Humaniora, een pleidooi




Dezer Dagen



Onderwijsdebat
belang van
humane wetenschappen/vrije kunsten




Wie Cicero ook was, hoe hij ook gedood
wordt door de uitvoerders van de
Conscripties van Antonius en Octavianus,
sommge van zijn werken, "De Officiis"
mag men wel eens opnieuw ter harte
nemen. Wat van belang is, blijft
de kennisname van een vreemd
gedachtengoed, dat men zelf kan
verwerken. 
Wie de ideologische debatten over de onderwijshervormingen heeft gevolgd en de grote dadendrang in ogenschouw neemt, die de hervormers sinds de invoering van het VSO, moet opmerken dat men graag lansen, bossen lansen breekt voor wiskunde en wetenschappen, dan vindt men Latijn, Grieks en culturele kennis in andere taalgebieden blijkbare een overbodige luxe, terwijl juist dat voor hedendaagse mensen aan de orde is. Wil men aangenaam converseren met mensen uit andere gebieden dan kan het leuk zijn iets te kunnen zeggen over David Bowie, Madonna en 50 cent. Maar sommige mensen leven niet bij de waan van de dag en het kan leuk zijn dat men iets over Lazarillo de Tormos of de meningen van Tristram Shandy dan wel Ivan Karamazov weet te vertellen.

Het doel van de humaniora was algemene kennis in een generalistisch  kader aan te reiken, waarmee de afgestudeerde zelfstandig aan de slag kon, dat wil zeggen, zonder begeleiding teksten kan lezen en interpreteren en belangwekkende kwesties onderzoeken. Men heeft de afgelopen decennia van het oude collegesysteem, in andere landen het gymnasium een wel zeer beperkt beeld opgehangen: stampen, stampen en slaafs herhalen wat de leraar heeft verteld. Dat men bij het declameren van gedichten, van de Ilias of de Aeneas wel degelijk de juiste tekst moet declameren, spreekt voor zich, maar ik had de indruk, dat de generatie van mijn vader, collegejongen tijdens WO II wel degelijk ook een kritische zin heeft meegekregen.

Het kan ook moeilijk anders, omdat in de veelheid van vakken die men krijgt door goed invoerde leraren ook vaak tegenstellingen en contradicties aan de orde kwamen, waarmee men had om te leren gaan. Als men de Philippica van Demosthenes en van Cicero leert te lezen, dan heeft men inderdaad een heel eind weg afgelegd want men leest die teksten niet onvoorbereid. Het is dus van belang dat men goed het Latijn en het Grieks onder de knie krijgt en dat vergt inderdaad stampen en nog eens stampen, van woordenlijsten, voorbeeldzinnetjes en stamtijden. Verbuigingen leren maar ook de syntactische betekenis van datief en ablatief, terwijl vervoegingen van werkwoorden ook meer zijn dan gewoon te stampen vormen, wel integendeel, men dient de werkwoordsvorm in de zin te herkennen en vervolgens de betekenis van de aangewende vorm goed te begrijpen.

Men heeft vaak de vraag gesteld wat het nut van dat alles kan zijn en jawel, men kan ook in andere talen een en ander opsteken, maar wetende dat Voltaire tijdens zijn ballingschap in Londen Engels leerde, zoals hij Latijn en Grieks had gestudeerd aan het Lycée Louis-le-Grand in Parijs, een school van de Jezuïten, terwijl zijn broer bij de Jansenisten op school was gegaan, herinner ik me ook hoe prettig het was zelf eens tukje Livius of Tacitus te vertalen - dat laatste vergde meer moeite. Voltaire zou onder meer over religieuze tolerantie schrijven in de "Lettres Philosophiques". Ik kan me niet herinneren dat we er op school over hoorden. Evenmin leerden we veel over de Lettres Persanes van Montesquieu, maar zelfs over de geest der wetten leerden we niet zo heel veel.

Nu moet ik zeggen dat ik dat geeneens zo erg vindt, want we leerden wel de talen en de achtergronden, zodat we later zelf onze weg konden vinden in onze culturele traditie, die op zijn best ambigue mag lijken, die traditie is het product van een lange geschiedenis van intellectuele discussies die al begonnen toen Augustinus zijn vele werken schreef tegen de Donatisten of de Manicheeërs, de aanhangers van een Perzische leer die de mens voorstelde als de speelbal van goed en kwaad die buiten ons om met elkaar voortdurend de strijd aangaan. Van vele van die debatten hebben we weinig bronnen, omdat men altijd terugkeerde naar de oorspronkelijke teksten, waarbij de commentaren soms wel en vaker niet overleefden. Dezer dagen wensen we vooral uitkomsten te zien, terwijl goed onderwijs laat zien hoe die er kwamen en hoe aan de ene kant de macht mee bepaalde wat de uitkomst zou zijn, maar er zijn legio voorbeelden van (nieuwe) inzichten die ingang vonden ondanks de voorkeuren van de toenmalige machthebbers.

Het belang van humaniora-onderwijs - en dat is nog iets anders dan ASO - bestaat er naar mijn inzicht dan ook in dat men voorbereid wordt op een onafhankelijk denken, waarbij kritisch denken niet per se en a priori neerkomt op het afbreken van wat is. Er is een mogelijkheid dat men ook verschillende opties tegen het licht houdt, zelfs moet men de mogelijkheid voor ogen houden dat men elkaar uitsluitende inzichten toch waardevol kan vinden.

Op college leerden we dat Cicero de typische tsjeven-politicus zou zijn geweest, de politicus van de (christelijke) stempel die nu eens ja en amen zegt tegen sociaal beleid en dan weer kiest voor meer liberale politiek om vervolgens te weigeren een redelijke wet over abortus te stemmen. Dat schipperen zou velen tegen de borst stuiten, maar het nadeel van eenduidige politiek blijkt dan weer te leiden tot ongeoorloofd optreden van de overheid, want inderdaad, geloven dat maar een benadering de juiste is, komt niet enkel van rechts, maar is ten allen tijde een recept voor een falende overheid.

Net inzake het onderwijsbeleid ziet men dat onderwijsexperten ons om de oren slaan met studies en mevrouw Caroline Genez zwaaide er dan ook  mee op het spreekgestoelte van het Vlaams Parlement naar aanleiding van het debat over de beslissing van de regering het onderwijs bij de tijd te brengen, zonder het goede over boord te gooien. Maar die rapporten zijn wetenschappelijk niet geheel koosjer, omdat de besluiten al in de vraagstelling zaten of omdat men bepaalde facetten bewust niet opneemt in het onderzoek. Voor de uitgangspunten over schooluitval of het watervaleffect - dat als traumatisch wordt ervaren - kan men enig begrip opbrengen, maar het kan niet zijn dat men wil dat iedereen gelijk aan de eindmeet van het leerplichtonderwijs komt. Mensen zijn niet gelijk, hebben verschillende interesses en bekwaamheden verworven en bovendien, hoe kan het anders, is gelijkheid in strijd met een van de waarden van de Aufklärung, de gedachte namelijk dat men precies met die verscheidenheid moet leren om te gaan. De Pruisische Aufklärung, maar bijvoorbeeld ook de Collegianten in het Amsterdam van Johan de Witt en Spinoza laten zien dat het wel mogelijk is met elkaar op een hoffelijke manier van gedachten te wisselen, zodat status of afkomst minder wegen dan de inhoud van het debat en wat iemand in te brengen heeft.

Wie studeert en na de middelbare school verder gaat studeren ontwikkelt vaardigheden, uiteraard, maar wie kiest voor een vakopleiding, leert ook over mensen. Zit ik bij mijn kapper, dan merk ik dat die behalve handigheid met de schaar en andere instrumenten ook nog eens goed van de tongriem gesneden kan zijn, zodat het bezoek aan de kapper een aangename ervaring wordt. Het blijft duidelijk een moeilijke kwestie voor sociologen en progressieven die benadering naar waarde te schatten. Bouwvakkers hebben een zwaar beroep en moeten heel wat verdragen, maar we zijn geneigd die als de minder bedeelden te beschouwen. Het blijft vreemd dat progressieve lui zo gemakkelijk meegaan in de neerbuigende houding ten aanzien van mensen die geen hoger onderwijs genoten.

De crux is namelijk deze: deze universitaire onderzoekers vergeten dat er heel wat mensen de afgelopen 60 jaar een diploma hoger onderwijs of een bul van de universiteit mochten ontvangen nadat examens bewezen hebben dat ze die studie met vrucht hebben afgelegd. Vandaag is de uitkomst van die studie, zoals 35 jaar geleden gericht op het kunnen werken in gegeven jobs, terwijl bij nader toezien nogal wat mensen ongebaande paden hebben gevolgd. De kritische blik waarmee sommigen naar het dagelijkse leven kijken, verraadt niet zelden een soort zelfvoldane afwijzing van verder onderzoek en reflectie.

Met Rik Torfs ben ik het eens dat de aandacht voor wetenschap, wiskunde en techniek, technologie niet mag verhinderen dat ook de humaniora - de vorming tot taalvaardige mensen die tot autonome reflectie in staat zijn - betekenis moet blijven houden. Zelf stel ik vaak vast dat voorstanders van meer STEM tegelijk kritisch zijn, neen, afwijzend staan ten aanzien van ggo en ander biogenetisch onderzoek en de resultaten daarvan. Ik denk dat juist goed algemeen vormend onderwijs, met aandacht voor talen, dus ook voor de grote teksten van de wereldliteratuur, van Gilgamesj tot Brief aan de Vader van Kafka of "Jeder stirbt für sich allein" van Hans Fallada etc, etc ons denken vormen zou en tegelijk laten zien dat er altijd meer mogelijkheden dan wat zich als onwrikbare waarheid aandient. De humaniora als bron van creativiteit? Zo hadden Georges Monard noch Caroline Genez het niet begrepen, valt te vrezen. Zij willen de priester-leraars van weleer vervangen door even gedreven moralisten zonder god maar met veel, heel veel geboden.

Bart Haers





Reacties

Populaire berichten