Filosofie in een pijnloze tijd





Reflectie



Wat te verlangen
van de filosofie
over troost, heldere kijk en nog iets





Hypathia van Alexandrië? Was zij
vooral wetenschapper of was
zij met het neoplatonisme bezig
geweest. Over haar is weinig geweten,
behalve dat ze een gruwelijke dood
stierf door toedoen van
fanatieke christenen, die alle
sporen van heidendom wilden
vernietigen. Maar hoe zou zij
over de leer van de hypostasen
hebben gedacht? 
Waarom ik nu plots aanneem te moeten nadenken over wat we van de filosofie mogen verwachten, kan ik alleen maar helder krijgen door te verwijzen naar de vele stemmen die opgaan ons bij de feiten te houden en ethiek zoveel als mogelijk te baseren op feiten en zekerheden, maar dat op vele terreinen een heldere kijk op die feiten moeilijk te bereiken valt. Of nog, het is subliem dat we nu vaststellen via onvoorstelbaar fijn afgestelde meetinstrumenten dat er zwaartekrachtgolven bestaan en dat die door Einstein werden vooropgesteld. Maar deze inzichten laten onverlet dat aan veel mensen dat oeverloze enthousiasme voorbij gaat, geen of weinig invloed heeft op hun mens- en wereldbeeld dat zich gevormd heeft doorheen het leven, door scholing en door gesprekken, door nieuwsfeiten ook. Hoeveel ruimte is er dan voor reflectie?

De vraag kwam bij me op na de aanslagen en woekerde verder, omdat ik niet wist hoe de kwestie aan te pakken. Lag het wellicht ook aan het feit dat mijn filosofische alaamkist niet goed ingericht is, dan toch ook aan het gegeven dat ik de juiste vragen niet leek te vinden.

Het is ook zo dat het persoonlijke gaat mee zoemen op de achtergrond of het ligt aan de omstandigheden die zich onverwacht kunnen voordoen, waardoor het denken op het oog niet meer zo streng volgens de regels van de kunst lijkt te verlopen, maar net daar biedt de filosofische praktijk ons wel mogelijkheden. Want wat formeel logisch correct lijkt, kan in de praktijk van het leven wel eens heel erg naar uitpakken.

Waarom zegt iemand: ik ga naar een nachtclub en ik neem mee, een machinegeweer en een colt? Hij zegt het niet alleen, hij doet het en meent het recht aan zijn kant te hebben. Nu kan men al vragen stellen bij de interpretatie van het Second Amendement, al hoort niet iedereen graag dat er sprake zou zijn van interpretatie en wel door de wapenlobby. Mag men dan niet verwachten dat als de omstandigheden veranderen, de regel aan betekenis verliezen? Hoe zou men anders de emancipatie van burgers, van vrouwen en ook van holebi's kunnen realiseren, tenzij men regels die ooit zijn uitgevaardigd on hold zet en geleidelijk wijzigt. Dat proces ging niet vanzelf, vergde veel overtuigingskracht en blijven ook nu nog wel eens dode letter.

De wet, niets dan de wet? Kan niet kloppen, want wetten zijn niet ingeblazen door enige godheid, meer nog, net vorsten die zich op de genade gods beriepen om hun ambt vorm te geven, waren vaak veel actiever in de wet- en regelgeving dan andere. In wezen kan de inblazing van alle kanten komen, bijvoorbeeld van de geest van de geschiedenis of van de vooruitgang. Hoe regels geschreven worden, blijft altijd nog een boeiende tak van de geschiedschrijving, maar die lijkt nagenoeg buiten het beeld de actuele geschiedschrijving te vallen en vervolgens merkt men dat filosofen niet altijd veel oog hebben voor het handwerk van de regelgeving. Maar ook de handhaving kan niet aan de aandacht ontsnappen, al blijkt men net daar aandacht te moeten hebben voor de principes die er aan de grondslag van liggen, met name de bestuurpraktijk, de ambtelijke geplogenheden ook berusten op principes die in reglementen werden uitgerold en waar ambtenaren zich aan moeten houden.

Gegeven de hoge kostprijs - zegt men - van de democratie, zou men verwachten dat de efficiëntere werking van de overheid voor iedereen, ook de ambtenaren gunstig zou uitpakken, maar zij voelen dat ze macht en invloed verliezen, terwijl de processen dankzij nieuwe technologie herdacht kunnen worden. Men moet hier wel aandacht hebben voor het onderscheid tussen front office en back office. Maar toch de strakke regelgeving die ooit ontworpen werd, diende doelen van onpartijdigheid en diende ongewenste beïnvloeding, corruptie in het ergste geval te voorkomen. Die regels behouden hun betekenis, zou men zeggen, maar precies de nieuwe mogelijkheden van ICT vergen dat de regels die neutraliteit van de ambtenaar moeten beschermen en waarborgen bijgesteld worden. Hoe dat dan moet? Alleen al de vele domeinen waarop ambtenaren met burgers en groepen interfereren maakt het moeilijk hier a priori een volkomen deontologie te ontwerpen.

Men kan het dan hebben over deugdenethiek en integriteit, moet die kwestie aandachtig bekijken en proberen mee te geven wat dat in concreto voor een ambtenaar in de zorg kan betekenen en wat een ambtenaar ruimtelijke ordening ermee aan dient te vangen. Maar de ethiek zelf blijkt dan niet alleen op feiten gebaseerd te zijn, maar op de verwachting van wat goed is voor het handelende subject, wellicht ook voor personen die het voorwerp vormen van dat handelen, lijdend of meewerkend voorwerp. Nadenken over het goede handelen, als individu in de samenleving, economisch, professioneel of anderszins lijkt al vaker afdoende beantwoord, want we moeten rationeel ons geluk maximaliseren, maar bijvoorbeeld Adam Smith zette daar in zijn andere hoofdwerk, The theory of moral sentiments  waarin deze niet zozeer van nutsdenken lijkt uit te gaan, maar van sympathie tussen mensen, een andere kijk op te formuleren. Dat Smith zich wellicht keerde tegen de visie van Bernard Mandeville - the fable of the bees - die stelde dat als mensen plots allemaal deugdzaam werden, het systeem in elkaar zou storten.

Ons handelen alleen richten op meerwaarde en nut, zoals neoliberalen graag beweren, heeft als nadeel dat een heel domein van handelen buiten beeld blijft, of, zoals Neiman het stelde, als men enkele (altruïstische) handeling probeert te onthullen als een vorm van egocentrisme, dan doet men mensen in hun leven geweld aan. Er wordt veel gedaan dat weinig met persoonlijk nut te maken en in onderwijs en zorg zien we mensen die veel meer opbrengen dan wat professionalisme van hen verwacht - maar zij zien hun handelen net als professioneel.

Hoeveel energie kan een ouder steken in een kind dat niet echt meewil, niet mee kan? Sommige gaan zeer ver en zorgen voor allerlei therapeutische ondersteuning, andere ouders kiezen resoluut voor het recht op inclusie voor hun kind, ook al is dat wellicht niet de beste benadering. Opgemerkt moet worden dat sommige ouders die hun valide en gezonde kinderen met geen stokken aan het studeren krijgen, ook weinig inzichten bij de hand hebben om zoon of dochter toch aan het studeren te krijgen, maar hem of haar op school nog verontschuldigen, misschien zelfs naar de rechter stappen omdat de behaalde resultaten beneden alle peil zijn, maar dat kan alleen aan de school liggen. Aan de ene kant willen mensen gebruik maken van het M-decreet, vergetende dat de werkelijkheid ook rechten heeft en toegekende positieve rechten niet altijd het beste ingevuld worden als men de omstandigheden niet voor lief kan nemen, hoe lastig dat ook kan zijn.

Daar zit nu net de crux van het denken, van het leven van de geest, dat we inderdaad over mooie principes kunnen discussiëren en ons een beeld kunnen vormen van de ideale wereld, maar dat we dat denken ook kunnen inzetten om ons leven zoals het is vorm te geven. Wat te doen? Het blijft een lastige vraag, maar als men ziet hoe men meritocratie heeft verengd tot een papiertjesfetisj en anders dan in Mei '68 werd gedacht, het potentieel van mensen voor zich te laten spreken, dan is duidelijk dat die omgang met diploma's vaak een manier is om de bokken van de schapen te scheiden.

Als we dus nadenken,  komen er bij ons vragen op en toch zijn we niet altijd verheugd over de antwoorden die we krijgen, of dan praten we onszelf betere antwoorden aan, waar we wel content mee kunnen zijn. Vaak zeggen mensen dat filosoferen en luchtfietsen een en hetzelfde blijken, maar juist filosoferen kan zich niet voltrekken als men zomaar wat lijkt aan te nemen, gaat over de dingen des daags en hoe we ermee om kunnen gaan. Het gaat om wat we kunnen weten, doen en hopen,  om wat des mensen is - de vraag wat de mens is, kan men niet zo gauw beantwoorden. We hebben alleen mensen, die allemaal wel behoren tot de soort homo sapiens sapiens delen, maar verder door omstandigheden, talenten en andere redenen verschillen menselijke individuen van elkaar. De mens zal men niet vinden, maar we kunnen met elkaar wel tot gedeelde inzichten komen. Vroeger waren dit inzichten die van bovenaf afgekondigd werden - al zal men in meerdere religieuze bewegingen merken dat sommige van die opgelegde axioma's en dogma's eerst ergens in het verborgene hun weg hadden gezocht en gevonden.

Een voorbeeld kan verduidelijken waar het om gaat: seksueel gedrag werd lang door algemeen gedeelde normen, die door de kerk en wereldlijke overheden werden gesteund, geregeld en de naleving ervan was een zaak van nauwgezette controle, sociale controle voorop. De seksuele zeden hadden dan ook te maken met aangelegenheden die het individu overstijgen, zoals het familiepatrimonium en de zekerheid van de afstamming. Als het ging om seksuele handelingen die niet op voortplanting gericht waren, bleef de kerk lang op haar positie kamperen, waarbij men het moeilijk had te erkennen dat seksualiteit niet a priori met voortplanting te maken heeft, zonder dat dit maatschappelijk tot ongerief moet leiden, eens de kraamvrouwsterfte en de kindersterfte achter de rug waren door betere hygiëne, voeding, huisvesting. Het seksuele leven was dus lange tijd niet enkel een private, persoonlijke  aangelegenheid.

Het verschil tussen het publieke en het persoonlijke kan inderdaad niet altijd helder getrokken worden, maar wat we elkaar ten goede aandoen, hoeft toch niet voortdurend ter discussie te staan. Toch zijn we er in onze samenleving graag mee bezig alleen naar (mogelijke) uitwassen te kijken. Wat we doen, ten aanzien van een andere, kan ook goed uitpakken, al weten we even goed dat in communes de grens tussen seksuele vrijheid en het afdwingen van seks bijzonder dun was. Maar het zijn dan ook bijzondere leefvormen, die men als idealistisch voorstelde, maar waar machtsmanipulatie evengoed aanwezig was als in het gewone leven. Toch is het precies die vorm van kijken naar mensen en hun leven, vanuit de idee dat het mis gaat, een beperkte vorm van benaderen. Zal er misbruik zijn? Helaas wel, maar mensen lijken niet goed meer te weten dat ze zich goed mogen voelen, geen problemen hebben met goede wijn, lekker eten of prettige, aangename intimiteit.

Wanneer we nadenken, aldus Hannah Arendt gaat het niet onszelf buiten het bestel en de gebeurtenissen te fantaseren, maar net te begrijpen dat ons denken ook onszelf impliceert en dat we ons niet zomaar kunnen terugtrekken in een wel ingericht appartement in de wolken. Er is meer, ons denken gaat uit van wat we vernemen, via de media en via min of meer intieme gesprekken. We nemen niet zomaar aan wat verteld wordt, maar tegelijk gaan we uit van een basisvertrouwen, dat noodzakelijk is om met elkaar te kunnen spreken over de dingen. We komen dus niet altijd op eigen houtje tot inzichten, hoe hard we het tegendeel ook willen voorwenden.

Denken we na over ons eigen lot, dan hoeft dat niet a priori vanuit de positie van een slachtoffer te wezen of vanuit onvervulde wensen. In het bestaande bestel wordt ons geleerd goed te kijken naar de bronnen van ons ongenoegen, want lijden hoeft niet, zou de les van de Verlichting zijn. Het is belangrijk bij de kanttekening te blijven staan dat vanuit de Verlichting een discours tot stand kwam dat mensen zich onnodig lijden niet hoeven te laten welgevallen, uit christelijke deemoed. Maar men kan het leed, dat men nu medisch verregaand kan opvangen en remediëren, niet helemaal voorkomen en soms blijkt de wetenschap machteloos, omdat bepaalde domeinen nog niet geheel toegankelijk zijn. Het leed dat voorkomt uit ongevallen, uit een samenloop van omstandigheden, kan men niet voorkomen en het is moeilijk ermee om te gaan, als we ons aangewend hebben elk leed te weigeren.

Soms moet een mens resigneren, de wonden van het leven en eventuele tekorten op het vlak van levensgeluk voor lief nemen. Dat gaat niet door zich voortdurend aan de bronnen van dit ongenoegen te laven en zich te verliezen in zelfbeklag. Résiliance, veerkracht vinden kan men niet zomaar, maar relativeren van het eigen leed helpt niet altijd. Dat leed kan diep zijn, kan ons tot rouwen brengen, maar is tegelijk een deel van het leven zoals het is. In de discussie waaraan Peter Sloterdijk een bijdrage geleverd over de moderniteit, "De verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd" blijkt het moeilijk te zijn te ontkennen dat ook de moderniteit ons met fata morgana's heeft opgezadeld, door ons te laten geloven dat we ooit in een pijnloze tijd zouden leven. In dit leven kunnen we onszelf een en ander aandoen, kunnen anderen ons en wij anderen heel wat leed berokkenen, al dan niet bedoeld, zodat we van die pijnloze tijd niet al te veel hoeven te verwachten. Maar er is veel waar we opgetogen over kunnen zijn, er zijn overwinningen op de natuur behaald, op ons zwakke lichaam, maar het neemt niet weg dat er een en ander mis kan gaan. En toch is dat niet de kern van ons bestaan, want dat is het leven, met genoegen en met het besef dat we goed af zijn met de mogelijkheden die ons ter beschikking staan, ook de voorzieningen voor mensen met mentale achterstand of mensen die om andere redenen lijden.

De druk op mensen om te beantwoorden aan bepaalde dogma's en de mallen waarin we elkaar willen gieten, het procrustesbed waar we van elkaar de maat willen nemen. Of dat zo een interessante vorm van handelen en denken is, moeten we toch beter bekijken, want, we moeten oefenen om goed te leven. Daar is het om te doen en wetende dat er geen voorgekauwde inzichten zijn, die in voorkomend geval alle pijn wegnemen, kan men soms niet anders dan resigneren, maar zonder chagrijn. Dat soort denken mag, durf ik te hopen, ook onder de noemer filosofie een plaats krijgen.

Bart Haers



Reacties

Populaire berichten