Rode Duivels en zelfoverschatting



Dezer Dagen


WIJ.ZIJN.
DE.BESTE?
vermakelijkheden en andere zotternijen



Rita Gorr, Zelzate 1926 Spanje 2012,
is lang en breed vergeten, maar zij kon
enige tijd een mooie loopbaan maken.
Alleen blijkt haar bochtige loopbaan
voor sommigen een verhaal van
net niet. Nou, als dat een bezwaar
mocht zijn, dan moet men de
Rode Duivels wel wat harder
beoordelen. Maar
mildheid mag ook, toch? 
De nederlaag van de Rode Duivels had ook ik niet zien aankomen, maar ik laat er mijn goed humeur niet voor, want het gaat om prestaties van anderen, waar ik hoe dan ook geen hand of voet in heb. Soms kan een match beklijven en een half leven later nog even doen sidderen, zoals de match van de Rode Duivels tegen Duitsland in 1980, de kwalificatiematch voor het WK 1986 en dan natuurlijk die matches tegen de Spanjaarden en de Russen. Nu zou dus de spelvreugde exponentieel moeten uitpakken, voor het publiek, maar het werd ene deceptie en daar is veel om te doen.

Gaat het om het voetballen zelf, dan kan men er nog wel een paar analyses tegenaan gooien, maar misschien gaat het om meer, want elk land wil het beste zijn, elke regio de best presterende blijken en iedereen streeft ernaar het meest creatief te zijn, het meest innovatief. Goed dat we ons doelen stellen, heet het, want anders verzinken we in het moeras van vergetelheid. Maar misschien verhult dat stellen van moeilijk te realiseren doelen - men weet nooit goed wat de tegenstanders zullen doen in die periode - een onvermogen op eigen kracht en gedreven door een eigen overtuiging de strijd aan te gaan.

Het was wat me afgelopen dagen opviel: de kansen van Italië werden systematisch onderschat en de kwaliteit van de spelers, de coach ook geminimaliseerd. De Italiaanse squadra bleek echter een goed aanvallende ploeg die alle negatieve kwalificaties zonder meer onder de grasmat schoffelden. Lyon werd een Italiaanse zege, de Rode Duivels met het schaamrood van het falen op de wangen dropen af. Leedvermaak speelt hier niet mee, want ik gun Kevin en Dries best een zege, een puike prestatie op een groot tornooi, maar ik heb het moeilijk met die grenzeloze zelfoverschatting van de Nationale ploeg. Wie speelt voor wat hij waard is, zoals de IJslanders, kan op mijn sympathie rekenen.

Het probleem, zeggen sommige buitenlandse observatoren, ligt aan een recent in ons systeem ingeslopen houding van kritiekloze zelfoverschatting, waarbij gezegd moet worden dat zij nog de tijden hebben gekend dat Vlamingen zich nergens op lieten voorstaan en Vlaanderen als culturele entiteit een achterhoek was van respectievelijk Nederland, Frankrijk en zelfs het UK. Het was de tijd dat een aantal mensen met wortels in Vlaanderen en soms zelfs actief in Vlaanderen wereldwijd hoge toppen scheerden in het eigen vakgebied, zoals Rita Gorr, geboren in Zelzate in 1926 en overleden in Spanje in 2012) die een mooie carrière maakte tot in het Metropolitan in New York en de Scala in Milaan.

We kunnen nog eens denken aan Paul Janssen, ook al geboren in 1926, de beroemde onderzoeker van het eigen laboratorium in Beerse, waar hij Janssen Pharmaceutica uit de grond stampte. Maar juist in de wetenschappen en geneeskunde zien we dat velen die aan Vlaamse universiteiten hun opleiding kregen overal ter wereld aan de slag blijken en er hun gedegen kennis en vaardigheden verder ontwikkelen. Het valt op dat we daar zelden cijfers over zien, want die expats, die doen er blijkbaar niet meer toe. Toch geven zij aan hoe hoog de lat in Vlaanderen ligt, als het op opleidingen aankomt.

Maar er speelt iets mee dat men al enige tijd kon zien aankomen, maar nooit ernstig onderzocht. Naarmate Vlaamse politici maar ook andere prominenten de indruk kregen dat ze meer in eigen handen mochten nemen, groeide er een zelfgenoegzaamheid die niet altijd door de feiten bevestigd werd. Gaston Geens voerde een economisch en technologisch beleid binnen de enge grenzen die hem toen ter beschikking stonden en samen met de zogenaamde Vlerick Boys bracht hij een dynamiek op gang die we wel moeten waarderen. Het valt dus op dat we die evolutie niet meer kennen, alleen onthouden we de pretentieuze uitspraak: wat we zelf doen, doen we beter!. Gaston Geens bedacht eerder dat het aansporing zou moeten zijn om wat we zelf kunnen doen ook beter te doen dan het oude Belgique à papa.

We willen niet beweren dat Vlamingen al te bescheiden moeten zijn, maar enige eerlijkheid omtrent de eigen prestaties kan geen kwaad. Ooit beweerde een gewezen minister van Cultuur dat hij niet achterover viel van wat Nederland presteert, wat erop neer kwam dat hij vond dat de Nederlanders geen pretenties moesten hebben, maar het was tegelijk een uiting van grenzeloze geborneerdheid. Bert Anciaux kreeg later wel een hoge Nederlandse onderscheiding en daar was hij dan weer wel verguld mee.

Het valt op dat onze houding tegenover de buren, ook Nederland, zeker Nederland in de afgelopen halve eeuw ernstig veranderd is en niet altijd ten goede. Nu moet men de Noorderburen ook niet hoger inschatten dan nodig, want er zat en zit ook daar wel eens wat scheef, maar er valt ook heel wat te waarderen. Maar blijkbaar is het nu alles of niets en bij voorkeur niets. Ook over Duitsland doen hier te lande wel eens gekke geruchten de ronde, terwijl het land na 1949 en zeker na 1989 een baken van cultuur en democratische veerkracht is gebleken. Oh ja, de Fransen? We houden van het land, maar blijkbaar soms minder van de mensen die er wonen. Vreemde blijk van schizofrenie, want het land is vaak het werk van zijn bewoners, overheden en burgers. Nu, er valt op het Franse chauvinisme wel eens iets af te dingen, maar of het echt een ramp zou wezen, durf ik wel te betwijfelen. Zo kan men ook de Britten door de mangel halen en de Spanjaarden, de Italianen en Polen, Hongaren enz. enz. Vlaanderen lijdt inderdaad wel eens aan nombrilisme, maar het kan te maken hebben met de bewustwording een autonome regio te zijn geworden, maar toch had ik liever een andere uitdrukking daarvan aan het licht zien komen.

De mateloze zelfoverschatting is niet altijd een blijk van zelfbewustzijn en bovendien moet men vaststellen, als het over het eigen artistieke patrimonium gaat, dat men in de media en zelfs in gesprekken dat die schilderkunst van Delvaux of de beeldhouwkunst van Minne echt niet zo veel zouden voorstellen, terwijl men anderzijds al te veel eer aan René Magritte toekent. Spijtig, want juist de variatie en veelheid van vormen en stijlen zouden we moeten koesteren. Het is een oud zeer, want de Vlaamse Letteren laat men graag indikken tot enkele namen, zoals Boontje, Claus en misschien nog Karel Van de Woestijne, al leest men die al lang niet meer. Anderen worden weggezet bij het oud vuil, zoals Felix Timmermans of Maurice Gilliams, Clem Schouwenaars en Hubert Lampo, om allerlei redenen die niets met hun werken te maken hebben, maar wel met de bezorgdheid niet meer mee te zijn. Lampo heeft veel, misschien teveel geschreven, maar enkele werken blijven wel boeiend genoeg, maar diens magisch realisme zou niet meer van deze tijd wezen, zeggen diezelfde mensen die het magisch realisme bij Marquez wel weten te waarderen.

Het meest opvallend bleek die discussie over zelfoverschatting en zelfwaardering aan de orde te komen bij een gesprek met ene Caroline van Cauteren, die in opdracht van Fernand Huts een tentoonstelling maakte over de Zuidelijke Nederlanden in de late Middeleeuwen. Nu, dat men de tentoonstelling in De Afspraak aanprijst, moet kunnen, maar het blijft wel vreemd dat vakhistorici die over onze contreien tijdens de late middeleeuwen iets te vertellen hebben, nooit, helemaal nooit in de media (meer) aan bod komen. Het klopt dat deze regio in illo tempore binnen Europa een dynamische regio was, waar bestuurlijk, technologisch en financieel veel vernieuwing bracht, waarvan een deel aan het einde van de 16de eeuw naar de Noordelijke Nederlanden verhuisde, met als opvallende figuur Simon Stevin. Maar hoe men dat waarderen zal, hoe men dat in de context van toen zal situeren vergt toch meer dan wanhopige borstklopperij. Het klopt en het blijft pijnlijk dat men een familie Gruuthuse niet de nodige aandacht schenkt - op een tentoonstelling in het paleis na over het Egidius-handschrift - terwijl in andere landen de eigen geschiedenis en de eigen actuele geschiedschrijving in de brede media wel hun plaats kregen en krijgen. Vlaanderen, een aantal stemmen die denken namens Vlaanderen te spreken, klopt zich graag op de borst en doet weinig om het werk van historici te ondersteunen, wegens niet relevant voor deze tijd. Tegelijk is het een ondernemer die erin slaagt een tentoonstelling op te zetten rond dat roemrijke verleden. Maar een weliswaar bescheiden doch goed geschreven bijdrage als "Vreemde Ogen.  Een kijk op de Nederlanden 1400 -1600" van Joey de Keyser kreeg geen aandacht. Dat is het klimaat waar we in leven. Ik heb niets tegen Fernand Huts, wel denk ik dat onze mediamensen, journalisten, programmamakers best wat meer zelfkritische aansturing mogen aan de dag leggen. Jawel, je kan niet elk boek aan de kijker, lezer slijten, wel moet men toch proberen een goede mix te presenteren en vooral niet blijven haken aan enkele grote namen, zoals die man die boeken over Napoleon schreef en zich maar niet lijkt te kunnen afvragen hoe het er tegelijkertijd in Berlijn of aan de Memel aan toeging.

Het verwijt van zelfverheerlijking en zelfvoldaanheid in Vlaanderen geldt dus niet iedereen, zeker niet, maar wel een aantal mensen die maar hun mond hoeven open te trekken of de media vallen net niet in zwijm. Er is een vreemde mengeling ontstaan van blijvende kritiek ten aanzien van de domme Vlamingen, die niet weten hoe ze zich moeten voeden, kleden, drinken en zelfs de gemiddelde seksuele prestaties zouden nergens op lijken, maar tegelijk worden we geacht mee te juichen met de successen van Tom Lanoye, H. Brusselmans, Marc Reynebeau en Hemmerechts, terwijl anderen, die minstens even interessante bijdragen leveren, met groot gemak vergeten worden.

Oh ja, in de sport is de aandacht voor voetbal en wielrennen buitensporig, tenzij er al eens een uitzonderlijke prestatie uit de mailbox rolt. Mensen die tot twintig uur per week trainen, spreekt men erover? De club in Deinze kan nauwelijks aan de vraag voldoen. Dat zijn prestaties die we moeten koesteren. Het dagelijkse werken aan niveau, vanwege de clubbestuurders, de trainers en de jonge gymnasten, die soms topsportschool lopen, of gewoon wiskunde-wiskunde volgen in het reguliere onderwijs. En dan zijn er nog de vele muzikanten, in de klassieke muziek, maar ook in meer populaire genres die puike prestaties leveren. Sommige zijn bekend, andere daarentegen blijven buiten beeld. ten onrechte. De Rode Duivels? De merchandising is puik, de merkbekendheid buiten alle verwachtingen, maar ze leveren niet altijd wat we geacht worden te verwachten: het beste voetbal.



Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten