Vormen tot burgerschap



Kritiek


Vormen tot burgerschap en -zin
Vele wegen naar het doel


Fernando Savater die nog
mocht brommen onder de
dictatuur van Franco, schreef
afgelopen decennia enkele
opmerkelijke boekjes en essays
over kwesties van deze tijd,
die vooral in een beperkte
kring aandacht kregen. Hij
geeft alfa noch omega,
maar brengt wel facetten
van goed samen leven
onder de aandacht. 
Patrick Loobuyck onderneemt interessante initiatieven om
jongeren met burgerschap in contact te brengen. Toch kan men zich afvragen hoe dat succesvol zal verlopen en dan nog, wat heet succes in deze? 

Wie het over burgerschap en burgerzin wil hebben, moet zichzelf af en toe wel eens in de spiegel kijken, want is men zelf wel zuiver op de graat? Dat mag anderzijds niet verhinderen dat er een grondige reflectie over burgerschap en burgerzin gevoerd wordt en wie zich ertoe uitgenodigd weet, neme de pen ter hand. Tegelijk neemt de ideologische verwarring toe, zodat we niet altijd goed weten wat burgerzin zou zijn.

Kan men geen sluitende definitie geven van wat men bedoelt met "burgerzin", duidelijk is wel dat het gaat over hoe we anderen willen zien opereren in de samenleving en ten aanzien van het publieke belang door wetten na te leven. Het blijft een hele uitdaging aan te geven hoe in het huidige bestel, met soms nog of soms nieuwe betuttelende wetgeving de zin ervan in te zien. Maar burgerschap gaat over meer, over contracten, over verplichtingen en over rechten, maar hoe dat alles zich tot elkaar verhoudt, blijft maar de vraag.

Daarover kan men dus wel lessen geven, maar zal men dan niet uitgebreid in de lessen geschiedenis of maatschappijleer precies de ontwikkelingen van het recht zelf aan de orde moeten stellen, van het debat over negatieve en positieve rechten? Zal men dan niet proberen jonge mensen duidelijk te maken hoe de zaken zich tot elkaar verhouden, rechten en plichten? Dat vergt grondig nadenken en werken met begrippen als verantwoordelijkheid en eventueel schuld? Men merkt in het debat dat men voorbij de termen van woorden, c.q. burgerschap, niet dat men het hele spectrum van inzichten en mogelijkheden toekomt, zodat het allemaal abstract wordt.

Het valt me dan wel op hoezeer men in de media de zaak van die farmers in Oregon, die op sleeptouw worden genomen, omdat ze het niet eens zijn met de overheid die natuurreservaten in stand wil houden en soms met elkaar wil verbinden, niet als een wezenlijke kwestie heeft behandeld, net zo trouwens kan men de discussie over het Second Amendment bij de grondwet onder ogen nemen, waar het gaat om het gratuite verdedigen van wapenbezit in een nieuwe context. Nieuw is het woord niet, want Amerika is al goed een eeuw sterk verstedelijkt en vooral daar dreigt onbezonnen geweld of dreigen frustraties tot zinloos geweld aanleiding te geven.

Opvoeden tot burgerschap gebeurt trouwens ook en doorgaans in de eerste plaats via de opvoeding, waarbij voorbeelden strekken, zoals dat heet. Sinds onheugelijke tijden vinden jongeren die regels vaak geen spek voor hun bek en vinden ze dat er regels en normen er zijn om ze te overschrijden. Maar ook volwassenen, die vroeger minstens deden alsof ze in orde waren met de regels, de normen en verplichtingen, lijken nu graag wel eens de grenzen op te zoeken of zelfs botweg te overschrijden. Zo is het leven nu eenmaal. Tegelijk wil men in dat licht maar niet vatten hoezeer die wetten en decreten ook voorzien in rechten én vooral dus mogelijkheden om onze individuele weg naar welbevinden te vinden.

Want daar gaat het dan toch om als we het over de moderne rechtsstaat hebben. Decennialang heeft men de repressieve aspecten op de agenda gezet, heeft men de staat gezien als regelneef - waar veel voor te zeggen valt, overigens - terwijl veel van de wet- en regelgeving ook gericht was op het organiseren en verlenen van positieve rechten. Dat gaat dan gepaard met duidelijke begrenzingen om misbruiken te voorkomen. Terecht dus, maar ook zorgt dat voor veel administratie en controlemechanismen. Maar zoals Alicja Gescinska in het essay "De verovering van de vrijheid" betoogde, zal men begrijpen dat het debat over negatieve en positieve rechten nog niet helemaal beslecht is en dat wellicht ook nooit zal worden.

Burgerschap kan men ook men ook begrijpen als een positie innemen in de samenleving, waarbij men inderdaad vooral de eigen zaken zoals het hoort, behartigt, maar ook, zoals Fernando Savater het stelde, over het goede samenleven. Hij pleit niet tegen individualisme, wel integendeel, want het behoort de mens zich van zichzelf en zijn behoeften, noden en wensen bewust te zijn. Evengoed weet eenieder dat samenleven zonder een zekere ruggengraat niet goed mogelijk is. Wie meedraait met elke wind, wie op elke verleiding ingaat of wie meent koste wat het kost altijd denkt te krijgen wat hij of zij wil, zal merken dat het een tijd lang goed kan gaan, maar ook dat er op enig ogenblik toch een zekere prijs zal vergen.

De andere pool is uiteraard het systeem, het bestel dat men in stand wil en moet houden. De vraag is of men dat van individuen kan verwachten en in welke mate dat ook zo is. Het institutionele systeem, het bestel waarin de staat haar plaats heeft en functies vervult, kan niet als zodanig het geheel van de samenleving & cultuur heten, omdat de staat over niet alles heeft te besturen en maatregelen uit te vaardigen. Maar als we vaker wezen op de kennis en zelfs wijsheid van burgers, waarbij ze hun belangen beter kennen dan men graag wil aannemen van overheidswege, dan moet men vaststellen dat ook de bereidheid bijvoorbeeld het vreedzaam samenleven en zelfs zorg voor de buurt, de omgeving op zich te nemen, zonder zich op de stoel van de professionele verantwoordelijken te zetten, wel te observeren valt.

Besluiten we dus - zonder dat we hier exhaustief alle facetten hebben overlopen, laat staan onderzocht - dat burgerschap een cultureel gegeven vormt, waar we ook in zekere mate fier over mogen zijn, trots op moeten zijn. In die zin kan men ook gewagen van een relatie tussen burgerschap en beschaving, van burgerschap en patriottisme ook, net omdat zorgzaam samenleven er ook een deel van is. Tegelijk moet men het individuele, c.q. autonome leven niet negeren, uit het oog verliezen. Hoewel men niet zonder meer kan stellen dat mensen minder dan vroeger met die zorg voor de gemeenschap bezig zijn, kan men ook niet zeggen dat hun allemaal rozengeur en maneschijn zou wezen: er is veel hypocrisie weggesijpeld, weggespoeld, wat duidelijk maakt dat er wel degelijk gevoeligheid voor bestaat. Overigens zal men toch ook opmerken dat we doorgaans vele regels vanzelf aanvaarden omdat we weten daar ook zelf voordeel bij te hebben. Maar niet enkel voordeel in directe zin, want het geeft ons rust en stabiliteit, die ons toelaten onze wegen in vrede te bewandelen.

Als dit alles inderdaad in hoge mate het geval mag heten, dan zou men zich op het eerste zicht niet te veel zorgen hoeven te maken over de mate waarin mensen zich burgers weten en er zich ook daar naar gedragen. Maar kijken naar wat goed gaat, vormt onze sterkte niet en dus gaat men er voor het gemak vanuit dat men dringend jongeren burgerschap moet bijbrengen en hopelijk ook wat burgerzin. Men moet dat sowieso doen, omdat we toch niet als perfecte mensen geboren worden. Het moet dus wel eens duidelijk gemaakt worden dat men van goed onderwijs mag verwachten, niet enkel expliciet en al helemaal niet exhaustief over burgerschap wordt gesproken, maar dat er vooral aan burgerschap wordt gedaan. Jeugdbewegingen en sportverenigingen nemen daar doorgaans ook hun verantwoordelijk op zich: spelen en pret maken, maar niet ten koste van anderen, al zal men wel eens kattenkwaad uithalen, dat men dan met de glimlach zal bestraffen.

Aandacht voor burgerzin en burgerschap in het onderwijs bespreken, kan men alleen maar bevorderen, maar zo te zien is dat al langer het geval, meer nog, het was altijd al de opzet om jongeren op te voeden tot oplettende jongelieden. Dat dit onderwijs lang ook repressief bleek, zal niemand verhelen, maar als men kijkt naar de samenleving, hoe die in hoge mate zorgde en zorgt voor veiligheid en stabiliteit, die velen buiten onze (ruime) grenzen ons benijden, zal men toch ook niet elk verhaal over strafstudies voor een verkeerd woord ernstig nemen.

Of men denkt ermee te volstaan cartesiaans met deze begrippen om te gaan, wil men jongeren echt doordringen van de waarde van burgerschap, valt te betwijfelen, maar het kan, in de visie van Leo Apostel ook tot vormen van atheïstische spirituele oefeningen aanleiding geven. Anders gezegd: kennis van het begrip burgerschap, dat dus veel in petto heeft, kan men zeker aandragen, maar burgerschap impliceert een gedrag, niet altijd ernstig en zuurpruimerig, net omdat het toelaat dat mensen weten hoe ze goed kunnen leven en ook anderen die ruimte te geven.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten