Politieke eenheid van Europa



Kleinbeeld


Verscheidenheid?
Het verschil voor lief nemen


Willem III, de Koning-Stadhouder, laat zien
hoe vorsten(hoven) binnen Europa in 1689
al een gemeenschappelijk speelveld
betraden en iedereen die wilde
kon er deel aan hebben. Voltaire
in Londen, in Berlijn... maar die
beeldvorming blijft in het verborgene.
Zal men het mij euvel duiden, als ik de hele discussie over Europa en nationale soevereiniteit te gek voor woorden vindt, omdat we in Europa, ik schreef er al vaker hierover, meer eenheid kennen dan sommigen lief is, dat wil zeggen dat de verschillen minder groot zijn dan wat ons verbindt. Ik durf het niet of nauwelijks de waarden van de Verlichting noemen, zoals men dezer dagen pleegt voorop te stellen.

Als je onderzoekers het pad kruist die het hebben over de harde en de zachte verlichting, dan weet je het wel. Aufklärung, Lumières en Schotse filosofische school, er werd wel een en ander gedeeld, denk ik, maar hoe het zat, is niet geheel duidelijk. De Franse filosofen, te beginnen met Voltaire hadden het niet enkel lastig met de koning, enfin, het bestuurlijk apparaat, want hij kende binnen de hofkringen wel enkele figuren die hem gunstig gezind waren, maar ze kwamen wellicht tot de ontdekking dat de opiniemakers niet met hen bezig waren, wel met de tegenstanders van de koning, die vooral de belangen van de Parlementen dienden. De werken van de Verlichtingsfilosofen verschenen wel en er was wel een markt voor, via de loges en academies in Parijs en de provinciesteden, waar wij nauwelijks aandacht aan besteden. De provincie?

Toch is dat de basis die ons in discussies over Europa vandaag bezig zouden moeten houden? Hoe kwamen ideeën van grote geesten als Hegel of Rousseau bij "de mensen"? Via boeken, Haers, via boekhandels dus. Maar hebben we er wel een idee van hoe die boeken een publiek vonden? Er was immers toch alleen maar katholiek onderwijs, waar mensen klaargestoomd werden voor een ambt in de clerus of bij een rechtbank, maar wie de geschiedenis van Frankrijk tijdens de 18de eeuw bekijkt, merkt hoe de samenleving sowieso een transformatie kent. Het roept altijd weer de vraag op waar historici het zo lastig mee kunnen hebben: wat is oorzaak, wat gevolg? De geschiedenis van de 18de eeuw blijft - zo blijkt altijd weer - onderbelicht of men belicht enkel de oorlogen, de interne spanningen binnen Europa en de spelers op het terrein elkaar wel degelijk blijken te kennen, de ministers, ambassadeurs en andere actoren. Even opvallend is dat de schijnbaar beperkte kring van betrokkenen tijdens die periode slag om slinger uitbreidt en met wat meer vertraging hier dan daar zien we overal nieuwe groepen ambities ten toon spreiden die voorheen alleen voor de (oude) adel weggelegd waren.

Het is wat er in de achttiende eeuw aan dynamiek vrijkwam, onder meer in Frankrijk, maar ook in de Nederlanden en Pruisen, in het UK, waar overal om allerlei redenen zowel het wegennet werd uitgebreid, waardoor geïsoleerde dorpen en regio's ontsloten werden en waar ook het onderwijs steeds verder uitgebreid werd, zodat de verspreiding van ideeën sneller kon dan ooit voordien het geval was geweest. Opvallend is dat bijna overal tegelijk de middenklasse rechten begon op te eisen en dat niet meer zou laten rusten tot diep in de negentiende eeuw, maar ook dat in Europa op verschillende plaatsen revoluties uitbraken, zoals de Brabantse omwenteling, de strijd tussen patriotten en regenten in de Republiek en geleidelijk ook in Pruisen.

De wereld veranderde in Europa en het blijft opvallend dat velen maar een enkele revolutie lijken te kennen. De culturele eenheid die Europa vormt, blijft evenwel, bij gebrek aan onderzoek naar die culturele en intellectuele eenheid, doorgaans onbesproken. Een van de redenen is ook, zoals de geschiedenis van Duitsland laat zien dat vorstendommen geleidelijk minder een zaak van de vorsten zelf zijn geworden. Zelfs Pruisen kon niet ontkennen dat de officiële inzichten bij het publiek weinig ondersteuning kregen. Het blijft opvallend hoe we die veranderingen in de verhouding tussen bestuurders en wetsonderhorigen, burgers dus, nauwelijks terug vinden in de geschiedschrijving voor een breed publiek.

Wat we wel zien is dat de aandacht voor het conflict tussen conservatieven, reactionairen en liberalen, progressief en links liberalen evengoed als rechtse liberalen in de gebeurtenissen terug vinden als een strijd tussen publieke groepen, die in wezen beperkter is dan de aanhang in de samenleving; vaak zien we alleen de topfiguren opduiken, zoals een Thorbecke in Nederland, Bismark, de conservatieve politicus die Pruisen en Duitsland aaneen smeedde, met in België een minister Rogier, iets later dan weer een opmerkelijke verzoeningsfiguur, August Beernaert en ook in Frankrijk ziet men hoe na de val van Napoleon III de leiders wel hun rol opnemen, maar tegelijk merkt men dat het moeilijker is de verhoudingen in de samenleving te peilen.

Zelden ziet men het zo helder hoe in al die Europese naties de politieke kwesties quasi gelijktijdig de kop opsteken en ondanks soms scherpe conflicten ziet men ook wel dat aan het einde van het liedje compromissen gevonden worden maarmee men de eenheid kon herstellen.  Problemen die overal opdoken waren: het algemeen stemrecht, de plaats van de (katholieke) kerk in de samenleving en de organisatie van het onderwijs. Ondanks de soms verschillende chronologie - op het oog heel uiteenlopend - kwam men in Europa tot vergelijkbare oplossingen: algemeen stemrecht, waarbij vrouwen in België wel heel lang hadden te wachten. De schoolstrijd, de Kulturkampf, de strijd tussen de staat en de kerk zorgde overal voor de nodige strijd en toch, wie de kerk echt wilde uitsluiten, riep vaak scherpere reacties op dan men had verwacht. In Nederland bracht een nieuwe grondwet de katholieken ruimte om zich te ontvoogden en in enkele generaties een sterke machtspositie te verwerven om die vervolgens weer te zien wegspoelen na Vaticanum II.

In Frankrijk liep het conflict uit op de wetten over de publieke scholen en over de scheiding van kerk en staat, waarbij Aristide Briand voor een oplossing had moeten zorgen door de scherpe hoeken eraf te slijpen. De onderwijswetten hebben niet belet dat er nog een beperkt katholiek onderwijsnet bestaat, maar het officiële onderwijs trekt veruit de meeste leerlingen aan. En neen, ook daar maakt men zich zorgen of iedereen wel een faire kans heeft op goed onderwijs.

Uiteraard verandert alles en als we kijken naar de gezondheidszorg of de zorg in het algemeen, de sociale zekerheid, dan ziet men in Europa dat er wel altijd ergens verschillen bestaan in de wetgeving, maar de uitkomstvoor de burgers lijkt, veranderingen doorheen de tijd in acht genomen, vaak gunstig uit te pakken, al zal het ene land wel eens meer moeten bijsturen dan het andere. Tegelijk ziet men ook hoe men de wederzijdse beïnvloeding van factoren in de onderscheiden economieën niet altijd onmiddellijk, maar wel onweerlegbaar ziet opduiken. De oorlogen tussen Europese naties, van de kabinetsoorlogen in de 18de eeuw tot de Koude Oorlog in de 20ste eeuw, maar ook de Balkanoorlogen, evolueerden van oorlogen door besluitvormers aangevat tot door burgers gesteunde oorlogen, waarbij iedereen betrokken partij werd. Hoewel men bij de Balkanoorlogen ook wel van warlords sprak, was de ondersteuning door burgers wel vrij groot, waarbij ook oude twisten opnieuw werden opgerakeld.

Het is precies omwille van het bewustzijn dat een oorlog zo vernietigend en zelfs autodestructief uitpakte, dat men ego na te denken over een nieuwe benadering. Reeds voor WO II was er een streven naar een Europese unie, om de oorlogen onmogelijk te maken. De vredesbeweging voor WO I mag men daarbij niet onbesproken laten, al was dat in eerste instantie een kwestie van een elite, die de oorlogsdreiging niet meer acceptabel vond.

Europa is het product van vele evoluties, die elkaar over de landsgrenzen heen versterkten. De verschillen zijn er en kan men maar beter niet proberen weg te gommen, maar tegelijk moet men begrijpen dat zeker sinds 1648, maar feitelijk al veel vroeger, de eenheid van Europa moeilijk te ontkennen valt. Of het UK de democratie heeft uitgevonden? Ach, het hangt ervan af of en hoe men de periode voor 1689, de Glorious Revoution de democratische kwaliteit wellicht niet zo hoog ingeschat kan worden. En dan is er de lang en breed vergeten hervormingsact van 1832 die de kiesomschrijvingen hertekende, om de rotten Burroughs uit de wereld te helpen. Wie claimt de democratie te hebben uitgevonden, moet zich wel rekenschap geven van de dieptepunten. Maar zich beroepen op successen mag ook altijd, als men het maar uit het hoofd laat over oorlogen te denken.

Bart Haers



.


Reacties

Populaire berichten