Wat brengt democratie ons?



Kritiek


Democratie en vrijheid

Men kan niet zeggen dat Herman Van
Rompuy als permanente Raadsvoorzittter
soevereine macht bezat, want het ambt
was hem gegeven, tijdelijk en onder
voorwaarden. 
Veronderstel even dat we anno 1933 zijn en dat men weet dat een autoritaire partij de macht kan grijpen, wat zouden we dan doen. Neen, of het nu België is of Duitsland, Frankrijk of Nederland, we zouden wellicht ook toegekeken hebben, want toen nog meer dan nu, denken we, was het met de democratie zaak de vuile was in eigen huis te houden. De praktijk  van de democratie anno 1933 en nu verschilt hemelsbreed, maar toch lijkt het erop dat we de betekenis van de instrumenten die een democratie optuigen niet geheel in de vingers hebben. Of het vroeger beter was, kan niemand beweren, wel dat elke tijd weer worstelt met de democratie en met de uitkomsten van debatten.

Zowel over het doel als de inzet van middelen, blijft de discussie levendig, zij het vaak zeurderig. Neem nu de discussie tussen een partijvoorzitter en een gewezen premier van dit land, waarbij de ene zegt dat de andere, de gewezen premier, met al zijn voortvarendheid een doodgraver is van Europa, waarop die dat dan weer afdoet als onzin. Wie kan aan die toogpraat een touw vastknopen. Het ligt ook deels aan de media, die van elke toonaangevende stem meteen ook een scherpe oneliner verwacht, terwijl het onderzoek van de stellingname meer op zijn plaats is.

Globalisering was gedurende decennia voor jonge generaties een zegen, want men kon drie maanden gaan trekken in de Andes of tochten maken in de Himalaya, om al die andere verlokkelijke bestemmingen in Afrika of zelfs het hoge Noorden niet te vergeten. Welvaart is een oorzaak, een begunstigende factor, maar ook de val van de Muur en de Sovjet-Unie maar evengoed verbeterde omstandigheden in Latijns-Amerika en andere lokale factoren die ertoe bijdroegen dat we gemakkelijk kunnen reizen. Meer nog, vliegtuigreizen werden goedkoper en jonge mensen verwachten geen grote luxe. Toch bleek globalisatie een "blessing in disguise" voor velen die plots hun bedrijven, waar ze werkten, hadden zien vertrekken naar andere, goedkopere oorden. Vrije Markt, vloekt men en dus ook globalisatie.

 Maar het debat over de vrijmaking van de markt was in meerdere opzichten ook een bron van nieuwe welvaart, al profiteerde niet iedereen er evenzeer van. Het punt is namelijk dat industriële massaproductie met weinig vaardigheden kan gerealiseerd worden, al blijken werknemers nooit lang spotgoedkoop. Maar het economische is niet de enige drijfveer in een samenleving, maar smeert wel het goede leven. Als de economische omstandigheden danig verslechteren, dan kan dat veel aan ellende veroorzaken. Alleen worden zelden de juist verantwoordelijken aangewezen. Bovendien is dat net zo moeilijk, zoals de textielcrisis in de regio Gent heeft aangetoond, toen fabrieken hier sloten en in Marokko en Tunesië werden opgebouwd. Later, na 1989 trok men naar Tsjecho-Slowakije en Polen - nu gaat het om Tsjechië en Slowakije - waar nieuwe welvaart tot stand kwam. Toch lijkt men daar niet altijd even gelukkig met de uitkomsten, want populistische partijen doen het goed en zelfs traditionele partijen kiezen voor populisme.

Democratie zal altijd wel ergens de verleiding van populisme met zich brengen, want wie wil geen gebruik maken van de goedgelovigheid van mensen die niet zo veel informatie lijken te vragen, maar er zijn altijd wel krachten die tegen dat populisme ingaan, waarbij zij een positie innemen die niet gericht is op persoonlijke verrijking of snelle machtsverwerving.  

Toch ligt de democratische knoop daar niet, wel op het terrein van de anonimiteit van burgers in een massasamenleving. Anders de oude Griekse maar ook de Middeleeuwse voorbeelden, is de democratie, zeker sinds het uitbreiden van het algemeen stemrecht in meerdere opzichten een zaak van afstand en onbekendheid geworden. Dat geeft het voordeel dat mensen over een grotere vrijheid beschikken en minder gebukt gaan onder sociale controle.

Het punt is dat democratie niet in een ideale wereld functioneert, maar in een wereld van tegengestelde belangen, concurrentie, maar ook in een cultuur waar minstens voor de vorm het gezamenlijke belang wel onderkend wordt. Dat laten precies die oude steden zien, maar ook dat op een bepaald niveau van machtsuitbreiding die oude vormen niet meer werken en dat is waar het Romeinse Rijk behoorlijk goede oplossingen voor vond, want anders zou het niet 500 hebben blijven bestaan, ondanks het roerige begin, de burgeroorlogen dus. Maar meestal eindigt onze kennis wat Rome betreft in tijd dat Augustus de tempel van Janus laat sluiten. Maar ook van onze middeleeuwse steden weten we niet zo heel veel, al was het maar omdat we er vaak niet in slagen tot de geschiedenis van de machtsconflicten binnen de steden door te dringen. Al zeggen commentatoren als Marc Reynebeau nog 1000 keer dat de Gulden Sporenslag ene mythe moet heten, de periode, 1280 - 1345 was voor het oude Graafschap Vlaanderen roerig, met conflicten binnen het graafschap, maar ook binnen de steden en dan vooral de elites, die al eens werden aangepakt door het gemeen.

Het patriciaat in Gent, maar ook in Brugge waren druk met de eisen van anderen, die ook hun deel van de koek wilden en van de macht, maar het was moeilijk in het bestaande bestel in te breken en dat was de hele inzet van de oorlogen en gevechten, conflicten, omdat men niet onmiddellijk een vreedzame benadering accepteerde. Daaruit is evenwel de opvatting van vreedzame machtsdeling gegroeid en hoewel de Britten beweren dat met de Magna Charta de democratie ingang vond in het oude Engeland kan men al minstens vragen stellen over de continuïteit van die democratische geschiedenis, veel meer nog is het de vraag waar de werkelijke macht toen lag en dan zal blijken dat het pas bij de Glorious Revolution echt bewerkstelligd kon worden. Maar zelfs dan, in en na 1689 bleek het nog moeilijk voor kleine luyden om deel te hebben aan het bestuur. Het is niet omdat er verkiezingen zijn en regelmatige afwisseling van machthebbers, dat men van een democratie kan spreken, daartoe behoren geplogenheden en de mogelijkheid over het bestuur van gedachten te wisselen, publiek dan nog wel.

Maar wie dat wil, moet ook weten dat hij of zij niet in de cel zal verkommeren of op de brandstapel zal terecht komen. De macht van de machthebber moet dus beperkt worden en dat krijgt vorm in het recht, waarbij de vorst, de leider ook aan de wet of spelregels onderworpen is. In die zin is de soevereiniteit in de democratische natiestaat al deels opgegeven, want alleen een parlement van vrij verkozen volksvertegenwoordigers kan uitzonderingen onderscheidend en beslissend behandelen. Maar ook de rechtspraak beschikt over die macht, al kan zij geen nieuwe wetgeving scheppen in strikte zin.

Nu blijkt, ten overvloede dat in onze Europese democratieën de wetgevende macht aan invloed heeft verloren en dat de macht zo mogelijk nog meer diffuus geworden is. Zelden houdt men bij het evalueren van de wet- en regelgeving rekening met de rol van de administratie die de wet tegenover de burgers uitvoering moet geven. Daarbij dient men nog een verschil te maken of het om repressie gaat dan wel om het verlenen van positieve vrijheden, die vaak in internationale verdragen worden gestipuleerd, over non-discriminatie, recht op onderwijs of gezondheidszorg en een behoorlijke woning.... etc. etc.

Wie naar het overheidsoptreden in onze samenleving kijkt, zonder deze belangrijke terreinen voor ogen te hebben, zal nooit een goed beeld krijgen van wat er te doen staat, want veel werd opgebouwd, soms tegen hoge inzet van middelen. Het maakt hierbij niet uit of men dat overheidshandelen overtrokken vindt dan wel de evidentie zelf of af en toe wat kritiek op concrete uitingen, zoals inzake gezondheidszorg of een fout aangelegd voetpad.

Met andere woorden, wie vandaag in onze contreien over democratie wil nadenken kan dat idealistisch aanpakken en zich geen moer aantrekken van wat er is en hoe de welvaart verdeeld wordt, hoe de overheden mensen kansen geven om hun levenskwaliteit op te krikken, waarbij inderdaad soms de vraag gesteld kan worden of de overheid dat doen moet dan wel of het aan de markt kan overgelaten worden.

Zijn hele politieke carrière lang heeft Guy Verhofstadt grote uitspraken over democratie gedaan, heeft gezegd dat de staat boven zijn stand zou leven maar wat dan betekenen zou als de staat zou afslanken, wist hij niet te beantwoorden. Natuurlijk, vaak gaat het verlenen van (positieve) rechten gepaard met administratie en tijdens de crisis van de jaren 1970 en begin jaren 1980 heeft men van de overheid een handig middel gemaakt om mensen een betrekking te bezorgen. De staatsschuld is er dan ook niet vanzelf gekomen, maar blijkt ook moeilijk weg te werken.

Nu, met dat alles betoog ik slechts dat we vaak onvoldoende bewust blijken van de vele taken die de overheid metterdaad op zich genomen heeft en dat geldt ook voor Europa. Sinds de jaren zestig, de landbouwpolitiek van Sicco Mansholt, maar ook het ruimtevaartbeleid en andere zaken, zoals Erasmus, moet men toch begrijpen dat Europa niet alleen een logge moloch is. Integendeel, het budget van Europa is vrij beperkt, maar samen met de lidstaten bereikt men veel voor burgers. Men zegt nu dat we dit niet gewild hebben, dat het niet democratisch tot stand gekomen beleid mag heten. Boris en co vergissen zich niet helemaal, want vaak komt dat beleid inderdaad tot stand in overleg tussen experten van verschillende lidstaten die een bepaald issue willen behandelen, omdat ze menen dat dit nodig is. Zeker op Europees niveau kan men stellen dat beleid diffuus tot stand komt en dat alleen de laatste fases van het besluitvormingsproces aan het licht komen.

Maar zou iemand bij zinnen verzet kunnen aantekenen tegen de Seveso-richtlijn, om mensenlevens te beschermen tegen zware ongevallen in chemische bedrijven? Of zelfs de kwaliteitsnormen voor voedingsproducten? Zelfs de vogelrichtlijn kan men na enig nadenken onderschrijven dan wel de maatregelen om de kwaliteit van oppervlaktewateren te verbeteren - na decennia van agrarische en industriële vervuiling en gebrek aan aandacht voor de zuivering van huishoudelijk afvalwater.

Kortom, als men de output van de EU-regelgeving aandachtig zou bekijken en begrijpen wil dat niet elke staat evenveel aandacht wil opbrengen voor dat soort kwesties - de oppervlaktewateren - kan menen dat de EU teveel wil regelen, maar wie 40 jaar geleden langs landelijke sloten liep, kon opmerken hoeveel vuilvracht die beken en sloten meevoerden - wat we niet zagen was nog erger. Het mestdecreet van de Vlaamse regering diende dat probleem op te lossen, namelijk het zuiverder krijgen van oppervlaktewateren. Nu we zien dat die beken opnieuw levend geworden zijn, dat er opnieuw allerlei vissen en kikkers en zelfs planten te zien zijn, beseft men dat dit beleid heilzaam moet heten.

Democratie betekent dat de macht bij het volk ligt en daar kan men niet op afdingen, maar wat bedoelen we als het woord volk hanteren: een etnisch bepaalde groep die iedereen uitsluit die er niet toe behoort? Tot aan de vooravond van WO I spraken geleerden en quasi-geleerden graag over het Britse, het Franse en Duitse ras en ook in België en Nederland hield men het eigen volk voor een apart ras. Dat was redelijk bevreemdend, gezien de migraties tijdens de negentiende eeuw. Maar het begrip volk, dèmos kan ook de politieke gemeenschap betekenen, wie er ook toe is getreden, waarbij we ons bewust zijn dat de uitbreiding van het stemrecht behoorlijk wat tijd heeft gevraagd. Maar moeten we dan iedereen die hier metterwoon komt wonen en zich aan de bestaande wetten houdt en dus ook aanvaarden moet dat eigen gebruiken opzij geschoven moeten worden? Tot op zekere hoogte geldt het een zoals het andere.

Democratie vergt overzichtelijkheid en transparantie maar ook bereidheid zich ermee in te laten. 70 % van de Britten ging stemmen, waarbij ik de idee van het stemrecht wel onderschrijf, al komt het mij in deze niet voordelig uit. Maar dat is het wezen van de democratische ordening: niet iedereen haalt er evenveel voordeel uit en men kan ook niet een bepaalde groep als melkkoe bestempelen. Democratisch besturen evenwel kan niet zonder een leiderschap, al blijft dat altijd beperkt door de bestaande constitutionele en wettelijke beschikkingen. Ook daarom is de vraag of en hoe de media, ook de Vlaamse, zich wel bewust waren van het feit dat men soms een positie moet kiezen. Maar men wilde niemand voor het hoofd stoten. Alleen al de werking van de EU deftig uitleggen had mensen kunnen aanspreken - al weet ik dat net in Nederland, waar de televisie uitstekende documentaires maakte over Europa de animositeit tegen de EU hoog oplaait - want nu weten we vaak slechts via allerlei zoektochten doorheen het internetland wat er allemaal speelt. De media houden zich inderdaad te vaak bezig met futiliteiten.

Hoe vrij we zijn als burgers, blijft altijd ook een persoonlijke inschatting, maar de beperking van de vrijheid om wapens te dragen kan men bezwaarlijk zwaar laten doorwegen, want we krijgen veiligheid in ruil. Ook de beveiliging van chemische bedrijven kan men bezwaarlijk als een inperking van de vrijheid zien. Wat met de vogelrichtlijn... Het wordt moeilijk het allemaal eenduidig te bejegenen, maar vooral blijkt onze vrijheid vaak bevorderd te worden, onder meer door goed onderwijs, behoorlijke gezondheidszorg en wat al niet meer. Alleen bestaat het risico dat men de vrijheid op enig moment werkelijk zal belagen, via al te veel cameratoezicht bijvoorbeeld. De discussie is niet zwart tegen wit, maar toch moet ze gevoerd worden. Vrijheid veronderstelt ook de wil het debat te voeren, ook als de uitkomst niet helemaal naar onze zin is.


 Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten