Henk Hofland en levensvreugde

Dezer Dagen


Henk Hofland en andere reminiscenties
Het geheugenpaleis in volle glorie

Henk Hofland, zoals hij de laatste jaren
wel eens op de buis kwam. Vooral zijn
stukken waren vaak een verademing. 
Plots zie ik ze zitten in de studio, met Jeroen Pauw en Paul Witteman, drie heren van stand en op leeftijd, Harry Mulisch, Jan Blokker en Henk Hofland, bij leven lid van een herenclub en voor het overige ook wel samen en afzonderlijk bezig de wereld of dingen te vertimmeren, te verbeteren. Die generatie, bijna 90 nu, heeft tijdens de oorlog keuzes moeten maken, de iets ouderen dan toch en vervolgens in de jaren na WO II mee de wederopbouw vorm gegeven. We weten er nog weinig van en dat is - gegeven de discussie over de Brexit - wel pijnlijk.

Natuurlijk is het niet zo dat wij de keuzes van onze voorzaten moeten gestand doen, we moeten goed doordacht keuzes maken voor deze tijd en voor de toekomst. Discussies over het vertimmeren van de wereld horen we nog nauwelijks, ook al omdat zij er niet zo heel veel van terecht gebracht hebben. Wie "zij"? We weten dat Mulisch Castro en Cuba enige tijd welgezind is geweest, maar of hij dat tot het einde toe is gebleven, valt te bezien. Er zijn wel mensen die geen spoor van een verandering van inzicht menen te bespeuren, maar de hele episode van Max, Ono en Ada kan wel gelden als een persiflage, ook van het eigen geloof in de kracht van de revolutie. Het verhaal is me bijgebleven als een sublieme vorm van zelfspot, maar net bij recensenten komt deze passage zelden aan bod, wellicht omdat men er zich geen raad mee weet. De journalist Henk Hofland heeft wel laten zien dat de wereld veranderde en lang niet altijd ten kwade.

Henk Hofland en Mulisch, ze blijven als virgillen  mijn pad bijlichten, niet omdat ik het altijd en onverkort met hen eens was, maar omdat ze een manier hadden om naar het dagelijkse te kijken die me wel kon bekoren. Niet het banale trof hen, niet het feit dat alle mensen wel eens naar het toilet moeten of eten uit het vuistje, maar hoe ze die banale handelingen voltrekken en hoe ze erbij aanwezig zijn of net met het hoofd ergens anders.

Ik weet niet of er Henk Hofland genoegen mee zal doen, postuum, iets te beschrijven dat vorm geeft aan mijn kijken naar het leven. Zeker de laatste tien, vijftien jaar was Henk Hofland een chroniqueur geworden die ons deed afvragen of we wel goed keken. Een zondagse wandeling, begin juni in Nismes, gemeente Viroinval in het Zuidwesten van het land, boven de canyon die de Maas in het landschap heeft uitgesleten. De regio wordt gekenmerkt door een speciale reliëfvorm, de tiennes, maar is vooral een bosrijke omgeving, met een roerige geschiedenis.

Als je een gids volgt moet je in principe en uit respect volgen wat hij of zij laat zien, maar geleidelijk ontdekt men, mits men goed oplet, wel een goed verhaal. Ik ben wel vaker op kamp geweest en heb er ooit een langere wandeltocht gemaakt, zodat de streek me ook nu nog interesseert, te meer omdat men er eindelijk niet zo gauw iets over verneemt.

Van industriële archeologie gesproken? Hier ziet men sporen, gebouwen van een vergane glorie, maar ook blijkt het moeilijk in een geisoleerde streek nieuwe industrie op te bouwen. Tot rond 1850 kon men in de streek met ijzererts uit de voeten, werden bossen gerooid om het ijzererts te smelten, ook de slakken werden nog eens hersmolten om geen kostbaar metaal te verliezen. Maar toen even noordelijker, bij Charleroi kolenaders gevonden werden die goed ontgonnen konden worden, verloor de streek rond Nismes de concurrentiestrijd. De kale heuvels raakten opnieuw bebost of werden bebost door eigenaren die er anders geen opbrengst van zagen.

Merkwaardig genoeg lag er een verborgen parel, ruïnes van een oude kapel in een vestingmuur waar een aantal graven nog na te speuren zijn en die getuigen van een redelijk welvarend verleden. Meewandelend probeerde ik mij dat verleden voor de geest te halen, maar lukken wilde het niet en zelfs de foto's hielpen me niet echt verder. De pogingen om de streek toeristisch aantrekkelijker te maken kan ik wel smaken, het blijft moeilijk zich met de streek verbonden te weten, behalve dat er een familielid een vakantiehuis heeft gebouwd. Eens te meer werd ik er mij van bewust dat het niet altijd evident een goed zicht te hebben over hoe het leven er moet geweest zijn, 100 of 200 jaar geleden. Overigens, is er niet ergens in de buurt een hut te vinden, waar ene Adolf H. tijdens WO onderdak had gevonden? Of was het een bunker voor de generale staf tijdens de Blitz?

Hoe leven mensen, waarvan leven ze en hoe staan ze in het leven? Aan de mensen die er vandaag leven, valt niet veel meer te zien, maar vergeten we niet dat de grond er niet zo vruchtbaar is om er kostelijke gewassen te kweken. Het blijft opvallend dat er wel een aantal grote huizen zijn, die getuigen van enige welstand, maar er zijn ook behoorlijk wat kleine huisjes bij de rivier waar men klompen maakte, blijkbaar vooral voor vrouwenvoetjes.

Het is maar een paar uur rijden en toch heeft men de indruk dat het een andere samenleving is. De gedachte dat we kunnen samenleven mag men niet uit het oog verliezen, zeker niet in deze tijd, maar als men ziet hoe het daar blijkbaar toegaat, dan komen de vragen opzetten. Natuurlijk, we staan er als vreemdelingen, indringers te luisteren naar een vriendelijke gids, die ook zelf is komen aanspoelen. Maar zij weet zich wel met de streek verbonden en weet er mooie dingen over te vertellen.

In de namiddag trokken we de bossen in, de heuvel op, naar een plaats die Fondry de chien heet  en waar zich een doline bevindt, een kalkformatie die in het Krijt (circa 146 - 65 miljoen jaar geleden) was gevormd toen de regio bedekt was met een tropische zee. De vorming van kalksteenformaties kwam voort uit het neerslaan van afgestorven organismen op de zeebodem, vooral tijdens het Krijt, een bijzonder warme periode in de klimaatgeschiedenis van de aarde, de tijd ook dat de dino's rondliepen op deze aarde. Maar de kalksteenformaties die we zagen, een diepe put in het landschap, liet nog maar eens zien dat zo een bezoekje, hoe banaal het ook mag lijken, toch wel een bijzondere ervaring werd. Nu goed, onweersdreiging en het feit dat we toch goed een uur moesten stappen om terug bij het punt van vertrek aan te komen, zorgde dat we even snel weer weggingen. Achteraf gezien had ik wel graag eens afgedaald in die karstpijp, maar ik had toch een paar salamanders gezien. Diep beneden ligt de bodem van de pijp, omdat door verzuring de kalk is  ontstaan, maar ook door menselijke activiteit. Zouden er ooit mensen ergens doorheen gezakt zijn? Of moeten we ons gewoon verlustigen aan de wanden, de grillige vormen en hoe we er een verhaal rond kunnen weven: we weten hoe dit ontstaan is.

Het gewone van zo een wandeling, zou men kunnen stellen, is voor de wandelaars zelf nooit zo gewoon. Want zo een wandeling brengt wel gesprekken met zich en ook enige bewondering, verwondering over wat er te zien is. Zouden we echt geloven dat het leven ons alleen maar banaliteit te bieden heeft, we zouden er wellicht vlug vanaf willen. Maar wat is het dan, dat iets banaal maakt? Als je luistert naar architecten en stijliconen, dan moet je wel geloven dat we in een banale omgeving leven. Maar is dat werkelijk zo? Ik heb zo mijn twijfels.

De wereld die we erfden, kende nog geen computers, nog geen mobieltjes en we dronken niet zo vaak wijn of cava, maar net dat, die grote consumptie van de goede dingen maakt het ook allemaal zo banaal en gewoontjes, maar je hoeft het zelf niet tot iets banaals te maken. Maar daar morsen dan wel eens mee, heb ik de indruk, omdat we er niet altijd meer in slagen een feest gewoon een feest te laten zijn. Deze gedachten heb ik niet van Henk Hofland en Mulisch alleen, maar zij droegen er wel toe bij dat ik de mogelijkheid tot verwonderen weer zag en er mij wel eens aan durfde over te geven. Want het is gemakkelijk ongeveer alles voor banaal te houden, terwijl we zo wel de lust tot leven verliezen. Vooral perfectie nastrevend, laten we veel kansen schieten op een weldadig gevoeld, dat we vervolgens in onze dagelijkse beslommeringen kunnen meenemen. Of nog, Mulisch, Hofland en co bezorgden mij een motivatie tot levensvreugde, maar in fine moeten we dat zelf wel doen.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten