Hoe is 't met Pallieter gesteld



Kritiek


Pallieter
een icoon of een postuurke?




Boekomslag Pallieter, zoals wel vaker
door de auteur zelf verzorgd. 
Gelukkig las ik eerst het boek en zag ik pas later de film, want die maakte er maar een naar beeld van, een postuurke; u weet wel, zo een poppetje om op de schoorsteenmantel te laten blinken. Pallieter is veel meer dan dat en vooral, je weet niet altijd wat je aan hem hebt. Heeft de auteur, zoals in een paar artikeltjes te lezen viel de winkel wat te goed laten draaien, dan blijft het nog maar de vraag of daar zoveel tegenin te brengen valt, zeker in tijden dat sommige auteurs graag hun winkel laten draaien en ze bovendien met genoegen winkeldochters in de etalage zetten?
 oek
Pallieter? In 1916, oorlogstijd publiceerde Felix Timmermans de roman  die  te maken zou hebben met een ontwaken uit een diepe depressie in 1912. Wat ik me van de eerste kennismaking herinner, vaak op de bus van Gent naar Waarschoot, is dat de heer Pallieter kon leven van zijn renten, maar lange tijd met zichzelf geen blijf had geweten, tot hij plots het licht zag gloren en kon genieten van alles om hem heen, zijn meid, enkele vrienden en vooral de omgeving, zijn erf en de Nete. Men kan dat eenvoudige vreugde noemen, me dunkt dat er iets meer aan de hand was, namelijk de vreugde te mogen leven en het leven te kunnen vieren. Vraag is nu wanneer ik vernam dat Felix Timmermans dit geschreven heeft na of bij het zich ontworstelen aan een depressie, al speelt dat slechts voor de initiële interpretatie misschien mee.

Wel herinner ik mij dat ik op zekere dag uitgenodigd werd voor een gesprek met de klastitularis, een pater Jezuïet van de oude stempel, omdat hij de indruk dat ik niet echt op mijn gemak was. Zoals het hoorde wist hij wel een en ander over de gezinssituatie en kon hij begrijpen dat ik af en toe wat droefgeestig rondliep. Om mij uit de ongemakkelijke situatie te redden begon ik dan maar over Pallieter, van Felix Timmermans, niet wetende dat de leraar in kwestie een zwak had voor deze bijzondere figuur. Mijn interpretatie van de roman beviel hem wel, maar zoals het gaat, vertelde ik meer over mezelf dan ik had willen doen. Aan tafel hadden we wel eens over de Fé gesproken en zowel mijn vader als moeder konden onze waardering wel plaatsen, waarbij gezegd moet worden dat geen van ons refereerde aan bepaalde activiteiten van de auteur, zoals de Pelgrim, in de jaren 1930, waar een aantal mensen in Lier en omgeving bezig waren met nieuwe opvattingen over en vooral van het geloof, niet met het herstellen van de oude katholieke hegemonie. Er was in Europa wel meer gaande, waarbij men zocht naar nieuwe vormen van beleving, religieus maar niet altijd orthodox of katholiek.

In dat gesprek wees mijn leraar nu net wel op die complexe geschiedenis en liet me proeven van de uitdaging autonoom te denken, want hij moet toen gezien hebben dat ik niet mij niet zo heel veel gelegen liet aan het gemakkelijke parcours van het conformisme. Daarom bedacht ik dat de figuur van Pallieter me wel kon aanspreken, dat vermogen te ontwaken en de wereld te bezien alsof de zondvloed pas voorbij was en er iets nieuws kon beginnen. Pallieter maakt in de roman overigens een bijkomende beweging door, want waar hij eerst vergenoegd naar de wereld kijkt, ontstaat ook achterdocht dat we het wel eens zouden kunnen vernietigen door een onze dadendrift en het oeverloze bouwen, bebouwen. In de film ziet men hoe Pallieter meevliegt en de toekomst voor zich ziet, die hem niet geheel bevalt.

Nu denk ik, honderd jaar later, dat zijn vrees deels gegrond was, maar dat we toch de baten en zegeningen van de nieuwe technologie ook niet zomaar mogen afwijzen. Ook denk ik, zonder daarom per se in een katholieke context te verwijlen, dat enige mystiek en spiritualiteit een leven kunnen verrijken.  Maar Timmermans en zijn kompanen wilden ook modern zijn, wilden net weg uit de zeemzoete geloofsbeleving van de negentiende eeuw, maar allicht hadden ze ook de idee dat men het begrip zonde toch best eens opnieuw zou bekijken. Onze blik op de groep rond De Pelgrim wordt evenwel ook verduisterd door de evolutie die de verschillende leden naderhand hebben doorgemaakt, waarbij Dirk Vansina en Ernest Van der Hallen dicht bij de collaboratie leken te staan, maar er niettemin bewust afzijdig van bleven. De Epuratie na WO II was niet tuk op nuances, zoals ook Felix Timmermans zelf mocht ervaren.

Laten we wel wezen, de man die in 1912 begon met Pallieter, 26 jaar oud, had andere zaken af te handelen dan de gevierde auteur in 1940 en toch, men blijft zich tot vandaag toespitsen op het gezapige in de figuur van Timmermans en blijft daarom blind voor de zinnelijkheid in diens werk. Misschien is het dat wat we hen, die oude katholieke knarren kunnen benijden, dat zij ondanks het gevaar van hel en verdoemenis toch durfden te leven en te genieten van de goede dingen des levens. Timmermans die Brueghel al wel zal gekend hebben, laat Pallieter een feestmaal inrichten waarvoor hij, de auteur, in beeldrijke taal een ode aan richt. Maar het feest is ook zowat het begin van het einde voor Pallieter, want hij weet dat zijn Nete niet meer zo statig zou kronkelen door het land, dat men het bestaande landschap zelf zal veranderen en hier las ik voor het eerst hoe moeilijk het is te willen behouden wat er is en toch vernieuwing, moderne dingen als spoorwegen te willen.

Nog eens, ik probeer mij ver te houden van wat de filmbeelden te vertellen hebben, ook al omdat er in de hele film geen enkel vloeiend gesprek mogelijk blijkt en wie Timmermans leest, die merkt dat Pallieter en zijn vrienden ook wel van taal houden, niet allemaal, maar toch. De stugge karakters in de verfilming, de soms abrupt uitgesproken zinnen sporen niet wat het boek wel suggereert. Zelfs met Marieke voert Pallieter nauwelijks een gesprek, wat mij altijd tegen de film heeft ingenomen. Pallieter is namelijk geen boer, in zekere zin zelfs geen provinciaal maar iemand, zeker na de depressie - van Timmermans? - begrijpt dat men van het leven kan houden en het omhelzen mag, wil men niet opnieuw in de diepste krochten van wezenloosheid verzeild geraken. Pallieter, denk ik dan, moet van zijn renten hebben kunnen leven, van een erfenis zonder zich nog zorgen hoeven te maken over wat waarvan hij zal leven. Wat hem wel geleidelijk opnieuw bekruipt, denk ik, is hoe hij iets zal creëren, iets scheppen. Ik schrijf "denk ik" omdat ik weet dat hier wellicht niet de pure speculatie aan de orde is, maar datgene wat ik omtrent Pallieter ben gaan denken in de afgelopen 35 jaar.

Pallieter zal met vrouw en kind - als ik het wel heb - de Nete afvaren en een oord zoeken om te leven dat niet door industrie en toenemende bevolkingsdruk zal versmacht worden. Die vlucht heeft me altijd geïntrigeerd, omdat het al duidelijk was, rond 1912 -1914 dat men niet zo gauw meer aan de beschaving ontsnappen zou, per binnenschip dan toch; ergens in Polen of Pommeren had men zoiets kunnen beleven, de wouden van Litouwen of Estland. De illusie ergens een ongeschonden gebied te vinden, was ook voor andere auteurs al lang en breed een thema. "Hoe het groeide", - Markens grøde - vertelt het verhaal van een man die ver van de toenmalige bewoonde wereld rond Bergen, Trondheim naar het Noorden gaat om er zijn eigen bestaan op te bouwen. Knut Hamsun - die na WO II beschuldigd werd van de sympathieën voor de nazi's - publiceerde die roman in 1917 en dus nagenoeg tegelijk met Pallieter maakte de roman mondiaal grote indruk.

Met andere woorden, de ongerijmdheid van het vertrek droeg ertoe bij dat ik wel moest blijven nadenken over dit werk en bracht me er tevens toe na te denken over wat moderniteit nu eenmaal is. Wat in 1912 modern mocht heten, spoorwegen, fietsen en auto's, is vandaag al lang ingeburgerd en maakt nog weinig indruk. Overigens, ook dat staat me niet bij, dat Timmermans behalve een vliegtuig andere middelen, zoals een auto of een fiets in de roman een plaats geeft. Wel rijdt Pallieter met een hondenkar naar zijn vriend.

Ben ik verheugd dat men nog eens welwillend over deze roman wil spreken, dan blijf ik wel verbaasd dat men in Vlaanderen romans als Pallieter - maar ook Boerenpsalm - zomaar wil en kan vergeten. Het behoort tot het literaire patrimonium, zoals het werk van Gilliams of Paul Lebeau, maar al lang en breed uit de gratie van de literaire smaakmakers verdreven. Is Pallieter nog leesbaar? Uiteraard, want hoe zou men anders nog "Le neveu de Rameau" kunnen lezen of "La réligieuse", beide van Denis Diderot. Men kan ook denken aan Effi Briest van Theodor Fontane, maar over die tak van de Europese literatuur spreekt men al helemaal niet meer. Kan men alles gewoon vatten? De meeste boeken, behalve Dan Brown of 50 tinten dan, kan men niet altijd vanzelf vatten, wat ook geen verdienste mag heten, want te moeilijk is ook niet goed. Maar het betreden van het landschap dat auteurs ons hebben nagelaten, van Ovidius tot Eugen Ruge, een hedendaags auteur overigens, vergt altijd ontvankelijkheid van de lezer en de wil ook die wereld te betreden. Zoals Pascal Mercier aantoont in "Nachttrein naar Lissabon" is het aan de schrijver de lezer mee te nemen. Nu, sommige recensenten en moderne censors, die het patrimonium menen te moeten beheren, vinden dat inspanningen uit den boze zijn, dat een boek onmiddellijk moet aanspreken. Wel, met Marcel Pagnol heb ik vele genoeglijke uren doorgebracht, want de schrijver stelt alleen mijn beperkte vocabularium en kennis van dieren- en plantennamen op de proef, maar toch, hij laat de lezer niet los, hoe provinciaal het allemaal mag lijken.

Pallieter verdient het besproken te worden naast een keur van romans en verhalen uit de wereldliteratuur. Pallieter was geen provinciaal, hij weigerde wel dat zijn streek door de industrie vernield zou worden, maar wist misschien ook dat hij nergens nog echt een vredige plek zou vinden. Is dat niet de condition humaine die sinds 1916 onze samenleving steeds meer is gaan kenmerken en steeds meer mensen mee in de maling heeft  genomen? Pallieter wilde van het leven houden, van bomen en planten, honden en katten, van zijn vrienden en zoveel meer nog. Maar dreigende onteigening joeg hem de Nete op. Waarheen?

Pallieter lijkt wat mij betreft niet op de schelm noch op de zeemzoete leutigaard die men ervan wil maken. Goed eten en goed drinken, de geuren van weilanden en de bossen opsnuiven, dat allemaal wel, zoals ook de liefde voor Marieke hem bezocht, maar hij is en blijft iemand die niet zomaar mee deint op de golven of meewaait met de zotte wind. Een postuurke kan men er met de beste wil van de wereld niet van maken, maar wat hoe het wel met hem gesteld is, kan men maar beter zelf al lezend uitvogelen.

Bart Haers   





Reacties

Populaire berichten