Godsdienstvrijheid

Reflectie


Vrijheid van Godsdienst?
Afschaffen of heroverwegen



Brugs patrimonium: Madonna
met kind, van Michelangelo, dat als
enig werk van hem Italië verliet,
na aankoop door handelaar uit de
Nederlanden. Hoewel het sacraal
is, blijkt het altijd weer zo menselijk,
natuurlijk ook. De interpretatie kan
eenvoudig lijken, er is al heel wat over
geschreven.
 
Dezer dagen gaan er stemmen op om het schoolse vak godsdienst opnieuw meer te richten op kennis van de religie, c.q. de katholieke leer en doctrine. Anderen menen dat de vrijheid van godsdienst voldoende beschermd is door de andere vrijheden, vrijheid van mening onder meer.

Rik Torfs meent dat de kerk de afgelopen jaren kansen had om bepaalde disfuncties, zoals de ongelijke behandeling van mannen en vrouwen in het ambt aan te passen, maar meent dat de vrijheid van godsdienst wel iets bijzonders blijft, omdat een levensbeschouwing, a fortiori een religie meer is dan kennis ervan hebben en rationele afwegingen maken. Maarten Boudry meent dan weer zeer voorspelbaar dat religies op illusies berusten. Was het Christendom ten tijde van Paulus nog zeer chiliastisch en utopisch, levend in de verwachting van de nakende eindtijd, maar net doorheen de contacten met onder meer het neoplatonisme maar ook met de Stoa en zelfs, aldus Foucault, met de cynici, navolgers van Diogenes van Synape, werd het vrij complex verhaal. De hang naar ascese kreeg in de kerk een opvallende plaats, maar getuigt tevens van het feit dat het christendom op zeker ogenblik het product werd van syncretisme, waar onder meer de gnosis niet vreemd aan bleef. Het maakt de lectuur van de Griekse en Latijnse patristiek, de kerkvaders niet enkel relevant voor het begrijpen van het christendom zelf, het laat zien, doceerde Foucault n het Collège de France in 1983 hoe het christendom de notie van de zelfzorg, die al bij Socrates aantoonbaar is, bij de Stoa en dus ook, averechts, bij de cynici tot ontwikkeling was gekomen over heeft genomen, maar in het christendom wel afgezwakt werd tot pastorale zorg, zodat wie het heeft over een Judeo-christelijke cultuur over het hoofd ziet dat er ook heel elementen uit de klassieke filosofische scholen hun plaats vonden, meer nog, ook mysteriegodsdiensten kregen in het christendom hun inbreng, al zien we dat niet altijd meer goed.

Toch is het niet zonder belang, zoals onder meer Jan Dumon wel eens uitlegt in lezingen, dat het christendom begon als een subversieve beweging, die mensen kansen bood hun ongenoegen in de gang van zaken in de samenleving te ventileren. Eenmaal Constantijn de Grote de christenen incorporeerde in zijn rijk en er de staatsgodsdienst van maakte, verdween de subversieve toon, maar niet helemaal. De uitleggingen van teksten tot en met Augustinus bleven zowel de idee van zelfzorg ondersteunen, als de vragen over de legitimiteit van vorsten in het licht van het goddelijke heilsplan open houden. Pas met de 12de eeuwse renaissance zal een hele traditie in enkele concilies samengebracht worden, waarin ook het celibaat van priesters werd geregeld - waarvoor de bestuurlijke zorg dat niemand goederen van de kerk zou patrimonialiseren wellicht wel theologich kon geduid worden, maar, zoals ook Francis Fukuyama vaststelde, zeer zeker aanwezig was - of de betekenis van de sacramenten werden gestroomlijnd, een kerkelijke justitie op het niveau van bisdommen ingesteld of verder ontwikkeld, de officialiteiten, het zijn alle bronnen van een zekere bewondering, want men zag dat wereldse heren, vorsten, jaloers naar die bestuurlijke slagvaardigheid keken. Tot en met Mazarin en later onder Louis XV mensen als Duboy en Fleury maar later koos Louis XV juristen uit de kringen die zich verzetten tegen het Parlement van Parijs, waren goed opgeleide priesters ideale staatambtenaren, wegens geen kinderen - tenzij bastaarden - en dus ook niet geneigd tot vervreemding van goederen van het rijk, patrimonialiseren dus. Vaardigheid, kennis, vrijheid waren belangwekkende redenen om hen te kiezen.

De verwevenheid van vorst en kerk, stelt men vandaag voor als een ongezonde situatie, maar bestuurlijk bleken sommige administrateurs strategisch en politiek heel goed in staat de belangen van de staat te dienen, vaak tegen de inzichten van de koningen. Stelt men dat Louis XV een incompetente koning was, kan men putten uit een groot aantal pamfletten die bewaard zijn gebleven en ook uit bon mots die werden rondgestrooid. De werkelijkheid is dat de oppositie tegen Louis XV te maken had met partijstrijd, waarbij Jansenisten een belangwekkende rol op zich namen, maar ineens zo het publieke debat aanzwengelde, wat men wel uniek kan noemen. De idee dat de Verlichting alleen maar speelde rond de strijd tegen de kerk, verbergt de bitse strijd binnen de kerk tussen verschillende stromingen.  

De ontwikkeling van de doctrine van de kerk is iets waar men dezer dagen nauwelijks aandacht aan blijkt te besteden, omdat men de resultaten niet accepteert of het hele verhaal een illusie voor gevorderden vindt. Maar toch, sinds Nicea, toen voor het eerst een Credo werd vast- en opgelegd, waaraan elke gelovige zich diende te committeren en die niet in vraag kon worden gesteld, tot het Vaticaans concilie dat Johannes XXIII had samengeroepen en waar de modernisering van die doctrine werd aangevat, maar nauwelijks tot een voldragen nieuwe doctrine kon worden omgewerkt, heeft men vele conflicten zien opduiken in de kerk, van praktische aard en vooral van theologische aard. Het probleem is natuurlijk altijd dat men dan eenvoudige waarheden moet aanvaarden als "daar is maar geen god" en "gij zult geen andere voor uw aanschijn hebben"... tot zaken die we compleet van de pot gerukt vinden als "De onbevlekte ontvangenis van Maria" en de Heilige Drievuldigheid, waar je inderdaad alleen maar in kan geloven of het afdoen als een illusie.

Nu, religies wijzigen doorheen de tijd en wat op het ene moment voor het allerheiligste wordt gehouden, zal een paar eeuwen later wellicht minder wegen. De ontwikkeling van wat Jan Art de Volkskerk - dat betekende dat men in het Bisdom Gent na 1836 de herkerstening van Vlaanderen voor ogen had, want in die periode was na de Brabantse Omwenteling en vervolgens de Franse Revolutie een heel nieuw klimaat ontstaan - als doel had gekozen wat relatief lukte, want het aantal gelovigen nam toe vanwege de demografische evolutie, maar ook het aantal atheïsten en vrijzinnigen nam toe en ook kwamen er meer protestanten in België wonen als gevolg van de succesvolle industriële revolutie, terwijl ook joodse mensen in Antwerpen en Brussel veilige havens vonden. De vrijheid van godsdienst, die in de grondwet ingeschreven werd, zorgde voor het overige dat een monopoliepositie van de kerk niet meer gerealiseerd werd, al zal tot ongeveer 1965 een meerderheid de indruk hebben gehad dat er geen heil is buiten de kerk. Het werd er dan ook goed in gestampt, in de catechese, maar iemand als Felix Timmermans laat zien dat mensen soms wel eens een zijpadje vonden om hun verplichtingen te voldoen, zonder risico's te lopen. Walschap heeft met Salut en Merci de poorten van de kerk achter zich dichtgegooid en toch, in zijn romans zie je niet enkel kerkelijke feiten en scènes opduiken, omdat het leven nu eenmaal zo verliep, maar ook in formuleringen dringt de leer door, de redeneerwijze...

Doorheen de geschiedenis hebben commentatoren zich niet altijd even gestreng aan regels van de logica gehouden, maar met Abelard en Thomas van Aquino kwamen filosofen in beeld die de tegenstellingen in de leer gingen onderzoeken en wat werkelijk te gortig was, werd eruit gekieperd. Thomas schreef dan zijn bekende summae, waarmee hij op een aantal terreinen al te fantastische voorstellingen onderuit haalde en een rationele benadering voor kon staan. Tegelijk gingen anderen dan weer de weg op van de mystiek, zoals Meester Eckhardt, Hildegard van Binnen en later Johannes van het Kruis.  

Hoe het verder ging, beste lezer valt niet binnen dit bestek te beschrijven, al zal men dan niet voor Geert Grote, Jan Hus, Erasmus en Spinoza heen kunnen. Vanaf de veertiende eeuw komt de kerk steeds meer onder vuur te liggen van professoren van haar eigen universiteiten en van volkspredikers. De eenheid die de kerk claimde, werd haast nooit volkomen bewaarheid, ook al omdat de kerk de politieke conflicten ten prooi of zelfs als wereldlijke macht eigen accenten kon en moest leggen.

Wat men dus zou moeten weten over de kerkelijke doctrine is veel, want de kerkelijke leer is veelomvattend, volgens sommigen kan men er op alles een antwoord vinden. Dat hebben de grote religies met elkaar gemeen, maar ook het scheurmaken is de kerkelijken, in de hiërarchie en daarbuiten niet vreemd. Van de roep om tolerantie, zoals Henri IV in Frankrijk die afkondigde tot die in de Republiek der Nederlanden die feitelijk was, maar met veel interne conflicten gelardeerd tot de vrijheid van godsdienst zoals die in de Belgische grondwet werd ingeschreven, werd een lange weg afgelegd, waarbij onder meer als gevolg van bloedige oorlogen de praktijk van vrije keuzes stilaan ingang kon vinden, maar waar gemeenschappen zich vaak gingen afsluiten, zeker als ze klein bleken tegenover de meerderheid, heeft men wegen gezocht om die eigen weg mogelijk te maken.

Het probleem dat godsdienstigheid vandaag oproept is dat het individuele keuzes en vrijheden zou bemoeilijken, terwijl men doorheen de geschiedenis kon zien, dat mensen zich van diezelfde kerk gingen bedienen om eigen macht en aanzien op te bouwen en anderen om zich veilig te weten. Ook die processen blijken weer complexer dan men graag wil aannemen, anders gezegd, voor mensen was het goed en nuttig dat er een pastoor was die zegde hoe het hoorde, die kwam troosten als er weer een kind of moeder stierf bij het kraambed en ja, af en toe werd met hel en verdoemenis gezwaaid, maar dat blijkt zeker in de negentiende eeuw deel te hebben uitgemaakt van dat herkersteningsoffensief waarover Jan Art schreef.  Vandaag lijkt veel zich af te spelen op een eigen weg, een eigen, persoonlijk parcours en hangt het af van de scholing of men daarbij echt in die christelijke wereld nog een toegang kan vinden. Men kan ook christen zijn, denk ik, zonder enige aanhankelijkheid aan de kerk aan de dag te leggen en men kan zich inlaten met de intellectuele rijkdom van de kerk, zonder nog mee te gaan in pogingen de kerk als instituur sterker te willen maken, waarbij dan wel de ultramontanen op het pad zullen vinden, die zo iemand randkatholiek zou noemen. Alleen al dat begrip Ultramontaans vergt een uitleg die vele bladzijden in beslag zou nemen, al lijkt het simpel: ultramontanen erkennen de macht van Rome en de Paus als enige relevante bron van uitspraken over de zaken des geloofs.

Godsdienstvrijheid blijft belangrijk, net omdat, zoals geschetst werd die kerk enerzijds en de doctrine van het katholieke geloof heel wat stipuleert, ambieert en aanreikt. Ongetwijfeld heeft die kerk onze leefwereld getekend, kerken nagelaten en kloosters, schilderkunst en beeldhouwkunst en literatuur, veel literatuur, maar heeft ook de kritiek aangezwengeld en zo indirect ook de Westerse wereld sterk beïnvloed. Men kan dus niet goed voorstellen dat we terug zouden komen op die vrijheid van godsdienst, al hoeft dat niet te betekenen dat men zelf verplicht wordt zich ergens toe te bekennen.

Men heeft mij al vaker verweten een kryptokatholiek te wezen, wat op sommige terreinen meebrengt dat ik stellingen inneem die enigszins sporen met de doctrine, maar op andere ga ik toch andere wegen op. Ethische kwesties willen afhandelen in enkele zinnen, het lijkt me weinig zinvol. De praktijk van euthanasie en abortus om leed te voorkomen of geen onnodig leed toe te voegen kan ik volgen, meer nog, blijkt een goede aanbreng om in concrete gevallen - casuïstiek - tot een besluit te komen. Wat me moeilijk lijkt is dat je persoon zou geacht worden te zwijgen over een bepaalde keuze, er alleen met de arts over te spreken en finaal het aan hem overlaten. Dat mensen die uitbehandeld zijn of die weten dat hun aandoening ongeneeslijk is, hun omgeving betrekken bij de vraag wat te doen, lijkt voor sommigen naast de kwestie, maar ik denk nog altijd dat we sociale wezens zijn. Ook denk ik dat men niemand kan verbieden bij die oude bronnen van inzichten te rade te gaan, om zich een oordeel te vormen. Wat ik ook niet wil: dat iemand mij komt zeggen, hoe ik over een zaak, kwestie, verwachting moet nadenken.

In die zin blijft Pascal Mercier emblematisch met zijn uitspraak in 'Nachttrein naar Lissabon" die hij een Portugese arts in de mond legt :

"Ik wil niet in een wereld leven zonder kathedralen. Ik heb de glans van de ramen nodig, de koele stilte die er heerst, het gebiedende zwijgen. k heb het bruisen van het orgel nodig en de heilige devotie van biddende mensen. Ik heb de heiligheid van de woorden nodig , de verhevenheid grote poëzie. Dat alles heb ik nodig. Maar evenzeer heb ik de vrijheid nodig en de vijandschap tegen alles wat wreed is. Want het een is niet zonder het ander. En laat niemand het in zijn hoofd halen mij te dwingen tot een keuze.

Net omdat bepaalde kwesties ons nog steeds met een zekere huivering kunnen vervullen, kan men zich ook afvragen of we al die moeite die sommigen zich geven om aan te tonen dat de Waarheden des geloofs nergens op slaan, beter aanwenden om voor deze tijd een weg te vinden in het huiveringwekkende en fascinerende van deze tijd. Stevin, Spinoza begrepen dat er heel wat wonderlijks ten onrechte als zodanig beschouwd werd, terwijl er een perfect logische en feitelijke verklaring voor te vinden kon zijn, die men alleen dient te vinden, via onderzoek, liefst vrij onderzoek in de betekenis die men er in vrijzinnige middens aan hecht, dat wil zeggen dat autoriteiten niet over het doel van het onderzoek noch over de benadering kunnen tussenkomen, maar men zal er als onderzoeker wel over waken de regels van het onderzoek zelf zoveel als mogelijk te volgen en zekere ethische grenzen niet overschrijden. Geen bisschop maar ook geen rector kan hier een halt toeroepen, alleen de onderzoeker kan zelf bepalen dat zijn onderzoek te gevaarlijk is voor derden, maatschappelijke onrust veroorzaken - al mag dat laatste geen beletsel wezen.

De vrijheid van godsdienst ondergraven valt niet zo heel moeilijk, maar in het kader van de vrijheden die we via de grondwet en via internationale verdragen hebben afgesloten  is de vrijheid van godsdienst voor wie de vrijheid van anderen respecteert en dus erkent dat men van zijn geloof mag afvallen cruciaal. Voor het overige, wanneer men nog maar eens lijstjes aanlegt van de kerk allemaal zo verschrikkelijk fout heeft gedaan, waarbij zelfs over de rol van de inquisitie nog wel eens een boom kan opzetten, ook het goede benoemen, zoals de instelling van ziekenzorg, vanaf de oprichting van leprozerieën tot en met de ontwikkeling van antwoorden op nieuw zorgvragen, het onderwijs ook en zelfs het instellen van veilige plaatsen en momenten, vredes, godsvredes... want ook daar had die kerk de hand in. Alleen, het vergt enige kennis van de geschiedenis om er zicht op te krijgen, van de literatuur, de iconografie waarmee kunstenaars bepaalde inzichten uitdrukking gaven. En soms kan het nuttig zijn een oud ritueel te heroverweging om het - eventueel buiten elke inbreng van kerk en bedienaren - iets mee aan te vangen.

Als jongeren dus dorsten naar meer kennis over de kerk, de leer, de gedachten, dan zal men die aanbieden, niet om te laten zien het een beetje belachelijk zou zijn of te gek voor woorden, maar ook om te laten zien hoe mensen een en ander in vraag gingen stellen en daardoor onhoudbare posities verlaten werden. Daarom alleen is het, zoals Prof. dr. Ludo Milis ons meegaf, antropologisch een schatkamer van het menselijke vernuft, de menselijke wreedheid ook, maar van wat toewijding aan mensen kan zijn. Heeft men de kerk nodig om een goed mens te zijn? Of kan men binnen de kerk geen goed mens zijn?

Bart Haers

  



Reacties

Populaire berichten