Met basisinkomen naar Mars



Dezer Dagen


De heilige hallen der
wetenschap in discredit?


In Dallas kwam een schutter, die 5 agenten van
politie had neergeschoten, om het leven met
behulp van een robot, die een bom aan boord
had. Is dit zinvol voor politiewerk? Het red
levens, dat is duidelijk, maar verder gaat het wel
erg ver. Wat als dit in verkeerde handen terecht
kwam? Politici en burgers moeten hier ernstig
over nadenken én overleggen. Technologisch
vernunft, zeer zeker... 
Wetenschappelijke vooruitgang? Wat moeten we ermee? Soms hoort men dat wel eens verzuchten door min of meer erudiete heren en een enkele keer een dame, maar verder komen ze ook niet. De vraag is intussen hoe en wat de mogelijkheden over dertig jaar zullen zijn, maar een goede tweede is dan wat dat voor elke persoon zal betekenen, met andere woorden hoe zal het zelfbeeld evolueren en hoe de omgang met anderen?

Ons beeld van wetenschappen en technologie, zeker voor wie mens- en/of sociale wetenschappen heeft gestudeerd, blijkt vaak gereduceerd tot enkele namen en begrippen. Zou ik beweren dat ik van de Bijzondere en van de Algemene relativiteitstheorie alles begrepen heb, dan zou ik overdrijven, maar dat ik zo ongeveer een idee heb van de moeilijkheden die Einstein ertoe brachten de Newtoniaanse natuurkunde te verrijken, terwijl aan de andere kant Niels Bohr probeerde uit te leggen waarom materie op het niveau van de deeltjes ook weer een eigen bizar gedrag leek te vertonen, dan komt men toch wel uit bij een zeker inzicht van wat er gaande was. De natuurkunde heeft sindsdien nog veel nieuw terrein veroverd maar het valt op dat de brede media en zelfs via Wikipedia niet altijd direct nieuwe inzichten gedeeld worden.

Als het over biologie gaat, over DNA en andere facetten van onze natuur, dan blijkt dat we ook wel weer een basis mee te hebben gekregen over genen en dergelijke, maar ook weer redelijk rudimentair. Waar men hoopte dat de ontdekking van DNA en het uitschrijven van het menselijk genoom ons ertoe zou brengen de vraag te beslechten of we dan wel door onze natuur bepaald worden, dan wel door het milieu, de cultuur waarin we leven, blijkt nu dat die hoop redelijk ongegrond is gebleken, want ook genen passen zich wel eens aan de omstandigheden aan. Onze identiteit baseren op alleen genetische kenmerken is redelijk naast de kwestie. Maar ontkennen dat microbiologie en biotechnologie geen goede instrumenten en methodes zouden kunnen aanleveren, lijkt me ook weer zwaar overtrokken.

De discussie over GGO's blijkt paradigmatisch voor veel debat over wetenschap en technologie: zich verwonderen over de vooruitgang, de prestaties van deze of gene prof even bewieroken en vervolgens de resultaten afdoen als gevaarlijk en bedenkelijk. Er zijn veel domeinen waar ggo's wel degelijk milieuvriendelijke antwoorden kunnen blijken op maatschappelijke kwesties. Bij het creëren van ggo's kan men er overigens altijd nog voor zorgen dat die niet vruchtbaar blijken en zich niet ongecontroleerd kunnen verspreiden. Maar zoals iedereen weet wordt onze leefomgeving vergeven van exoten, die de natuurlijke verhoudingen in de war sturen en voortdurend autochtone organismen en dieren bedreigd worden met uitsterven. Misschien kan men met ggo's de situatie min of meer herstellen. Oh ja, die exoten komen hier door de globalisatie, maar niet zelden omdat mensen een beestje kopen in de petshop en het vervolgens verliezen in de natuur. Sterven die dan een snelle dood, geen probleem maar overleven ze en hebben ze geen vijanden, dan is het hek van de dam.

Heeft dat nu echt nog met wetenschappen te maken? Uiteraard wel, alleen koesteren we van de wetenschapsbeoefening vaak een nogal platoons ideaalbeeld, waarbij die wetenschappelijke inzichten op zich zouden staan, maar zelfs al de vaststelling dat de aarde rond de zon draaide had maatschappelijke gevolgen, al was dan niet meteen duidelijk hoe dat zou uitpakken, wel dat vaandeldragers van wat later heliocentrisme werd genoemd voor de overheden niet echt welkom waren, want hun wereldorde stond op instorten. Nu wil het geval dat niet enkel Coperinicus en Galilei Galileo met die kwestie bezig waren, maar dat ook enkele erudiete studaxen, die originele Griekse teksten bestudeerden, zoals Marcilio Ficino maar vooral Giordano Bruno met die concepten van oneindigheid en het verdringen van de aarde uit het centrum van het heelal door Europa trokken en dus ging Giordano Copernicus verhaal voor eigen doeleinden aanwenden. Galilei kon aan de brandstapel ontsnappen door zijn theorie min of meer te verloochenen, maar Bruno verkommerde eerst jaren in een cel in Rome en eindigde wel op de brandstapel. De tekst waar ze mee doende waren was het corpus Hermeticum, maar reeds - of pas - in 1614 bewees de taalkundige Isaac Casaubon dat de tekst eerder uit de tijd van Plotinus stamde dan uit die van Mozes.

Nu ligt het voor de hand dat de kerk zich tegen die inzichten zou verzet hebben en toch moet men zich vragen stellen, want het waren vooral vorsten die hun gezag bij de genade gods ontvingen, die door deze nieuwe wereldbeelden in het gedrang konden komen. In de Nederlanden had men na lang aarzelen de koning van de troon vervallen verklaard, omdat Filips II volgens hen niet aan zijn verplichtingen had voldaan. De Republiek ging goed en wel van start zonder gekroonde koning en de stadhouderlijke familie diende wel op d'r tellen te passen, want  het waren de steden van Holland in eerste instantie die de boel onder controle hadden.

Maar met wetenschappen moeten we ook vandaag de dag bezig zijn en sommige kranten weten heel goed te brengen wat er aan de orde is, maar soms, zo blijkt, laten de betrokken journalisten zich meeslepen in een mooi verhaal, in een verhaal te mooi om waar te zijn. Over bepaalde medicijnen, over behandeling van depressie en wat al niet meer krijgt men wel eens zeer gestuurde informatie die nadien niet geheel blijkt te corresponderen met wat de wetenschappers echt hebben vastgesteld. Mevrouw Trudy Dehue heeft over de behandeling van depressie een best interessant boek geschreven, waarin ze de relatie tussen wetenschappers en de farmaceutische sector beschreef, die wel eens blijk geven van gedeelde belangen. Is dat a priori fout? Naar ik het begrepen heb, meent ook Trudy Dehue dat dit niet het probleem is, wel als de onderzoekers tegelijk namens de overheid over behandelschema's en -protocollen moeten oordelen en daarbij vergeten hun betrokkenheid te melden.

Is dat enkel een kwestie van deontologie of zou het eerder te maken hebben met beroepsfierheid? Deontologische regels vastleggen zonder schemerzone blijkt nagenoeg onmogelijk en toch, denk ik, vrees ik, dat men met elkaar in overleg moet gaan, over de methode en over evaluatie van behandelingen. Pas goed tien jaar is het doorgedrongen dat het vrouwelijk metabolisme behandelingen anders opneemt dan het mannelijke en dat proeven op vrouwelijke proefdieren, maar zelfs op vrouwen als te riskant werden beschouwd, vanwege precies dat metabolisme. Kortom, we zien, zoals Trudy Dehue het wel vaker vaststelde dat het wetenschappelijk onderzoek blinde vlekken vertoont en dat men net daar aandacht op moet vestigen.

Maar uiteraard roept de technologie van deze tijd nieuwe perspectieven op, die ook maatschappelijk veel om het lijf hebben en diep onze visie op onszelf als soort en als individu kunnen beinvloeden. Reizen naar Mars? Sommigen menen dat het een droom is, anderen een stellige verwezenlijking binnen deze generatie, dus voor 2030 zou de eerste vlucht kunnen vertrekken. Blijft de vraag of mensen terug kunnen keren van de Rode Planeet dan wel of men energievoorziening kan ontwikkelen die toelaat dat zo ruimteschip ook nog terugkeren kan. Zou dat nodig zijn, vraagt u? Gemediëerde communicatie zal wel mogelijk zijn, dat doen we nu al met sondes die naar Pluto reizen of zelfs de interstellaire ruimte zijn ingedoken - al weet ik niet hoe het met Voyager 1 en Voyager 2 gesteld zou kunnen zijn - dan was dat perspectief in illo tempore, toen de Voyagers gelanceerd werden, voor velen een bijzonder avontuurlijk gebeuren, want was er geen mens die de reis aanvatte, wel kon het vluchtleidingscentrum die reizen volgen. Toen hoorden we over de bijzondere schijf met data over het leven op de Aarde, c.q. in de VS en dat maakte ons even wat meer aandachtig. Nu, 39 jaar later moet men vaststellen dat dit nog wel eens opspeelt, maar de indrukwekkende prestatie, daar spreekt men nog nauwelijks over. Zo zou de informatica aan boord prehistorisch zijn. Uiteraard, het werk aan de informatica kwam ook mede door ondernemingen als deze vooruit. Of het project niet te duur was? Tja, wat is het nut van het nut?[i]  

Natuurlijk kan men er niet aan voorbij dat wetenschappelijk onderzoek tot praktische toepassingen kan leiden en dat we dus in het dagelijkse bestaan profiteren van dat onderzoek. Of het nu het Cern was of het Amerikaanse leger die het Internet heeft ontwikkeld, kan de discussie verhelderen, want het CERN zocht naar een methode van betrouwbare overdracht en ook het leger zocht naar snelle en betrouwbare manieren om digitale informatie te delen, liefst ook goed versleuteld. Wie er vandaag op afgeeft, vooral op sociale media - waar inderdaad wel eens bagger te bespeuren valt - moet ook maar bedenken dat het goed is dat mensen er naar goeddunken gebruik van maken. Bij de ene is dat fysiek exhibitionisme, bij de andere verbaal.

De kritiek op technologische vernieuwingen blijkt niet altijd gespeend van een zekere eigendunk, maar dat mag men niemand kwalijk nemen, wel is het zo dat men op zeker ogenblik de vraag moet stellen of we er als mensen, als personen mee gebaat zijn dat er technische vernieuwingen gerealiseerd worden, want het ontbreekt ons zo te zien wel eens aan aanvaardbare criteria. Het gaat enerzijds over de mogelijkheden die nieuwe technologie in de aanbieding hebben, maar ook hoe of ze mensen kan bedreigen in hun job en dus ook wel eens waardigheid. Maar een doorgedreven robotisering, zegt men, zou men wel eens de omstandigheden kunnen scheppen waar een behoorlijk algemeen bestaansinkomen mogelijk zou zijn, op voorwaarde dat de bedrijven dan voldoende belastingen gaan betalen. Zal men het acceptabel achten dat bedrijven op hun machines hogere productie moeten betalen?

Een van de kwesties die ook om de hoek komen kijken in het geval nog veel meer arbeid volautomatisch door robots verricht zal worden, het nadeel is dat men zich kan afvragen hoe mensen hun dagen zullen voelen. Zeker in intellectuele kringen zal men die vraag als nutteloos afdoen, maar het geeft geen pas voortdurend te foeteren op de kloof tussen laag- en hooggeschoolden - al moet men vaststellen dat niet elke laaggeschoolde ook werkelijk laaggeschoold is, want wie TSO en BSO maar ook via leercontract een vak leerde, blijkt het professioneel vaak goed te doen. Toch blijft mij bij dat de bioloog Marcel Minnaert, die na WO I vanwege activistische betrokkenheid naar Nederland vluchtte in Utrecht onderzoek zou gaan doen naar aard en kwaliteit van het licht. In eerste instantie deed de man met een doctoraat aan de Universiteit Gent dit als een factotum, ook omdat hij thuis had leren timmeren en houten constructies in elkaar zetten, maar vervolgens kreeg hij de kans mee onderzoek te doen en behaalde hij een doctoraat in de "zonnefysica", nu astrofysica, maar toch, in een aantal opzichten zou hij zich vergist hebben. Oh ja, hij was het die "Natuurkunde in het vrije veld" schreef, waarmee hij bij jongeren, kinderen interesse wilde wekken voor natuurkunde. Zouden er nu nog proffen zijn die zich daarmee bezig houden? Of uitgeverijen?

Dat basisinkomen kan mensen toelaten zelf te ondernemen, zonder het risico uiteindelijk alles te verliezen, al zullen (jonge) ondernemers waarschijnlijk net niet denken aan de mogelijkheid dat het mis zou kunnen gaan. Maar we leven dezer dagen uiteraard in een vrij woelige tijd, al moet men de vele uitspraken over crisis wel eens wat relativeren, want wie heeft niet de indruk dat men al goed dertig, veertig jaar in een crisis te beleven? Intussen kwamen we daar doorheen in een nieuwe wereld terecht, waarvan het niet eenvoudig te stellen valt welke weg we opgaan. Bemande vluchten naar Mars?

Zo kan men bedenken dat de grote onevenwichten in deze wereld, waar een ingenieur in Duitsland tot 20 keer het inkomen van een collega in India verdient. Zullen de lonen in India stijgen tot het Duitse niveau? Hoe dat uitgelijnd zal worden, valt nog te bezien, want de houding van de Franse vakbonden tegen het regeringsbeleid om de arbeidsmarkt minder rigide te maken, laten zien dat we geen zin hebben om de nieuwe situatie te overzien en ernaar te handelen. Dat is ook, zo vernam ik, de betekenis van de Brexit, want zij die het meest belang hebben bij Europees beleid, zoals de landbouwers en de armste regio's, hebben ertegen gestemd en zo ziet men dat de laatste decennia altijd weer voorkomen. Ook met ggo's kan men vaststellen dat men wellicht terecht voorzorgen nemen wil, maar anderzijds ontneemt men mensen kansen op een gezonder en beter leven. Dan zwijgen we dus nog over wat de geneeskunde vermocht en nog steeds beter in staat blijkt om mensen te genezen.

Valt het nog te ontkennen dat we met een paradox geconfronteerd worden, namelijk naarmate we meer inzetten op technologische innovatie en meer wetenschappelijk onderzoek in de publieke sfeer de kritiek toeneemt en de afwijzing van wat experten vertellen, toeneemt? Wellicht heeft het tweede te maken met het feit dat we in hooggeschoolde samenleving leven, waarbij experten in hun communicatie stelselmatig uitgaan van de gedachte dat het publiek hen niet begrijpt. Maar ook wat wetenschappelijke kennis en inzichten, innovaties aangaat, zitten we met een complexe situatie, want voor de ene is wetenschappelijk alleen wat natuurwetenschappen betreft een terechte titel, terwijl de humane wetenschappen nauwelijks nog relevant mogen heten. Dat ligt zeker aan de sociale wetenschappen en ook een aantal humane wetenschappers, die menen dat ze hun benadering zo beta mogelijk moeten organiseren, ook blijft het vaak slechts een dun laagje natuurwetenschappelijke methodiek of expressie. Er zijn veel meer hooggeschoolden in deze samenleving dan ooit voordien en toch blijft men ervan uitgaan dat wij, burgers, het niet snappen en daar wordt die burger niet vrolijk van. Dat bijvoorbeeld historisch onderzoek, archiefonderzoek kan leiden tot een stevige oefening statistiek, mag men niet ontkennen, dat men dan die statistiek correct moet toepassen blijkt altijd nog een riskante onderneming, zoals Chris Vandenbroecke stelde. Hijzelf droomde van een historisch werk dat alleen uit tabellen en grafieken zou bestaan en verder alleen de strikt noodzakelijke verantwoording van bronnen en verwerking. Maar niet alle studenten geschiedenis konden die droom vatten.

Mocht het alleen een kwestie van communicatie blijken, dan konden we de zaak daartoe beperken, maar helaas heeft het er ook mee te maken dat onze eigen ambivalente houding niet zien: we kijken uit naar nieuwe realisaties en nieuwe inzichten, maar tegelijk schrikken we vaak terug voor de praktijk. Soms kan het inderdaad grote gevolgen hebben als men niet afdoende doordacht onderzoek verricht naar wetenschappelijke vernieuwing of meer nog als men zomaar inzichten in praktijk brengt zonder goed overleg. Maar ik herinner me dat er in Melle wel eens een aardappelveld of maîsveld vernield is door actievoerders die zich verzetten tegen ggo, maar wellicht wel indien de noodzaak om de hoek kwam kijken, bepaalde toepassingen van gentechnologie voor lief zou nemen.
.  
 Veel verwachten van wetenschappelijk onderzoek, kan niet fout zijn, maar het blijft altijd nog wenselijk om over betekenis en belang het gesprek aan te gaan. De kwaliteit van leven nam ongemeen snel toe sinds de late negentiende eeuw, dankzij technologische vondsten en praktische technische mogelijkheden, om de fiets, de auto en de trein niet te noemen. Medisch zijn er vele mogelijkheden om een aantal voorheen dodelijke ziekten alsnog te behandelen, zodat we moeten weten waarop we onze kritiek richten. Dat vergt aandacht en betrokkenheid, maar wellicht ook enige moed. Dat het allemaal niet zo vanzelfsprekend inzichtelijk wordt, mag geen beletsel heten, maar wat we nu beleven, dat men zonder meer wetenschappers de wacht aanzeggen zou, omdat het antwoord niet voldoen zou, blijft mij verbazen. De vooruitgang is wezenlijk, de resultaten zijn bijna niet meer te vatten, maar toch, in elk debat zien we ook dat men wetenschappelijk lijkende argumenten aanvoerdt, die nog niet afdoende gevalideerd zijn en wellicht ook nooit zullen zijn.

Er staat voor de komende tijd veel op het spel, zegt men mij, maar ik denk dat men niet alles (te) negatief moet duiden. Het komt er wel op aan te begrijpen dat er sprake is van vooruitgang, maar dat niet elke innovatie a priori een vooruitgang moet heten. Ook vooruitgang kan een taboe blijken, iets dat men niet ter discussie stelt. Maar als blijkt dat men heel complexe argumentatie moet opzetten om een bepaalde vernieuwing af te doen als zinloos, dan kan men ervan uitgaan zich aan complotdenken te bezondigen.

Veel valt er te zeggen over wetenschappelijk onderzoek, over de werving van onderzoeksfondsen en over de wijze waarop men onderzoeksresultaten weet te pimpen, dat alles klopt, maar het doet niets af aan het belang van wetenschappelijk onderzoek en over het verspreiden, via het onderwijs en de media. We hebben het deze keer niet uitgebreid behandeld, maar in de media vindt net dat telkens weer: enerzijds beate verering van enkele wetenschappers, maar bijzonder kritisch tegenover bijvoorbeeld ingenieurs of andere techneuten. Dat gebrek aan evenwicht brengt de brave soldaat in verwarring. We kunnen denken dat mensen eerlang met een gegarandeerd basisinkomen naar Mars zullen reizen en ook nog eens terugkeren, desgewenst.  

Bart Haers




[i] Hannah Arendt stelde die vraag

Reacties

Populaire berichten