Maux du siècle



Dezer Dagen


39.000 lopers, 7000 betogers
Le mal du siècle


François René de Chateaubriand, (1768
- 1848) was een Frans schrijver, die
de term Mal du siècle en de desillusies
waar dat voor stond, vorm gaf. De
was ook met politiek bezig en
dorst ontslag te nemen als
de ontwikkelingen hem niet
langer zinden. 
Chateaubriand muntte het begrip om de houding die mensen zich in Frankrijk aanmaten na de val van het Keizerrijk en de frustratie om de verloren dromen van groots en meeslepend leven in het perspectief van een grootse toekomst, te verwerken of een ultieme vorm te geven. Anders dan de Duitse Romantiek waar de beleving van het grootse en meeslepende minder politiek uitgesproken werd, maar eerder als een persoonlijke ambitie, een persoonlijke gedrevenheid, die niettemin in 1848 tot een democratisch experiment heeft geleid, was het Franse mal du siècle zo te zien een poging om vervlogen illusies weg te spoelen. Stendhal heeft daar op zijn eigen manier ook handen en voeten aan gegeven.

Wat moeten wij dan aanvangen met zo een begrip? Misschien lijden ook wij aan een nauwelijks te verbergen mal du siècle, namelijk dat de illusies van de bestendiging der dingen waarin wij ons vrij en ook wel enigszins zonder verantwoordelijkheid konden bewegen, plots op losse schroeven is komen te staan. De onheilsprofeten krijgen in de media zelden veel weerwerk en zelfs hun argumentatie wordt zelden weerlegd.

In onze tijd gaat het over de vergrijzing, de massamigratie en de gevaren van de opwarming van het klimaat. Er wordt veel op ingezet het allemaal te meten, want dan zouden we weten wat te doen. Maar meten we met de juiste meetlatten, maar meten we ook gericht de passende parameters? Laat het niet zo zijn dat daarover geen discussie kan bestaan, want al vaker is gebleken dat we door al te meetkundig te werken interacties tussen fenomenen niet zien.

Een van de kwalen van deze tijd en zeker ook obsessies is de veiligheid, terwijl we elkaar anders graag eens een avontuur gunnen, een trektocht in de Andes of een tocht te paard door Patagonië of Siberië? Maar tegelijk mag er niets mis gaan, want dan lopen we verloren. Beelden van rampen laten zien dat journalisten vaak eerst de ellende tonen en dus ook vaak mensen die werkelijk niet meer weten hoe en wat, maar dat soms blijkt dat er wel degelijk een grote veerkracht te vinden is die na enkele maanden tot uiting komt, maar dan zijn de journalisten al lang en breed naar andere rampgebieden getrokken. In Nepal en Haïti blijkt dit beeld niet te kloppen, maar in beide landen blijkt het systeem zelf die weerbaarheid te hebben ondergraven? Was het de ramp te veel? En die andere rampen kan men vaak genoeg omschrijven als Malgoverno.

Het mal du siècle dat mij het meest treft en werkelijk ook pijn doet aan oren en ogen, is het gemak waarmee we de schuld voor wat fout lijkt te gaan niet meer in ons eigen handelen kunnen erkennen en dan heb ik het niet over mijn of uw persoonlijk handelen in de eerste plaats, wel als we het hebben over het laten gelden van onze rechten.

Het mag dan vanzelfsprekend zijn dat we onze rechten behartigen, maar het kan zijn dat we daarbij de proportionaliteit en de redelijkheid uit het oog verliezen. We moeten onze zaken waarnemen en geen oog hebben voor de belangen van anderen, terwijl iedereen dagelijks een portie preken krijgt over egoïsme en individualisme, terwijl dat laatste wellicht de voorwaarde vormt voor een goede samenwerking.

Vertrouwen en wederkerigheid zijn wellicht problematisch gebleken, maar toch merken we dat vandaag de onvoorwaardelijkheid in menselijke contacten ver te zoeken is. Men vindt argumenten om anderen te laten zien hoe weinig ze voldoen aan een ideaalbeeld, dat eerder naar het utopia van Thomas More verwijst dan men zou aannemen. Net omdat men er zich niet meer mee inlaat, met de voorwaarden van goed samenleven, merken we niet dat we dan wel zeggen dat de gedachten vrij zijn, maar die gedachten moeten dan wel tot stand kunnen komen, want anders gaat het mis: we hebben niet altijd een goede kijk op oorzaak en gevolg, op doel en middelen. Bovendien is er ook nog eens die gedachte dat alles perfect moet zijn en geen smet het beeld mag vertroebelen. Zoals Rik Torfs al vaker schreef en er ook een boekje over pleegde, lankmoedigheid jegens anderen echt wel meer kansen. Of zou het zo zijn dat we selectief lankmoedigheid aan de dag leggen?

Nu het weekend van de 10 miles en van de betoging tegen haat en terreur achter de rug ligt, is nodig hierop in te gaan. De organisatoren in Antwerpen zijn verheugd, die in Brussel ontgoocheld, maar zij vergeten net dat die massamanifestatie van levensgevoel in Antwerpen ook een betoging tegen haat en terreur mag heten. Een jongeman werd blijkbaar aan het begin van het traject opgepikt, maar dat zou een misverstand geweest zijn. Dat mensen niet naar Brussel gingen mag wat mij betreft geen wonder heten, want niemand begrijpt hoe men tegen het blinde geweld zou kunnen betogen. En hoe zou men tegen haat moeten optreden, want in onze samenleving, merkt elke alerte observator, leven er vele vormen van afkeer, minachting en ook lijken velen zich tekort gedaan, gefrustreerd of belaagd door anderen of door het systeem, wat zich dan licht in haatgevoelens kan vertalen. Het is maar de vraag of hatende mensen bereid zijn na te denken of hun haat gewettigd is, dan wel of het een overdreven reactie moet heten.

Les maux du siècle, men kan er niet aan voorbij dat ons leven er niet zo prettig uitziet als we het zouden willen, maar toch doen we vaak alsof we door verpletterende problemen bedolven worden, wat vaak tot gevolg heeft dat precieze benaderingen vaak niet het belang krijgen die ze verdienen. Men stelt vast dat kinderen doorgaans wel graag naar school gaan, maar 1 op  3 dus niet. Hoeveel leerlingen hebben sociaal wenselijke of "brutale" antwoorden gegeven. Er is leerplicht ingevoerd met de gedachte dat iedereen moet kunnen delen in de beschikbare kennis, maar tegelijk ontstaat er discussie over kansarmoede, want slagen jongeren er niet in een diploma te halen, dan wijt men dat aan sociaaleconomische omgevingsfactoren en de scholingsgraag van de ouders.

Een halve eeuw geleden waren kinderen uit "arme" gezinnen, wier sociaaleconomische omgevingsomstandigheden niet riant waren, wel degelijk gemotiveerd om het goed te doen op school. De democratisering was al aan de gang nog voor er algemeen beleid rond gevoerd werd, maar de ouders wilden wat graag dat zoon en ook wel eens dochter naar het algemeen vormend onderwijs gingen. Men spaarde zich het beleg uit de mond om de kinderen te laten studeren. Lukte het altijd? Ook niet, maar er was een sterke aandrang dat de jongeren die naar college of het pensionaat gingen, het er niet bij zouden laten zitten, maar hun best zouden doen en ook nog eens een prijs zouden halen. In het huidige onderwijs wordt hieraan niet zo heel veel meer gedaan, maar ouders en omstanders, ooms weten dan wel eens de inzet aan te spannen.

Het verhaal nu is dat men kinderen moet enthousiasmeren, waar ik het mee eens ben, maar de onderwijzers en juffen in het lager onderwijs, als ze creatief met hun opdracht omgaan, krijgen te vaak de wind van voren. In het middelbaar onderwijs wordt het doel vaak zeer eng opgevat, in Nederland willen het onderwijs nog meer vertoetsen, omdat dit goede graadmeters zouden zijn, maar het kan hoogstens een vorm van doping zijn.

Vele benaderingen, vele instantreacties in de politieke wereld, worden onmiddellijk geduid en vooral afgeserveerd. John Crombez mocht het ondervinden - tot in de eigen partij - hoe het overnemen en onderschrijven van het plan van Diederik Samsom over het vermijden van dode asielzoekers op de zee-engte tussen de Turkse kust en Lesbos, maar het ook het meer stroomlijnen van de stroom van asielzoekers, wat na veel gepalaver ook relatief mogelijk is geworden. Sommigen willen de prijs die dat heeft, niet betalen, de welwillendheid van de Turkse leiders krijgt men niet zo gauw, de binnengrenzen gaan pas weer open als de buitengrenzen effectief goed gecontroleerd worden. In het debat evenwel ontbreekt, zoals Paul Scheffer met recht en rede aanstipt, de gedachte dat contacten over de grenzen heen niet enkel economisch van belang zijn, ze laten ook toe via soft power de buren aan te spreken, door de "anderen", Turkse burgers in dit geval een alternatief aan te bieden. Uiteraard zal men nu zeggen dat vele Turken in onze contreien die stemmen voor het Turkse parlement en de president, voor Erdogan stemmen. Onbegrip ten allen kante, maar mij verbaast het niet, omdat we denken dat zij de nadelen van het beleid van Erdogan aanvoelen, terwijl zij wellicht de indruk hebben hoe goed het met Turkije sinds Erdogan macht verwierf is gegaan. En neen, ik zou niet durven beweren dat elke Turk door de window dressing van de regeringsgezinde media verleid wordt, wel dat ze weinig redenen zien om Erdogan voor zijn prestaties of hem toegeschreven realisaties niet dankbaar te bejegen.

Het zou kunnen dat we inderdaad niet willen begrijpen, dat mensen de leiders van hun land blijven steunen, net omdat ze ook de kans krijgen hem bij gelegenheid te horen spreken. De technologie laat toe dat we zonder grenzen onze informatie overal vandaan krijgen en overal heen sturen. Ook is het zo, valt te vrezen, dat we zelden tot een werkelijke kritische toets kunnen komen, omdat we zelden zelf ook objectief kijken. Het gaat om de vaststelling dat er weinig aanzetten gegeven worden in de media onze situatie beter in te schatten.

Hoe kunnen we aan de pijnen van deze tijd verhelpen? Dat we sommige pijntjes al te scherp voelen, laat zich raden, maar dat we ons ervan afmaken met kritiek aan het adres van het kapitalisme, kan ik moeilijk begrijpen. Het systeem van de vrije markt, van de rechtsstaat, het erkennen van de (negatieve) vrijheden en een democratisch parlementair systeem samen laten mensen toe veel van hun eigen verwachtingen te realiseren en als het goed is, laten ze ook anderen toe, denk ik, hun dromen na te jagen en te realiseren. Waar het pijnlijk wordt, zowel bij linkse als bij rechts critici is dat ze een premisse van Darwin vergeten, namelijk dat de menselijke soort impliceert dat mannetjes en vrouwtjes van de menselijke soort kindjes kunnen voortbrengen, maar tegelijk dat mensen hoezeer ze ook op elkaar lijken, altijd ook uniek zijn. Geen enkel systeemdenken, geen enkele poging mensen in hun handelen - in de betekenis van Arendt - kan het unieke van personen recht doen wedervaren. De homo economicus van Adams en co was een construct, een poging een hypothese op te stellen, maar die appelleert nauwelijks aan concrete mensen, zoals ook het Stachonavisme of de Sovjet-mens maar ook ergens aansluiting vond bij de werkelijkheid.

Het samenspel van de principes van de rechtsstaat, het systeem van een (gecorrigeerde) vrije markt, parlement, vrije meningsuiting, vrije informatiegaring... moet men niet zomaar als het Kapitalisme wegzetten. Voor het overige is het goed dat met alleen deugdzame mensen de wereld ook niet gered zal worden, maar dat alleen deugdenloze mensen zullen de wereld ook snel om zeep helpen. Trouwens, wat deugden al niet betekenen kunnen, hoe groot de verschillen kunnen zijn, verschilt niet alleen omwille van redenen van geloof, maar vaker nog om individuele psychische en cultuurpsychologische redenen.

In die zin zijn pogingen om bijvoorbeeld de bevrijdende, emanciperende werking van Mei'68 af te branden moeilijk te harden. Ik strijdt tegen een onderwijsbeleid dat deels op "la pensée 68" zou zijn gebaseerd, maar al lang een eigen doelmatigheid dient, gesystemiseerd werd. Ook het kosmopolitisme zomaar omarmen - veel ouder dan Mei '68 overigens - moet men ook niet zomaar herleiden tot zelfhaat, want extreem-rechts heeft er ook behoorlijk een handje van weg mensen weg te zetten omdat ze niet aan de wensen van zelfverklaarde leiders beantwoorden.

De pijn van de 21ste eeuw, zoals ze zich aandient is dan ook niets nieuws, maar altijd weer blijft het pijnlijk ontwaken, dat vooruitgang op grote schaal in de praktijk vaak stagnatie blijkt, omdat we de vooruitgang als een recht of meer nog, als een natuurwet zijn gaan zien. Tegelijk is het wel even naar te moeten vaststellen dat mensen er niet toe komen hun aannames van hun jeugd over rechtvaardigheid en vrede en er niet toe komen die in vraag te stellen zonder cynisch te worden. Ignaas Devisch schreef met zijn boek over rusteloos, voor zover ik kon horen uit zijn lezing ook dat we die rusteloos kunnen koesteren, omdat dit ons net ertoe kan brengen de dingen opnieuw ter hand te nemen en te onderzoeken. Of Sloterdijk die meent dat sommige evoluties wellicht niet duurzaam blijken, maar ook bijgestuurd kunnen worden, als we maar eens willen nadenken over hoe het nu zit. Alleen maar vooruit vallen kan eindigen in een eindeloos vallen naar nergens. En houdt het op, valt te vrezen. Maar dat betekent dat we zowel meer Gesinnungsethik als Verantwortungsethik aan de dag leggen. Men stelt dat vaak voor als tegenstelling, maar ik denk dat beiden tegelijk in ons denken en handelen een plaats horen te hebben.

Toch kan men merken dat de grootste klagers over deze tijd, de moralisten van altijd, ook nog eens dezelfde opmerkingen maken als hun voorzaten en over dezelfde soort overtuiging en zelfverzekerdheid lijken te beschikken, als hun katholieke voorgangers in de tijd van Georges en Albrecht Rodenbach, Emile Verhaeren en Cyriel Buysse. Deze heerschappen waren niet altijd toonbeelden van deugden, maar in hun tijd konden ze wel iets bereiken. Of moeten we denken aan Claus en Erika Mann, die in hun wereld en tijd doorgingen voor telgen van de Jeunesse Dorée, al was hun leven bij nader toezien niet zo vrolijk. En toch, tegen het monster van het nazisme vochten ze verbeten.

De tijd brengt niet enkel pijn, denk ik dan tot slot, maar we moeten toch terug wat meer ongedwongen ons ding gaan doen, rusteloos  mateloosheid een kans geven en verder tja, soms is het mogelijk dat mensen in stille en geborgene mooie dingen teweegbrengen. Onze zegeningen tellen kan ook wel eens helpen al die pijntjes wat te relativeren. Of nog, als politici over elke woord zouden moeten struikelen, dan waren er al lang geen kandidaten meer. "Significant" is het dan ook dat men de vraag stelt of de minister bewijzen heeft. Sinds Oudejaar in Keulen moeten we ons wel afvragen wie wat kan zien of wil zien.

Dat is de pijn van de particratie, van zelfbenoemde professionaliteit, die de politiek bij momenten steriel maakt. Als er dan behoorlijke ambtenaren in een goed systeem, met een gezonde ethos werkzaam zijn, kan het systeem wel met een paar hansworsten uit de voeten, maar worden het allemaal hansworsten, dan is het einde zoek. Maar burgers komen in verzet, niet door te betogen, maar door hun dagelijkse dingen te doen, of hun wekelijkse rustdagen te besteden aan zaken waar ze aan hechten, voor zichzelf, voor hun kinderen of anderszins. Men noemt dit dan denigrerend kleinburgerlijk, maar tja, het is gewoon wat mensen doen. En ook zou men dan eens moeten zien hoe die kleinburgers zich via een stevig engagement inzetten in allerlei vormen van vrijwilligerswerk.

Bart Haers






Reacties

Populaire berichten