Kamerdebat op bedenkelijk niveau





Dezer Dagen



Desinformatie & agitprop
democratie en waarheid


Laurette Onckelinkx kwam zelf niet op
de tribune om vragen te stellen aan
premier Charles Michel, maar wist met
veel geroep en gedoe de kamerzitting te
domineren. 
Afgelopen donderdag in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, gingen de verwijten over desinformatie kwistig rond, zo gul zelfs dat je als burger vragen gaat stellen bij de intenties van politici, want is er niet zoiets als de noodzaak de waarheid geen geweld aan te doen opdat men tot passende conclusies kan komen. Nu weten we wel dat in de politiek de ene waarheid de andere wel eens kan verbergen en dat het dan fout lopen kan.

De gedachte dat men er belang bij heeft in het publieke debat met juiste data om te gaan en de waarheid niet te manipuleren, mag dan evident lijken, de kans dat we de vele uitspraken van oppositie en meerderheid met een korrel zout moeten nemen, is er niet minder groot om. Waarom bedriegen we dan elkaar en onszelf? Het lijkt een onweerstaanbare dwang te zijn om onze eigen uitgangspunten als richtsnoer te nemen en niet de werkelijkheid zoals die zich aandient, ook al lijkt die in de verste niet op het ideaal dat men zou kunnen koesteren.

Neem nu de quasi permanente vervloeking van wat men het kapitalisme noemt, inclusief het risico op corruptie en andere zaken. Het openbare bestuur wordt ook gemakkelijk als incompetent beschouwd, zonder dat er daar goede argumenten voor aangedragen worden. Want incompetentie vaststellen blijft altijd nog een moeilijke, omdat men in het huidige bestel van politici verwacht dat ze bestaande regels en wetten respecteren of veranderen, maar dat is altijd nog gemakkelijker gezegd dan gedaan.  Die regels zijn er wel gekomen om bijvoorbeeld corruptie te voorkomen of om te voorkomen dat de ene meer voorkennis heeft dan de andere, zoals regels over transparantie en voorspelbaarheid van bestuur. Het maakt het besluitvormingsproces vaak lastig en soms ook wel eens onmogelijk. Vanuit de luie zetel komt de ergernis dan opzetten, maar men vergeet dat de politiek op verschillende schaakborden tegelijk gespeeld wordt, wat overigens niet altijd voor de actoren, de politici goed uitpakt. Oh ja, kapitalisme moet men betreuren? Ik denk niet dat een door de staat geleide economie beter werkt of minder vatbaar is voor corruptie en veilheid.

De weg naar een goed bestuur vergt veel van alle deelnemers en in zekere zin zou men mogen verwachten van de burgers dat ze meer betrokken zijn bij het bestuur, maar het is mij niet duidelijk of en hoe dat zou moeten. De afgelopen maanden, sinds het verschijnen van "Le capital au XXIième siècle" is de aandrang groot geworden om meer over rechtvaardige spreiding van vermogens te spreken. Kijk je naar Donald Trump, dan wordt een mens moedeloos maar er zijn er andere die het wel goed menen en niet zo te koop lopen met hun succes. Een ondernemer als Fernand Huts laat zien hoe dubbel het kan zijn, want met zijn vele zonnepanelen, genoot hij op dezelfde manier van subsidies als de gewone eigenaar van een fermette. Aan de andere kant, zijn uitspraken over politieke kwesties maken dat die ook sterker op de voorgrond komen, zoals de Wet Major over de havenarbeid. Maar wie kan daar nu een goed beeld van hebben?

Het meest opvallende voorbeeld van agitprop laat het Britse referendum zien, waar men zegt dat Londen te weinig in de pap te brokken heeft, terwijl Londen zelf, de topambtenaren, Europese regels vaak zo streng als mogelijk, meer dan nodig heeft ingevuld. Die voortvarendheid werd een ingesleten gewoonte en plots stelde men vast dat Brussel, zo heette het, van alles begon te vertellen, terwijl het de eigen administratie - en dus ook het parlement - waren die Brussel meer macht gaven dan Brussel zelf claimde. Men kan over het referendum veel vertellen, maar dat niemand nog oog heeft voor de administratieve afwikkeling in het verleden van richtlijnen die in Brussel door de Commissie en in de Raad van regeringsleiders en staatshoofden waren afgeklopt, werden door de Britten aanvaard op de verschillende niveaus. Ik denk dus dat al die kritiek overtrokken moet heten en dat Britse vertegenwoordigers in Brussel hun werk niet goed hebben gedaan, maar de ambivalentie in de uitspraken blijft wonderlijk.

Zo zal men telkens weer vaststellen dat zij die ergens een zaak van willen maken, vaak met de waarheid een loopje nemen en vervolgens niet anders kunnen doorgaan met de eigen voorstelling van zaken. Zo ook Oosterweel, waar men gelooft dat de overheid een foute beslissing zou hebben genomen, terwijl in 1995 de vraag om een oplossing voor de verkeerscongestie van groot gewicht is gebleken.  Het voorstellen alsof er geen draagvlak is om de congestie weg te werken, kan men niet bewijzen met opiniepeilingen. Dat men koos voor het traject van Oosterweel, kan voor discussie zorgen, maar ook daar heeft men de perceptie gemanipuleerd, want plots bleek een brug alles behalve een fraaie constructie. Dat die boven het Kattendijkdok zou hangen, was dan weer voldoende om te beweren dat die brug boven het Eilandje zou komen te staan. De hoogte van de brug was nogal opzienbarend, gegeven de pylonen van kathedrale hoogte, wat betekende dat de brug ongeveer veertig meter boven de begane grond zou handen en dus zowel qua fijn stof als wat geluid betreft, minder hinder had kunnen veroorzaken dan lage viaducten.

Het valt telkens weer op hoe een voorstelling van zaken door actiegroepen niet, ik herhaal, niet met de dezelfde kritische bril bejegend wordt als wat de overheid aandraagt. Natuurlijk is het wenselijk dat men de overheid en officiële boodschappen kritisch bekijkt, maar dan liefst goed kritisch, waarbij men het doel van het beleid én de ingezette middelen goed afweegt en dus ook de opportuniteit van een en ander, de proportionaliteit ook. Op dat terrein merken we dat de brede media wel eens uit de nek kletsen, want ze nemen het te vaak voor gegeven aan dat de overheid sowieso de elite wil plezieren.

Maar actiegroepen, rond de grote infrastructuurprojecten als Oosterweel en het Schipdonkkanaal, verkopen niet vanzelfsprekend het evangelie, al geven ze zich het aura van belangeloosheid, van zuiver op de graad en van grote deskundigheid, groter dan die van de ingenieurs die de eerder toegejuichte voorstellen hadden opgesteld en daarbij aan een hoop randvoorwaarden hadden te voldoen, wat ook niet evident bleek.

De schijn van deskundigheid, niets is lastiger te doorprikken dan een evangelist die een voorstel de grond in boort met de grote wijsheid van de buitenstaander. Al sinds de jaren toen de Groene Fietsers hun opwachting maakten in de publieke sfeer, rond 1976 moet dat geweest zijn, ben ik mij behoedzaam gaan opstellen ten aanzien van actiegroepen, niet omdat ik zomaar aanneem wat de overheid vertelt, maar omdat de filters die actiegroepen hanteren om de rommel en foute voorstellingen van zaken eruit te halen beduidend beperkter zijn dan de besluitvormingsprocessen die de overheid moet hanteren. Natuurlijk is er veel beton gegoten sinds die zomer van '76, natuurlijk is er zoveel lintbebouwing gekomen dat het pijn doet aan de ogen en toch, men kan de burgers niet te eten geven die hun gronden langs de gewestwegen te gelde wilden maken, ook al zagen politici dat officieel niet zitten. Men weet dat er bij de opmaak van gewestplannen veel mis is gegaan, nog nadat de koning zijn handtekening eraan had gehecht, zouden er nog wijzigingen zijn aangebracht. Of er aan het onderzoek van het OM nog verder gevolg is gegeven, is me nooit duidelijk geworden. Feit is wel dat we er met zijn allen wel bij betrokken waren en dat het niet evident is de schuldigen van de kwalijke gewoonten inzake lintbebouwing en de aanleg van meubelboulevards aan te duiden.

Maar we hebben dat graag, dat we veel in dezelfde winkel kunnen kopen en dat de belangrijke winkels bij elkaar komen te liggen, naast elkaar, waardoor het doorgaand verkeer opgehouden wordt. Het zou dus wenselijk zijn dat doorgaand verkeer ruim baan te geven, maar in naam van de veiligheid vindt men dat ophouden niet zo erg. Alleen, als men verkeer op lange afstand verkieselijker vindt dan autoverkeer op korte afstand, dan is duidelijk dat men juist het verkeer binnen een straal van 5 km best anders zou bejegenen. Alleen, ook daar ziet men een probleem, want mensen zijn vrij in hun keuzes, ook al omdat er omstandigheden zijn die de buitenstaander niet kan kennen die bepaalde keuzes evident maken. Het valt op dat dit in het mobiliteitsdebat niet als onderliggende werkelijkheid meegenomen wordt, want al sinds 50 jaar hoor ik spreken van mentaliteitsverandering, die gewenst zou zijn. Soms lukt dat omdat de redelijkheid ervan vrij gemakkelijk te vatten valt, al zien we nu dat het milieupark in vele gemeenten duur wordt voor de inwoners, waardoor er opnieuw sprake blijkt te zijn van sluikstorten. De balans is weer doorgeslagen en dat ligt aan inhalige gemeentebesturen, die teveel middelen nodig hebben om al hun verplichtingen en de pensioenlast te voordoen. Het is ook altijd wat.

Laat net dat nu de kwestie zijn waar we mee te maken hebben: ideologie is zoals het onderzoeken van chemische en biologische processen onder gecontroleerde omstandigheden, in een clean en afgesloten laboratorium dan, maar onder meer peniciline kwam er niet zo gepland uit, terwijl politiek een zaak is van wetenschap in het vrije veld, met dissipatieve structuren en vrije interacties die niet voorspelbaar zijn. Nu, als de strategen in Downing Street 10 of de hoofdkwartieren van politieke partijen ergens een hekel aan hebben, dan is het wel die onvoorspelbaarheid van het politieke klimaat; hoe progressiever de partij, hoe ergerlijker men de volatiliteit van het kiespubliek vinden zal, wat toch wel een paradox van formaat mag heten: men kan geen verandering in de samenleving wensen en vervolgens huiveren van de reactie van het publiek. Om die paradox te omzeilen, zal men zich graag aan agitprop begeven en bepaalde politieke figuren of fenomenen verzoeken te ondermijnen.

Margaret Tatcher, de IJzeren dame wordt vandaag heel vaak van stal gehaald als voorbeeld van de onbuigzame politicus m/v wat ze ook was, die de vakbonden wenste te breken. Er viel iets voor te zeggen dat de Britse Trade Unions zeer veel te zeggen hadden over werking van bedrijven en zo de innovatie van de Britse industrie in de kiem konden en wilden smoren. Het is evengoed zo dat Tatcher het Britse hoger onderwijs voor de middenklasse en het "gewone" volk onbetaalbaar heeft gemaakt, door het systeem van de grammar schools af te bouwen, waarvan Tony Judt nog kon profiteren. Wie zal mijn verbazing dan schetsen van de afgelopen jaren naarmate ik de onderwijshervormers hier bezig hoorde, want zij bleken altijd weer met de verifieerbare werkelijkheid een loopje te nemen. Heeft Tatcher als staatssecretaris de kluit belazerd inzake het onderwijs, heeft ze Europa gepromoot, dan heeft ze dus ook de vakbonden de duvel aangedaan en vervolgens is ze Europa gaan afschilderen als een kostelijke, inefficiënte bende. Wie gelooft zo een madam nog? Maar er zijn genoeg heren die ook vaak genoeg de kluit belazerd hebben, zoals toen men het Gemeentekrediet fusioneerde met het Franse landbouwkrediet. Jawel, men maakte enige jaren goede sier, maar de kredietcrisis van 2008 maakte dat de bank en verzekeraar in nauwe schoentjes kwam.

Nu, voor men tot de conclusie mocht komen dat men beter kan zwijgen omdat we anders alleen maar leugens verkopen, dat is niet het punt. Het punt is net dat wie in de publieke ruimte het woord neemt, moet proberen overtuigend te spreken zonder de boel te belazeren. Een kritische reflex of reflectie vergt dan weer enige kennis van zaken en daar beschikken we niet altijd over. Hoe een raket op weg naar Mars gebracht kan worden, zal mij niet lukken maar het is wel duidelijk dat de ingenieurs die ermee bezig zijn dat wel weten en dat we dat zeer kunnen waarderen ook.

Er is nog een andere reden waarom we het niet over zwijgende politici moeten hebben, want politiek is een exponent van onze sociale aard, dat wil zeggen dat we sociale wezens zijn die weinig bereiken zonder de bijstand en inbreng van anderen, al dan niet tegen betaling. Politiek ontstaat niet in het luchtledige, stelde Hannah Arendt, maar in de ruimte tussen mensen en gaat over de dingen die tussen hen bestaan kunnen. Maar zij had het over het politieke, niet over de politiek van alle dag, hoewel die altijd nog beantwoorden moet aan wat mensen aan gemeenschappelijke belangen delen. Het kan dan ook niet anders dat we die inzichten delen in taal, maar hier ontstaat het grootste probleem, want met die taal kunnen we nagenoeg alles zeggen en de goorste dingen kunnen zeer overtuigend gezegd worden.

In die zin is de scherpste kritiek op onze cultuur er toch een van Michel Foucault, maar dan in zijn laatste jaren, waar hij in het Collège de France een jaar lang lezing gaf van een uitgebreid essay over Waarheid Spreken, Parresia, want daarin geeft hij aan dat in een politieke context altijd moeilijk is waarheid te spreken, omdat het in het vermaledijde dagelijkse leven ook wel eens moeilijk is om niet op de een of andere manier iets te verbloemen. De stoïcijnse wijsgeren vonden dat men de dingen niet mooier moet maken, maar tegelijk hadden ze geen oog voor wat de moeite waard was en de cynici, de filosofen die zich buiten de werkelijkheid hielden en zoals Diogenes van Synope het aandurfden de machtigen, Alexander de Grote incluis, tegen te spreken en respectloos te bejegenen. Zij gingen dus nog verder in het spreken van waarheid, maar of het werkelijk altijd waarheid was, kan Foucault ook niet onderschrijven.

Wel van belang is voor Foucault in 1983, dat wie waarheid spreekt en er hangt iets van af, maatschappelijke of politieke afwijzing en erger, strafrechtelijke vervolging, beoefent die deugt van Parresia, maar als men weet dat er geen sancties aan vasthangen, geen gevolgen, mag men het wel vergeten zich ergens op te beroepen. Die Duitse komiek die de Turkse president uitschold, vertelde een en ander over de al dan niet vermeende gewoonten van bergbewoners van Sardinië tot de hoogvlakte van Pamir, dus zo indrukwekkend is dat niet. Ik denk niet dat hij bereid was tot parresia, al kreeg hij wel lik op stuk van een overgevoelige politicus. Intussen plezierde de president ons met de boodschap dat moslimvrouwen terug gereduceerd zijn tot hun waren functie, die van broedmachine, moeten kweken als konijnen. Zelfs de paus heeft dat al in twijfel getrokken, maar verantwoord ouderschap zonder hulpmiddelen blijft moeilijk en daar vergeet de paus de laatste noodzakelijke stappen te zetten. Maar dat meer kinderen vanzelf goed is voor een land, blijft nog te bezien, zoals dr. Aletta Jacobs betoogde en Nederland liet zien aan het einde van de negentiende eeuw, toen het aantal kinderen per gezin daalde maar de bevolking sneller ging groeien, onder meer dankzij de medische vooruitgang.

Al met al blijkt dat we steevast te maken zullen krijgen met allerlei informatie en dat we er niet over moeten zeuren als we de indruk krijgen belazerd te worden. Politici, lobbyisten en actiegroepen, zij vertellen allen hun deel van de werkelijkheid, zoals ook academici vanuit hun specialisme hun ding vertellen en soms klinkt het overtuigend, soms kunnen we er niet omheen, maar even vaak blijkt de boodschap niet geheel rechtgeaard en aanvaardbaar. Ook als het een inspirerende boodschap blijkt te zijn, zal men er toch even over nadenken voor men die accepteert en er mee de verdediging voor wil opnemen. Vandaar dat marketeers weten dat je boodschappen moet herhalen, maar soms denk ik dat hoe vaker een boodschap komt, hoe groter de kans dat er iets aan schort. In wezen moeten we dus niet goedgelovig zijn en soms kan dat tot problemen leiden, want de parlementaire democratie en het kapitalisme berusten nu net op onderling vertrouwen. Daarom is het nuttig en maatschappelijk noodzakelijk gevallen van agitprop en ongefundeerde propaganda aan de kaak te stellen, waarbij enige lankmoedigheid wel toegelaten en aangewezen is. Aan bewuste desinformatie mogen we ons dan weer ergeren en dan moeten we de brengers ervan aan de kaak stellen. Het zal altijd nog aanleiding geven tot debat. Maar men moet niet altijd dezelfde partijen, de overheid en de brave burgers aan de kaak stellen, dom noemen.  


Bart Haers

Reacties

Populaire berichten