Hendrick de Clerck als spindoctor

Kleinbeeld


Propaganda en kunst
expositie en gesprek


Bijschrift toevoegen
Katharina van Cauteren, Politiek & Schilderkunst. Hendrick De Clerck (1560 - 1630 en de keizerlijke ambities van Albrecht en€ Isabella. Uitgeverij Lannoo 2016. 125 €/ 65 € in het museum

Er was een gesprek geweest over een tentoonstelling in Leuven en een vriend van jaren vroeg of ik er zin in had die ook te gaan bekijken. We spraken dus af en donderdag laatst zaten we op een terras aan het plein voor het station van Leuven, waar we het hadden over de gebeurtenissen van afgelopen maanden, vooral dus de reden waarom we de situatie in Syrië niet aanpakken, een kwestie van willen en durven. Ook dat mooie, nieuwe plein ligt er verrassend kaal bij, want geen boom heeft men gepland, terwijl natuurlijke lommer en ritmering van de ruimte het voor de passant net aangenaam maken. Maar ja, zo een plein, schoon en proper, zonder herfstbladen laat betere controle toe van die passanten.

Mijn goede vriend had nog legerdienst gedaan en had de geschiedenis van de "stay behind"-netwerken sinds 1950 mogen onderzoeken, waarbij duidelijk werd voor hem dat er nogal wat mensen zich bezondigen aan complotdenken. Die organisaties waren niet bijzonder geinfiltreerd door kwaadwillige rechtse samenzweerders. Natuurlijk stonden die mensen niet te springen om de waarden van Sovjet-Unie te omarmen, maar zoals een zinnig mens kan bedenken, mocht zo een netwerk niet al te activistisch in het leven staan. Ik dacht aan de vele artikelen over de Zwarte Baron en enkele netwerken die inderdaad hoopten de samenleving op te schrikken en verscheuren om de oude machten te vrijwaren. Het ging om Westland New Post, om een baron de Bonvoisin ook, die ook in recent gemaakte politiereeksen nog wel eens opduiken.

Het blijft wel opvallend dat men graag gelooft dat er ook op rechts, zeker op rechts door allerlei duistere figuren samenzweringen werden en worden opgezet, want men moet de waarden desnoods met geweld vrijwaren, maar of er werkelijk veel burgers zijn die deze aanpak billijken, valt nog te bezien. De samenzweringstheorietjes werden in de kranten gedurende een paar decennia breed uitgemeten en dat spoort ook nog eens met verhalen over aanslagen als die in Bologna (1982), waar in het  treinstation een aanslag met vreselijke gevolgen werd gepleegd.

Hierover sprekende kwamen we vanzelf terecht bij andere onderwerpen, over geschiedenis, geschiedschrijving en de wijze waarop we dezer dagen daarmee omgaan. De tentoonstelling zou er een sprekend voorbeeld van blijken, want de wijze waarop de curator, mevrouw Katharina van Cauteren erover sprak, laat zien hoe gemakkelijk het is om zo een project te verkopen. Tegelijk is het onderwerp, politieke propaganda in een andere tijd wel relevant, omdat het inderdaad zo is dat macht zich altijd emoeten tonen, minstens laten representeren. Zo ook Filips II die probeerde in de heroverde gebieden zijn gezag te laten gelden.  De aanstelling van Albrecht als landvoogd, met ruime bevoegdheden, viel hem toe na een leven als kardinaal met slechts de lagere wijdingen en een status als onderkoning voor Portugal. In 1598 stierf Filips II en kort daarna konden Albrecht en Isabella trouwen. Zij bleven niet kinderloos, maar hun kinderen stierven al te voortijdig en werden niet volwassen (verklaard).

De Akte van Afstand, waarin de voorwaarden neergelegd waren over de status van de Nederlanden en de positie van de aartshertogen. Toen Albert in 1621 stierf kreeg Isabella een rol als gouvernante en niet meer de volmachten van de Landvoogden en landvoogdessen van voorheen. Hendrick De Clerck was intussen overvleugeld door Pieter Paul Rubens maar schilderde nog altijd en als we een werk zien hangen uit die latere periode, dan blijkt zijn schilderkunst er wel bij gewonnen te hebben.

Fernand Huts heeft in deze tentoonstelling geïnvesteerd, heeft de kunsthistorica Katharina van Cauteren toegelaten haar onderzoek te valoriseren en doet dus ook wel met enkele stukken uit zijn kunstbezit. In deze tijden, waar men de commercialisering van de kunst en het patrimonium zegt te vrezen, klinkt zo een demarche wel enigszins verdacht, maar zou dat echt zo moeten zijn? Dat een welgesteld man, die zelf ook politiek actief was en als zakenman het publieke debat niet schuwt een voorbeeld wil geven hoe hij met zijn kunstverzameling de goegemeente van dienst kan zijn, mag men toch ook niet zomaar als gesjacher afdoen. Overigens, men vergeet vaak en te gemakkelijk dat de kunstscène al ten tijde van Philips II van Spanje een zaak was van propaganda, maar ook van een doorgedreven aankoopbeleid. In het Prado zal men dus bezwaarlijk roofkunst vinden, want ofwel was er sprake van schenkingen, zoals de tapijtenreeks "Los Honores", die door een Mechelse ondernemer eerst motu proprio was opgezet en vervolgens na onderhandelingen aan de kroon werd verkocht. Dat voorbeeld dateert uit de tijd van Karel V, maar ook Philips zette erop in. Wie het Escorial bezoekt, het Klooster San Laurenzo, waar de vorst verblijf hield, merkt dat het met soberheid wel wat tegenvalt.

Wandelend door de tentoonstelling hadden we met een medewerker van het museum een boeiende babbel. Nu, we waren nagenoeg alleen op dat moment in de zalen van de expositie en we bekeken de aankleding, de uitstalling van de werken en vonden het wel boeiend, maar tegelijk ook met enige scepsis. Hoe belangrijk zou de hofschilder nu geweest zijn? Er was een video met de uitleg van de curator, waarin ze dat verhaal van de spindoctor uitgebreid uit de doeken deed, maar voor historici klonk het wel wat overdreven. Overigens, hoe of Albrecht nog voor de troon in Wenen in aanmerking kwam, toen hij als Aartshertog in de Nederlanden een bijna koninklijke staat voerde, valt uit haar verhaal niet uit te maken. Wel zal het wel zo zijn dat Hendrick De Clerck wel degelijk een publiek beoogde, met name de hogere adel in de Nederlanden, die de legitimiteit van de Aartshertogen dienden te ondersteunen, zal wel kloppen. Ook dat Hendrick bezig moet zijn geweest met een grote intrede en de bekende stoeten doorheen Brussel ter ere van Albert en Isabella, mag best wat meer in de historische herinnering gebracht worden.

Wat er naar mijn aanvoelen aan schortte was dat de uitleg, ook van de Americanist Bart Kerremans te zeer op het verschijnsel van het spinnen was gericht, terwijl de momenten waar dit echt nodig ware geweest, na de verloren slag bij Nieuwpoort in 1600 en vervolgens het bekende (?) beleg van Oostende komen nu net niet ter sprake.

Zoals gezegd moet men begrijpen dat macht altijd gezien moet worden, wil men ze erkennen. In Sleidinge werd vorige week een standbeeld opgericht voor de overleden oud-premier Wilfried Martens, net omdat we ertoe gekomen zijn regeringsleiders niet bij leven te eren met een standbeeld, want dat zou het democratische spel vertroebelen. In vorstendommen en in dictaturen ligt dat anders, omdat men dan juist wel moet laten zien wie er op de troon zit, wie er aan de macht is.

In wezen kan de spindoctor alleen iets uitrichten in een democratie, waar politici zich voortdurend moeten laten kennen als bekwaam, behoedzaam en vooruitziend. Tony Blair heeft, denk ik, minder beleid gevoerd dan dat hij het in de media rechtvaardigde, maar reeds Churchill was er zin tijdens zijn passage op de Admiraliteit van bewust dat hij ervoor moest zorgen dat zijn collegae in de regering bereid waren mee zijn onderneming tegen de Ottomanen te steunen.

Tijdens het bezoek aan tentoonstelling was duidelijk geworden dat we alweer getuige waren van een goedkope benadering van geschiedschrijving, maar in wezen kon men er maar moeilijk toe komen een begin van een historische sensatie te ervaren, zoals Huizinga die eens gedacht heeft te moeten uitwerken als een bijzondere omgang met geschiedenis. Het zal dan wel onbetwistbaar een frustratie zijn voor historici aan onze universiteiten en daarbuiten dat men het brede publiek zelden met het boeiende metier in contact brengt. Spreken over Napoleon alsof het allemaal evident en duidelijk is, krijgt nooit de gewenste kritiek, dat men zich ook met de tegenstanders binnen Frankrijk en vooral met Rusland, Pruisen, Habsburg en het perfide Albion moet inlaten.

Nu, het blijft opvallend in onze gesprekken dat we de media in Vlaanderen echt wel een verwijtbare desinteresse voor nieuw historisch onderzoek aanwrijven. Het punt is dat aan de andere kant historici als Jo Tollebeek en Tom Verschaffel menen dat het niet goed mogelijk meer is tot historische synthese te komen, synthese dus van het voorhanden zijnde onderzoek en de eigen bijdrage daarin. De analyse van bronnen is ook nog altijd een oefening in het samenbrengen van wat er al over geweten is en hoe men er zinvol iets nieuws uit zou kunnen distilleren dat het beeld van het verleden bijstelt of bijkleurt.

Soms kan ik het niet laten nog eens op mijn stokpaard te klimmen en het problematische karakter van onze omgang met WO I onder de aandacht te brengen. Men blijkt niet te zien dat Sophie De Schaepdrijver, in haar ijver de oorlog van België tegen Pruisen zo centraal tracht te stellen dat ze een hoop beschikbare bronnen kan negeren. Overigens, over het leven der burgers in het bezette land gaat het ook maar zelden, ik bedoel, dan niet een Gabriëlle Petit, die spioneerde voor de geallieerden of Edith Cavell die Brits onderdaan was, maar over wat boeren en burgers konden doen en hoe ze overleefden. Uiteraard kan men niet voorbij aan het Belgian Relief Fund, maar de historicus die niet, zoals Henri Pirenne tussen 1918 en 1928 in samenwerking met en mede dan wel alleen gefinancieerd door het Carnegie Endowment for Peace, realiseerde was het aanleggen van het beschikbare bronnenapparaat over die oorlog en alles wat betrekking had op het militaire handelen, het bestuur, het overleven van de burgers. Dat archief- en documentatiecentrum was enige tijd in het Erasmushuis te Anderlecht samen- en ondergebracht en vervolgens vervloog het allemaal op de winden van de nieuwe actualiteit.

Men kan veel kritiek uitbrengen op Pirenne, zegt men mij, maar dat zijn onderzoek bijna een eeuw lang het onderzoek tot motor heeft gediend, mag men ook niet vergeten en dan kwamen er nieuwe inzichten uit voort, die soms tot nieuw boeiend onderzoek aanleiding kon geven, maar ook historici kon toelaten zich met routineuze behandeling van de geschiedschrijving tevreden te stellen.

Het valt dan ook op dat een besluit van de federale regering in de media tot nog toe weinig weerklank kreeg noch aanleiding gaf, geeft tot meer actieve kritiek en weerwerk, namelijk dat men het Rijksarchief, maar ook onze musea wil privatiseren. Tegen de rol van welgestelde burgers in actuele kunstproductie zal men ons niet horen fulmineren en we vinden dat de heer Huts enige aandacht en steun wel verdient, maar tegelijk moet men het niet te gek maken: Het Algemeen Rijksarchief en het Rijksarchief in de provincies, ook het netwerk van stedelijke archieven behoort krachtens de wet tot de opdracht van de staat en ook verdragsrechterlijk voorziet men in nationale en door de staat beheerde archieven om te verhinderen dat de daden van overheden, regeringen en vooral administraties niet vergeten zouden raken of verdraaid worden.

De Algemeen Rijksarchivaris maakt er zich grote zorgen over, vernam ik, maar het zou de zorg moeten zijn van al wie de rechtsstaat genegen is dat de overheid, zorg draagt over de archivalia die deze samenleving produceert. Doelmatige bewaring en ontsluiting zijn van wezenlijk belang. Met zo een bericht in je boekentas wordt zo een joyeux bezoek aan Leuven wel iets meer dan wat vertier. Er zijn kwesties die men niet zomaar omwille van het nut kan afhandelen en aan naamloze vennootschappen opzetten om archieven, wetenschappelijke instellingen als het KMI of de Plantentuin toevertrouwen kan economisch een goede zaak lijken, het is al langer duidelijk dat gedegen instellingen nodig zijn om langlevende realiteiten te beheren, rijksarchieven zullen nooit lucratief kunnen werken, maar de uitgaven ervoor overstijgen, denk ik, elk nutsdenken.

Spreek ik dan mezelf tegen, als ik enerzijds de rol die Fernand Huts op zich neemt en sommigen zonder nadenken afserveren, wel billijken kan maar tegelijk hamer op de rol van de staat bij het beheer van de archieven en van het artistieke patrimonium? Ik denk het niet, want Huts is actief in het heden en doet wat hem het beste toeschijnt, het Rijksarchief moet zich, plooiend na afspraken over best mogelijk bestuur aan dure maatregelen houden om de zaak op orde te houden voor komende generaties. Hier heeft de kracht van verandering misschien een werkterrein gezocht waar men beter niet teveel aan zou morrelen, hoewel betere financiering en ondersteuning wel wenselijk moet heten. Alleen, historici zelf lijken met archieven ook niet zo een innige band meer te hebben.

Het is dan wel zo prettig te kunnen praten met een studiegenoot, de actualiteit laat zien dat er wel degelijk verschillen in visie bestaan, zoals over de positie van de Europese Unie ten aanzien van Poetin en Syrië, waar ik een grotere daadkracht verwacht en het heronderhandelen van het verdrag dat wel ondertekend werd maar niet geratificeerd door Franrkijk over de Europese Defensie Unie. Maar zo een gesprekken zijn dan ook vooral gedachtewisselingen waar de inbreng belangrijker is dan het eigen gelijk.  

De treinreis naar Brugge bood tijd en ook wel rust om te lezen en de dag nog eens te overzien, want het is dan altijd prettig nog eens te begrijpen dat in deze tijden, waar men klaagt over de banaliteit van de gewone mensen, merkt dat mensen met enige scholing toch wel hartelijk   inzichten kunnen uitspreken, zonder dat men zich tot in de punten en komma's hoeft te verliezen en fris van de lever over onze samenleving na te denken, zonder daarom in klaagzangen te vervallen. Het lijkt moeilijk, stel ik vast, voor onszelf vast te stellen dat deze samenleving ons genadig is en onze vele kansen biedt, maar dat velen voortdurend chagrijnig lijstjes maken van wat niet gaat. Neen, op onze lauweren moeten we niet rusten, maar misschien moeten we onze rusteloosheid niet per se moeten richten op het revolutionaire veranderen. Die komt er vanzelf wel, als we ons mateloos aan het scheppende vermogen van denken en realiseren overgeven.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten