein E=mc². Op de een of andere manier, want zelf kon ik haar bewijsvoering niet volgen, wat hier ook niet zo van belang is. Wel dat deze dame, die Newton's hoofdwerk, de "Principia Mathematica" zou vertalen in het Frans. Toch schrijft iemand dezer dagen op een blog dat die dame ondanks haar adellijke titels en grote rijkdom, een hoerig leven zou geleid hebben. O tempora o mores! Die leefde in haar tijd en vervulde de plichten die van haar verwacht werden, zoals voor nageslacht zorgen voor de familie van haar man en verder was ze zelf niet tot al te veel onderwerping bereid. Hoe zou men haar dan haar minnaars verwijten?

Een andere vaststelling trok mijn aandacht op haar werken: ze wilde ook wel met vragen van religie bezig zijn, zonder zich met kerk of theologen in te laten, c.q. zich aan hun lering te onderwerpen. Met Voltaire die ook zijn vragen en twijfels had, schreef ze over religieuze en levensbeschouwelijke kwesties, een boek dat ze aan hem opdroeg.


Het is, denk ik al vrij vroeg dat nieuwsgierigheid en de aanwezigheid van een sceptische bibliotheek die me ertoe bracht de gemakzuchtige aannames over de juistheid van de religie af te wijzen, maar dan vond ik, leerde ik, dat je ook niet zomaar ergens anders kritiekloos je vlag kon planten. Over levensbeschouwelijke kwesties wordt nagedacht en van gedachten gewisseld. Soms kan men tot sluitende conclusies komen, vaak ook niet. Zaken van praktische ethiek vergen niet het aanwenden van een groot principe, maar men kan niet anders dan nagaan of een bepaalde overweging bij de afwikkeling ook de gepaste doelen bereikt én geen ongewenste neveneffecten zou hebben. Laten we toegeven dat die laatste randvoorwaarden niet vanzelf in mijn systeem - als het er al een is - een plaats vond, maar door scha en schande lerend wel onvermijdelijk bleek.

Waar mijn eerste ontmoetingen met de Aufklärung, de Verlichting, de Lumières en de Schotse filosofische school - het behoort ook tot die beweging, het werk van onder meer Adam Smith en David Hume, maar de ontwikkelingen in die kringen hadden ook betrekking op natuurkunde in haar toepassingen zoals geologie en machinebouw. De hele krans van menselijke vermogens werd aangesproken, waarbij empirie minstens zo belangrijk was als deductief komen tot inzichten uit bepaalde vaststellingen.

Met andere woorden, gedurende enkele decennia heb ik mijn omgeving en het wetenschappelijke denken, ook het levensbeschouwelijke proberen in een zo niet omvattende dan toch oriënterende benadering te gieten, vaak ten voorlopige titel. Het menselijke op zich is al niet geheel kenbaar, de samenleving evolueert vaak anders dan men op het eerste zicht zou verwachten en zo ging het verder. Inderdaad speelde daar altijd weer, ondanks de aperte onttovering op een aantal domeinen ook nog verwondering. Vanwege mijn bestaan zag ik al vlug hoe de geneeskunde tot veel in staat was en is en dat heeft mijn geloof in de medische wetenschap en dito technologie niet ondermijnd, soms bleek kritisch bejegenen van artsen onvermijdelijk, maar dan nog, algemene uitspraken vallen er niet verwachten.

Kwesties over het aanwenden van die kennis waren evenwel niet minder belangrijk. Voor of tegen abortus? De vraag leek me op het theoretische domein, ethische terrein niet zo moeilijk te beantwoorden: als het dan toch diende te gebeuren, dan best op een hygiënische en psychohygiëniesche manier, waarbij de vrouw die het te ondergaan heeft niet aan haar lot wordt overgelaten. Over eugenese werd uiteraard ook gesproken, maar daar lag het delicater en geleidelijk aan werd me duidelijk dat naarmate bepaalde biologische grenzen doorbroken werden, kon men er zeker van zijn dat het leven voor kinderen met een aandoening mogelijk was, maar toch nog altijd intensieve verzorging veronderstelde. Aan het einde van het leven, zat van dagen, valt moeizamer om te gaan met de natuurlijke gegevenheden; hoe zou men oud worden en wat als dat minder bevrediging zou schenken? Alzheimer, dementie... het kon niet anders, bespraken we tijdens de jaren 1985 en nog altijd, dat het levenseinde steeds meer een vraag zou oproepen in te grijpen.

Al die decennia wist ik zeer goed hoe de kerk ertegenaan keek en dat stelde me teleur, want het was dogmatisch en niet bij de tijd. Tegelijk waren er onder andere in Leuven en Nijmegen filosofen en andere denkers doende  die precies ook de tot dan ongekende evoluties in kaart te brengen. De kerk bleef zeggen dat we alleen seks mogen hebben om kindjes te maken. En voorbehoedsmiddelen gingen vlot over de toonbank. Mensen die zelf in een scheiding kwamen, maar dan omdat het niet anders meer ging, kregen vervolgens een onbegrijpelijke excommunicatie opgelegd, al waren er priesters die een oog dichtknepen. Maar de druk van een deel van de gemeente, parochie was dan soms nefast. Kortom, in zo een kerk, die de werkelijkheid negeert, daar kan je niet echt meer mee in gesprek komen. Misschien had een meer Erasmiaanse benadering wel soelaas geboden, waarbij de kerk zelf minder op haar leidende rol had gestaan en niet obstinaat aan oude normen in nieuwe tijd had vastgehouden. De grondslagen van het leergezag trok de kerk zelf weg. De universiteit Leuven heeft decennia gestreden tegen het leergezag in Rome, al kwam dat niet vol in de pers, om nieuwe mogelijkheden te ontwikkelingen, bij reproductieve geneeskunde, over stamcelonderzoek en waarbij wel eens "gedreigd" werd de titel van katholieke universiteit te ontnemen. Nu, in Rome waren er genoeg die begrepen dat niet Leuven het slachtoffer zou worden, de Universiteit.

De andere kant? Wel, ik heb het al vaker gezegd en geschreven, het vrijzinnig humanisme had met Walschap - diens boeken uit de jaren dertig - grote invloed op mij om inderdaad te kunnen aannemen: denk zelf. Op college werd dat aangespoord, maar eens aan de universiteit in Gent, merkte ik dat vrij denken niet altijd direct naar een grote openheid leiden zou. Men vond dat de strijd tegen Popie Jopie gestreden moest worden, Johannes Paulus II, die wel conservatieve standpunten innam, maar vaak ook modern bleek te handelen, die, zo bleek na 1988-1990 zeer duidelijk had bijgedragen aan het neerhalen van het IJzeren Gordijn. Dus ja, een aantal boodschappen waren niet geheel aan de orde meer, maar die discussie over het communisme.... behalve dan als het ging om de bevrijdingstheologie. Zou men nu echt niet mogen vaststellen dat het allemaal nog wat vers is; gegeven de evolutie in Venezuela zou men zich af moeten vragen hoe of daar de Rede aan het werk is of een obscurantistisch geloof?

Wat ik over het algemeen gemerkt heb en nu is het zelfs weer verscherpt:  de antikerkelijke retoriek zit weer in een opgaande curve,  oude grieven worden weer opgenomen; intussen blijkt dat discussies over de betekenis van technologie in ons bestaan, de relatie ook tussen hoe wetten tot stand komen en het individuele handelen steeds weer aan de kant geschoven worden en men begint te schwärmen over de rechtvaardige samenleving, over de toegenomen ongelijkheid - waarna men wijselijk zwijgt over het Lumpenproletariaat, in wezen de middenklasse die zich als parasieten tussen de arbeidersklasse en bourgeois zou genesteld hebben. Rechtvaardigheid, gelijkheid, veiligheid, waarbij men de eigen handelingen niet in het gedrang wil zien komen, onderwijs voor iedereen, enfin, eenvormig onderwijs voor elkeen blijken de strijdpunten en ja, iedereen weet tot in de uiterste consequenties wat een rechtvaardige samenleving zou wezen? Als het doel gelijkheid is, hoe zal men ernstig spreken over een hyperdiverse samenleving?

Kijk, daar kan ik onder meer de vrijzinnige kerk niet volgen en nog minder de linkse kerk: men kan niet beweren een glasheldere idee te hebben van een rechtvaardige samenleving zonder dat dit berusten zou op een heterodoxe bron, c.q. Das Kapital of "A theory of justice" van John Rawls. Of deze bronnen boven discussie staan? Ni dieu, ni maiître.

Filosofen als Susan Neiman, Richard Sennett, zelfs Martha Nussbaum krijgen dan wel eens enige aandacht, in de opinievorming blijft men liever op het droge en kiest men voor zekerheden, zonder diepgang te zoeken. Evolutionaire biologie en psychologie, die zijn best interessant, maar als dat ertoe leiden moet, zoals Susan Neiman betoogt, dat die benaderingen de betekenis van evolutie juist negeren en bovendien blind blijven voor de relatie tussen natuur en cultuur, dan denk ik dat er veel lippendienst wordt bewezen aan openheid van geest.  

Deze samenleving waaraan wij deel hebben, vrijzinnigen, gelovigen, nihilisten, sceptici en eenzame, dromende wandelaars, staat inderdaad op losse schroeven. Dat is niet erg, maar de wijze waarop men tegen de Tsjeven aanschreeuwt is zonder veel nut en maakt het zelfs onmogelijk  het debat te voeren over hoe we de toekomst voorbereiden, zonder ooit te weten of wat we doen onweerlegbaar juist is, want iedereen claimt vooraf zekerheid. Zelfs de Rede kan niemand ervan verzekeren dat zijn of haar argumenten onfeilbaar zijn, want het zijn toch maar u en ik en af en toe een Zarastro, een hoogleraar die zijn of haar verstand gebruiken en dan kan het altijd nog tekort schieten.

Sinds jaren erodeerde het pluralistische debat onder meer in het sociaal-cultureel werk voor volwassenen tot een kwestie van subsidies. Toch heb ik met enig genoeg kennis gemaakt met het project van Leo Apostel en Jan van der Veken in 1992, waarbij ver van platvloerse simplificaties en reducties over zoiets als emergenties wordt gesproken en inderdaad nagedacht over hoe men vanuit de kwantummechanica deterministische besluitvormingsprocessen kan doorbreken en zo de representatieve democratie opnieuw een meer vrij karakter geven, dus debatten waarvan de inzet niet de machtsverhoudingen tussen de partijen is, wel wat goed is voor de Res Publica; daarbij hoort dan weer  het onderzoeken wat nu nieuw is, of vrij, continuïteit dan wel de mogelijkheid van cesuren en wat dit tot het algemene welzijn kan bijdragen of onder controle moet gebracht.

Men kan overigens wel degelijk dezer dagen bronnen vinden voor een denken zonder zich meteen in het machtsspel tussen kalotten en de loge te moeten begeven. Nu goed, vanuit de Loge zal men dat niet graag lezen, maar vooraanstaande mensen die hun lidmaatschap niet onder stoelen of banken steken, zoals prof. Jean-Paul van Bendegem hebben publiek  hun teleurstelling laten blijken over hoe verstard en op eigen of groepsbelangen  gericht die clubs werken. Van Rotarty en co mag men dat nog enigszins aanvaarden, de Loges vertegenwoordigen een oude, eerbiedwaardige maar inderdaad soms gescleroseerde drager van het vrije denken, enfin het denken buiten de kerk. Maar waar men heen moet als men zich ook niet wil laten inkapselen door een ander machtsstreven?

Macht nastreven is op zich niet fout, wel dat men daarvoor mechanismen en instrumenten gaat gebruiken, die in se bedoeld zijn, ontstaan zijn om tot gedachtewisselingen te komen, open, vrank en vrij en individuen niet de ruimte geven wil, ook nu niet, dat de kerk niet alleen een plaats inneemt in onze geschiedenis maar ook dat veel van onze overtuigingen daaruit zijn voortgekomen. Maar, dan moeten we wel aan het "Lernen", want anders kakelt men als een kip zonder kop. En ja, ook vrijzinnigen blijken grote hiaten te vertonen in hun denken, het denken dat in Europa een eigen bloei kende. Neen, voor mij geen canon van teksten, maar ook geen willekeurig graaien. Precies: studeren betekent afwegingen maken, een wereldbeeld opbouwen en niet om de haverklap anderen met banbliksems overlaten. Of nog: men kan altijd vindplaatsen vinden voor het eigen gelijk, maar is er nog wel altijd sprake van een opbouwen van een argumentatie in een kwestie als de autonomie van de persoon.

We leven in Europa in een gouden tijdperk, al zal niet iedereen dit onderschrijven, maar voor de problemen rond de vluchtelingen ben ik niet blind. Maar we hebben ons zozeer aangewend de fouten, tekorten, vergissingen van anderen onder de loep te nemen, dat we de zegeningen niet zien. Maar sommigen menen dat we geen onrecht kunnen aanvaarden, dat wie een jaartje moet overdoen op school getraumatiseerd zou zijn, zodat we dan maar ineens het onderwijs op de schop moeten nemen. Terwijl de vraagstukken die we ook als individu te behandelen hebben en waarover we ons oordeel te vormen hebben op vele domeinen van ons bestaan niet altijd tot een eenduidig antwoord leiden, zal men jongeren toch de toegang niet ontzeggen die bekwaamheden. Dat vergt, als gezegd, Lernen en studie, maar ook goed onderwijs, waar men de instrumenten uit de levensbeschouwelijke gereedschapskist leert hanteren. Waarom zouden we goede traditionele humanisme niet herijkend in ere herstellen in plaats van voortdurend op de ander te schieten. De georganiseerde vrijzinnigheid heeft hier toch wel een taak.

Bart Haers  



Reacties

Populaire berichten