Disruptieve economie, dalende prijzen, beter leven




Dezer Dagen


Veranderen de tijden? Maar hoe?
over globalisering en andere ongemakkelijke evoluties



De zeer betaalbare prijzen voor deze producten
blijken mee bij te dragen tot een deflatoire
economie, terwijl liefst ongeveer 2 % inflatie
kennen. Maar deeleconomie, lagere prijzen
voor grondstoffen en technologie die de
kostprijs van producteenheid niet per se,
maar de kostprijs in grote aantallen zeer doet dalen.
Zo krijgen mensen zin en middelen om juist
eens een folieke te doen naast de vele goedkope
spullen een paar zeer mooie, meer
exclusieve en gekoesterde kledingstukken
te kopen. Prijsbrekers zijn er al langer,
maar de invloed ervan op onze economie was
lang niet duidelijk, vernam ik afgelopen dagen. 
Niemand kan zich bij tijd en wijle onttrekken aan de verleidelijke schoonheid van cultuurpessimisme, maar men hoeft ook niet te geloven dat optimisme een morele plicht is. Problematisch blijkt dat we denken zoals de chefs van staven bij de aanvang van WO I en vooral de Franse maarschalken, Joffre en Pétain, zagen niet goed dat hun benadering van het oorlogsvoeren nog dateerde van een vorig conflict. Ook in mei '40 bleek dat Pétain en zijn opvolgers niet goed nieuwe middelen als tanks konden inzetten. De Gaulle daarentegen heeft zijn tijd goed gelezen en wist met zijn handvol tanks enkele bemoedigende maar even nutteloze successen te halen. Ook politiek probeerde de generaal een en ander, al kan men nu beweren dat hij met de Vijfde Republiek een niet geheel passend bestel heeft ontwikkeld, toch zal men beter nagaan hoe men die machtsverdeling, democratie ten gunste van het volk kan laten werken. Enfin, het volk, de verzamelde Franse bevolking. Maar net als zij worstelen ook andere lidstaten met enkele paradigma's, die het wezen en het functioneren van de democratie raken.

Het gegeven dat de inflatie in meerdere landen, met uitzondering van België achterwege blijft, hoeveel men ook aan middelen in het systeem stopt, roept vragen op een veranderende economische realiteit, waarbij niet enkel de globalisering van belang is, maar ook nieuwe technologie en daaruit voortvloeiende nieuwe verdienmodellen. De prijzen voor goederen en diensten dalen, omdat a) de grondstoffen door nieuwe (massale) productie via zon en wind minder schaars worden: b) ICT mogelijkheden biedt om waar vroeger schaarste was, een relatieve overvloed in te brengen en c) Pokémon Go en andere toepassingen laten nieuwe verdienmodellen zien waarbij consumenten nog nauwelijks iets voor een begeerlijk goed betalen, maar tegelijk kan men een derde partij betrekken, bijvoorbeeld de Zoologie van Antwerpen, die graag een  seal laat plaatsen. Ook Uber en andere systemen van disruptieve economie, deeleconomie zorgen mee voor inflatie, Ikea, Ryanair en andere kostenbrekers doen dit ook. Waar men ervan uitging dat er alleen maar schaarste was, blijkt er nu relatieve overvloed, wat betekent dat ook luxeproducten nog nauwelijks exclusief blijken.

Mevrouw Gitta Deneckere, hoogleraar hedendaagse geschiedenis, auteur van een boeiende en nog altijd leesbare biografie van Leopold I, koning der Belgen, vreest dat we een nieuw voorspel beleven, maar ook dat burgers vanwege de zittende machten zeer tegenstrijdige indicaties krijgen en zelf weet zij ook niet goed wat er gaande is. Maar wie zal het haar euvel duiden, momenteel valt het moeilijk vooruit te kijken en dat stemt mensen bezorgd, geeft populisten een aardige voorsprong, bij het winnen van de volksgunst.  Alleen, die populisten doen ergere dingen dan aanzetten tot racisme of het preken van onderbuikgevoelens, maar zij gaan ook voorbij aan een poging fenomenen beter te begrijpen. In die zin ben ik het eens met de Gentse historica en hoogleraar, dat we met zorg naar deze tijd horen te kijken, maar er klinkt een zeker pessimisme in door, dat mij heel soms de echo lijkt van enerzijds de vaststellingen van oud Rechts dat de samenleving niet meer is wat ze geweest is, terwijl bovendien de vraag blijft hoe historici naar onderwijs, arbeidsmarkt, media kijken, of naar de prijzenevolutie, de koopkracht ook. Oh ja, met Tony Judt kan ik bedenken dat oud Links, het land wat ziek en vermoeid is.

Grof geschetst beleefde men in de jaren vijftig en zestig een tijd van afnemende schaarste, omdat de nieuwe apparaten steeds meer in eenieders bereik kwamen, net als geneeskundige zorg en betere huisvesting, waardoor de keuzestress zich begon aan te dienen. Van kopen wat hoogstnodig was over sparen voor een extra tot een bijna extravagant uitgeven zonder om noodzaak of sparen te geven, werd vanaf de jaren 1990 steeds meer de norm en als de Vlamingen, Belgen sparen, dan blijkt daar een economische keerzijde aan te zitten, die de positie van de consument ongemerkt heeft versterkt. Alleen, men legde niet uit dat de mogelijkheden toenamen onafhankelijk van het eigen inkomen, maar in functie van dalende productiekost van goederen en het aanbieden op de markt. Een jurk of topje bij H&M, men ziet het in bushokjes kan men voor een schijntje kopen en men krijgt de schijn van chique.

In 1986 kochten we een eerste computer, waar we met verschillende gezinsleden gebruik van maakten, een matrixprinter en kort daarop kwam er een modem in huis. Waren we geen first owners, we lagen toch niet zo ver achter bij die voorlopers, die het terrein verkenden. Maar de prijzen van computers, toen nog PC's, later laptops en vervolgens tablets en smartphones werden enige tijd schaars gehouden, maar de markt liet doorgaans vlug zien dat dit niet houdbaar was. Apple is daar behoorlijk lang in geslaagd, maar Microsoft zorgde voor software en liet de hardware aan anderen over. Het gevolg: de digitalisering van onze kennisverwerving, waarbij dan zelden vragen werden gesteld over de kwaliteit van verworven informatie, liet die kennis steeds sneller toenemen. Opvallend is dat kranten en bladen zich na enige tijd achter een betaalmuur verschansten, al blijkt die nu weer stilaan af te brokkelen, worden prijzen voor abonnementen goedkoper.

Waar men voorheen leerde kritisch te zijn met wat kranten en media brachten, leek het erop dat men de info die kwam via zoekmachines bijna vanzelfsprekend te aanvaarden tot men merkte dat men toch wel aandacht diende te hebben voor juistheid en accuraatheid van informatie. De schaarste aan informatie verdween en de overvloed maakt het mogelijk, denk ik dan, er een persoonlijk en maatschappelijk instrument van te maken, om juist het publieke debat te steunen. Nu klaagt men over enkele racisten, terwijl ze vroeger hetzelfde zegden aan de toog bij Palmyre of aan tafel in bistro de Goudfazant. Sociale media gebruiken als het riool van ranzige gedachten, men kan dat moeilijk verbieden als men ook niet de zegeningen van in rekening brengt, zoals delen van nuttige informatie.

Uit eten gaan, zegde prof. em. dr. Ludo Milis ons 30 jaar geleden was voor negentienzestig, negentienzeventig een kostelijke zaak, die plots, net in die periode heel erg snel voor velen toegankelijk werd. Macdonalds kwam, Quick en allerlei cafebazen begonnen spaghetti te  serveren. Uit eten? Een schijntje, maar de verfijning en de luxe verdween naar het bovensegment, de grote culinaire traditie van de Hôtels de la Poste in Frankrijk bleek niet meer houdbaar, terwijl men dan maar ging zoeken naar het beste restaurant ter wereld. Schaarste aan tafels werd plots schaarste op het bord, schuimpjes in onooglijke porties en dat zag men graag.

Het wordt stilaan tijd dat het werk van Tony Judt over het Europa na de Oorlog een vervolg krijgt, maar dat we daarbij gaan kijken naar wat schaars was en wat plots in overvloed werd aangeboden: kippen aan het spit? Geen beenhouwer waar men op zaterdag of zondag mensen niet ziet aanschuiven, voorgebakken frieten en alle mogelijke sauzen in gezinsverpakking. Koken werd een hobby, maar ook zocht men de weg naar de natuurlijke productie terug, terwijl men zag dat de goedkope producten, goedkoper wordende luxeproducten geleidelijk mensen nieuwe kansen bood. Ontspanning werd belangrijker, maar mobiliteit lastiger, maar als men ziet hoezeer de prijs van de scheepvaart is afgenomen, hoe goederen voor een schijntje worden geproduceerd, vaak, in onze ogen in schandelijke omstandigheden, soms domweg door slaven, dan begrijpt men dat het leven best betaalbaar werd. De technologie, stupid!

In het kader van de bestrijding van de klimaatverandering, waar ik geen succesvolle uitkomst voorzie omdat het klimaat als complex systeem behoorlijk moeilijk te manipuleren valt, zal men over de voedselproductie dienen na te denken en komt de idee van vlees dat niet meer in de stal of op de weide tot wasdom en gebruiksklaar product komt, maar in laboratoria, dan zal men zich dienen af te vragen hoezeer - mocht het product de concurrentie met "echt" vlees doorstaan - de prijzenevolutie verder omlaag helpen.

In die context blijft het bevreemdend dat, zo zeggen verstandige mensen mij, dat de ECB en de VSA, de FED geld blijven bijdrukken, want door de deflatie die op de markten tot stand komt, verandert dit het paradigma van de geldroulatie,  munthoeveelheid en omloopsnelheid waardoor de voorheen vanzelfsprekende toename van inflatie was bepaald en te voorzien, slaat nu niet aan. De toename van het geld in de markt, de verminderde schaarste aan producten, behalve in landen waar men de technologische evolutie niet volgen wil, draagt ertoe bij dat men ondanks toenemende consumptie toch geen (hollende) inflatie krijgt.

Het is mij nog niet geheel duidelijk hoe men op deze situatie moet reageren, maar dat technologische vooruitgang doorgaans tot prijsverlagingen leiden doet en zo de koopkracht van mensen versterkt, heeft ongetwijfeld gevolgen, ook weldadige: beter leven met minder. Neem het voorbeeld van de mobiliteit: in theorie zou men nu auto's kunnen bouwen, zoals Tata overigens doet het overigens en ook Renault bracht enige tijd geleden een bijzonder goedkope auto op de markt, zodat je voor 5 à 6000 een echte auto heeft die ook nog eens minder plaats in blijkt te nemen. Dat bleek een gruwel voor milieubewuste mensen, hoorde ik wel eens, maar in India is Tata een bijzonder succes en ook de goedkoopste modellen vinden hun weg, soms omdat mensen niet meer aankunnen, soms omdat ze ook andere wensen hebben. Cambio is een vorm van disruptieve economie, waarbij men zelf geen auto bezit, maar wel tegen zeer aardige prijzen voor het gebruik en de verzekering indien nodig of gewenst over een auto kan beschikken.

Het gaat wellicht om een paradigmashift die zich nog niet geheel duidelijk aftekent, zodat ze in macro-economische modellen nog niet verrekend worden. Wie de evolutie in de ontspanningsindustrie bekijkt, merkt dat de toegang tot pretparken min of meer constant blijft, dat ook de bioscoopbezoeker eerder meer dan minder zal betalen en toch, kiest men het goede daluur, dan kan men binnen voor lagere prijs. In de boekenbranche valt op dat het e-book behoorlijk goedkoper uitpakt, maar ook dat de productiekost van het gedrukte boek stelselmatig is afgenomen, naarmate de kostelijke en bewerkelijke methodes en ambachten zijn weg gefilterd, met dank aan de technologie. Amazon probeert de leveringskosten te verlagen. Al beweert men het tegendeel, ook voor de onafhankelijke positie en voor de lezer van minder voor de hand liggende productie, biedt dat gunstige perspectieven. Het nalezen van drukproeven kan nu met dezelfde technologie als waarmee men plagiaat van wetenschappers onderzoekt. Dat kon theoretisch al langer, maar nu kan men de brontekst en de gezette tekst digitaal vergelijken zonder dat er nog veel oogwerk aan te pas komt. Hoogstens zal de vormgever nagaan hoe het zit met weduwen en wezen, het vervelende fenomeen dat de laatste zin van een hoofdstuk net niet meer onderaan op een blad kan en dus zielloos op een nauwelijks bedrukte pagina komt. Maar niet alle uitgevers deden op dat vlak altijd echt veel moeite, omwille van de kostprijs.

Kortom en anders gezegd, de vraag is of we moeten spreken van verarming en van duurdere kostprijs van het leven, of is het inderdaad zo dat we steeds meer producten tegen aanvaardbare en soms sterk dalende prijs kunnen verwerven en gebruiken. Meubels? Ikea en ze verkopen nog veel meer, maar een ander winkelbedrijf, Macro moet zich volkomen reorganiseren of de boeken sluiten. Voor bedrijfsleiders kan deze evolutie hoofdbrekens bezorgen, voor ons op het eerste zicht alleen voordelen: een vlucht naar Madrid, mits tijdig gereserveerd goedkoper dan ik ooit betaalde voor mijn TGV-ritten van Parijs naar Macon. Maar ook daar blijkt men geleidelijk de politiek van schaarste aan te passen, al zorgen veiligheidsmaatregelen voor nieuwe beperkingen. De TGV laat zien dat men tegelijk overaanbod aanbiedt in de vorm van tijdswinst, maar ook in ruimte - werken in Parijs, wonen in de omgeving van Chartres, Reims of Bourg-en-Bresse, want de reistijd werd sterk gereduceerd - terwijl men lang probeerde een prijs te plakken op die nieuwe mogelijkheden, terwijl men toch kansen bood om goedkoop ervan gebruik te maken, via dalurenpolitiek. De overheid wil de NMBS die ruimte niet geven, maar wellicht zou dat de prijs en het gebruik van de spoorwegen kunnen bevorderen, al moeten sommige lijnen dan wel meer aanbod voorzien.

De bijkomende vragen zijn evenwel zo mogelijk nog interessanter, want wat als de prijzenpolitiek van de overheid haaks staat op wat er leeft op de markt, als de aannames over prijsevoluties niet meer sporen met de werkelijkheid op het terrein, want het heeft er alle schijn van dat de discussie over het duurder worden van het leven in zekere zin ondergraven wordt door allerlei praktijken, die net toelaten dat gebruiks- en investeringen goedkoper, beter betaalbaar worden. Het feit dat een aantal nieuwe geneesmiddelen ontiegelijk duur blijken, heeft er dan ook mee te maken dat er vooralsnog geen massaproductie voor mogelijk is, vaak ook omdat ze gericht zijn op kleine groepen patiënten, tja, zoals ooit apothekers hun magistrale bereidingen maakten op voorschrift van de arts, tot ze die bij de groothandel konden betrekken.

Het ligt dus voor de hand dat paradigma's, maar ook parameters, bijvoorbeeld vergrijzing mee voor veranderingen zorgen en dat het niet altijd nodig blijkt er enkel en alleen de donkere, lastige kant van te zien. Het vergt evenwel inderdaad verbeelding zich af te vragen als ook het leven, het aantal jaren levensverwachting niet meer aan schaarste onderhevig wezen zal, als de baby's van nu ooit de 150 jaar zullen bereiken die nu voorzegd wordt.  Kunnen we daarmee leven, met die overvloed aan tijd, die nog zal toenemen, omdat het denkbaar is dat we nog minder tijd zullen moeten besteden aan arbeid en het verdienen van het dagelijks brood? Dat laatste volgt uit de vaststelling dat industriële productie minder en minder manuren met zich brengt en meer en meer geautomatiseerde systemen, lees, robots. Mens en robot zullen samenwerken, maar ook zal men aan mensen de kans dienen te krijgen hun leven inhoud en doel te geven, hun autonomie terug te geven en daar, denk ik zal de discussie over moeten gaan. We zullen dus ook heel wat tijd zoek maken met zelfdiagnose - al zullen de instrumentjes in ons horloge en bandjes met sensoren, of gewoon ingeplante chips zorgen voor de nodige data. Preventie zal misschien niet overbodig worden, zoals men nu stelt, maar men zal meer behandelingen vinden die zonder veel gevolgen toegepast kunnen worden, omdat bijvoorbeeld gepersonaliseerde medicijnen eenvoudiger te produceren zullen zijn.

Hopen we dan zonder meer op technologische vooruitgang, dan betekent dat niet dat we het zomaar moeten aanwenden, maar welke criteria het aanwenden bevorderen dan wel achterwege moeten laten wegens te grote gevaren of inhumane consequenties verdraagt enkel gevalsgebonden benaderingen. Principiële benaderingen lijken handig, de werkelijkheid brengt ons er toch maar toe te pleiten voor meer casuïstiek, want elke mogelijkheid brengt gevolgen, goede en andere en een principieel nee of ja, kan niet enkel voor de uitvinders, ontdekkers van belang zijn, maar voor een hele samenleving. Altijd zal het toelaten belangrijke parameters zoals levensverwachting, maar ook welbevinden beinvloeden, vaak vooral de levensomstandigheden.

Er komt nog een kwestie om de hoek kijken, die toch wel eens onderzocht moet worden: waarom zien we graag de voor ons gunstige gevolgen van de globalisering, maar doen we er alles aan om de gunstige gevolgen voor mensen in Azië, Afrika of Zuid-Amerika te negeren of zelfs tegen te houden. Maar het vraagstuk van een deflatoire economie raakt aan veel van wat we nu meemaken en kan zowel wat de oorzaken betreft als wat de gevolgen van belang zijn voor het te voeren beleid.

Al enige tijd dubde ik over wat de gevolgen kunnen zijn van disruptieve economie, waarbij het gewone verhandelen van goederen en diensten deels wordt ondervangen door ruil en vormen van tijdelijk gebruiksrecht. Voor een persoon betekent dat veel lusten en heel wat minder lasten. Zoals de reclamespot, waarin de liggende elektrische hegschaar tegen de hangende borderschaar zegt dat ze een leuke afwisseling hebben gehad.

Maar wat wellicht het meest wonderlijke blijkt, dat is dat we het heersende cultuurpessimisme in de omgang onder mensen niet erkennen. Over dat cultuurpessimisme valt veel te zeggen, maar dat men de toekomst vreest omdat die anders zal zijn dan voorzien, valt nog te begrijpen, dat het voorkomt uit de vaststelling dat de samenleving niet de weg van de gedroomde utopie volgt, maar eigen antwoorden verzint, zal men zo niet moeten accepteren maar toch minstens begrijpen. Gaan we naar Mars? Worden onze kleinkinderen 150 jaar en hoe zullen ze hun leven invullen? Wat betekent dat economisch. Gesteld dat mensen 100 jaar lang een actief leven kunnen leiden, zonder veel gezondheidszorgen, zou dat voor de economische ontwikkelingen interessante gevolgen kunnen hebben. Liever dan over wat fout kan gaat of fout is gegaan kunnen we ook eens hebben over de zegeningen van de nieuwe economische en globale ontwikkelingen. Of beter, we moeten de hete hangijzers niet ontwijken, maar ook eens het beste scenario durven te bekijken en begrijpen dat die ook waar kan worden, zonder daarom een utopie te worden. Deflatie komt op ons, maar wat het betekent, zal men toch moeten uitzoeken.

Geert Noels schreef een aantal essays en een boek "econoschock", dat velen heeft beroerd en dat een interessante en belangwekkende poging was de toekomst te belichten. Een cruciale schok vormt de vaststelling dat de petroleumprijzen zullen blijven stijgen. Vooralsnog wijzigde die evolutie grondig, maar dat kan men de heer Noels niet verwijten. Ook het feit dat China en andere economieën in de regio minder snel groeien, omdat ze (tijdelijk) een plafond bereikt hebben dat op het niet barsten zal, betekent nog maar eens de toekomst voorspellen moeilijk blijft, maar het niet proberen is ook geen optie. Uit gesprekken van afgelopen dagen bleek dat die hypothese van een persisterende deflatoire economie en het feit dat schaarste niet meer de belangrijkste motor is van de prijzen, maar dus ook van BBP, moet ook burgers aan het denken zetten, dan zeker komen politici voor ongekende problemen te staan - al hoeft dat geen nachtmerrie te zijn, want een aantal aannames krijgen zo een nieuwe lading of moeten grondig herzien worden. Brood aan dertig cent? Boeren die geen geld meer krijgen voor het vlees noch de zuivelproducten die ze krijgen? Het is complex en daarom probeerden we even deze hypothese te verwoorden.

Prof. dr. Gitta Deneckere laat zien dat we aandachtig kunnen kijken naar een economische werkelijkheid, waarvan we sommige aannames niet tijdig in vraag stellen. Maar ik ben de laatste haar dat aan te wrijven. De zaak is dat we zelf mee de context herscheppen waarin we leven en dus dat we bijvoorbeeld niet zien dat veel goederen en diensten niet meer se onder de wet van schaarste vallen.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten