Kleinbeeld



Jan Brokken over Dostojewski
Literatuur en leven


Jan Brokken. De Kozakkentuin
Uitgeverij Atlas-Contact
2015. 320 pp. 21,95 €
De komst van een schrijver in de stad roept soms veel emoties op, maar doorgaans blijkt het een zaak van een kleine kring van connoisseurs. Jan Brokken kwam naar Brugge en onderhield ons op aangename wijze. Daarmee zou u het kunnen stellen, maar toch, het gesprek met Johan De Boose boven Boekhandel De Reyghere, bracht een   mooi verhaal over een bekende Russische schrijver aan de orde.

Bekend kan men als een litotes voorstellen, maar niet iedereen kan onmiddellijk Fjodor Mijáilovich Dostojewski plaatsen, al hoort men hem vaak vernoemen. Eerst dit: ik lees en herlees Anna Karenina, Oorlog en Vrede, maar ook Demonen, aantekeningen uit het Dodenhuis, Schuld en Boete en de Gebroeders Karamasov. Kortom, ik heb nooit kunnen of willen kiezen tussen Tolstoj en Dostojewski. Ik heb de Beatles hoog zitten maar ook de Stones... Karel van het Reve gaf af op Dostojevski en dat nam me niet voor Kareltje in, maar andere geschriften konden me dan weer wel overtuigen. Dat is een probleem waar ik heb mee leren om te gaan. Men houdt niet van de auteur, maar sommige werken blijven nawerken, andere verdwijnen of krijgen weerwerk.

Wie nu was Alexander von Wrangel? Volgens Google is er niet zo heel veel over geweten, maar deze telg uit een Duitstalige familie in Tallinn die in de regio, Zweden, Rusland, Litouwen maar ook in Nederland enige notorioteit, bekendheid zou verwerven blijkt voor Fjodor Dostojewski een belangwekkende rol te hebben vervuld. Alexander von Wrangel zou als 17-jarige de (schijn-)executie van Fjodor Dostojewski hebben gezien en zou enkele jaren als procureur in het Siberische stadje diezelfde Fjodor ontmoetten en in een Datsja, de Kozakkentuin, zou de rechter de ex-gevangene onderdak verschaffen. Later zou Wrangel zich nog laten opmerken als een man die het risico niet schuwde en wars van conformisme toch een mooie loopbaan kon uitbouwen.

Jan Brokken legde uit, maar het boek zal er meer duidelijkheid over brengen dat via de Nederlandse nazaten van Alexander von Wrangel de vriendschap en wat eruit is voortgekomen plots bekend werd. Als we een vorm nodig hadden om de Boekenweek concreet te maken, dan is die familie Wrangel misschien wel een mooie. Voor ons is Duitsland vaak hoogstens en Rijnland, de Moezel, Trier en Aken, Keulen... maar ver voorbij Berlijn leefde van de 13de eeuw af een sterke Duitse aanwezigheid. Sommigen droomden tot in de 20ste eeuw van een Duitsland tot aan de Memel. Maar wie er zich over mocht verbazen, de Russische tsaren, wellicht ook Elisabeth en Catharina de Grote hebben beroep gedaan op Duitse knowhow, wat bij de kijk op volksaard wel een paar vraagtekens plaatst. Wie de achttiende en negentiende eeuw bekijkt, zal bespeurend dat iedereen, bestuurders lange tijd vooral kwaliteitsvolle bestuurders zochten.

Fjodor Dostojewski maakte zich met andere intellectuelen in Petersburg zorgen over de toekomst van het land. De slavernij behoorde volgens hen tot de prioriteiten. Hoewel dit een herenclub was, waar vooral ook lekker werd gegeten, vonden de geheime diensten de betrachtingen van de Petrajevskigroep staatsgevaarlijk.  De arrestanten werden vervolgens veroordeeld en werden net niet terechtgesteld. Op het laatste moment kwam een koerier van de tsaar met de boodschap dat de executie niet zou doorgaan, maar dat de doodstraf in een werkstraf werd omgezet.

Men moet zich dus voorstellen dat de veiligheidsdiensten van de tsaar of van een regering een willekeurige kring van denkende, allicht zelfs weldenkende mensen laat oppakken omdat ze een veiligheidsrisico zouden vormen. Nadenken was staatsgevaarlijk, ook al werd het allemaal overgoten met champagne en oesters.

De uiteenzetting van Jan Brokken in het literaire salon van boekhandel De Reyghere te Brugge bracht ook een andere belangrijke vraag aan de orde: kan men over waar gebeurde feiten schrijven zodat het een bijdrage vormt in de vorming van onze inzichten. Waarheid onderscheiden van verdichtsel? Jan Brokken stelde nogal kras vast dat een historische roman waarbij men vele lacunes moet invullen, waardoor de waarheid van het relaas overwoekerd wordt door de inzichten van de auteur, kan men inderdaad best niet ernstig te nemen. En toch, "een vrij man" van Nelleke Noordervliet of "Augustus" van John Williams vormen de bevestiging dat men op een intelligente manier dat verleden kan vertellen, zonder de lezer te misleiden over de opzet van het verhaal.

Maar het kan geen kwaad aan te geven dat een roman die zogenaamd op historische feiten gebaseerd is, maar waar de lacunes te opvallend zijn om er niet op de hoogte te zijn, maar waar de auteur die zelf gaat invullen, best goed onderbouwd wordt. Het probleem is de menselijke aard die we denken te kennen, maar die soms nog wel eens anders blijkt te handelen of te reageren. Alexander von Wrangel helpt de voormalige vermeende salonrevolutionair en weet dat het hem iets kosten kan, zijn loopbaan bij het gerecht,  terwijl de jurist er net niet voor terugschrikt bijzondere keuzes te maken en Fjodor Dostojewski zelfs helpt de ballingschap in Siberië ongedaan te maken. Binnenlandse verbanning? Toch moet het zwaar gevallen zijn dit uit te zingen.

Jan Brokken wil, geholpen door bijzondere bronnen, stukken van de familie, brieven van Alexander von Wrangel aan Dostojewski ook zodat wat men niet wist of wenste te weten nu duidelijk werd. We hebben de neiging het gewone leven van mensen, waarover we doorgaans alleen enkele statische gegevens hebben ook voor onbelangrijk te houden. Jan Brokken liet zien hoe deze magistraat-overheidsdienaar eigener beweging de zorg voor de 10 jaar oudere dwangarbeid en dwangsoldaat op zich nam en daarmee een oeuvre mogelijk maakte.

In die zin is een opmerking van de auteur van dit boek van belang: misdadigers, mensen die ernstige vergrijpen plegen willen dat hun misdaad erkend wordt en dat ze boete moeten doen. Het is een gedachte die ingaat tegen onze ervaringen en aanvoelen dat misdadigers zich aan hun straf willen onttrekken. Wie de Gebroeders Karamazov heeft gelezen - het woord gebroeders is niet verouderd of obsoleet, maar gedragen en sterk - en de idioot, beseft dat de auteur ons adequaat met zieleroerselen van mensen heeft beroerd. Want al neemt men het Raskalnikov kwalijk dat deze in de laatste hoofdstukken accepteert dat zijn oude inzichten fout waren en zijn daden verwerpelijk waren en in de religie zijn zielerust - waarom hier een tussen-n nodig is, begrijp ik inhoudelijk niet - maar ook in de liefde zijn levensgevoel en vitaliteit terug meent te vinden, dan nog kan men net dezer dagen begrijpen dat het geweten laten spreken mensen tot grotere manmoedigheid kan brengen. Schuld en boete? Ook hier doet de nieuwerwetse titel afbreuk aan de draagwijdte - en volgens Russen met kennis van het Nederlands kunnen beide vertalingen evengoed - maar hoort het semantische veld waarin Dostojewski dacht  zwaarder door te wegen en klinkt Schuld en boete meer gepast.

De Kozakkentuin blijkt dus een oord van verkwikking in letterlijke zin te zijn geweest, waar een uitgeputte man zich even kon terugtrekken, even nieuwe moed verzamelen en pas echt de schrijver worden die we kennen. Dat een mens het leven red van een andere man, ter dood veroordeeld om feiten die we nu politieke oppositie noemen, moet ons wel tot nadenken stemmen. Hoe vaak neemt men het op, denkt men dan, voor mensen die men vanuit zijn positie beter niet zou frequenteren? Menselijkheid ligt dan wel in kleine daden, maar ook in vormen van waarheid spreken, parresia, waarbij men zelf iets te verliezen heeft, moed dus.

Sommige schrijvers menen dat de literatuur zich beperkt tot de fictie, maar als ik Jan Brokken zo hoorde, dan blijkt de werkelijkheid, het leven zoals het is, zij het vaak onvoorstelbaar gecompliceerd, stof tot verhalen te leveren en voor de lezer, de toehoorder die we waren, stof tot nadenken. Niet over de beste der werelden, maar precies over de wereld van toeval, ongewisheid en vitaliteit. Brokken laat zien dat Dostojewski, de speler ook, de gokker dus, uiteindelijk dankzij zijn vriend een nieuw leven kon beginnen. Laten we dit ook in deze bange dagen van terrorisme niet vergeten, dat er ergens op een school een leraar kan zijn, een lerares die een leerling afbrengt van onzalige ideeën, dat geweld lonen kan en de utopie nastreven altijd ten koste mag, moet gaan van onschuldige mensen.

Boekhandel De Reyghere en collegae verdienen dus onze erkenning voor   hun bijdragen tot het zo noodzakelijke debat, want zelfs in moeilijke dagen moeten we niet nalaten even over het bijzondere en belangwekkende na te denken, maar de actie mag evenmin ontbreken en de tijd om te herbeginnen, ligt nooit achter ons.

Bart Haers

Reacties

Populaire berichten