Conservatief de toekomst tegemoet



Reflectie


Conservatief en de toekomst genegen
met heimwee op weg naar morgen



Kantte Joris Helleputte zich
tegen de liberale en socialistische
partijen, binnen zijn eigen beweging,
de katholieke stond hij voor
modernisering én voor herleving
van vermeende middeleeuwse tradities. 
Rik Torfs onderwijst ons over het verschil tussen traditie en wat conservatief zou zijn, een onderscheid dat ik wel kan onderschrijven, maar niet helemaal. Onder meer denk ik niet dat een conservatief het verleden idealiseert, maar het zal duidelijk zijn, Philipp Blom indachtig dat we zelf vaker dan we willen conservatief uit de hoek komen. Anderzijds denk ik dat de visie van Torfs op wat we de traditie noemen, een intellectuele traditie of culturele traditie wel degelijk betekenis heeft.

Men zegt mij vaak dat mijn interesse voor "de" traditie blijk geeft van een zekere bedrijfsblindheid, maar tegelijk merk ik, hoezeer het onbegrip ten aanzien van de traditie, onze cultuur, mensen blind maakt voor wat wel eens van belang zou kunnen wezen. In die zin kan men er niet aan ontkomen dat we onderzoeken wat van belang is, waarbij het niet verboden is ook stil te staan bij wat op het oog zonder gevolg is gebleven, heel vaak merkt men, wanneer men de ideeëngeschiedenis ter hand neemt, dat men slechts flarden te pakken krijgt en er een groot verhaal van maakt, terwijl hetgeen men dan voor de essentie van dat grote verhaal neemt, niet meer dan de rok van een ui blijkt.

Hebben we het over de traditie, dan ontstaat algauw de misvatting dat die traditie eenduidig, eenvormig en consistent zou zijn en dat men die traditie een op een kan vereenzelvigen met de realiteit an waarin men zegt dat die traditie leefde. Door de traditie af te wijzen, kan men dan komaf maken met een hele samenleving, met de voorzaten, maar ontstaat ook de idee dat we het allemaal zelf wel beter kunnen doen. Het debat blijft vooral een dovemansgesprek omdat de ene alleen oog heeft voor de verwerpelijkheid van de Inquisitie, de Kruistochten of pedofilie in de kerk, terwijl een ander meent dat de traditie niet iets is dat statisch kan zijn, maar dat wat we traditie noemen, een steeds doorgroeiend iets is, dat vaak in staat blijkt tegengestelde inzichten toch te verzoenen. In antropologische zin vormt de traditie zowel het narratief van een cultuur, een samenleving als het raamwerk waarin we heden handelen. Een mei en rerum novarum zijn beide ontstaan in de late negentiende eeuw en werden in de arbeidersbeweging stevige tradities, om vervolgens weer te verwateren, zelfs deels gerecupereerd te worden door andere bewegingen.

Ook de Verlichting vormt een traditie, natuurlijk, alleen kan men die niet reduceren tot een harde, ware verlichting en een soort halfzachte versie voor mietjes. Evenmin kan men de Verlichting indikken tot enkele mantraatjes, die men ons telkens weer serveert. De Aufklärung leidde ertoe dat stevige zekerheden en onfeilbaar gezag, leergezag en ook wel het gezag van de vorsten en overheden in vraag gesteld werden. Maar het valt op dat we niet altijd zien hoe in Frankrijk de conflictstof onderkennen die de bul Unigenitus (1713) gedurende eeuw heeft geleverd binnen de kerk, het hof, de Parlementen, die wetten door de koning afgekondigd dienden te registreren en zo rechtskracht te geven. Op zich zou men het dan nog om een discussie binnen de kerk kunnen noemen, maar de bul verenigde vele facties in de samenleving en bijvoorbeeld de Sorbonne ging zwaar in de clinch met de paus en zelfs de Regent deed weinig om de bul werkelijk ingang te doen vinden.

De jansenisten, die zich zoals Luther en vooral Calvijn beriepen op geschriften van Augustinus, waarbij alleen het geloof en vooral de goddelijke genade voor redding konden zorgen, voor het eerst geformuleerd door de bisschop van Ieper, Jansenius en in Blaise Pascal een aardige beroemdheid binnen de rangen had, was dus een strenge opvatting en geloof en de redding van mensen genegen, maar uitgaande van de onmacht van mensen die genade over zich af te roepen. Toch zou de oppositie tegen de Paus en tegen de vorsten zich ook enten op de oppositie tegen de Bul Unigenitus. De vader van Voltaire, sieur Arrouet en de oudere broer, die bij de Jansenisten school liep, terwijl Voltaire zelf bij de Jezuïeten op school ging, waren als leden van het parlement ook het Jansenisme genegen en loyaal aan hun kaste.

Zoals Jean-Christian Petitfils het in zijn biografie over Louis XV beschrijft, kan men de gisting in Frankrijk, ook zien als de brandstof van de Verlichting. Wijl men met pausgezinde prelaten twistte over de legitimiteit van de bul, kon men er niet omheen dat anderen de gereedschapskisten ook gingen gebruiken, om, zoals de encyclopedisten Diderot en d'Holbach - oftewel het verdorven genootschap - de fundamenten van de goddelijke almacht en de goddelijke genade die de legitimiteit van de vorst schraagt onderuit haalden. Natuurlijk, je had ook elders zeer grote vijandschap tegen de kerk en haar bedienaren, tegen de rijkdommen en wereldlijke macht van de kerk, waarbij men in het Jansenisme dus ook een poging zag de kerk opnieuw tot zijn centrale zending terug te brengen door de wereldlijke macht ervan te beperken of gewoon te ontnemen. Intussen werd onder Louis XV nog beroep gedaan op bisschoppen, kardinalen als Fleury om het administratieve kader en het bestuur van het land te schragen.

De Verlichting ontstond in Frankrijk niet bij het volk als zodanig, maar bij mensen die goede scholing hadden genoten en vertrouwd waren met de basisteksten en -aannames van het bestel. De oppositie tegen Unigenitus betekende dat die teksten en aannames vanzelf ter discussie stonden. Intussen begon Voltaire met een grondig onderzoek van de Britse opvattingen en schreef hij in zijn Lettres Philosophiques hoe hij tegen het Franse Bestel aankeek, vergeleken met de Britten. Hoewel ik zelden verwijzingen naar deze brieven vindt, denk ik dat ze voor een goed begrip van de Nieuwe Tijd, c.q. de Verlichting van groot belang zijn. In wezen moet ik betreuren dat men van de Verlichting steeds weer een strak en ingesnoerd beeld laat zien, een traditie in de aanbieding heeft die de werkelijke traditie van de Aufklärung, de Lumières etc. ernstig tekort doet.

Goethe die zich inlaat met Spinoza, al zou hij niet gehele oeuvre hebben bestudeerd, heeft op zijn manier ook aan de Verlichting het zijne bijgedragen en als we proberen ons te verdiepen in het hele verhaal dat we gemakshalve als de Verlichting voorstellen, dan blijkt hoe rijk en divers maar ook hoe conflictueus het allemaal wel niet is. De discussie over de betekenis van empirisch verworven inzichten, de pogingen via strakke argumentatie, zoals Descartes die al had opgezet tot heldere en zekere inzichten omtrent deze wereld te komen, hebben hun betekenis, maar evengoed hebben de tegenstanders van Descartes, zoals Spinoza en diens navolgers hun licht op de wereld laten schijnen. Du choc des idées jaillit la lumière? Het lijkt wel een vergeten mantra.

Bovendien zal men toch wel beseffen dat in de hele tekstproductie die we als de Verlichting presenteren, zijn vaak heftige kritieken op Spinoza of Descartes werden geschreven, die wel kritisch waren, maar in wezen vooral hun denken hielpen te verspreiden. De praktijk kwam voort uit het feit dat wie zich aan Cartesiaans denken bezondigde of het werk van Spinoza zou steunen in ongenade viel bij de autoriteiten, al  waren er dan weer censoren die de auteurs weinig in de weg legden.

De Verlichting voorstellen als een beweging van mensen die zeker waren van hun standpunten, die God afzwoeren en de godgegeven macht van de koning afwezen, kon zowel uitlopen op de gedachte dat men een democratische samenleving voor mogelijk hield, terwijl anderzijds sommigen uitkwamen bij een staat die nog veel ingrijpender en die laatste alles behalve in staat bleek de conflicten te beheersen, er zelf voorwerp van was en er zelf aan deelnam.

Onze verbeelding slaagt er niet altijd dat welig tieren van nieuwe ideeën, nieuwe inzichten van Descartes, Spinoza, Newton en Leibniz maar dus ook Voltaire of zelfs Madame De Pompadour te overzien en te zien hoe de conflicten soms pogingen waren om inzichten te verspreiden en verder te onderbouwen. Toch zal men iemand als Adriaan Koerbagh niet zo vaak in het rijtje aantreffen of Simon Stevin. De traditie heeft de Verlichting dan ook onnodig gereduceerd, zelfs al onderschrijft men de these dat de 18de eeuw laat zien hoe godsgeloof helemaal op losse schroeven kan gezet worden en dat men bevrijd kan worden van oude voorstellingen van de wereld. In de negentiende eeuw zien we hoe na Napoleon en de Restauratie de strijd van de geseculariseerde mens- en maatschappijopvattingen versus de pogingen de oude wereld te restaureren, steeds scherper wordt. De herkerstening in België en dan vooral Vlaanderen in de 19de eeuw, vanaf het herstel van de oude bisdommen in 1834 - 1836, waarbij de volkskerk uitgebouwd wordt, vormt een opvallend voorbeeld van de kracht van de restauratie, die samengaat met een expliciet afwijzen van de Nieuwe Tijd en de seculariserende samenleving, zoals blijkt uit de Syllabus errorum die in 1864 aan de bisschoppen werd toegezonden op last van Pius IX. Hoe succesvol die kerk gedurende een eeuw wel was - in absolute getallen van gelovigen, die ook nog eens de praktijk stevig naleefden, het Rijke Roomse Leven - mag niet verhelen dat vaak succesvol opgeleide mannen die kerk de rug toekeerden. Ook arbeiders en andere kleine Luyden namen afstand en vaak op grond van vervelende ervaringen. De inbreng van de progressieve liberalen in het socialisme zou ook het antiklerikalisme versterken en het conflict tot en met schooloorlogen   opvoeren. In Frankrijk werd de scheiding van Kerk en Staat bij wet doorgevoerd, inzake de bezittingen van de kerk en inzake het onderwijs.

Van al die tradities merken we dezer dagen nog weinig. Slechts weinig historici houden zich bezig met de biografieën in deze traditie of van bewegingen die de eeuwen overspannend andere invullingen gaven aan bepaalde premissen. De omgang met nieuwe evoluties van demografische aard, technologische moderniseringen en nieuwe opvattingen verloopt nooit of zelden zonder conflicten. De Nederlandse conservatieven hebben wel even een beweging gevormd, sommigen hebben zelfs betracht een conservatieve doctrine uit te werken, die volgens Ronald van Raak streefde naar het volmaakte, wat regelrecht ingaat tegen de visie van onder anderen Edmund Burke en ook wel Goethe, die betoogden dat men vrede moet hebben met het menselijke tekort. Ook vandaag kan men nog liberalen ontmoeten die een helder beeld met zich meedragen van de perfecte samenleving. Vermoeiend is het wel en ook bepaald paternalistisch.

Maar het Conservatisme van Mulder, een prof aan de universiteit van Utrecht, was het eens met Thorbecke, maar de nieuwe grondwet van 1848 stipuleerde de onschendbaarheid van de koning en de ministeriële verantwoordelijkheid, wat volgens Mulder de koning tekort deed. Vreemd, want voor het overige was Mulder eerder liberaal. Boeken als dat van Ronald van Raak helpen ingesleten opvattingen opnieuw te onderzoeken.

Rik Torfs laat toe te begrijpen dat de ware conservatief, zoals hij die presenteert eerder reactionair moet heten en geen soepele omgang met het nieuwe toelaat. De doctrinaire conservatief kan even dwingend overkomen als de even doctrinaire progressief die de wereld volkomen vernieuwen wil. De traditie, het intellectuele humus van onze cultuur is nodig, denk ik, om er via de onvolkomenheden van al die leerstellingen en doctrines die ons nog geschikt lijken iets nieuws te berde te brengen. Anderzijds laat de dubbele discussie, die over de mislukking van de immigratie van de afgelopen vijftig, zestig jaar en de discussie over hoe we de conventie van Genève over grote groepen vluchtelingen toepassing zullen geven, zien hoe moeilijk het ons valt onze verwarring te erkennen en het gebrekkige aanbrengen van distincties het debat bemoeilijkt.

Ook het feit dat onze samenleving de afgelopen twintig jaar met de economische globalisering moeite heeft de eigen instellingen, economische activiteiten in stand te houden, zorgt voor problemen. Vakbonden, die zich in het debat over integratie vaak scharen aan de kant van de progressieve bewegingen die vinden dat we de grenzen moeten openen, de integratie door onze vele blijken van plichtsverzuim hebben laten versjteren zullen inzake economische globalisering de grenzen willen sluiten, onder meer voor goedkoop chinees staal. Men mag hen die inconsistentie niet kwalijk te nemen, want het past bij hun rol die ze zichzelf hebben aangemeten, maar ook bevestigt dit het inzicht van Philipp Blom dat mensen van wie we nu denken dat ze alleen maar vernieuwend waren, op andere terreinen wel degelijk kiezen voor traditionele opvattingen, over het gezin, over kunst of over politieke kwesties. De beweging van de neogotiek is in deze interessant, want mensen als Joris Helleputte, architect en politicus, waren op het oog conservatief, maar in hun streven de oude vormen opnieuw vorm te geven, kwamen ze met moderne architectonische oplossingen op de proppen. De Boerenbond was mede verantwoordelijk, pleitbezorger voor moderne landbouwtechnieken en huldigde conservatieve christelijke waarden.

Rik Torfs wijst er terecht op in een artikel in De Standaard op dat we geen echte traditie, intellectuele traditie van debat hebben in Vlaanderen, maar het valt op dat bijvoorbeeld het boekje van Ger Groot, waarin die in een aantal gesprekken met Sam IJsseling diens benaderingen en filosofie over het voetlicht tracht te tillen nauwelijks aandacht heeft gekregen. Liberales schreef er wel over en Streven publiceerde een recensie, maar verder bereiken boeken als dat niet meer de brede fora van de kwaliteitsbladen. Er zijn mensen als Torfs nodig om van tijd enige eigen inbreng in het debat te kunnen brengen, maar vanwege de brede media, ook de openbare omroep ontbreekt vaak de aandacht voor het betere filosofische en historische werk. Het verdwijnen van die traditie valt samen met de idee dat het denken in Vlaanderen in handen zou horen te liggen van enkele leidende filosofen, terwijl er net nu een generatie aan de boom schudden wil kan en dat ook met verve doet. Maar Torfs merkt ook op dat het denken gevoed moet worden, waartoe voorheen de weliswaar verzuilde media wel bijdroegen.

Tradities zijn er in vele soorten en gewichten, die evenwel de afgelopen decennia hoogstens als curiosa voor bewoners van ivoren torens gelden, zoals bijvoorbeeld het anarchisme van Ferdinand Domela Nieuwenhuis,
terwijl de man vanzelf ook toelaat een kritisch denken over het arbeiderisme van de BWP en de latere opvolgers, BSP en SPa te ontwikkelen. Vooral het feit dat de partij het arbeiderisme niet geheel wil loslaten en tegelijk het emancipatorische van de oude bewegingen wel hebben losgelaten om over te gaan tot een discours vol ressentiment over de uitbuiting van den arbeider anno 2016. Bewegingen als hart boven Hard cultiveren ook het slachtofferschap van mensen, armen in de eerste plaats, waardoor de kracht hen in beginsel niet gegund wordt zich te ontworstelen aan hun moeilijke levensomstandigheden. De traditie van de gezamenlijke strijd voor ontvoogding, waaraan ook Multatuli het zijne heeft bijgedragen, moeten we toch niet zomaar opgeven. Slachtoffer zijn is vervelend, voorgesteld worden als slachtoffers van het systeem, waarbij menselijke handelingen niet mee genomen worden, zogenaamde structurele vormen van geweld en onderdrukking, laten niet toe te zien hoe de bureaucratie die in het leven werd geroepen om armoede te bestrijden wel eens tot vormen van inknelling kan leiden.

Bart Haers  





Reacties

Populaire berichten