Aanzet tot debat over soevereiniteit



Dezer Dagen


Feest en salongesprekken

Het feest was lang aangekondigd en we keken ernaar uit, want het was een gelegenheid om die mensen uit onze microkosmos terug te zien, een feest waar een paar huwelijken en verjaardagen gevierd werden, waar gelukkig zijn gevierd werd. Dat blijft altijd een goede reden om te vieren, het leven te vieren.

Maar hoewel we het er niet over zouden hebben, begonnen iedereen spontaan over de gebeurtenis van de afgelopen dagen, de Brexit en het bepaald internationale gezelschap liet zien hoe Europa tegen die rare jongens, die de Britten toch wel zijn, aankijkt, namelijk met een zeker gevoel van afgrijzen, van woede omdat men zo de democratie onderuit halen kan: een complexe situatie met een simpel ja of nee beantwoorden, je moet het maar doen. Ook de leugens in de media dienden het te ontgelden en dat is wellicht het meest hoopgevend. Spanjaarden die aanwezig waren wisten ook te vertellen hoe onwrikbaar de politieke situatie in Spanje wel niet is, waarbij die Iglesias het diende te ontgelden.

Geloven dat je om het even wat mag zeggen in naam van de vrijheid van spreken, doet een democratie geen goed, maar we zijn er zo vertrouwd mee geraakt, dat je zou vrezen dat Europa en de democratie niet zo heel veel waard meer zijn, maar gesprekken in burgerlijke kring laten zien dat het men het wel gehad heeft met demagogen. Wie zal Europa redden? Wijzelf, want het zijn dus niet mensen als Hendrik Vos en andere politieke wetenschappers, die vanuit hun zogenaamde objectieve benadering de discussie over Parresia zullen voeren. Politieke wetenschappen herleiden het politieke tot la politique politicienne en de kleine en grote tactische flaters maar het moet juist laten zien, het vak van politieke wetenschappen beoefenen, hoezeer besluitvorming vertraagd dan wel aangescherpt kan worden en waarom bepaalde krachten haast ongemerkt het debat kunnen beheersen.

Al is Carl Schmitt dan besmet met het odium van steun aan het regime van Hitler, hij werd er al even vlug weer uitgekeild en heeft wellicht wel de bacil van het nazisme gedronken, zal er ook wel niet onbeschadigd uit zijn gekomen, maar hij beleefde nog de hele periode van het Wirtschaftswunder in de BRD. Zijn visie op politiek, waarbij hij onder meer de gevaren van al te idealistische benaderingen van politiek onder de aandacht bracht, waarbij hij voor de ambitie van universele politiek bedankte en zich vooral inliet met de vraag hoe we soevereiniteit moeten begrijpen, moet onze dezer dagen wel bezig houden.

Soverän ist, wer über den Ausnahmezustand entscheidet

De kwestie is dus wie over uitzonderingssituaties beslist, maar ook, of iemand met die uitzonderingen om kan gaan, wat meteen de macht, soevereiniteit van de machthebber, begrenst. In het licht van de lopende discussies over Europa kan men vaststellen dat er maar weinig soevereine macht te bespeuren valt en toch brengt dit mensen als Thierry Baudet ertoe de nationale staat opnieuw als soevereine macht naar voor te schuiven, alsof Nederland op het wereldtoneel, zeg de energiemarkt nog veel in de pap te brokken heeft. Verder vergeet hij dat de uitzonderingstoestand net de crux vormt van het probleem van machtsuitoefening - binnen een democratisch bestel. Want wat moeten we begrijpen als uitzonderingstoestand? Een uitzondering is wat afwijkt van de wet en wie zich met die uitzondering inlaat, bevestigt het recht, de wet, maar ook dat er een afwijking mogelijk is.

Nu de Brexit - die al gecontesteerd wordt - besloten is door de Britse kiezer, moet Europa met deze uitzondering, die merkwaardig genoeg al in de wet is opgenomen, artikel 50 van het handvest weten om te gaan. Men had dus voorzien dat staten zich opnieuw kunnen losmaken van de EU en alvast de start van de procedure vastgelegd. Probleem is wel, hoorde ik gisteren ten overvloede, dat niemand weet hoe dat proces van afscheiding nu zal uitgerold worden. Wie zal de pineut zijn? Wellicht die kiezers die het hardst om de Brexit hebben geschreeuwd, maar die even vergeten waren dat het niet de Brusselse elite was en is die hen in de steek heeft gelaten, maar de Londense elite.

Maar wat bedoelt men dan met elite, vroeg ik een paar keer en iedereen was verrast, want als het om het UK gaat, zien we inderdaad dat politiek personeel in een zeer beperkte groep wordt gerekruteerd, mensen die doorgaans in Oxford of andere topuniversiteiten gestudeerd hebben en waarvan de toegang geleidelijk afgedamd is geworden voor mensen met een minder riante uitgangspositie. Maar net op het continent, in Duitsland en Vlaanderen, maar ook elders merkt men dat de elitaire kringen eerder diffuus zijn en dat toegang tot universiteiten en hogescholen minder selectief is in sociaal-economisch opzicht maar wel de studenten steunt die willen studeren. Er heeft zich ook ten onzent een elite gevormd, maar die lijkt zich eerder onder de radar te bewegen en blijkt minder in de media of op politieke fora op te treden.

De politieke cultuur in het UK is dan ook wel anders dan op het continent, al geldt overal wat Lieve Joris eens zegde bij een lezing in Brugge, dat de democratie botst op de grenzen van het leefbare en werkbare. Het betreft vooral de modus operandi en de legitimiteit van democratie, maar die kan, zoals Carl Schmitt en Chantal Mouffe betogen, niet volgens a priori vastgestelde regels alleen uitvoering kunnen krijgen. Het menselijke speelt net in de democratie uiteraard een grote rol, dat wil zeggen dat men de afgelopen 170 jaar overal in Europa, zeker in de groeipolen van het industriële Europa een merkwaardige uitbreiding van de welvaart heeft gezien en na de crises van de jaren 1845 -1848 zag men steden groeien, kwamen er spoorwegen, werd de leerplicht of het recht op onderwijs uitgebreid en tegelijk, zeker na WO II, groeide met de welvaart ook wel de mate aan ontevredenheid. Het gaat om de problematiek van de rede, het rationele en emoties en hoe die zich tot elkaar verhouden in de politiek. Evident kan men zeggen dat burgers goed moeten nadenken, maar politici, kandidaten hebben er veel voor over de emoties aan te spreken.

Gekoppeld aan de toegenomen ontevredenheid krijgt men een gemakkelijk tot het kookpunt op te voeren stemming: Niets kon voldoen, zo lijkt het wel, ook niet het feit dat men niet gelijk met anderen kun delen in de economische groei? Dat kan niet. Maar Europa groeide gelijk mee en werd het strijdperk van 6, 9, 15 en uiteindelijk 27 democratieën, die niet altijd gelijk op gaan of sowieso dezelfde problemen hebben op te lossen. Als men ziet hoe Europa achtergebleven regio's ondersteunde en hoe daarvoor nationale politici en ambtenaren, maar ook lokale overheden verantwoordelijk waren, voor de uitrol van de steun, dan is duidelijk dat die regionale steun niet altijd succesvol was omwille van lokale geplogenheden. Toch kan men de Europese actie op dat terrein niet zomaar als een volkomen falen afdoen. Overigens, in een aantal gevallen werden die lokale autoriteiten ook ter verantwoording geroepen.

Niemand kan beweren dat Europa weinig of niets zou betekenen, omdat Europa voor de zes stichtende leden wel degelijk mee voor een snelle groei en de ontwikkeling van een nieuwe samenleving heeft kunnen zorgen. Nog maar zelden krijgt men inzicht in de evolutie sinds 1945 en al helemaal niet als een Europees verhaal. Noem ik de Europese Constructie een historische noodzaak noemde, geldt vanzelfsprekend niet dat men blind die constructie moet verderzetten, wel doordacht de kracht van gezamenlijk optreden aanwenden om de delen van het geheel ook beter te laten presteren. "Ever closer union"? Het klinkt eenvoudiger dan het is, maar tegelijk is het wel evident dat als landen soevereiniteit in het geding brengen om samen voor de burgers er het beste van te maken, dat dit ook wel gunstige gevolgen moet hebben.

Alleen, velen geloven dat "die van Brussel" zich tot een elite behoren weten en dus neerkijken op het volk, terwijl dat volk er eindelijk ook van overtuigd is dat die elite in Brussel er niets van bakt, dan wordt het debat moeilijk. De verloning van ambtenaren blijkt problematisch, terwijl ook de verkozenen van het Europees parlement er een mooi salaris op na houden dat bovendien fiscaal echt vriendelijk behandeld wordt, zodat de vraag gesteld wordt of dat hoge inkomen wel passend is. Dat lijkt mij terecht, niet omwille van ressentiment, maar omdat een te hoog inkomen voor parlementairen wel eens problematisch zou kunnen uitpakken, want wat kan men bereiken? Ik heb het altijd merkwaardig gevonden dat men bij de Vlaamse media vond dat we nood hadden aan professionele politici, loopbaanpolitici en ik denk nog altijd dat het functioneren van de parlementen, tegenover de overmacht  van de uitvoerende macht niet opgewassen is gebleken, waardoor de inpakt van het parlementaire overleg, zelfs in het Europese parlement aan belang heeft ingeboet. Men kan die realiteit strijdig achten met de traditioneel gehuldigde idee dat de wetgevende macht het geheel aanstuurt, de werkelijkheid onderkennen kan helpen om de democratie als bestel opnieuw een grotere legitimiteit te geven. Maar dat vergt enige bescheidenheid van de verkozen politici.

Er is nog een probleem, dat zeker Europees meespeelt, met name de kwestie van de lobbyisten, die politici en hoge ambtenaren van de Commissie, van de directoraten-generaal aanschrijven en aanspreken en voorzien van goede argumenten voor hun zaak, belang. Men kan doen alsof die lobbyisten geen plaats hebben in het bestel, maar men kan beter accepteren dat waar macht verzameld wordt, er ook allerlei kapers zitten met een gevuld adressenboekje, waarmee zij zaken voor allerlei belangengroepen kunnen behartigen. Het komt mij fout voor dat men dat ongeoorloofd noemt. Mensen met belangen willen die zo optimaal behartigen en dus vooral op het vlak van besluitvorming wegen. Vergeten we niet dat het niet enkel om commerciële belangen gaat, in de voedingssector bijvoorbeeld, maar ook op vele andere terreinen, ngo's proberen de besluitvorming naar hun wensen om te buigen.

De Brexit legt vooralsnog deze facetten van de besluitvorming niet bloot en dat is een heikel punt. Gedurende jaren vertellen dat Europese besluitvorming niet deugt, maar zelf nauw betrokken zijn op verschillende niveaus, via parlement en commissie, heeft het UK met de Brexit tegelijk de eigen ruiten ingegooid. Daarom moeten we nu de vele ankerpunten van het debat goed overwegen, want beweren dat Europa niet democratisch functioneert, heb ik altijd loze praat gevonden, maar dat de interactie tussen de bestuurders en de burgers aan verbetering toe is, mag men niet negeren. Ook zal men moeten terugkeren van een besluitvorming die altijd weer intergouvernementeel beslecht moet worden. Aan de andere kant zal men van de commissie verwachten dat ze niet doordrammen met het uitvaardigen van regeltjes maar toch meer besluitvaardigheid aan de dag leggen. Ziedaar de paradox van de EU, want de praktische uitwerking van richtlijnen komt vaak pijnlijk pietluttig over, maar dat moet men vaak de eigen nationale administratie aanwrijven. Iedereen aan het denken, zou ik zeggen.

Het komt dus inderdaad neer op soevereiniteit, waarbij we Schmitt volgen, dat slechts wie de uitzonderingen meester kan, soeverein mag heten. De afgelopen jaren hebben we gemerkt dat noch natiestaten in de EU noch de EU zelf bij machte gebleken waren passend te reageren op bijzondere omstandigheden. In die zin lijkt het moeilijk te liggen uit te maken waar de soevereiniteit berust. Het concept crisis, het feit dat crises zo vaak voorkomen, laat zien dat de besluitvormingsprocessen aan veel onzekerheid onderhevig is, vooral aan getouwtrek, waarbij niemand zich durft op te offeren voor het algemeen belang, want wie eenmaal afgaat is een vogel voor de kat. Daar schuilt het grootste probleem, want politici achten hun positie als een verworven recht en negeren daarmee andere wetmatigheden.




Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten